Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-07-31
ECLI:NL:RBMNE:2026:5541
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/402969-24; 16/297223-25 (t.t.z. gevoegd); 16/032851-25 (vord. tul) Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 31 juli 2026 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [1998] in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] ( [postcode 1] ) in [woonplaats] , hierna: de verdachte. 1 Zitting De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 17 juli 2026. Op de zitting waren aanwezig: de verdachte; de officier van justitie: mr. T.F.M. Eijkhout-Şahin; de advocaat van de verdachte: mr. T.P.A.M. Wouters (hierna: de advocaat); de curator van verdachte: [A] . 2 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat: parketnummer 16/402969-24 in de periode van 16 december 2024 tot en met 19 december 2024 in Utrecht samen met ander(en) een geldbedrag van ongeveer 10.000 euroheeft witgewassen; parketnummer 16/297223-25 op 5 november 2025 in Utrecht opzettelijk 68,075 kilogram lachgas aanwezig heeft gehad; De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage 1 bij dit vonnis. 3 Bewijs 3.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vindt bewezen dat de verdachte de feiten uit de beschuldiging heeft gepleegd. Ten aanzien van parketnummer 16/402969-24 Volgens de officier van justitie heeft de verdachte samen met anderen opzettelijk € 7.895,- witgewassen, door contant geld, (gedeeltelijk) besmeurd met inkt, voorhanden te hebben (te weten: € 5.795,-) en om te zetten in TOTO-loten (te weten: € 2.100,-). Ten aanzien van parketnummer 16/297223-25 De officier van justitie vindt dat de verdachte opzettelijk cilinders met lachgas aanwezig heeft gehad. De verdachte heeft dozen, met daarin lachgascilinders, opgehaald en in zijn auto gezet. Op deze dozen stonden gevarenetiketten en de verdachte is vaker in bezit geweest van lachgas, zodat van wetenschap kan worden gesproken. Volgens de officier van justitie staat ook voldoende vast dat in de cilinders lachgas zat. 3.2. Standpunt van de verdediging Ten aanzien van parketnummer 16/402969-24 De advocaat verzoekt de verdachte vrij te spreken van opzetwitwassen, omdat de verdachte ontkent te hebben geweten dat het contante geld van misdrijf afkomstig was. Schuldwitwassen kan volgens de advocaat wel bewezen worden. Ten aanzien van parketnummer 16/297223-25 Ook vraagt de advocaat om de verdachte vrij te spreken van het bezit van lachgas. Primair voert de advocaat aan dat niet bewezen is dat in de aangetroffen cilinders daadwerkelijk lachgas zat. Subsidiair kan niet bewezen worden dat de verdachte wetenschap had van de inhoud van de nog ongeopende dozen. 3.3. Oordeel van de rechtbank 3.3.1. Bewijsmiddelen De rechtbank oordeelt dat beide feiten uit de beschuldiging wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage 2 van dit vonnis staan vermeld. 3.3.2. Bewijsoverwegingen Ten aanzien van parketnummer 16/402969-24 Vermoeden van witwassen De verdachte heeft in de ten laste gelegde periode, samen met een ander, aanzienlijke contante geldbedragen ingezet bij de TOTO. Daarnaast zijn tijdens de doorzoeking in zijn woning grote bedragen aan contant geld aangetroffen. Het bezit en de uitgave van dergelijke geldbedragen in contanten past niet bij de (financiële) situatie van de verdachte. Zo verklaart de verdachte in de ten laste gelegde periode geen werk, geen inkomen en schulden te hebben gehad. Daarbij komt dat de ingezette en aangetroffen bankbiljetten (gedeeltelijk) besmeurd waren met inkt of verf. Bij de politie is bekend dat bij een plofkraak inkt op het buit gemaakte geld terechtkomt, zodat dit onbruikbaar is. In samenhang bezien leveren voornoemde omstandigheden een vermoeden van witwassen op. De verklaring van de verdachte Bij een witwasvermoeden mag van de