Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-01-05
ECLI:NL:RBMNE:2026:3
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats: Lelystad Parketnummer: 16/179543-24 (P) Tegenspraak (art. 279 Sv) Vonnis van de meervoudig kamer van 5 januari 2026 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [1972] in [geboorteplaats] (Syrië), Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW), hierna: [verdachte] . 1 ZITTING De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de openbare zittingen van 27 november, 28 november en 1 december 2025. Het onderzoek is gesloten op 5 januari 2026. Op de zitting waren aanwezig: de officieren van justitie: mrs. B. Niks en A.E. Lohuis (hierna gezamenlijk: de officier van justitie); de gemachtigde advocaat van [verdachte] : mr. E. Albayrak, advocaat te Heerenveen; de nabestaanden [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] ; de tolken L. Hannouf en W. Fade, geregistreerde en beëdigde tolken in de Arabische (Syrische-Libanese) taal voor de nabestaande [naam 1] ; [naam 5] , medewerker [instelling] , en [naam 6] , slachtoffercoördinator Openbaar Ministerie; de deskundige [naam 7] , cultureel antropoloog en arabist; de deskundigen [naam 8] en [naam 9] , deskundigen digitale technologie bij het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI); [medeverdachte 1] , hierna te noemen: [medeverdachte 1] , medeverdachte in de gelijktijdige behandelde zaak met parketnummer 16/181375-24, en zijn advocaat: mr. J.T.H.M. Mühren, advocaat te Purmerend; de tolk J. Labban, geregistreerd en beëdigd tolk in de Arabische (Syrische-Libanese) taal voor [medeverdachte 1] ; - [medeverdachte 2] , hierna te noemen: [medeverdachte 2] , medeverdachte in de gelijktijdig behandelde zaak met parketnummer 16/181067-24, en zijn advocaat: mr. N. Hendriksen, advocaat te Hoorn. 2 TENLASTELEGGING De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat, in de periode van 27 mei 2024 tot en met [2024] in Lelystad, Huizen, Rotterdam en/of [plaats 1] samen met (een) ander(en) opzettelijk en met voorbedachten rade zijn dochter [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) van het leven heeft beroofd. De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis. 3 BEWIJS 3.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte] het ten laste gelegde medeplegen van moord heeft gepleegd. 3.2. Standpunt van de verdediging De advocaat van [verdachte] verzoekt de rechtbank om [verdachte] partieel vrij te spreken van de ten laste gelegde voorbedachten rade en medeplegen. De advocaat van [verdachte] voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3. 3.3. Oordeel van de rechtbank 3.3.1. Bewijsmiddelen De rechtbank oordeelt dat het ten laste gelegde medeplegen van moord is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan. Hieronder volgt een opsomming van de in die bijlage opgenomen bewijsmiddelen: proces-verbaal van bevindingen inhoudende onderzoek naar de plaats delict, zie bijlage II punt 1; proces-verbaal van bevindingen inhoudende onderzoek naar de plaats delict met fotobijlage, zie bijlage II punt 2; proces-verbaal van bevindingen inhoudende onderzoek naar het stoffelijk overschot van het slachtoffer, zie bijlage II punt 3; rapport van arts en forensisch patholoog drs. [naam 10] inhoudende een onderzoek naar de mogelijke doodsoorzaak, zie bijlage II punt 4; proces-verbaal van bevindingen inhoudende onderzoek naar forensisch overlijdensonderzoek van het slachtoffer, zie bijlage II punt 5; rapport van NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA dr. [naam 11] inhoudende een DNA-onderzoek naar de tape, zie bijlage II punt 6; rapport van NFI-deskundige forensisch onderzoek kras-, indruk- en vormsporenonderzoek ing. [naam 12] inhoudende een vergelijkend en reconstructie-onderzoek aan tapedelen naar aanleiding van het aantreffen van een stoffelijk overschot, zie bijlage II punt 7; rapport v In de dagen erna heeft [verdachte] in chatberichten aan zijn vrouw en in e-mails aan de Telegraaf aangegeven dat hij, en hij alleen, [slachtoffer] heeft gedood, in een vlaag van woede.[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ontkennen dat zij een aandeel hebben gehad in de dood van hun zus. Zij zouden haar juist hebben willen beschermen tegen de woede van vader. Op de Knardijk zou [verdachte] met [slachtoffer] zijn weggelopen om te praten, om na enige tijd zonder haar weer terug te komen: ze was boos weggerend, zou [verdachte] hebben gezegd. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of bewezen is dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hun dochter/zus hebben gedood. Hiertoe zal de rechtbank uiteenzetten wat vast staat over de gebeurtenissen van 27 en [2024] . Vervolgens zal hier juridische duiding aan worden gegeven. Doodsoorzaak De patholoog concludeert dat de bevindingen van de sectie iets waarschijnlijker zijn onder het scenario van verdrinking dan onder het scenario van samendrukkende krachtsinwerking aan de hals. De patholoog beschrijft dat er aanwijzingen zijn voor samendrukkende krachtsinwerking aan de hals (met hierdoor mogelijk het verlies van het bewustzijn), voorafgaand aan deze verdrinking. Tussenconclusie De rechtbank concludeert dat het overlijden van [slachtoffer] het best verklaard kan worden door verdrinking, waarvoor er eerst verwurging heeft plaatsgevonden. De gebeurtenissen op 27 en [2024] 1. [slachtoffer] in Rotterdam opgehaald Uit de in telefoons aangetroffen chatgesprekken blijkt dat [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 27 mei 2024 druk waren om [slachtoffer] op te sporen en verdere maatregelen te treffen. Zo meldde [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] dat zij zo snel mogelijk van haar verlost moesten raken en bespraken de drie verdachten in een gezamenlijke chatgroep manieren om haar te vinden. Bijvoorbeeld door de verloofde van [medeverdachte 2] , genaamd [naam 14] , de enige van de familie met wie [slachtoffer] nog contact had, kleding aan [slachtoffer] te laten geven, waartussen een GPS-tracker kon worden verstopt. In de loop van de dag lukte het [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] via tussenpersonen te achterhalen dat [slachtoffer] in Rotterdam bij een vriend genaamd [naam 19] verbleef, waarna zij haar zijn gaan ophalen. Onderwijl plaatste [verdachte] in de chatgroep berichten waarin hij instructies gaf. Zo spoorde [verdachte] zijn zoons aan om geen vingerafdrukken achter te laten en geen banken te gebruiken (kennelijk om ook geen digitale sporen na te laten). 