Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-01-21
ECLI:NL:RBMNE:2026:443
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/5095 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2026 in de zaak tussen Stichting Regionale Omroep Flevoland, uit Lelystad, eiseres(gemachtigde: H. Severens) en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad (gemachtigden: mr. D.R. Pinxter en E. Mulder). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een verzoek van eiseres van 11 oktober 2023 om op grond van de Wet open overheid (Woo) informatie te krijgen die betrekking heeft op de verlening van vergunningen voor de vestiging van een speelautomatenhal in Lelystad over de periode van 1 januari 2020 tot 6 oktober 2023. Het college heeft onderzoek verricht en 128 documenten aangetroffen die onder dit verzoek vallen. Deze documenten heeft het college gedeeltelijk openbaargemaakt. Het college vindt dat de niet openbaar gemaakte passages onder in de Woo vermelde uitzonderingen vallen, waardoor deze niet openbaar hoeven te worden gemaakt. Eiseres heeft beroep ingesteld, omdat zij vindt, dan wel vermoedt, dat de uitzonderingen in de Woo door het college te ruimhartig zijn opgevat en er geen zorgvuldige beoordeling is gemaakt. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het beroep gegrond is. 1.1 De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is, omdat weliswaar de in beroep bestreden weigeringsgronden van toepassing zijn, er onder verwijzing naar die weigeringsgronden teveel passages in de gedeeltelijk openbaargemaakte documenten zijn weggelakt. Er is dus niet zorgvuldig genoeg gelakt . Eiseres krijgt dus gelijk, het beroep is gegrond en het college moet opnieuw beoordelen wat er in de documenten wel en niet openbaar gemaakt kan worden. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Het college heeft op 30 januari 2024 op het Woo-verzoek van eiseres - van 11 oktober 2023 - beslist (het primaire besluit). Dit deelbesluit ziet op de documenten die betrekking hebben op de meest recente besluitvorming over de vergunning voor de vestiging van een casino in Lelystad. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. De bezwaarschriftencommissie heeft een advies uitgebracht. 2.1. Met het bestreden besluit van 10 juli 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij het primaire besluit gebleven. Hierbij is het advies van de bezwaarschriftencommissie onverkort overgenomen en is een nadere motivering gegeven voor zover passages niet openbaar zijn gemaakt, omdat het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang van het goed functioneren van de gemeente. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. Het college heeft een verweerschrift ingediend. 2.4. Met toepassing van artikel 8:29, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank van de ongelakte documenten kennisgenomen. 2.5. De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het college. Overwegingen Geheime stukken en procesbelang 3. Eiseres heeft gedurende de beroepsprocedure de rechtbank laten weten dat zij de ongelakte documenten heeft ontvangen en deze aan de rechtbank heeft teruggestuurd. De rechtbank leidde in eerste instantie uit de dossierstukken af dat het college per vergissing deze stukken had doorgestuurd aan eiser. Tijdens de behandeling ter zitting bleek echter dat de rechtbank hoogstwaarschijnlijk abusievelijk de ongelakte documenten aan eiseres heeft toegezonden. 4. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat enkel kennis is genomen van de eerste drie bladzijden van de ongelakte documenten, omdat hierna duidelijk werd dat het om de geheime stukken ging. Partijen hebben ter zitting afgesproken dat er een embargo rust op de gelakte passages waarvan eiseres per abuis kennis heeft genomen. Deze stukken worden niet g Indien teveel inzicht wordt gegeven in de verdeelprocedure, dan kan dit voor de gemeente nadelige gevolgen hebben in toekomstige verdeelprocedures, aldus het college. Beoordeling door de rechtbank Wijze van beoordelen 9. In het primaire besluit van 30 januari 2024 is vermeld dat het college onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van het Woo-verzoek en dat het verzoek gedeeltelijk wordt ingewilligd. Het college heeft in dit besluit toegelicht welke passages en documenten niet openbaar worden gemaakt, waarbij is verwezen naar meerdere weigeringsgronden. Het college heeft een inventarislijst gemaakt, waaruit volgt dat 128 documenten onder de reikwijdte van het verzoek vallen. Dit onderzoek is in beroep niet bestreden. 10. In het beroepschrift heeft eiseres de rechtbank verzocht na te gaan of de weigeringsgronden vermeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i en artikel 5.2, eerste en tweede lid, van de Woo juist zijn toegepast. De rechtbank beperkt zich daarom bij de beoordeling van het beroep tot die weigeringsgronden. Hierbij zijn alle documenten beoordeeld. Bedrijfs- en fabricagegegevens die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de gemeente zijn meegedeeld (artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo) 11. De rechtbank stelt vast dat deze weigeringsgrond slechts bij twee stukken (33 en 34) van de 128 documenten is toegepast. Ook artikel 8.8 van de Woo in samenhang met artikel 28 van de Wet Bibob is op die stukken van toepassing geacht. Na kennisname van de geheime stukken is de rechtbank van oordeel dat dit inderdaad stukken betreffen waarover de gemeente de beschikking heeft gekregen in het kader van de Bibob-procedure, zodat op grond van artikel 8.8 van de Woo artikel 5.1 van de Woo niet van toepassing is. De openbaarmaking van de betreffende stukken is dan ook terecht achterwege gelaten. 12. Verder zijn de door de vergunningaanvragers ingediende plannen van aanpak en bijbehorende bijlagen blijkens het primaire besluit ook geweigerd op deze weigeringsgrond. Zoals deze rechtbank echter eerder heeft overwogen , zijn dergelijke stukken als geheel te beschouwen als concurrentiegevoelige informatie. Eiseres heeft verder ook niet in bezwaar of beroep betoogd dat deze plannen ten onrechte niet openbaar zijn gemaakt. De beroepsgrond ter zake van deze weigeringsgrond slaagt niet. Goed functioneren van de gemeente (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo) en persoonlijke beleidsopvattingen bestemd voor intern beraad (artikel 5.2, eerste lid, van de Woo) 13. De rechtbank volgt het college dat deze weigeringsgronden maken dat er informatie in de aangetroffen 128 documenten mocht worden geweigerd. Eiseres heeft ook niet, in algemene zin, gemotiveerd bestreden dat deze weigeringsgronden niet mochten worden toegepast. Wat betreft persoonlijke beleidsopvattingen is de rechtbank van oordeel dat in verdeelprocedures, zoals hier aan de orde, waarin sprake is van aanzienlijke financiële belangen en grote bedrijven, ambtenaren zich vrij moeten voelen om hun persoonlijke visie en standpunten, al dan niet in overleg met externen, over de verschillende vergunningaanvragen naar voren te brengen, zonder ermee rekening te hoeven houden dat dit later openbaar wordt. De rechtbank volgt het college ook in de nadere motivering in het bestreden besluit over de weigeringsgrond inzake het goed functioneren van de gemeente. De rechtbank vindt het aannemelijk dat informatie die niet onder persoonlijke beleidsopvattingen valt, maar wel ziet op bijvoorbeeld correspondentie met een advocaat of processtrategieën, kan worden misbruikt bij toekomstige gelijksoortige verdeelprocedures. Het belang van openbaarmaking van dergelijke informatie weegt minder zwaar dan het belang dat toekomstige verdeelprocedures eerlijk en zorgvuldig verlopen. Na kennisname van de geheime stukken is de rechtbank van oordeel dat het college openbaarmaking van het merendeel van de weggelakte