Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-01
ECLI:NL:RBMNE:2026:4364
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11919618 \ UC EXPL 25-7994 VL/58599 Vonnis van 1 april 2026 in de zaak van FREELANCEFACTORING.COM B.V. , gevestigd in Rotterdam, eisende partij, hierna te noemen: Freelance, gemachtigde: mr. C. de Graeff, tegen [gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam] , wonend in [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1 Freelance heeft [gedaagde] op 7 oktober 2025 gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde] heeft schriftelijk op de dagvaarding gereageerd. Vervolgens heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling bepaald. 1.2 De mondelinge behandeling heeft op 25 februari 2026 plaatsgevonden. Namens Freelance was mevrouw [A] , [functie] , aanwezig. Zij werd bijgestaan door mr. C. de Graeff. Ook [gedaagde] was aanwezig. Partijen hebben antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter en de griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat is besproken. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om onderling betalingsafspraken te maken. De zaak is daarom een week aangehouden. Partijen hebben op 3 en 4 maart 2026 per e-mail laten weten dat zij niet tot overeenstemming zijn gekomen. De kantonrechter heeft vervolgens bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen. Op 5 maart 2026 heeft (de gemachtigde van) Freelance een inhoudelijke e-mail aan de rechtbank verzonden. De kantonrechter weegt de inhoud van deze e-mail niet mee in haar beslissing, omdat de mondelinge behandeling op 25 februari 2026 al was gesloten. 2 De kern van de zaak 2.1 Partijen hebben op 19 maart 2025 een factoringovereenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten, op basis waarvan [gedaagde] twee van zijn vorderingen op opdrachtgevers heeft verkocht aan Freelance. De vorderingen vertegenwoordigen een waarde van € 10.256,25. De betreffende twee opdrachtgevers weigeren echter aan Freelance te betalen. De één stelt dat zij [gedaagde] al heeft betaald en de ander betwist de factuur. Freelance wil daarom dat [gedaagde] de twee vorderingen terugkoopt en een nominale boete betaalt, vermeerderd met rente en kosten. Volgens Freelance is [gedaagde] daartoe verplicht op grond van de overeenkomst. [gedaagde] erkent dat hij € 10.256,25 aan Freelance moet terugbetalen en heeft daarvan al € 1.000,00 en € 925,63 voldaan. [gedaagde] vindt de bijkomende kosten echter te hoog en wil voor het restantbedrag een betalingsregeling. De kantonrechter wijst de vorderingen van Freelance toe. 3 De beoordeling [gedaagde] moet de vorderingen terugkopen 3.1 Partijen zijn het erover eens dat Freelance op grond van de overeenkomst gerechtigd is de overgedragen vorderingen terug te verkopen aan [gedaagde] . [gedaagde] is vervolgens gehouden tot terugbetaling van het aankoopbedrag, verminderd met eventuele deelbetalingen door de debiteur (de opdrachtgever van [gedaagde] ) en vermeerderd met diverse kosten. [gedaagde] moet het aankoopbedrag terugbetalen 3.2 Het aankoopbedrag was € 10.256,25. [gedaagde] heeft hiervan op 28 april 2025 € 1.000,00 betaald. Om die reden vordert Freelance in deze procedure nog € 9.256,25 van het aankoopbedrag. 3.3 Partijen zijn het er ook over eens dat [gedaagde] , op 16 mei 2025, nog een bedrag van € 925,63 aan Freelance heeft betaald. Dit bedrag strekt in mindering op de vordering van Freelance, met inachtneming van de wettelijke regelgeving over toerekening van betalingen. Dat betekent dat de betaling eerst in mindering strekt op kosten, dan op de verschenen rente en ten slotte in mindering op de hoofdsom en de lopende rente. [gedaagde] moet wettelijke rente betalen 3.4 Freelance vordert € 311,60 aan ontstane wettelijke handelsrente en de wettelijke handelsrente over € 8.330,62 vanaf de dag van de dagvaarding tot het moment dat het volledige bedrag is betaald. Voor de berekening van de verschenen handelsrente is Freelance uitgegaan van de vervaldata van de facturen die [gedaagde] aan Freelance had verkocht. Dit is naar het oordeel van de kantonrecht