Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-12
ECLI:NL:RBMNE:2026:481
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/3329 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2026 in de zaak tussen [eiseres] V.O.F., uit [plaats] , eiseres en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein , verweerder (gemachtigde: mr. S. Yildiz). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de last onder dwangsom die het college aan sportcafé [eiseres] (het café) aan de [adres] in [plaats] heeft opgelegd wegens het overschrijden van de geluidsnormen uit de Algemene Plaatselijke Verordening tijdens het feest ‘ [evenement] ’ op 6 april 2024. De last onder dwangsom is opgelegd ter voorkoming van herhaling van deze overtreding. Partijen verschillen van mening of de geluidsnorm is overschreden. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de last onder dwangsom terecht heeft opgelegd. Het beroep is ongegrond. Procesverloop 2. Op 23 februari 2024 heeft eiseres bij het college een melding incidentele festiviteit gedaan op grond van de Algemene plaatselijke verordening 2024 van de gemeente IJsselstein (hierna: APV). De melding had betrekking op een live optreden met één of meerdere bands/dj’s op zaterdag 6 april vanaf 20:00 tot zondag 7 april 2024 01:00 uur. Het gaat hier om het feest dat bekend staat als “ [evenement] ”. Het college heeft de ontvangst van de melding schriftelijk bevestigd. Voor een incidentele festiviteit waarvan tenminste tien dagen voor de aanvang een melding is gedaan, gelden hogere (minder strenge) geluidsnormen. 3. Naar aanleiding van een klacht over geluidoverlast op de avond van het feest bij de Omgevingsdienst Regio Utrecht heeft een toezichthouder op diezelfde avond tussen 22:18 en 23:05 uur geluidsmetingen in de woonkamer en slaapkamer van een woning boven het café verricht. De toezichthouder heeft een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau gemeten van 68 dB(A) in de woonkamer op de eerste verdieping en 64 dB(A) in de slaapkamer op de tweede verdieping. De geldende geluidsnorm is tijdens het feest volgens het college met 18 dB(A) overschreden. 4. Daarom heeft het college aan eiseres op 31 oktober 2024 ter voorkoming van herhaling een last onder dwangsom opgelegd. De last richt zich op het beëindigen en beëindigd houden van de door het college geconstateerde overtreding. Om aan de last te voldoen moet eiseres ervoor zorgen dat aan de geluidsnormen wordt voldaan gedurende de dagen waarvoor tijdig een melding incidentele festiviteit is gedaan. In het geval dat geen/niet tijdig een melding incidentele festiviteit is gedaan, moet eiseres zich houden aan de geluidsnormen, zoals vastgelegd in het omgevingsplan van de gemeente IJsselstein (het omgevingsplan). Als niet aan de geluidsnormen wordt voldaan, dan verbeurt eiseres een dwangsom van € 5.000,- per geconstateerde overtreding tot een maximum van € 10.000,-. Er zal niet vaker dan één keer per dag gecontroleerd worden of aan de lastgeving is voldaan. 5. Tegen de oplegging van de last onder dwangsom heeft eiseres bezwaar gemaakt. Met het besluit van 22 april 2025 heeft het college het dwangsombesluit herroepen voor zover de last betrekking heeft op de overtreding van het omgevingsplan. Dit onderdeel van de last is ingetrokken, omdat geen geluidsmeting op een reguliere avond is verricht en de geluidnormen uit het omgevingsplan op het moment van een gemelde incidentele festiviteit niet van toepassing zijn. Het college heeft het besluit voor het overige in stand gelaten. 6. Op 5 april 2025 heeft het college tijdens een vooraf gemelde incidentele festiviteit opnieuw een overschrijding van de geluidsnorm in de bovenwoning gemeten, waardoor eiseres een dwangsom heeft verbeurd. Deze keer bedroeg de overschrijding 27 dB(A). De verbeurde dwangsom heeft eiseres op 18 juni 2025 aan het college betaald. Om deze reden heeft het college geen invorderingsbeschikking genomen. 