2. De autorit naar de Knardijk in Lelystad Tijdens de rit vanuit Rotterdam ontvingen de broers steeds aanwijzingen van [verdachte] , o.a. over de te volgen route en het vermijden van hoofd- en snelwegen. Over wat er met [slachtoffer] moest gebeuren schreef [verdachte] om 22:09 uur: " En onderzoek de weg, waar een ingang naar een meer die ver van hier is, dump haar daarin. Het moet diep zijn. Verzwaar haar bij haar benen. Laat de vissen haar opeten. Dat er geen sporen van haar te vinden zijn." Ook gaf hij instructies over het wissen van gegevens op de telefoon van [slachtoffer] . Veel berichten van met name [medeverdachte 1] zijn gewist, maar uit de gevolgde route en de teruggevonden reacties van de broers blijkt dat zij met hun vader meewerkten en meedachten. Zo werd er vanaf de telefoon van [medeverdachte 2] een bericht gestuurd dat ‘ze’ ( [slachtoffer] ) het gaat vermoeden. Ook werd vanaf de telefoon van [medeverdachte 2] bericht: “ Ik zweer op God dat het bos beter was ” , wat gezien het verband een verwijzing moet zijn naar een geschikte locatie om [slachtoffer] te doden. Om 23:36 uur berichtte [verdachte] dat hij naar hen onderweg was. Om 23:55 uur schreef [verdachte] : “Ik heb plakband mee voor de mond, en om de handen en de benen vast te binden. Daarna haar in zee gooien met verzwaring aan haar benen.” Om 00:16 uur reageerde [verdachte] in de chatgroep met de afbeelding van een duimpje op het berich Locatie [medeverdachte 2] In de Samsung telefoon van [medeverdachte 2] heeft het NFI geen registratiefunctie van hoogteverschil aantroffen, zodat langs die weg niet kan worden vastgesteld of [medeverdachte 2] wel of niet van de Knardijk naar de enge plaats delict is afgedaald.Na de registratie van de GPS-locatie bij ‘belangrijke locatie 1’ om 00:23:55 uur is de volgende GPS-locatie van deze telefoon pas om 01:26:55 uur geregistreerd, op de route van de terugweg. Aan deze registraties kan dan ook niet worden ontleend dat [medeverdachte 2] zich eveneens naar de directe omgeving van de enge plaats delict heeft verplaatst. Een dergelijke verplaatsing is echter ook niet uitgesloten. De Google Fit app van de telefoon van [medeverdachte 2] heeft tussen 00:57 uur en 01:23 uur stappen en afstanden geregistreerd. Tussen 00:57 uur en 01:04 uur registreerde de app 220 stappen met een afstand van 138,08 meter. Dit is een opvallende overeenkomst met tijdstip en afstand van de verplaatsing van [slachtoffer] naar de enge plaats delict. 4. Gezamenlijk vertrek en wissen van sporen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] zijn rond 01:25 uur vanaf de Knardijk vertrokken. [medeverdachte 1] reed met zijn vader mee en [medeverdachte 2] reed in zijn eigen auto. Uit cameraregistraties en GPS-locaties volgt dat de verdachten gezamenlijk richting [plaats 1] zijn gereden. Toen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [slachtoffer] nog op de heenweg waren naar de Knardijk, was er in de verschillende chatgroeps van de familie al door [verdachte] en [medeverdachte 2] aangegeven dat er chats/gesprekken gewist moesten worden, blijkbaar omdat er veel boze berichten waren waarin [slachtoffer] dood werd gewenst. Op [2024] heeft [medeverdachte 2] in de chatgroep van de jongere familieleden gezegd dat zij berichten moesten wissen. Op 29 mei 2024 liet [medeverdachte 2] weten dat de hele chatgroep moest worden verwijderd. Van de telefoon van [medeverdachte 2] zijn audiobestanden van 28 mei verwijderd. Op de telefoon van [medeverdachte 2] is een Snapchat opname achterhaald, waarin te horen is dat (vermoedelijk) [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 2] zegt dat communicatie via Snapchat veiliger is en er chats moeten worden gewist. Op 31 mei 2024 stuurt [verdachte] een Telegram bericht naar [medeverdachte 1] over het wissen van berichten. Naast het wissen van gegevens op telefoons zijn ook op andere manieren sporen verwijderd. Zo heeft [medeverdachte 2] op 29 mei 2024 aan [medeverdachte 1] geschreven: “Als de zilveren plakband hier is, gooi hem weg. Snel”. Dit bericht is gestuurd vlak voordat de politie de woning kwam doorzoeken. Hieruit volgt dat [medeverdachte 2] wist dat bij het ombrengen van [slachtoffer] een rol ducttape was gebruikt, en dat hij wilde voorkomen dat de politie deze zou vinden. Verder valt op dat [medeverdachte 2] tegen de politie heeft gezegd dat hij niet wist waar zijn vader was, terwijl hij [verdachte] toen al had geholpen bij zijn vlucht naar Syrië. Tot slot zit er een gesprek van 30 mei 2024 in het dossier, waaruit volgt dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] afstemmen wat zij tegen anderen gaan verklaren over de oorzaak van de dood van [slachtoffer] . Vervolgens heeft [medeverdachte 2] aan zijn familie duidelijk gemaakt dat zij allemaal hetzelfde moesten verklaren. Al deze gedragingen duiden op pogingen van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] om sporen te wissen en een gezamenlijk verhaal te creëren. DNA-onderzoek Er is DNA-onderzoek uitgevoerd op bemonsteringen van onder de nagels van [slachtoffer] en op de ongeveer 18,5 meter tape waarmee [slachtoffer] was vastgebonden. In de bemonsteringen van onder de nagels van de linker ringvinger, de rechter middelvinger en de rechter pink van [slachtoffer] is een DNA-profiel met een hoge bewijskracht aangetroffen van een onbekende [persoon] . DNA van dezelfde onbekende [persoon] is aangetroffen op delen van de tape, namelijk op het mondstukje links, de enkels en op een los aangetr Maar ook uit hun eigen verklaringen blijkt dat [naam 14] , de verloofde van [medeverdachte 2] niet was geblokkeerd en in de periode kort voor haar dood nog steeds contact met [slachtoffer] onderhield. Dat de verdachten (ook) niet hebben geprobeerd om via de verloofde [slachtoffer] te (laten) bellen, ’s nachts niet en de volgende ochtend ook niet, kan naar het oordeel van de rechtbank maar op één manier worden verklaard: zij wisten heel goed dat zij haar telefoons nooit meer zou opnemen omdat ze niet meer in leven was. Juridische conclusies met betrekking tot de bewezenverklaring Opzet op de dood [verdachte] Met de vaststelling dat [verdachte] zijn dochter heeft gekneveld en gewurgd, en haar met haar hoofd in het water heeft achtergelaten, is bewezen dat hij (vol) opzet heeft gehad op haar dood. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] Hiervoor is al aangegeven dat de rechtbank geen geloof hecht aan de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dat zij niet wisten dat [slachtoffer] zou worden gedood. Evenmin gelooft de rechtbank dat zij van [verdachte] hadden aangenomen dat zij was weggerend. In dit verband is van belang dat het plan dat leidde tot de dood van [slachtoffer] vooraf in de chatgesprekken is besproken, tot en met een geschikte locatie en het gebruik van tape aan toe. Ook is gebleken dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de instructies van [verdachte] opvolgden en met hem meedachten, waarbij [medeverdachte 2] zelfs een ‘betere’ alternatieve moordplek (het bos) voorstelde. De rechtbank is er dan ook van overtuigd dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op instructie van [verdachte] [slachtoffer] naar een afgelegen plek hebben gebracht waar zij moest worden gedood. Ten aanzien van [medeverdachte 1] is de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen ervan overtuigd dat hij op de enge plaats delict is geweest waar [slachtoffer] vastgetapet in het water is beland. Ten aanzien van [medeverdachte 2] is niet vast te stellen wat zijn precieze feitelijke aandeel is geweest tijdens de laatste minuten