Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-08-18
ECLI:NL:RBMNE:2026:5602
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 26/2424 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2026 in de zaak tussen Vereniging tot Bevordering van de Evangelieverkondiging Via Radio en Televisie “De Evangelische Omroep”, uit Hilversum, eiseres (gemachtigde: mr. H. Koolen), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum (het college), verweerder (gemachtigde: mr. E. van Essen). Inleiding 1. Eiseres is eigenaar van de voormalige Kweekschool op het adres [adres] in Hilversum (het perceel). De voormalige Kweekschool is door het college in 2008 aangewezen als gemeentelijk monument. Het terrein van het gemeentelijk monument is ommuurd. Eiseres heeft op 11 november 2024 een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het slopen van een deel van de tuinmuur (noordmuur) op het perceel. Eiseres wil de noordmuur, gelegen aan de achterkant van het terrein, slopen en vervangen door een hekwerk. Het college heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 8 januari 2025 geweigerd. Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt. 1.1. Met het besluit dat op 12 februari 2026 is verzonden, heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard (het bestreden besluit). Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. 1.2. Eiseres heeft de beroepsgronden aangevuld op 22 april 2026, op 10 juli 2026 met een rapport van De Erfgoed Praktijk gedateerd 7 juli 2026 en op 17 juli 2026. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: - namens eiseres: mr. [A] , hoofd juridische zaken, de gemachtigde van eiseres en [B] , erfgoedadviseur van De Erfgoed Praktijk; - namens het college: de gemachtigde, vergezeld door mr. [C] . Beoordeling door de rechtbank 2. Eiseres is het niet eens met het besluit van het college om de omgevingsvergunning voor de sloop van de noordmuur te weigeren en heeft daartoe een aantal beroepsgronden aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college de omgevingsvergunning heeft mogen weigeren. 2.1. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Toetsingskader 3. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Voor het perceel van eiseres geldt het ‘Omgevingsplan gemeente Hilversum’ (omgevingsplan). Dat omgevingsplan bestaat onder meer uit een tijdelijk deel: de voorheen vastgestelde bestemmingsplannen en de omgevingsplanregels van rechtswege (de bruidsschat). 3.1. Op grond van de Monumentenverordening Hilversum 2016 (monumentenverordening) is het verboden om zonder omgevingsvergunning een beschermd gemeentelijk monument (gedeeltelijk) te slopen. Dit verbod is overgenomen in het omgevingsplan en geldt op grond van de Omgevingswet als een verbod om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. 3.2. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als naar het oordeel van het college het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Het college houdt hierbij rekening met het gebruik van het monument. Een monument is gedefinieerd als ‘a. zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. […]. b. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak onder a.’ Valt de noordmuur onder de beschermende werking van het gemeentelijk monument? 4. Eiseres heeft aangevoerd dat de noordmuur niet onder de beschermende werking van het gemeentelijk monument valt. Uit het besluit tot aanwijzing van het monument volgt volgens eiseres dat de bescherming nadrukkelijk is beperkt tot de voorgevel, de rechterzijgevel van de kapel en de linkerzi Eiseres heeft desgevraagd op de zitting bevestigd dat in de omgevingsvergunning en het advies van de CRKM uit 2018 de sloop van dat stukje muur niet specifiek wordt genoemd. Ook kan eiseres niet aangeven waar in de stukken uit 2018 de afweging van de CRKM over de sloop van de tuinmuur is terug te vinden. 5.2. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat uit de stukken niet kan worden afgeleid dat de sloop van het stukje tuinmuur in 2018 bewust is mee vergund. Voor zover het college vindt dat het gaat om een fout, volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling dat een bestuursorgaan eerder gemaakte fouten niet hoeft te herhalen. Dat in 2018 onbedoeld de sloop van een deel van de tuinmuur wel lijkt te zijn vergund, betekent dan ook niet dat aan eiseres nu een vergunning voor de sloop van de noordmuur had moeten worden verleend. Daarnaast overweegt de rechtbank dat de CRKM in het positieve advies bij de verleende omgevingsvergunning in 2018 niets specifieks heeft opgenomen ten aanzien van het slopen van het stukje tuinmuur aan de voorzijde. De CRKM wijkt met het huidige negatieve advies voor de sloop van de noordmuur in zoverre dus ook niet af van zijn eerdere advies. Verzet het belang van monumentenzorg zich tegen het verlenen van de omgevingsvergunning, rekening houdend met het gebruik van het monument? 6. Eiseres heeft aangevoerd dat door de sloop van de noordmuur geen monumentale waarden verloren gaan. Eiseres heeft er hierbij op gewezen dat de noordmuur niet zichtbaar is vanaf de openbare weg, een groot deel van de noordmuur niet meer origineel is, het terrein ook nu niet geheel ommuurd is en de achterzijde van de noordmuur naast een bedrijfsperceel (met hoge bebouwing) ligt. Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat de rechtbank deze grond in kader van de belangenafweging dient te plaatsen. 6.1. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de sloop van de noordmuur leidt tot een onevenredig verlies van monumentale waarden. Hij baseert zich hierbij op de adviezen van de CRKM. De CRKM vindt het behoud van de noordmuur van belang voor het geheel. Als de noordmuur zou worden gesloopt betekent dat dat het terrein niet meer geheel door de monumentale muur wordt omsloten. Hierdoor gaat een kenmerkend onderdeel van het monument verloren. Ook gaat met de sloop van de noordmuur monumentaal materiaal verloren. Het slopen van de noordmuur betekent hierdoor een onevenredig verlies van monumentale waarden. 6.2. Hoewel het college niet aan het advies van de CRKM is gebonden en de verantwoordelijkheid voor de toetsing bij het college zelf ligt, mag het op dat advies afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Het overnemen van een advies behoeft in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders als de aanvrager een advies van een andere deskundig te achten persoon of instantie heeft overgelegd of concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht. 6.3 Eiseres heeft een rapport van De Erfgoed Praktijk ingebracht. De erfgoedadviseur van De Erfgoed Praktijk heeft geconcludeerd dat de tuinmuur als geheel een positieve monumentwaarde krijgt. De noordmuur krijgt een iets lagere waardering, vanwege aantastingen aan dit deel van de oorspronkelijke tuinmuur en de veranderde context van de noordmuur door het hoge, moderne bedrijfspand direct achter de noordmuur. Op de zitting heeft het college toegelicht dat hij blijft bij het advies van de CRKM. Het advies van De Erfgoed Praktijk geeft het college geen aanleiding om het advies van de CRKM niet meer t