Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-05-08
ECLI:NL:RBMNE:2026:4324
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Almere Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/4109 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. D. Quakernaat), en De directie van de RDW, de RDW (gemachtigde: P.R. Kamps). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de vraag of de RDW de aanvraag van eiser tot het gebruik van model 18.2 kentekenplaten mocht afwijzen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de RDW de aanvraag van eiser mocht afwijzen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag gedaan tot het gebruik van model 18.2 kentekenplaten. De RDW heeft de aanvraag met het besluit van 21 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 27 mei 2025 op het bezwaar van eiser is de RDW bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 4. De RDW heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 5. De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de RDW. Eiser heeft zich voor de zitting afgemeld. Beoordeling door de rechtbank Het bestreden besluit 6. De RDW heeft de aanvraag van eiser afgewezen, omdat aan de achterzijde van zijn auto voldoende ruimte is voor het bevestigen van een standaard kentekenplaat. Dat de standaard kentekenplaat gedeeltelijk over de logo’s van de auto komt betekent volgens de RDW niet dat er geen ruimte is om een kentekenplaat met standaardafmetingen te bevestigen. De logo’s van de auto zijn namelijk geen fabrieksmatig aangebrachte onderdelen in de nis die de beschikbare ruimte voor een standaard kentekenplaat beperken. Verder is het besluit volgens de RDW niet onevenredig, omdat eiser niet verplicht is om de logo’s te verwijderen voordat een standaard kentekenplaat bevestigd kan worden en omdat de doelen die gediend zijn met het voeren van een standaard kentekenplaat zwaarder wegen. Het standpunt van eiser 7. Eiser vindt dat de RDW hem toestemming had moeten geven voor het gebruik van een model 18.2 kentekenplaat. Volgens eiser is er geen ruimte in de nis aan de achterzijde van zijn auto om een standaard kentekenplaat te bevestigen. Dit omdat de ruimte tussen de twee logo’s aan de achterzijde van zijn auto te smal is om een standaard kentekenplaat te bevestigen. Ook vindt eiser dat het bestreden besluit onevenredig is. Eiser zal de logo’s moeten verwijderen om voldoende ruimte te maken. De RDW kan volgens eiser niet van hem verwachten dat hij zijn auto permanent wijzigt en de kosten daarvan draagt. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn stellingen een offerte van een Toyota-dealer en een technisch expertiserapport van DEKRA Claims and Expertise B.V. overgelegd. Kon de RDW de aanvraag afwijzen? 8. Uit de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling kentekens en kentekenplaten volgt dat de RDW bevoegd is om toestemming te verlenen voor het voeren van model 18.2 kentekenplaten. De RDW heeft deze bevoegdheid uitgewerkt in punt 4A van de Wijze van werken . Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat de RDW beoordelingsruimte heeft bij het verlenen van toestemming voor het voeren van model 18.2 kentekenplaten. Is er genoeg ruimte aan de achterzijde? 9. De rechtbank is van oordeel dat de RDW er terecht op heeft gewezen dat er voldoende ruimte aan de achterzijde van eisers auto is om een standaard kentekenplaat te bevestigen. Eiser heeft bij zijn aanvraag foto’s overgelegd op basis waarvan de RDW heeft beoordeeld dat voldoende ruimte aanwezig is. Een dergelijke visuele controle is volgens punt 4A van de Wijze van werken een geschikt middel voor het bepalen of er ruimte is voor het monteren en bevestigen van standaard achterkentekenplaten. Zijn de logo’s fabrieksmatig aangebrachte onderdelen waard Uit de door eiser overgelegde citaten van de keurmeester blijkt niet dat is toegezegd toestemming te verlenen voor het voeren van model 18.2 kentekenplaten. Dit blijkt ook niet uit de verklaringen van de Koninklijke Marechaussee. Conclusie en gevolgen 15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van zijn aanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr.B.J. van Rossum, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2026. De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Punt 4A van de Wijze van werken van juli 2022 van de RDW 4A Ruimte voor het monteren en bevestigen van achterkentekenplaten Versie juli 2022 Voertuigcategorie Ml, M2, M3, Nl, N2, N3, 01, 02, 03, 04 Basis Verordening (EU) 1003/2010, bijgewerkt tot en met Verordening (EU) 2015/166 Datum eerste toelating met ingang van: 1 juli 2014 Datum eerste toelating tot: 6 juli 2022 Individuele toelatingseis Voertuig moet voldoen aan bijlage II, met uitzondering van de punten 1.2.1.6 en 1.2.3., van Verordening (EU) 1003/2010. De eis van punt 1.2.1.4.2 voor wat betreft de hoogte van de plaat boven het wegdek is niet van toepassing voor huisvuilwagens met een laadconstructie aan de achterzijde. In afwijking van het gestelde in punt 1.1.1. mag onder de volgende voorwaarden een minimale kentekenplaatafmeting van 310 x 110 mm worden geaccepteerd en hoeft niet te worden voldaan aan punt 1.2.1.1.1: - het betreft een voertuig van de voertuigclassificatie Ml en N1,en - de plaats voor de kentekenplaat bestaat uit een van fabriekswege aangebrachte nis die een geheel vormt met de carrosserie of de achterbumper, en waarbij de kentekenplaatverlichting in deze nis is opgenomen, en - de nis te geringe afmetingen heeft voor de zowel een kentekenplaat van de afmetingen 520 x 110 mm als voor een kentekenplaat van de afmetingen 340 x 210 mm, of - de nis voldoende ruimte heeft maar bij montage van een kentekenplaat van de afmetingen 520 x 110 mm of 340 x 210 mm een oorspronkelijke gebruikersfunctie verloren gaat. De nis wordt ook als te klein aangemerkt indien de van fabriekswege ingerichte plaats voor de kentekenplaat aan de onderzijde open is en dermate laag is gelegen dat bij montage van een kentekenplaat van de afmetingen 340 x 210 mm de onderkant van deze kentekenplaat minder dan 0,30 m boven het wegdek is gelegen, gemeten met het voertuig in onbeladen toestand. Wijze van keuren Visuele controle. Bij twijfel meten. Toelichting Onder een oorspronkelijke gebruiksfunctie van een voertuigonderdeel wordt verstaan een onderdeel dat door de voertuigfabrikant zelf is aangebracht in de nis waardoor de reguliere kentekenplaat niet past. Elk onderdeel dat buiten de voertuigfabrikant is gemonteerd in de nis, valt niet onder oorspronkelijke gebruiksfunctie. Als gevolg van de uitspraak 201806282/1/A2 van de Raad van State is de minimale diepte van de nis van 15 mm komen te vervallen. Dit volgt uit artikel 42, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 in samenhang met Artikel 3,