verdachte een verklaring worden verlangd over de herkomst van het geld, die concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoog Het ontbreken van testresultaten over de aard van (vermoedelijke) verdovende middelen hoeft echter niet aan een bewezenverklaring van het bezit daarvan in de weg te staan, als het dossier maar voldoende andere aanwijzingen bevat die op de daadwerkelijke aard, in dit geval lachgas, duiden. De rechtbank stelt vast dat in de auto dichte dozen zijn aangetroffen met daarop gevarenetiketten. Deze dozen zijn door de politie herkend als de verpakking van lachgas. In de dozen zaten cilinders, waarvan een aantal (willekeurige) cilinders nader is onderzocht. Op deze cilinders staat het merk ‘Fastgas’ genoemd, een verkoper van lachgascilinders. Daarnaast zijn het stofidentificatienummer ‘UN1070’ en het E-nummer ‘E942’ op de cilinders weergegeven, die duiden op distikstofmonoxide of wel lachgas. Verder lagen de dozen (deels) onder een kleed. Tot slot zijn in de Volkswagen Tiguan, waar de verdachte (ook) op 5 november 2025 in reed, zwarte ballonnen gevonden, die de politie herkent als ballonnen die worden gebruikt bij het inhaleren van lachgas. Op basis van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de in de auto van de verdachte (de Peugeot) aangetroffen cilinders distikstofmonoxide (lachgas) bevatten. Het dossier bevat verder geen aanwijzingen dat er iets anders in de cilinders zou zitten, noch heeft verdachte verklaard wat er anders in de cilinders zou kunnen zitten . Het opzet van de verdachte De verdachte verklaart op de zitting dat hij de dozen voor anderen heeft opgehaald en bewaard. Hiervoor zou hij geld krijgen. De verdachte zegt niet te hebben geweten wat er in de dozen zat, aangezien deze ongeopend waren. Volgens de verdediging ontbreekt dan ook de voor opzet vereiste wetenschap. De rechtbank gaat niet mee in dit verweer. De verdachte erkent (wel) te hebben geweten dat het ging om iets illegaals. Op de dozen waren, zoals benoemd, gevarenetiketten zichtbaar en de politie herkende de dozen gelijk als de verpakking van lachgas. Daarbij komt dat er aanwijzingen zijn dat de verdachte zich vaker bezighield met het bezit van lachgascilinders (in verpakking). Op diezelfde dag (5 november 2025) zijn ook ballonnen voor het inhaleren van lachgas in de Volkswagen Tiguan van de verdachte aangetroffen. Onder deze omstandigheden kan het niet anders dan dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cilinders lachgas. Omdat de verdachte de flessen heeft opgehaald en in de auto, die op zijn naam stond, heeft bewaard, bevonden deze zich ook in zijn machtssfeer. Hoeveelheid lachgas In het totaal zijn er 35 dozen met steeds één cilinder in het voertuig aangetroffen. Beschreven is dat deze dozen ongeopend waren. Uit het dossier volgen geen indicaties dat sprake was van al geopende dozen tussen de lading, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat de cilinders afgesloten waren. Hierbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat het nettogewicht van de drie onderzochte cilinders nagenoeg hetzelfde is. Het gemiddelde nettogewicht van de cilinders is 1.945 kilogram (nettogewicht cilinder 1: 1.922 kilogram + nettogewicht cilinder 2: 1.964 kilogram + nettogewicht cilinder 3: 1.950 kilogram = 6.836 kilogram. 6.836 kilogram ÷ 3 = 1.945 kilogram). Op basis hiervan acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in totaal 68,075 kilogram (35 x 1.935 kilogram) lachgas aanwezig heeft gehad. 