van [slachtoffer] , en met name niet of hij op de enge plaats delict is geweest. Voor de schuldvraag maakt dit uiteindelijk niet uit. De rechtbank is er op basis van de bewijsmiddelen van overtuigd dat hij een essentieel aandeel heeft gehad bij de dood van zijn zusje. Samen met zijn broer en vader was hij onderdeel van het plan om haar te doden. Samen met zijn broer heeft hij haar opgehaald uit Rotterdam en naar de plaats delict gereden in de wetenschap wat haar stond te gebeuren. Direct na de moord op zijn zusje is [medeverdachte 2] met zijn vader en broer naar het ouderlijk huis gegaan, waarna zij zich alle drie hebben ingespannen om sporen te wissen en de rol van met name [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te verhullen. De rechtbank heeft sterk de indruk dat het steeds de bedoeling was dat [verdachte] , in een ver buitenland, alle schuld op zich zou nemen, om de broers zo uit de wind te houden. Het motief van verdachten volgt duidelijk uit het dossier, en ondersteunt het opzet. De verdachten waren boos op [slachtoffer] omdat zij vreesden voor de eer van de familie. In de chatgesprekken is meermaals besproken dat zij door haar ‘vrije’ gedrag de familie-eer had besmeurd en te schande gemaakt. Als oplossingen voor het gedrag van het slachtoffer zijn de opties verstoting, (aanzetten tot) zelfmoord en moord besproken. Uiteindelijk volgt uit de gesprekken dat de verdachten ervoor hebben gekozen om [slachtoffer] te doden, en zij hebben dit ook uitgevoerd. De rechtbank concludeert dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (vol) opzet op de dood van [slachtoffer] hebben gehad. Voorbedachte raad Voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad moet komen vast te staan dat de verdachten zich gedurende enige tijd hebben kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit iemand van het leven te beroven en dat zij niet hebben gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat zij de gelegenheid hebben gehad na te Vordering van de officier van justitie De officier van justitie eist dat [verdachte] wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 25 jaren. 5.2. Standpunt van de verdediging De advocaat van [verdachte] verzoekt de rechtbank om een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd, op te leggen. Hierbij heeft de advocaat bepleit dat in soortgelijke zaken gevangenisstraffen tussen de 18 tot 20 jaren worden opgelegd. De raadsman heeft bepleit dat indien de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van moord, maar wel doodslag komt, een gevangenisstraf van maximaal 10 jaar passend is vanwege straffen die worden opgelegd in soortgelijke zaken. 5.3. Oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de aan [verdachte] op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder [verdachte] dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee, zoals van één en ander ter terechtzitting is gebleken. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Ernst en omstandigheden van het feit De moord op [slachtoffer] was het tragische dieptepunt van een familiegeschiedenis waarin onderdrukking van vrouwen een rode draad vormt. Deze onderdrukking was al lang voor de moord op [slachtoffer] begonnen want ook de zussen van [slachtoffer] zijn hiervan slachtoffer geweest, zo volgt uit politiemutaties, al lijken zij daar uiteindelijk in te hebben berust. Uit het dossier blijkt dat de gedachtewereld waar dit uit voortkomt het grootste deel van de familie in de ban hield, maar dat de tirannie vooral van [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] uitging. Het verlangen van [slachtoffer] om eigen keuzes te maken, werd niet gerespecteerd, waarbij de rechtbank opmerkt dat haar wensen totaal niet vreemd of extreem waren: het afleggen van de hoofddoek en het aangaan van relaties. Thuis was zij niet vrij en ook niet veilig. Dreigen met geweld en dood was nooit ver weg, zo blijkt uit het dossier. Omdat [slachtoffer] bang was voor haar familie is zij meerdere malen uit huis geplaatst. Nadat zij op 22 mei 2024 wederom uit huis was gegaan, heeft zij nog vijf dagen geleefd. Toen haar broers haar op 27 mei 2024 hadden opgespoord, wilde [slachtoffer] in eerste instantie niet meegaan. Uit angst heeft ze nog gedreigd zichzelf wat aan te doen. Op manipulatieve wijze hebben verdachten haar toen meegelokt. Zij hebben haar gezegd dat zij haar zouden beschermen en helpen met het oplossen van de problemen. Uit verklaringen blijkt dat zij heeft vertrouwd op het woord van haar broers. Maar in plaats van hun zusje te beschermen, hebben zij haar naar een afgelegen gebied aan de Oostvaardersplassen gebracht in de wetenschap wat daar te gebeuren stond. De rechtbank heeft tijdens de schouw de plaats delict en de nabije omgeving bij avond waargenomen: een afgelegen en donkere plek waar [slachtoffer] geen enkele kans maakte tegen de overmacht van drie mannen. De wijze waarop zij om het leven is gebracht is gruwelijk geweest: aan handen en voeten getapet, haar mond afgeplakt en als een object in het water gegooid, waarschijnlijk al bewusteloos na verwurging. De verdachten zijn meteen daarna vertrokken en hadden het al direct over het wissen van sporen. De sociale media-applicaties, foto’s en video’s van [slachtoffer] zijn ook gewist, kennelijk mocht [slachtoffer] ook digitaal niet meer bestaan. Deze kille berekening staat in een scherp contrast met de rol van liefdevolle familieleden die zij zelf zeggen te zijn. De verdediging heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van eerwraak. Als gezegd gaat de rechtbank uit van een planmatige moord in familieverband. Over het begrip eerwraak valt veel te zeggen en de rechtbank heeft zich hierover laten voorlichten. De rechtbank stelt in ieder geval vast dat de moord op [slachtoffer] een forse eergerelateerde component heeft. Daarnaast kan ook de typering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert de verbeurdverklaring van de auto van [verdachte] , nu is gebleken dat met behulp van dit voorwerp de moord is gepleegd. Daarnaast vordert de officier van justitie de verbeurdverklaring van de telefoons van [slachtoffer] . 6.2. Standpunt van de verdediging De advocaat van [verdachte] verzoekt om de teruggave van de auto. Volgens de advocaat is de auto van [verdachte] onvoldoende verweven met het plegen van het strafbare feit, met de auto zelf is evenmin een strafbaar feit gepleegd en deze is ook niet uit het strafbare feit verkregen. 6.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank zal het volgende in beslag genomen voorwerp verbeurd verklaren, te weten: - een auto van het merk Saab / 9-3 met kenteken [kenteken] , zwart, voorwerpnummer MD2R024081_821298. Met behulp van dit voorwerp is het bewezen verklaarde feit begaan. [verdachte] is met deze auto naar de plaats delict gereden en heeft na het plegen van de moord de auto gebruikt om te vluchten. De rechtbank zal geen beslissing nemen over de in beslag genomen telefoons van [slachtoffer] , nu zij reeds hierover een beslissing in het vonnis van [medeverdachte 1] heeft gewezen. 