Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-06-08
ECLI:NL:RBMNE:2026:4627
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 26/1593 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2026 in de zaak tussen [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] , [eiser 5] , [eiser 6] , [eiser 7] , [eiser 8] , [eiser 9] , uit [plaats] , eisers en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, verweerder (gemachtigde: mr. J. Kaljee). Inleiding 1. Het college heeft twee verkeersbesluiten genomen op 17 september 2025, gepubliceerd op 24 september 2025. Het verkeersbesluit van 17 september 2025 met nummer [nummer] houdt in dat het verkeersbesluit van 12 maart 2025 inhoudende ‘het aanwijzen parkeerplaatsen voor opladen elektrische voertuigen op de [adres 1] ’ wordt ingetrokken. Het verkeersbesluit van 17 september 2025 met nummer [nummer] houdt in dat twee parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen bij [adres 2] in [plaats] worden aangewezen. 2. Eisers zijn het hier niet mee eens en hebben hiertegen bezwaar gemaakt. Het college heeft het bezwaar gericht tegen het besluit met nummer [nummer] op 29 januari 2026 niet-ontvankelijk verklaard omdat eisers geen belanghebbenden zijn bij dat verkeersbesluit. Het college heeft het bezwaar gericht het besluit met nummer [nummer] op 29 januari 2026 ongegrond verklaard. 3. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van hun bezwaar tegen het besluit [nummer] , waarbij het college twee parkeerplaatsen heeft aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen bij [adres 2] . Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eisers hebben op 20 mei 2016 aanvullende gronden ingediend. 4. De rechtbank heeft het beroep van eisers op 8 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser 1] , [eiser 2] [eiser 4] , [eiser 5] , [eiser 6] , [eiser 7] , [eiser 8] en de gemachtigde van het college. Ook is namens het college op zitting verschenen [A] , wijkcoördinator van de gemeente Houten. 5. Na afloop heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank 6. De rechtbank beoordeelt de vraag of het college het verkeersbesluit heeft mogen nemen waarbij twee parkeerplaatsen voor opladen elektrische voertuigen bij [adres 2] worden aangewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers. 7. De rechtbank komt tot het oordeel dat het college het bestreden besluit heeft mogen nemen. Dit betekent dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Ontvankelijkheid 8. De bewoners van [adressen] hebben bezwaren ingediend tegen beide primaire verkeersbesluiten. Vervolgens hebben zij beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen het besluit tot aanwijzing van de locatie bij [adres 2] . Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de bewoners van [adres 3] , de familie [naam] , geen belanghebbenden zijn omdat er voor hen geen gevolgen van enige betekenis zijn. 9. De rechtbank overweegt dat zij wel belanghebbenden zijn en daarom zijn zij ontvankelijk in hun beroep. De rechtbank volgt het college in haar standpunt dat familie [naam] mogelijk minder hinder ondervindt van de laadpaal dan de andere eisers, omdat hun woning verder is gelegen van de laadpaal en zij geen direct zicht hebben op de laadpaal. Het verschil in hinder ten opzichte van de bewoners van nummers [adressen] is niet zodanig dat zij geen feitelijke gevolgen van enige betekenis ervaren. Dat er zoveel verschil in hinder zou zijn tussen de bewoners van nummer [adres 3] en [adres 4] dat de één wel belanghebbende is en de ander niet is niet uit leggen, gelet op het feit dat de woning op de hoek ligt en geschakeld is aan woning nummer [adres 4] . Toetsingskader 10. Het bestreden besluit is een verkeersbesluit. Uit vaste jurisprudentie volgt dat het college beoordelingsruimte heeft bij de beantwoording van de vraag wat nodig is ter bescherming van de verkeersbelan