3.4. Bewezenverklaring De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte: 16/402969-24 in de periode van 16 december 2024 tot en met 19 december 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, (van) een geldbedrag van in totaal ongeveer 7.895 euro, Sub a- de werkelijke aard, heeft verborgen Sub b- heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft omgezet terwijl hij, verdachte, en zijn mededader(s) wist(en) dat voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf; 16/297223-25 op 5 november 2025 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 68,075 kilogram (netto) distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de Het witwassen van geldbedragen vormt een bedreiging voor de integriteit van het financiële en economische verkeer en de maatschappelijke orde. De verdachte heeft zich kennelijk alleen bekommerd om zijn eigen financiële gewin. Dit blijkt ook uit het feit dat de verdachte, opnieuw in ruil voor geld, een grote hoeveelheid lachgas in zijn bezit heeft gehad. Het bezit van lachgas is sinds een aantal jaar een groeiend probleem in Nederland. Het draagt bij aan de toenemende druk op de gezondheidszorg, werkt criminaliteit en overlast in de hand en heeft negatieve gevolgen voor het milieu. Het handelen van de verdachte draagt bij aan de instandhouding van deze problematiek. Het vervoeren van lachgas - zonder de hiervoor vereiste certificaten en een geschikt vervoersmiddel - is daarnaast zeer gevaarlijk. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte De rechtbank kijkt ook naar het strafblad van de verdachte van 4 juni 2026. Hieruit blijkt dat hij in 2025 ook al is veroordeeld voor het bezit van lachgas, waarvoor hij een taakstraf van 120 uren opgelegd heeft gekregen. Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van [instelling] van 2 juli 2026. Hieruit blijkt het volgende. De verdachte heeft problemen op verschillende leefgebieden. Zo heeft hij (straat)schulden en bevindt hij zich in een negatief sociaal netwerk. De verdachte woont begeleid, maar blijft ondanks de hulpverlening in beeld komen bij de politie. Er bestaat een sterk vermoeden dat sprake is van een licht verstandelijke beperking. Hierdoor is de verdachte beïnvloedbaar en kwetsbaar. Vermoedelijk overziet hij niet goed de gevolgen van zijn handelen en denkt hij in kortetermijnoplossingen. Ook zijn er grote zorgen over zijn medische situatie. Vanwege zijn persoonlijkheidsproblematiek, gezondheidsproblemen, negatieve sociale netwerk en schulden, schat de reclassering de kans op herhaling van delictgedrag hoog in. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf op te leggen met bijzondere voorwaarden, zoals het voldoen aan een meldplicht bij de reclassering, het verblijven in een instelling voor begeleid of beschermd wonen en het meewerken aan verdiepingsdiagnostiek en indien (hieruit) geïndiceerd ambulante behandeling. Daarnaast dient de verdachte volgens de reclassering gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect contact te zoeken of hebben met de medeverdachten. De reclassering benoemt dat het onwenselijk is dat de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd krijgt, omdat hij dan zijn plek bij zijn huidige wooninstelling zal kwijtraken. Ook twijfelt de reclassering of de verdachte, met zijn problematiek, in staat is zich aan de afspraken voor de uitvoering van een taakstraf te houden. Hij heeft namelijk nog een groot aantal uren taakstraf (voortkomend uit ander strafzaken) open staan. De curator van de verdachte was op de zitting aanwezig en sluit zich aan bij de bevindingen van de reclassering over de cognitieve beperkingen van de verdachte. Volgens de curator klopt het dat de verdachte niet in staat om in zijn eigen noodzakelijke medische behoeften te voorzien. Dit maakt het volgens de curator lastig een werkgever te vinden die bereid is de verdachte aan te nemen. De rechtbank deelt de zorgen over de medische situatie van de verdachte. Hij heeft diabetes type 1, maar is onvoldoende in staat om zichzelf daarvoor de noodzakelijke zorg te geven. Door zijn ziekte loopt de verdachte inmiddels het risico om aan één oog blind te worden, maar hij komt de