7 TOEGEPASTE WETSARTIKELEN De opgelegde straf en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen: - artikelen 33, 33a, 47 en 289 van het Wetboek van Strafrecht. 8 DE BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart bewezen dat [verdachte] het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3 is omschreven; verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij; Strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4 is vermeld; Strafbaarheid [verdachte] - verklaart [verdachte] strafbaar voor het bewezenverklaarde; Straf - veroordeelt [verdachte] tot een gevangenisstraf van 30 (dertig) jaren ; Beslag - verklaart het volgende voorwerp verbeurd: o een auto van het merk Saab / 9-3 met kenteken [kenteken] , zwart, voorwerpnummer MD2R024081_821298. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Loots, voorzitter, mr. V.A. Groeneveld en mr. H.C. Piet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.Z. Turan, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2026. Bijlage I: de tenlastelegging Aan [verdachte] is tenlastegelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 27 mei 2024 tot en met [2024] te Lelystad en/of Huizen en/of Rotterdam en/of [plaats 1] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, zijn dochter [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door - te slaan en/of te stompen en/of te duwen en/of te drukken en/of te knijpen tegen en/of op en/of in de armen en/of de benen en/of de schouders en/of de rug, in elk geval door de armen en/of de benen en/of de schouders en/of de rug (stevig) vast te pakken, althans een of meer (andere) vormen van fors geweld op en/of tegen het lichaam van [slachtoffer] uit te oefenen en/of - de keel en/of de hals al dan niet met een voorwerp dicht te knijpen en/of dicht te drukken en/of enige tijd dichtgeknepen en/of dichtgedrukt te houden, in elk geval op enige manier de ademhalingsbeweging en/of ademweg te belemmeren en/of te benauwen, en/of - de hals en/of de nek en/of het hoofd (strak) te (ver)binden met tape en/of de mond (strak) dicht te plakken met tape en/of - de polsen op de rug en/of de enkels (strak) bij elkaar te (ver)binden met tape en/of - (vervolgens) haar/ het lichaam in een (moeras)poel, althans in het water, te gooien en/of te duwen en/of te leggen. Bijlage II: bewijsmiddelen Aantreffen slachtoffer 1. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben in een proces-verbaal van bevindingen van [2024] – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: Op [2024] omstreeks 09.17 uur kwamen wij ter plaatse aan op de Knardijk nabij de Buizerdweg te Lelystad. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , hoorde dat Een deskundigenrapport van het NFI : “Forensisch pathologisch onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke aard van overlijden” met bijlagen van 5 juli 2024 opgesteld door drs. [naam 10] , arts en forensisch patholoog, voor zover inhoudende als verklaring van voornoemde deskundige: 1 Overledene Naam: [slachtoffer] Bovengenoemde persoon is levenloos aangetroffen aan de Knardijk/ Buizerdweg in Lelystad op [2024] . 7 Conclusie Bij forensisch pathologisch onderzoek op het lichaam van [slachtoffer] , 18 jaar oud geworden, kan gesteld worden dat: - de kansverhouding al de forensisch pathologische bevindingen te doen iets waarschijnlijker tot waarschijnlijker is gegeven een overlijden door verdrinking dan door een overlijden door samendrukkende krachtsinwerking aan de hals; - de kansverhouding al de forensisch pathologische bevindingen te doen veel waarschijnlijker is gegeven een overlijden door verdrinking dan door een overlijden door 'smoren'. Indien er daadwerkelijk sprake was van een overlijden door verdrinking waren er aanwijzingen voor samendrukkende krachtsinwerking aan de hals (met hierdoor mogelijk het verlies van het bewustzijn) voorafgaand aan deze verdrinking. Indien er daadwerkelijk sprake was van een overlijden door verdrinking kan aan de hand van de bevindingen niet geheel uitgesloten worden dat 'smoren' (met hierdoor mogelijk het verlies van het bewustzijn) is opgetreden voorafgaand aan deze verdrinking. Verbale term Ordegrootte bewijskracht Iets waarschijnlijker 2 - 10 Waarschijnlijker 10 - 100 Veel waarschijnlijker 100 - 10.000 5. Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] hebben in een proces-verbaal forensisch overlijdensonderzoek persoon [slachtoffer] (20/05/2006) met bijlagen van 2 juli 2024 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: Onderzoek lichaam en lichaamsbemonsteringen Wij zagen dat de overledene een jonge vrouw betrof. Zij was met tape omwikkeld rondom haar gelaat, hals en nek, haar enkels en haar polsen, zie foto 40. Wij zagen en voelden dat haar kleding doorweekt was en zagen over haar gehele lichaam diverse groene en bruine bladeren en kroos. Wij zagen en voelden dat het tape rondom de polsen van het slachtoffer erg strak zat en uit meerdere lagen tape bestond, zie foto’s 43 en 44. Verbalisant [verbalisant 6] verwijderde de tape van haar polsen en stelde de tape veilig voor aanvullend onderzoek, zie foto’s 45 tot en met 48. Verbalisant [verbalisant 6] bemonsterde de rechter- en linkerpols op de aanwezigheid van biologische sporen. Wij bemonsterden de nagels van haar handen op de aanwezigheid van biologische sporen. De bemonsteringen werden door ons veilig gesteld. Wij zagen dat het gelaat was omwikkeld met meerdere lagen grijskleurig tape en dat de tape een gedeelte van haar neus, haar gehele mond en nek bedekte. Wij zagen dat het haar over het gelaat en tussen de verschillende lagen tape vast zat. Het gelaat en ogen ware grotendeels bedekt door de vast-getapete haren. Wij zagen dat de tape over haar rechterneusgat zat, foto 49. Wij zagen, in en om het niet-bedekte neusgat, een witkleurig schuim dat, naarmate de tijd vorderde, toenam in volume. Verbalisant [verbalisant 6] verwijderde de tape van haar gelaat ter hoogte van haar rechter wang, zie foto’s 50 en 51. Tijdens het lossnijden van het tape zagen wij dat er meerdere lagen om het gelaat heen zaten en dat er tussen alle lagen plukken haar geplakt zaten, zie foto’s 52 tot en met 53. Wij stelden vast dat de tape zeer strak en op een slordige manier, met meerdere lagen en deels gedraaid met daartussen het haar, was aangebracht. De wijze waarop de tape was aangebracht hebben wij geïnterpreteerd als zijnde dat de tape gehaast en op een agressieve wijze om het hoofd en de hals moet zijn gewikkeld. Verbalisant [verbalisant 6] stelde de tape veilig voor aanvullend onderzoek. Wij zagen dat haar enkels aan elkaar waren gebonden doormiddel van meerdere lagen grijskleurig tape. Verbalisant [verbalisant 6] verwijderd Een deskundigenrapport van het NFI : “Een vergelijkend en reconstructie- onderzoek aan tapedelen naar aanleiding van het aantreffen van een stoffelijk overschot in Lelystad op [2024] ” met bijlage van 26 november 2024 opgesteld door ing. [naam 12] , NFI-deskundige kras-, indruk- en vormsporenonderzoek, voor zover inhoudende als verklaring van voornoemde deskundige: 1 Te