7. Tegen het bestreden besluit heeft eiseres beroep bij de rechtbank ingesteld. De Omgevingsdienst Regio Utrecht he Op de zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat tussen partijen niet in geschil is dat deze geluidsnorm als voorschrift aan de aan eiseres verleende omgevingsvergunning is verbonden. Uit de stukken maakt de rechtbank op dat de vergunning op 14 november 2019 aan eiseres is verleend. 14. De geluidsdeskundige heeft op de zitting toegelicht dat de norm van 75 dB(A) het toelaatbare achtergrondgeluid in het café is in de avondperiode. Het geluidsniveau van achtergrondmuziek moet 10 dB(A) lager liggen, namelijk 65 dB(A) in de avond. Op het moment dat sprake is van muziek met bastonen geldt een strafcorrectie van 10 dB(A), zodat in de avond 55 dB(A) is toegestaan in het café. Als er muziek wordt gedraaid met een geluidsniveau van 95 dB(A), dan wordt de norm in het café met 40 dB(A) overschreden. Op het moment van een incidentele festiviteit is 20 dB(A) extra toegestaan en zou er bij 95 dB(A) sprake zijn van een overschrijding van 20 dB(A). De rechtbank stelt met de geluidsdeskundige vast dat de hoogte van de overschrijding overeenkomt met het resultaat van de geluidsmeting in de avond op 6 april 2024. De geluidsdeskundige heeft verder toegelicht dat bij een incidentele festiviteit de norm voor in- en aanpandige gevoelige gebouwen met 20 dB(A) wordt opgerekt naar 50 dB(A), maar dat geldt niet voor de norm in het café. Die norm bedraagt altijd 75 dB(A). Eiseres is aldus uitgegaan van een verkeerde interpretatie van de toegestane geluidsnorm. 15. De rechtbank overweegt verder dat de vergunde geluidsnorm van 75 dB(A) geen toestemming geeft om af te wijken van de geluidsnormen die zijn vastgelegd in de APV. De APV is algemeen en rechtstreeks werkend. Dat betekent dat eiseres zowel moet voldoen aan de voorschriften in de omgevingsvergunning als aan de normen in de APV. De APV bevat binnenwaarden die gelden tijdens een incidentele festiviteit en het akoestisch rapport bij de omgevingsvergunning bevat een geluidsnorm die geldt voor in het café. De dwangsom gaat niet over de naleving van de geluidsnorm die geldt in het café zelf, maar over de norm uit de APV die geldt in geluidsgevoelige ruimten van aanpandige of inpandige gevoelige gebouwen en dus in de bovenwoning. Het college heeft bij de beoordeling of sprake is van een overtreding dus terecht uitsluitend de normen uit de APV betrokken. 16. De geluidsdeskundige van het college heeft op de avond van het feest een overschrijding gemeten van 18 dB(A). Dat volgt uit het geluidsrapport van 8 april 2024. Volgens vaste rechtspraak mag het bestuursorgaan op een geluidsmeting van een geluidsdeskundige afgaan. Een gemeten geluidsniveau van 68 dB(A) levert een overschrijding van 18 dB(A) van de toegestane norm in de avondperiode op. In hoeverre er bastonen zijn gemeten doet vanwege de gemeten overschrijding niet ter zake. 17. De rechtbank is met het geluidsrapport van de meting en de toelichting van de geluidsdeskundige op de zitting gebleken dat de geluidsnorm in de APV is overschreden, zodat het college bevoegd was daartegen met een last onder dwangsom handhavend op te treden. De beroepsgrond slaagt niet. Is de [straat] aangewezen als horecagebied? 18. Eiseres voert aan dat de [straat] is aangewezen als uitgaansgebied en dat de Omgevingsdienst Regio Utrecht dat ten onrechte ontkent. In de omgevingsvisie van de gemeente IJsselstein en het Toekomstbeeld binnenstad IJsselstein is de [straat] aangewezen als (nacht)horecagebied, aldus eiseres. 19. Het omgevingsplan bepaalt dat als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet bij of krachtens een gemeentelijke verordening een concentratiegebied voor horecabedrijven is aangewezen, waarin andere geluidwaarden zijn opgenomen, de waarden gelden die zijn opgenomen in die verordening. De [straat] in IJsselstein is niet bij gemeentelijke verordening aangewezen als horecaconcentratiegebied, zodat er geen afwijkende geluidsnormen gelden. Dat in de omgevingsvisie en het Toekomstbeeld binnenstad IJsselstein de [straat] wordt genoemd als (nacht)horecagebied, maakt