ziekenhuisafspraken bij de oogarts niet na. De verdachte heeft een glucosesensor op zijn lichaam, die is verbonden met een app op zijn telefoon. Aan de hand van zijn actuele insulinebehoefte kan hij zo de juiste hoeveelheid insuline inbrengen. De curator heeft op de zitting echter uitgelegd dat het de verdachte niet lukt om daadwerkelijk te handelen naar zijn medische insulinebehoefte. De rechtbank heeft dit op de zitting zelf zien gebeuren, toen verdachte enkel in staat bleek om Oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die de duur van het voorarrest overstijgt, zal dit doorkruisen. Daarnaast moet de verdachte nog 160 uren taakstraf (voortkomend uit andere strafzaken) verrichten. De rechtbank schat in dat alleen al de medische situatie van de verdachte en de manier waarop hij daarmee omgaat, zal zorgen voor grote problemen in de uitvoering van deze taakstraffen. Het opleggen van nog meer uren aan taakstraffen acht de rechtbank niet passend en nodig. Het belang van vergelding is in deze zaak, zoals ook door de advocaat is bepleit, ondergeschikt. Dit betekent niet dat de verdachte geen gevolgen van zijn strafbare handelen heeft ondervonden. Zo heeft hij drie dagen in voorarrest gezeten en zal zijn auto, de Peugeot, verbeurd worden verklaard. Daarnaast staat de verdachte de komende twee jaar onder (strikt) reclasseringstoezicht en zal hij - als hij weer een strafbaar feit pleegt - 87 dagen naar de gevangenis moeten gaan. 6 In beslag genomen voorwerpen Onder de verdachte zijn de volgende goederen in beslag genomen: een Peugeot met kenteken: [kenteken] (3550954); latex ballonnen (3614759); 35 lachgascilinders (BZAT5736) een contant geldbedrag van € 2.000,- (3455143). Op de kennisgeving van inbeslagneming is benoemd dat het onder goednummer 3455143 geregistreerde contante geldbedrag € 2.200,- betreft. De politie gaat echter uit van een verkeerde telling. Het juiste contante geldbedrag is € 2.000,-. 6.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert de lachgascilinders te onttrekken aan het verkeer en de Peugeot, de ballonnen en een contant geldbedrag van € 1.000,- verbeurd te verklaren. Het overige contante geldbedrag van € 1.000,- is het spaargeld van de verdachte en moet aan hem worden teruggegeven. 6.2. Standpunt van de verdediging De advocaat vraagt de Peugeot niet verbeurd te verklaren, omdat de verdachte geen weet had van de aanwezigheid van lachgas. Volgens de verdachte is € 1.000,- van het contante geldbedrag (onder goednummer 3455143) ‘verfgeld’. De rest van dit geld is zijn spaargeld en moet aan hem worden teruggegeven. 6.3. Oordeel van de rechtbank 35 lachgascilinders en ballonnen De rechtbank zal de lachgascilinders en de ballonnen (in combinatie bezien) onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet en het feit (onder parketnummer 16/297223-25) hiermee is begaan. Een contant geldbedrag van € 1.000,- en de Peugeot met kenteken [kenteken] In de Peugeot zijn de lachcilinders aangetroffen. Omdat deze Peugeot gebruikt is als opslagplek is het feit met behulp hiervan begaan en zal deze verbeurd worden verklaard. De rechtbank zal ook een gedeelte van € 1.000,- (van het contante geldbedrag onder goednummer 3455143) verbeurdverklaren, omdat dit deel, zoals de verdachte erkent, ‘verfgeld’ betreft en dus afkomstig is uit enig misdrijf. Het feit onder parketnummer 16/402969-24 is hiermee begaan. Een contant geldbedrag van € 1.000,- De rechtbank vindt dat het overige deel van het contante geldbedrag van € 1.000,-, moet worden teruggegeven aan de verdachte, omdat dit zijn spaargeld is. 7 Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf De politierechter van deze rechtbank heeft aan de verdachte in de zaak met parketnummer 16/032851-25 op 14 maart 2025 onder andere een gevangenisstraf van 1 maand voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van 2 jaar. 7.