onderzoeken materiaal Tabel 1 Overzicht te onderzoeken materiaal SIN Omschrijving, zoals vermeld op de benoeming/opdracht deskundige AAPE6373NL Grijs tape AANQ9627NL Grijs tape, mond (stukje los links) AAQS9880NL Grijs tape, polsen AAQS9879NL Grijs tape, hoofd/mond AAQS9874NL Grijs tape, enkels AAQS9868NL Grijs tape (op pad sporenbord 46, 16.54) 6.2. Resultaten gedetailleerd vergelijkend onderzoek De totale lengte tape van de volledige reconstructie, zoals weergegeven in figuur 7, bedraagt circa 18,5 meter tape. 8 Conclusie Uit de reconstructie is afgeleid dat het slachtoffer in de volgende volgorde is vastgetapet: 1. Omwikkeling van de enkels met een stuk tape van circa 1,21 meter; 2. Omwikkeling van de enkels met een stuk tape van circa 1,58 meter; 3. Omwikkeling van de enkels met een stuk tape van circa 3,07 meter; 4. Omwikkeling van hoofd/mond met een stuk tape van circa 4,13 meter; 5. Omwikkeling van de polsen met een stuk tape van circa 3,19 meter; 6. Omwikkeling van de enkels met een stuk tape van circa 1,18 meter; 7. Omwikkeling van de polsen met een stuk tape van circa 1,98 meter; 8. Omwikkeling van hoofd/mond met een stuk tape van circa 2,09 meter. Hierbij is aangenomen dat alle tapedelen afkomstig zijn van één en dezelfde rol en dat er geen tapedelen ontbreken bij de reconstructie. Deze aannames worden ondersteund door de resultaten van het vergelijkend tape-onderzoek. 8. Een deskundigenrapport van het NFI : “DNA-onderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in Lelystad op [2024] ” van 29 augustus 2024 opgesteld door dr. [naam 11] , NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, voor zover inhoudende als verklaring van voornoemde deskundige: 3 DNA-onderzoek Onderstaande bemonstering is onderworpen aan een autosomaal DNA-onderzoek. SIN Omschrijving bemonstering NAAA5059NL#10 linkerhand pink slachtoffer [slachtoffer] Ten behoeve van het vergelijkend autosomaal DNA-onderzoek is het DNA-onderzoek aan bemonsteringen NAAA5059NL#04, #05, #07 en #09 van de nagels van het slachtoffer [slachtoffer] herhaald om informatievere DNA-profielen te verkrijgen. Onderzoeksset nagelbemonstering van slachtoffer [slachtoffer] NAAA5059NL SIN (omschrijving) DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht NAAA5059NL#04 linkerhand ringvinger minimaal drie personen: - onbekende [persoon] - minimaal één andere persoon: - zie toelichting 2 - niet van toepassing NAAA5059NL#07 rechterhand middelvinger minimaal twee personen: - onbekende [persoon] - zie toelichting 2 NAAA5059NL# 09 rechterhand pink minimaal drie personen: - onbekende [persoon] - zie toelichting 2 Toelichtingen: 2. Wanneer het DNA-profiel van een persoon overeenkomt met het DNA-profiel dat is gekoppeld aan onbekende [persoon] , zal de bewijskracht voor bemonsteringen AAA5059NL#04, #07 en #09 ten aanzien van deze persoon naar verwachting meer dan 1 miljard zijn. 9. Een deskundigenrapport van het NFI : “DNA-verwantschapsonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in Lelystad op [2024] ” van 11 november 2025 opgesteld door dr. [naam 11] , NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, voor zover inhoudende als verklaring van voornoemde deskundige: DNA-verwantschapsonderzoek Naar aanleiding van het resultaat van het passief DNA-verwantschapsonderzoek is een statistische berekening uitgevoerd. Hiervoor zijn de volgende hypotheses opgesteld en is de bewijskracht van de DNA-profielen ten aanzien van deze hypotheses berekend. Hypothesen Op basis van de resultaten zijn de volgende twee hypothesen opg Visuele kenmerken en bemonsteringsstrategie Schoenen De zwarte Adidas schoenen [AARL5002NL] roken daarnaast muffig en aan de rechterkant van de rechterschoen was een bruine veeg grond aanwezig. Van elk paar schoenen zijn de linker en rechter veter veiliggesteld voor diatomeeënonderzoek. De veters zijn gekozen, omdat dit materiaal goed diatomeeën op kan nemen. Ook is door het NFI onderzocht hoeveel diatomeeën er aanwezig zijn in veters in schoenen die niet in contact zijn geweest met oppervlaktewater en/of tijdelijk droogvallende grond. De keuze voor het bemonsteren van veters heeft als beperking dat als alleen een deel van de zool in het water of modder komt er naar verwachting geen diatomeeën overgedragen zullen worden naar de veters. 5.2. Concentratie diatomeeën In de linker en rechter veter van de zwarte 'Adidas schoenen zijn respectievelijk 2.400 en 3.000 diatomeeën aanwezig. 6 Interpretatie van resultaten De zwarte 'Adidas' schoenen [AARL5002NL] De veters van de zwarte 'Adidas' schoenen bevatten een relatief grote hoeveelheid diatomeeën die met name voorkomen in (tijdelijk droogvallende) grond. De diatomeeënsamenstellingen uit de veters zijn vergeleken met de referentiemonsters die genomen zijn op verschillende plekken van de vindplaats van het slachtoffer. Het resultaat van deze vergelijkingen is dat er weinig overeenkomsten zijn gevonden met de monsters van de oppervlaktewateren, maar wel veel overeenkomsten zijn gevonden met de grondmonsters van het pad ernaast. De kans op het terugvinden van een relatief grote hoeveelheid diatomeeën die veel overeenkomsten vertoond met de grondmonsters van de vindplaats van het slachtoffer is onder hypothese Hl zeer goot De relatief grote hoeveelheid teruggevonden diatomeeën past onder hypothese H2 alleen bij een locatie waar diatomeeën van nature voorkomen, zoals kale grond die regelmatig vochtig is. Locaties die zijn bestraat of bestaan uit kale grond die snel opdroogt zijn geen kansrijke bron van diatomeeën. Veters die niet recent in contact zijn geweest met oppervlaktewater of tijdelijk droogvallende bodem bevatten dan ook meestal geen diatomeeën. De diatomeeën samenstelling die is teruggevonden in de veters bevat daarnaast een aantal zeldzame soorten (Humidophiia gallica, Nitzschia solgensis) die op een beperkt aantal locaties voorkomen. De kans op het terugvinden van een relatief grote hoeveelheid diatomeeën en deze zeldzame soorten, is onder hypothese H2 klein. 7 Conclusie Aan de hand van onderstaande vragen wordt getracht de relatie tussen de verdachten en de vindplaats van het slachtoffer, de plaats delict, vast te stellen. 