Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-01-21
ECLI:NL:RBMNE:2026:388
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 11847549 \ MC EXPL 25-4662 Vonnis van 21 januari 2026 in de zaak van [eiseres] B.V. , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V., tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek. 1.2. [gedaagde] heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, daarna niet meer gereageerd. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiseres] biedt een uitgebreid onderwijsaanbod aan van particuliere kleinschalige MBO-opleidingen, HBO-opleidingen en vakopleidingen. 2.2. [gedaagde] heeft zich op 5 november 2021 ingeschreven bij [eiseres] voor een opleiding. 2.3. [eiseres] is hiervoor op 11 november 2021 een overeenkomst van opdracht aangegaan met [gedaagde] . [gedaagde] heeft ook op 11 november 2021 een toelatingstoets gedaan. 2.4. [gedaagde] heeft op 17 november 2021 de overeenkomst herroepen. 2.5. De opleiding zou op 22 november 2021 beginnen. 2.6. In artikel 9.5 van de algemene voorwaarden staat onder meer: “9.5 De student is aan [eiseres] een redelijk loon als bedoeld in artikel 7:411 BW verschuldigd in geval van elke andere annulering dan annulering conform artikel 5.8 (student wordt niet toegelaten), 9.3 (annulering binnen 14 dagen), 9.6 (niet doorgaan van de opleiding) of 21.3 (bij prijsverhoging). (…) - (…) - Indien de student 4 of minder weken vóór de start van de opleiding annuleert, is de student het redelijk loon bestaande uit het inschrijfgeld plus de opstartkosten ter hoogte van 10% van het jaarbedrag aan studiegeld verschuldigd. (…)” 3 Het geschil 3.1. [eiseres] heeft gevorderd [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van € 818,33 (bestaande uit € 604,60 aan hoofdsom, € 109,73 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 104,00 aan rente) te vermeerderen met de wettelijke rente over € 714,33, te berekenen vanaf 25 juli 2025 tot de dag van voldoening met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 3.2. Aan deze vordering heeft [eiseres] , kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. [gedaagde] heeft de inschrijving binnen veertien dagen geannuleerd. Op grond van artikel 9.5 van de algemene voorwaarden is [gedaagde] daarom de inschrijvingskosten en 10% van het jaarbedrag aan studiegeld verschuldigd aan [eiseres] . [gedaagde] heeft ondanks aanmaningen niet betaald. [eiseres] vordert daarom nu betaling in deze procedure. [eiseres] heeft tevens aanspraak gemaakt op de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten, nu [gedaagde] in verzuim is geraakt. 3.3. [gedaagde] heeft in zijn conclusie van antwoord – samengevat – het volgende aangevoerd. [gedaagde] heeft tijdig gebruik gemaakt van zijn herroepingsrecht en is daarom niets aan [eiseres] verschuldigd. De toelatingstoets die [gedaagde] heeft gedaan, is uitdrukkelijk als kosteloos gepresenteerd. [gedaagde] verzoekt om de vorderingen van [eiseres] af te wijzen en [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde] te veroordelen. [gedaagde] verzoekt om hem € 250,00 per uur aan kosten toe te kennen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] de inschrijfkosten en een redelijk loon aan [eiseres] moet betalen. [gedaagde] heeft het recht om de overeenkomst kosteloos te herroepen (artikel 6:230o BW). [eiseres] erkent ook dat [gedaagde] de overeenkomst binnen veertien dagen heeft herroepen. In artikel 6:230i lid 1 BW staat dat niet in het nadeel van de consument van artikel 6:230o BW kan worden afgeweken. Artikel 9.5 van de algemene voorwaarden wijkt wel af in het nadeel van de consument omdat in dat artikel is opgenomen dat het inschrijfgeld en de opstartkosten verschuldigd zijn als de opl