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie eist dat de rechtbank de vordering afwijst en de proeftijd verlengt met één jaar. 7.2. Standpunt van de verdediging De advocaat verzoekt de vordering af te wijzen. 7.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat de verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten, zoals bewezen is verklaard in dit vonnis. In beginsel kan daarom tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf worden beslist. Gelet op het rapport van De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt; - geeft aan [instelling] de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; beslag - verklaart de volgende voorwerpen verbeurd: een Peugeot met kenteken [kenteken] (parketnummer 16/297223-25 en goednummer 3550954); een contant geldbedrag van € 1.000,- (parketnummer 16/402969-24 en goednummer 3455143). - verklaart het volgende voorwerp onttrokken aan het verkeer: 35 lachgascilinders (parketnummer 16/297223-25 en goednummer BZAT5736); ballonnen (parketnummer 16/297223-25 en goednummer 3614759); - gelast de teruggave aan verdachte van het de volgende voorwerp: een contant geldbedrag van € 2.000,- (parketnummer 16/402969-24 en goednummer 3455143). Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/032851-25 - wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging. Dit vonnis is gewezen door mr. T.C.P. Christoph, voorzitter, mr. L.R.H. Koekoek en mr. K. de Meulder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.W. Hekker als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026. De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. Bijlage 1: De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 16/402969-24 hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 december 2024 tot en met 19 december 2024, te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (van) een geldbedrag van in totaal ongeveer 10.000 euro, althans een voorwerp Sub a- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, en/of- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) Sub b- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of- gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; (art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) 16/297223-25 hij op of omstreeks 5 november 2025 te Utrecht, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid van ongeveer 68,075 kilogram (netto) distikstofmonoxide (lachgas), in elk geval een (grote) hoeveelheid distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; Bijlage 2: De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen: Ten aanzien van parketnummer 16/402969-24 De verdachte heeft op de zitting van 17 juli 2026 onder meer het volgende - samengevat en zakelijk weergegeven - verklaard: Het klopt dat ik van 16 december 2024 tot en met 19 december 2024 besmeurd geld voorhanden heb gehad. Ik heb dit geld van een jongen op een feestje in Rotterdam gekregen. Ik zag dat er vlekken op het geld zaten. Ik moest dit geld inwisselen. Het geld wat ik verkreeg door het inwisselen moest ik aan hem teruggeven. Een deel van dit geld mocht ik houden. Ik dacht dat ik snel geld kon verdienen. Ik had het gevoel dat het niet helemaal klopte, maar daar heb ik niet naar geluisterd. Het klopt dat ik op 16, 17 en 18 december 2024 op beelden in de [winkelnaam] in [plaats] ben te zien. Ik heb daar een deel van het geld ingewisseld, door zekerheidswedstrijden te spelen bij de TOTO, waarbij ik een deel van het besmeurde geld gebruikte. Zo kreeg ik ‘schoon’ geld uitbetaald. Het klopt dat ik ook met een ander in de [winkelnaam] was. Dit is [B] . Ik heb [B] een deel van het besmeurde geld In totaal bleek dat het 35 gesloten verpakkingen van lachgascilinders betrof. Na aankomst op het politiebureau keek ik in de mij beschikbaar gestelde systemen naar eerdere registraties van [verdachte] met betrekking tot lachgas. - 10 mei 2025: tijdens een controle in Den Haag is in het voertuig waar [verdachte] in reed 19 lachgascilinders aangetroffen in het voertuig; - 20 mei 2025: tijdens een doorzoeking in de woning van [verdachte] zijn in de badkamer 14 ongeopende dozen met lachgascilinders aangetroffen; - 15 oktober 2025: tijdens een controle is er één lachgasfles aangetroffen in het voertuig waar [verdachte] in reed; - 30 oktober 2025: bij een controle werd in de kofferbak van het voertuig waar [verdachte] in reed meerdere ballonnen aangetroffen en was de ruimte bestemd voor het reservewiel vochtig. Dit gaf de indruk dat er net een bevroren lachgascilinder had gelegen. Verbalisant [verbalisant 5] op 5 november 2025 verklaart - samengevat en zakelijk weergegeven - onder meer het volgende: Op 5 november 2025 reed ik de [straat] in [plaats] op. Ik zag dat er naast de witte Peugeot 107 een Volkswagen stond. Collega [verbalisant 3] zei tegen mij dat hij [verdachte] trof terwijl hij zich in dit voertuig bevond. Ik besloot het voertuig te doorzoeken. Hierbij zijn meerdere zakjes met zwarte ballonnen aangetroffen die ik herkende als zijnde de ballonnen die worden gebruikt bij het inhaleren van lachgas. Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 4] verklaren - samengevat en zakelijk weergegeven - onder meer het volgende: Wij hebben 3 willekeurige dozen geopend. Doos 1: Toen wij de doos openden zagen wij dat er een lachgascilinder in zat van het merk "FASTGAS". Wij zagen dat het stofidentificatienummer wat op de lachgascilinder staat vermeld, het navolgende nummer betreft: UN1070, te weten distikstofmonoxide of lachgas. Wij zagen dat het E-nummer wat op de lachgascilinder staat vermeld, het navolgende nummer betreft: E942, te weten: distikstofmonoxide of lachgas. Wij zagen dat er op de lachgascilinder " PW120 PH180BAR 3.4KG 3.0L 2.96MM " stond vermeld. Ik plaatste de lachgascilinder op een geijkte weegschaal en wij zagen dat het totaalgewicht van de lachgascilinder 5322 kilogram betrof. Wij zagen op het productlabel dat de lege cilinder 3400 kilogram weegt. Het totaalgewicht van de lachgascilinder (5322 kilogram) minus het ledig gewicht (3400 kilogram) betreft de totale netto inhoud van de lachgascilinder. Dit komt neer op 1922 kilogram lachgas. Doos 2: Toen wij de doos openden zagen wij dat er een lachgascilinder in zat van het merk "FASTGAS". Wij zagen dat het stofidentificatienummer wat op de lachgascilinder staat vermeld, het navolgende nummer betreft: UN1070, te weten distikstofmonoxide of lachgas. Wij zagen dat het E-nummer wat op de lachgascilinder staat vermeld, het navolgende nummer betreft: E942, te weten: distikstofmonoxide of lachgas. Wij zagen dat er op de lachgascilinder " PW120 PH180BAR 3.4KG 3.0L 2.96MM " stond vermeld. Ik plaatste de lachgascilinder op een geijkte weegschaal en wij zagen dat het totaalgewicht van de lachgascilinder 5364 kilogram betrof. Wij zagen op het productlabel dat de lege cilinder 3400 kilogram weegt. Het totaalgewicht van de lachgascilinder (5364 kilogram) minus het ledig gewicht (3400 kilogram) betreft de totale netto inhoud van de lachgascilinder. Dit komt neer op 1964 kilogram lachgas. Doos 3: Toen wij de doos openden zagen wij dat er een lachgascilinder in zat van het merk "FASTGAS". Wij zagen dat het stofidentificatienummer wat op de lachgascilinder staat vermeld, het navolgende nummer betreft: UN1070, te weten distikstofmonoxide of lachgas. Wij zagen dat het E-nummer wat op de lachgascilinder staat vermeld, het navolgende nummer betreft: E942, te weten: distikstofmonoxide of lachgas. Wij zagen dat er op de lachgascilinder " PW120 PH180BAR 3.4KG 3.0L 2.96MM " stond vermeld. Dit betreft de inhoud van de lachgascilinder. Ik plaatste de lachgascilinder op een geijkte weegschaal en wij