1) Zijn er NHBS-sporen op de kledingstukken en schoenen (inclusief jas AARL6298ML), afkomstig van de begroeiing, de modder of het water van de plaats delict? Om vraag l te beantwoorden zullen de resultaten van het onderzoek worden gewogen ten opzichte van de volgende set hypothesen: - H1: De niet-humane biologische sporen zijn afkomstig van de vindplaats van het slachtoffer . - H2: De niet-humane biologische sporen zijn afkomstig van een willekeurige andere locatie. De resultaten van het diatomeeënonderzoek aan de zwarte 'Adidas’ schoenen [AARL5002NL] zijn veel waarschijnlijker wanneer hypothese H1 waar is dan wanneer hypothese H2 waar is. Verbale term Ordegrootte bewijskracht Veel waarschijnlijker 100-10.000 Belangrijke locaties 1 en 2 14. Verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 12] hebben in een proces-verbaal van bevindingen met bijlagen van 19 maart 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: 'Belangrijke locatie' - Knardijk ten zuiden van plaats delict - Aankomst [verdachte] : Gedeelde locatie Knardijk: In de iPhone 13 Pro van [medeverdachte 1] werd Google Maps navigatiebegeleiding aangetroffen naar een parkeerplaats op de Knardijk, ongeveer 1,4 kilometer ten zuiden van de plaats delict. Diezelfde locatie werd ook aangetroffen in de Samsung S24 van [medeverdachte 2] . Deze locatie werd door [verdachte] of [medeverdachte 1] gede Noordersluis: Op [2024] , te 01:28:46 uur, registreerde een camera bij de Noordersluis te Lelystad dat daar twee voertuigen passeerden, komende uit de richting van de Knardijk, die qua uiterlijke kenmerken overeenkwamen met de voertuigen van [medeverdachte 2] en [verdachte] . Op de beelden was te zien dat de blauwe SAAB 9-3 van [medeverdachte 2] voorop reed en de zwarte SAAB 9-3 van [verdachte] daarachter. De Samsung S24 van [medeverdachte 2] registreerde rond datzelfde moment GPS-locaties bij de Noordersluis. Gezamenlijk vertrek vanaf 'Belangrijke locatie 2': Zoals eerder vermeld registreerde de iPhone 13 Pro van [medeverdachte 1] om 01:25:32 uur een vertrektijd bij 'Belangrijke locatie 2'. Op basis van de cameraregistratie bij de Noordersluis en de GPS-locaties die door de Samsung S24 van [medeverdachte 2] werden geregistreerd vanaf de rotonde Knardijk/Houtribweg naar de Noordersluis, is het aannemelijk dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] via de Knardijk en vervolgens de Houtribweg naar de Noordersluis zijn gereden, waardoor een vertrek via Punt A bij 'Belangrijke locatie 2' op de Knardijk het meest aannemelijk is, omdat dit de meest voor de hand liggende en kortste route is naar de rotonde Knardijk/Houtribweg. De afstand tussen Punt A bij 'Belangrijke locatie 2' op de Knardijk en de Noordersluis bedraagt via de Houtribweg ongeveer 3,58 kilometer. Op basis van de vertrektijd bij 'Belangrijke locatie 2' (01:25:32 uur) en de cameraregistratie bij de Noordersluis (01:28:46 uur) zou deze afstand zijn afgelegd in 3 minuten en 14 seconden, hetgeen neerkomt op een gemiddelde snelheid van 66,5 kilometer per uur. Om 01:26:55 uur registreerde de Samsung S24 van [medeverdachte 2] een GPS-locatie ter hoogte van de rotonde Knardijk met de Houtribweg. De afstand tussen deze rotonde en Punt A bij 'Belangrijke locatie 2' bedraagt ongeveer 1820 meter. Ervan uitgaande dat de Samsung S24 van [medeverdachte 2] met ongeveer dezelfde snelheid werd verplaatst als de iPhone 13 Pro van [medeverdachte 1] (gemiddelde snelheid van 66,5 kilometer per uur) zou de reistijd over deze afstand 1 minuut en 39 seconden zijn. Op basis van deze gemiddelde snelheid zou de Samsung S24 van [medeverdachte 2] zich om 01:25:16 uur ter hoogte van Punt A bij 'Belangrijke locatie 2' op de Knardijk hebben bevonden, dit is 16 seconden voordat de iPhone 13 Pro van [medeverdachte 1] zich daar kennelijk bevond (01:25:32 uur). Door de camera bij de Noordersluis werd geregistreerd dat het voertuig van [medeverdachte 2] kennelijk voorop reed en het voertuig van [verdachte] daarachter (zie pagina 13). Op basis van deze bevindingen bestaat het vermoeden dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] omstreeks 01:25 uur gezamenlijk vertrokken bij 'Belangrijke locatie 2'. 15. Verbalisant [verbalisant 11] heeft in een proces-verbaal van bevindingen met bijlage van 14 maart 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: Aankomst [verdachte] : Uit onderzoek is gebleken dat het voertuig van [verdachte] , een zwarte Saab 9-3 voorzien van kenteken [kenteken] , op 27 mei 2024, te 23:47 uur, werd geregistreerd door een ANPR camera op de rijksweg A6 ter hoogte van Oosterzee in de richting van Lelystad. Ongeveer een half uur later ( [2024] , te 00:17:48 uur) registreerde een camera bij de Noordersluis in Lelystad dat er een zwarte personenauto, gelijkend op de Saab 9-3 van [verdachte] , over de Houtribweg reed in de richting van de Oostvaardersdijk/ Knardijk.' Op [2024] , te 00:16:41 uur, reageerde [verdachte] in chatgroep " [naam 20] " met een duimpje op een bericht dat zij samen aan zouden komen, waaruit kan worden opgemaakt dat zij kennelijk wisten dat zij ongeveer tegelijkertijd op een locatie aan zouden komen. Kort daarvoor (omstreeks 00:16:05 uur) was kennelijk de locatie van de geplaatste speld op de Knardijk gedeeld. Om 00:22:39 uur stuurde [verdachte] een bericht in WhatsApp-groep " [naam 20] ": "Ik ben ongeveer aangekomen", waarmee hij vermoed Referentie experimenten op locatie Knardijk in Lelystad Tabel 6 Door iPhones geregistreerde aantallen verdiepingen bij experimenten op locatie Knardijk Referentie telefoon Bestandsnaam Route 1: eindpunt vindplaats Route 1: vindplaats eindpunt Route2: Knardijk iPhone 8 [bestand 3] 3 keer 1 verdieping omlaag 4 keer 2 verdiepingen omlaag 2 keer 1 verdieping omhoog 5 keer 2 verdiepingen omhoog - [bestand 2] 2 keer 1 verdieping omhoog 5 keer 2 verdiepingen omhoog - iPhone 13 Pro [bestand 3] 1 keer 1 verdieping omlaag 6 keer 2 verdiepingen omlaag 3 keer 1 verdieping omhoog 4 keer 2 verdiepingen omhoog - [bestand 2] 3 keer 1 verdieping omhoog 4 keer 2 verdiepingen omhoog - iPhone 15 Pro [bestand 3] 0 keer 1 verdieping omlaag 7 keer 2 verdiepingen omlaag 4 keer 1 verdieping omhoog 3 keer 2 verdiepingen omhoog - [bestand 2] 4 keer 1 verdieping omhoog 3 keer 2 verdiepingen omhoog - Toelichting: Voor elke van de routes is in de tabel aangegeven hoe vaak de telefoons in de uitgevoerde experimenten het desbetreffende aantal verdiepingen hebben geregistreerd. Op basis van sporen in het bestand [bestand 3] kan onderscheid gemaakt worden tussen registraties van omhoog en omlaag gelopen verdiepingen. In eerder NFI onderzoek is vastgesteld dat er alleen omhoog gelopen verdiepingen in het bestand [bestand 2] geregistreerd worden (zie paper in voetnoot2). Voor Route 2 (Knardijk), zijn de resultaten van heen- en teruglopen gecombineerd weergegeven. In geen van de gevallen zijn er voor deze route verdiepingen door de telefoons geregistreerd. Uit tabel 6 valt af te leiden, dat: - bij het lopen van route 1 vanaf de vindplaats van het slachtoffer naar het eindpunt op de Knardijk, er door de drie referentie iPhones één of twee verdiepingen omhoog zijn geregistreerd; - bij het lopen van route 1 in omgekeerde richting, vanaf het eindpunt op de Knardijk naar de vindplaats van het slachtoffer, er door de drie referentie iPhones één of twee verdiepingen omlaag zijn geregistreerd; - bij het lopen van route 2 geen verdiepingen door de drie referentie iPhones zijn geregistreerd. Interpretatie Uit eerder onderzoek van het NFI is bekend dat iPhones een hoogteverschil van ongeveer drie meter als één verdieping registreren. Uit tabel 6 blijkt, dat de gebruikte referentie iPhones bij het lopen van route 1 soms één en soms twee verdiepingen omhoog of omlaag registreren. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het hoogteverschil tussen het start- en eindpunt van deze route net onder de grens van twee verdiepingen (dus ongeveer 6 m) zit, waardoor er soms één en soms twee verdiepingen geregistreerd wordt. De resultaten van de uitgevoerde experimenten wijzen erop dat voor route 1 het hoogteverschil tussen het eindpunt op de Knardijk en de vindplaats van het slachtoffer dusdanig is, dat er één of twee verdiepingen door de telefoons geregistreerd worden. Uit de resultaten van de experimenten blijkt dat bij het lopen van route 2 over de Knardijk geen verdiepingen worden geregistreerd. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het hoogteverschil op deze route niet groot genoeg is voor het registreren van een verdieping. 5 Conclusie Het betreft de volgende hypothesen: Verdachte 2 [medeverdachte 1] : Hypothese 1: de telefoon iPhone 13 van verdachte 2 is in de periode [2024] 00:15 uur tot [2024] 1:30 uur vanaf de dijk naar beneden verplaatst, tot op de enge PD. Hypothese 2: de telefoon iPhone 13 van verdachte 2 is in de periode [2024] 00:15 uur tot [2024] 1:30 uur op de locatie óp de Knardijk, ongeveer tussen de coördinaten [.] , [.] en coördinaten [.] , [.] gebleven De aangetroffen sporen zijn waarschijnlijker wanneer Hypothese 1 waar is dan wanneer Hypothese 2 waar is. Bij deze waarschijnlijkheidsuitspraak zijn de volgende sporen en resultaten van referentie experimenten meegewogen: - Sporen van registraties van eerst twee omlaag gelopen verdiepingen en daarna twee omhoog gelopen verdiepingen in kopie_iPhone_ [medeverdachte 1] in de te_onderzoeken_periode (nummers 24, 36 [naam 14] [slachtoffer] laten uitlokken: In chatgroep [naam 20] verzocht [verdachte] om [naam 14] [slachtoffer] uit te laten lokken met praten. Datum / Tijd Verzender Vertaling door tolk [tolk 1] 27-5-2024 16:59:36 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Hoe is de situatie, misschien is de varken niet daar. Zou ze in de studio in [.] kunnen zijn? 27-5-2024 17:00:11 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Laat [naam 14] haar uitlokken met praten, op een indirecte manier. Berichten van [verdachte] : Omstreeks 17:21 uur liet [verdachte] weten dat hij snel hoopte te horen dat zij ( [slachtoffer] ) dood was. Datum / Tijd Verzender Vertaling door tolk [tolk 2] 27-5-2024 17:21 :07 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) [tolk 1] Moge Allah ons het bericht laten bereiken over haar einde/we hopen snel te horen dat zij dood is. 27-5-2024 17.21:15 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) [tolk 1] Moge Allah mij het bericht laten bereiken over haar einde/Ik hoop snel te horen dat zij dood is. Geen bank gebruiken/Jullie hoofd gebruiken: Op 27 mei 2024 liet [verdachte] in chatgroep [naam 20] weten dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geen banken moesten gebruiken en zei dat zij bij elke stap goed moesten nadenken. Datum / Tijd Verzender Vertaling door tolk [tolk 1] 27-5-2024 20:06:45 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) @ [medeverdachte 1] @ [medeverdachte 2] mijn broer Als jullie contact bij zich hebben. Gebruik helemaal geen bank in het gebied. Op 24-9-2024 gecorrigeerd door [tolk 1] : Als jullie contant (ipv contact) bij jullie hebben. 27-5-2024 20:07:21 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Probeer in alle stappen jullie hoofd te gebruiken, en onze God zal anderen verblinden en alles wordt versoepeld voor jullie. Waar is zij?: [verdachte] informeerde even later in chatgroep [naam 20] of zij ( [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) [slachtoffer] gevonden hadden en waar zij (die varken) was. Datum / Tijd Verzender Vertaling door tolk [tolk 1] 27-5-2024 20:59:09 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Waar is zij die varken. 27-5-2024 20:59:22 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Reageerde met[duimpje] op: Morgen. 27-5-2024 21 :05:08 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Deze nacht zou beter zijn dan morgen. [slachtoffer] heeft een mes gepakt/ uitkijken wat je aanraakt: Op 27 mei 2024, te 21:25:12 uur, stuurde [medeverdachte 2] een bericht naar [medeverdachte 1] dat [slachtoffer] kennelijk een mes had gepakt toen zij in de keuken was. Even later waarschuwde [medeverdachte 2] dat [medeverdachte 1] moest uitkijken met wat hij met zijn handen aanraakte vanwege vingerafdrukken. Datum / Tijd Verzender Vertaling door tolk [tolk 2] 27-5-2024 21:25:12 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Zij heeft een mes gepakt toe zij in de keuken was 27-5-2024 21 :28:21 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Luister 27-5-2024 21 :28:21 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Pas ermee op dat je iets met je hand aanraakt 27-5-2024 21 :28:23 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Vanwege de vingerafdrukken [slachtoffer] wil niet terug/telefoons genomen: Op 27 mei 2024, omstreeks 21:41 uur, reageerde [verdachte] in chatgroep [naam 20] met een duimpje op een bericht waarin werd gezegd dat zij ( [slachtoffer] ) niet terug wilde en dat ze de telefoons (vermoedelijk de telefoons van [slachtoffer] ) hadden genomen. Uit de berichten blijkt dat zij [slachtoffer] mee moesten nemen en telefoons moesten wissen. Datum / Tijd Verzender Vertaling door tolk [tolk 1] 27-5-2024 21:41:02 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Reageerde met[duimpje] op: We hebben de telefoons genomen. 27-5-2024 21 :58:55 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) En pas op dat de ze jullie niet ontmantelt op straat. 27-5-2024 21:59:17 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) De wegen zijn vol met mensen en voornamelijk Rotterdam. 27-5-2024 21.59.21 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Geen probleem. Alles komt goed. 27-5-2024 21 :59:38 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Zodra je op de weg zijn bel mij dan telefonisch. 27-5-2024 21 Datum / Tijd Verzender Bericht Vertaling door tolk [tolk 1] 27-5-2024 23:31:34 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) - Ze gaat het vermoeden. 27-5-2024 23:32:55 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) - Parkeerplaats [adres 2] te [plaats 3] 27-5-2024 23:34:02 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) - Gaan jullie naar deze plek. 27-5-2024 23:34:10 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) - Ik denk dat we hierheen gaan. 27-5-2024 23:36:16 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) - Ik kom. 27-5-2024 23:44:11 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Live locatie - Plakband mee om mond, benen en handen vast te binden/ [verdachte] bijna aangekomen: Uit berichten in chatgroep [naam 20] bleek dat alle applicaties en foto's van de telefoons gewist moesten worden en de telefoons daarna in het meer gegooid moesten worden. [verdachte] liet weten dat hij plakband mee had voor de mond en om de benen en handen vast te binden, waarop [medeverdachte 2] liet weten 'het' bij zich te hebben: "Ik heb plakband mee voor de mond, en om de handen en de benen vast te binden. Daarna haar in zee gooien met verzwaring aan haar benen", waarop [medeverdachte 2] reageerde: "Ik heb het bij mij”. Datum / Tijd Verzender Vertaling door tolk [tolk 1] 27-5-2024 23:55:47 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Ik heb plakband mee voor de mond, en om de handen en de benen vast te binden. Daarna haar in zee gooien met verzwaring aan haar benen. 27-5-2024 23:56:06 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Ik heb het bij mij. 27-5-2024 23:59:20 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) We moeten ver blijven van de boten, ik zie boten en schepen. 28-5-2024 00:01 :51 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Hier de plek waar we zijn. 28-5-2024 00:01 :53 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Is er een auto. 28-5-2024 00:01 :55 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Daarom. 28-5-2024 00:02:30 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Oké maak een rondje. 28-5-2024 00:04:08 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) [medeverdachte 1] , heb je de mobiel geopend. 28-5-2024 00:04:10 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) ?? [verdachte] bijna aangekomen: Uit berichten in chatgroep [naam 20] bleek dat [verdachte] [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op de hoogte hield hoelang hij er nog over zou doen om bij hen aan te komen. Uit de berichten kon worden opgemaakt dat zij kennelijk ongeveer tegelijkertijd op een locatie aan zouden komen. Op [2024] , te 00:22:39 uur, liet [verdachte] hij weten dat hij bijna was aangekomen. Datum / Tijd Verzender Vertaling door tolk [tolk 1] 28-5-2024 00:05:17 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Met 20 minuten zal ik bij jullie zijn, met Gods hulp. 28-5-2024 00:10:23 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Is goed. 28-5-2024 00:10:25 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) 12 minuten. 28-5-2024 00:16:41 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] )) Reageerde met[duimpje] op: Komen we samen aan. 28-5-2024 00:19:43 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Is er een meer? Daarnaast. 28-5-2024 00:22:39 [telefoonnummer 1] ( [verdachte] ) Ik ben ongeveer aangekomen. Geen communicatie tussen 00:22 uur en 01:24:50 uur: Vanaf het moment dat [verdachte] aangaf dat hij bijna was aangekomen (00:22:39 uur) vond er tot 01:24:50 uur geen communicatie meer plaats in chatgroep [naam 20] , waardoor het vermoeden bestaat dat [verdachte] inmiddels was aangekomen bij [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [slachtoffer] . Vanaf 01:24:50 uur stuurde [medeverdachte 2] een aantal berichten in chatgroep [naam 20] , waaronder twee spraakberichten die niet meer op de telefoon werd aangetroffen. Datum / Tijd Verzender Bericht Vertaling door tolk [tolk 1] 28-5-2024 01:24:50 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Spraakbericht - 28-5-2024 01:26:03 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) - Exact. 28-5-2024 01 :31 :03 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) Spraakbericht - Chatgroep ' [chatgroep 1] ' wissen: Op 29 mei 2024 verzocht [medeverdachte 2] in chatgroep ' [chatgroep 1] ' om 'eruit' te gaan en het te wissen, Verwijderde geluidsopnames Ik zag dat onderstaand audiobestand via de herstelmethode Carving' was hersteld. Ik zag het audiobestand van origine uit de snapchat-applicatie kwam. Uit welke chat(-groep) dit bestand komt is niet meer te achterhalen. Naam audiobestand Datum / Tijd Vertaling door tolk [tolk 1] [audiobestand 3] [bestand 4] \Dump\data\data\ [audiobestand 3] 28-5-2024 02.05.26(UTC+2) [medeverdachte 1] (stemherkenning) zegt: Wat betreft het verhaal van hoe laat wij weer thuis terugkwamen. Verifieer het voor mij. hoe laat waren wij bij [naam 14] ? Is het te zien bij de berichten tussen jou en haar? 20. Verbalisant [verbalisant 11] heeft in een proces-verbaal van bevindingen van 19 maart 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: Zilveren plakband: Op maandag 17 maart 2025 werden door tolk GEH2207 een aantal notificaties van WhatsApp-berichten in de iPhone 13 Pro van [medeverdachte 1] aangetroffen die nog niet eerder bleken te zijn vertaald. Dit betroffen notificaties van WhatsApp-berichten die [medeverdachte 1] op 29 mei 2024 van [medeverdachte 2] had ontvangen. Deze WhatsApp-berichten werden niet aangetroffen in de WhatsApp-chat tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , waaruit kan worden opgemaakt dat deze berichten kennelijk op enig moment zijn verwijderd van de iPhone 13 Pro van [medeverdachte 1] . Hieronder zijn de notificaties van de WhatsApp-berichten weergegeven die op 29 mei 2024 door [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1] werden verzonden: Datum / tijd (UTC +2) Verzender Ontvanger Vertaling GEH2207 29-5-2024 14:00:15 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 1] ) Ga opstaan alsof dat jij wil kijken wat je familie wil en daarna mij roepen 29-5-2024 14:23:58 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 1] ) Als de zilveren plakband hier is, gooi hem weg. 29-5-2024 14:24:00 [telefoonnummer 4] ( [medeverdachte 2] ) [telefoonnummer 3] ( [medeverdachte 1] ) Snel Naar aanleiding van bovenstaande notificaties heb ik gekeken waar de telefoons van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich bevonden in de periode op 29 mei 2024, tussen 14:00 uur en 14:30 uur. Ik zag dat zowel de iPhone 13 Pro van [medeverdachte 1] als de Samsung S24 van [medeverdachte 2] tussen 14:00 uur en 14:30 uur GPS-locaties registreerden bij de woning [adres 1] te [plaats 1] . Aantreffen [slachtoffer] / Grijze ducttape: Toen [slachtoffer] op [2024] werd aangetroffen in het water nabij de Knardijk waren haar mond, armen en benen getapet met grijze duet tape. Het is opvallend dat [medeverdachte 2] , nadat hij door de politie op de hoogte was gebracht dat [slachtoffer] door een misdrijf om het leven was gebracht (op 29 mei 2024, omstreeks 10:30 uur aan [medeverdachte 1] de opdracht gaf om de zilveren plakband weg te gooien. [medeverdachte 2] verstuurde deze berichten vóórdat er een doorzoeking plaatsvond in de woning [adres 1] te [plaats 1] (op 29 mei 2024 tussen 16:50 uur en 19:15 uur). Bij deze doorzoeking werd er geen grijze duet tape aangetroffen. 21. Verbalisant [verbalisant 13] heeft in een proces-verbaal van bevindingen van 10 maart 2025 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: TA055 Sessie 481 op 27-09-2024 12:51:04 [medeverdachte 1] - [naam 1] [medeverdachte 1] : Ik mag nog een schoenen hebben maar ik wil niet. Ik wacht nog totdat de advocaat de andere schoenen die ik droeg aan mij teruggeeft, dat ze naar binnen brengen. Ik heb hem dit gezegd de laatste keer dat ik hem zag. Ik zei tegen hem: " Als ze er (de politie] klaar mee zijn dan laat ze hem teruggeven aan mij want deze heeft niks te maken met het ... [zin niet afgemaakt] ik droeg hem niet op de dag van het incident . [naam 1] : Hebben ze jou niet gevraagd wat jij aan had? [medeverdachte 1] : Ze hebben de schoenen die ik droeg. Ze hebben hem uit huis meegenomen uit het huis, de Adidas schoenen Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie e