Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-02
ECLI:NL:RBMNE:2026:271
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/2715 uitspraak van de meervoudige kamer van 2 februari 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres en de korpschef van politie, de korpschef (gemachtigden: mr. A.M.A.C. Theunissen en P. Kamst). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de disciplinaire straf van ontslag die de korpschef aan eiseres heeft opgelegd wegens plichtsverzuim. Eiseres is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit van 7 maart 2025. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de korpschef aan eiseres terecht de disciplinaire straf van ontslag heeft opgelegd. Eiseres krijgt geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 1.2. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit, zoals omschreven onder 4. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 5. Onder 16 zijn de conclusie en de gevolgen vermeld. Procesverloop 2. Bij besluit van 30 augustus 2024 heeft de korpschef aan eiseres de disciplinaire straf van ontslag opgelegd. Bij het bestreden besluit van 7 maart 2025 heeft de korpschef het strafontslag gehandhaafd. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 7 oktober 2025 op een zitting van de meervoudige kamer behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigden van de korpschef. Feiten en omstandigheden Wat aan het strafontslag voorafging 3. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1985, is op 7 november 2005 in dienst getreden bij de korpschef, laatstelijk in de functie van [functie] bij het Basisteam [locatie] in de Eenheid Midden-Nederland. 3.1. Op 7 februari 2024 heeft politiemedewerker [getuige 1] ( [getuige 1] ) binnen de politie bij de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK) melding gemaakt over gedragingen van eiseres. Hij had van zijn ex-partner, [getuige 2] ( [getuige 2] ), die met eiseres bevriend was geweest, gehoord dat eiseres thuis en op festivals harddrugs zou gebruiken en dat zij door dit gebruik niet goed zou kunnen slapen, maar wel naar haar werk zou gaan. Ook zou eiseres [getuige 2] hebben bedreigd. 3.2. Als gevolg van voormelde melding van [getuige 1] heeft het VIK van 9 februari tot 20 februari 2024 eerst een oriënterend onderzoek verricht naar zowel het vermeende harddrugsgebruik als de vermeende bedreiging. Omdat de grondslag van de disciplinaire straf van ontslag alleen gebaseerd is op het harddrugsgebruik beperkt de beoordeling van de rechtbank zich in deze uitspraak tot die relevante feiten en omstandigheden. 3.3. In het kader van het oriënterend onderzoek heeft het VIK op 14 februari 2024 [getuige 2] als getuige gehoord. [getuige 2] heeft over het harddrugsgebruik van eiseres verklaard en gaf daarnaast aan dat een vriendin [getuige 3] ( [getuige 3] ) ook vaak getuige is geweest van het drugsgebruik van eiseres en haar partner. [getuige 2] heeft de relevante WhatsApp-berichten tussen haar en eiseres ter beschikking gesteld aan het VIK. 3.4. Het VIK heeft vervolgens voormelde WhatsApp-berichten onderzocht evenals de telefoonnummers van eiseres en haar partner [getuige 4] ( [getuige 4] ). Met betrekking tot het mogelijke harddrugsgebruik van eiseres is op 20 februari 2024 volgens het VIK het volgende uit het oriënterend onderzoek gebleken: Dat eiseres veelvuldig in WhatsApp-berichten met [getuige 2] spreekt over eigen gebruik van diverse harddrugs, het gebruik van [medicijn] (werkzame stof op lijst I Opiumwet) en de effecten hiervan. Door [getuige 2] is ook gezien dat eiseres harddrugs heeft gebruikt, op festivals en thuis. Dat zowel de telefoonnummers van eiseres als van haar (ex)partner [getuige 4] voorkomen in strafrechtelijke onderzoeken naar verdovende middelen. 3.5. Op ba Voor de constatering van plichtsverzuim dat tot disciplinaire bestraffing aanleiding kan geven is het noodzakelijk dat op basis van de beschikbare, deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging is verkregen dat de betrokken ambtenaar de hem verweten gedragingen heeft begaan. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat de vraag of het plichtsverzuim is aan te merken als toerekenbaar plichtsverzuim, een vraag is naar de juridische kwalificatie van het betrokken feitencomplex. Op bedoelde feitenvaststelling zijn niet de in het strafrecht geldende, zeer strikte bewijsregels van toepassing. Wat moet de rechtbank beoordelen? 6. De rechtbank moet, aan de hand van de beroepsgronden van eiseres, beoordelen of de korpschef eiseres de disciplinaire straf van ontslag heeft mogen opleggen. Dat doet de rechtbank aan de hand van de volgende vragen: Vraag 1: Was het onderzoek van de korpschef zorgvuldig en onpartijdig? Vraag 2: Heeft eiseres zich schuldig gemaakt aan de gedraging die haar wordt verweten? Vraag 3: Valt de vastgestelde gedraging onder de definitie van plichtsverzuim? Vraag 4: Is de gedraging aan eiseres toe te rekenen? Vraag 5: Is het opleggen van onvoorwaardelijk strafontslag in dit geval evenredig geweest? 7. De rechtbank bespreekt de beroepsgronden van eiseres in de volgorde van de bovengenoemde vragen. Vraag 1: Was het onderzoek van de korpschef zorgvuldig en onpartijdig Het niet horen van door eiseres voorgestelde getuigen 8. Eiseres heeft hierover aangevoerd dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest. Eiseres voert aan dat de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] niet betrouwbaar zijn, omdat zij uit wraak handelden en haar goede reputatie bij de politie wilden schaden zodat eiseres ontslagen zou worden. Volgens eiseres heeft het VIK onzorgvuldig gehandeld door wel [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] te horen, maar niet de personen van wie eiseres heeft gesteld dat zij als getuigen konden verklaren over de onbetrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] , de omstandigheid dat eiseres nimmer harddrugs heeft gebruikt en haar goede functioneren binnen de politie. Eiseres heeft er tijdens het onderzoek door het VIK op aangedrongen de volgende personen als getuigen te horen: [getuige 4] , de partner van eiseres; [A] ( [A] ), een neef van eiseres en tevens ex-partner van [getuige 2] ; [B] ( [B] ), een ex-vriend van [getuige 3] ; hij zou over informatie beschikken dat [getuige 3] , [getuige 2] en [getuige 1] elkaar meermalen in het openbaar hebben ontmoet om te overleggen over manieren om te bewerkstelligen dat eiseres haar baan zou verliezen. Ook zou [B] door [getuige 3] en [getuige 2] in het openbaar zijn benaderd, waarbij [getuige 3] zou hebben erkend dat zij een valse getuigenverklaring over eiseres zou hebben afgelegd; [C] , voormalig [functie] binnen de afdeling basisteamrecherche en [functie] van eiseres. Hij zou informatie kunnen verschaffen over het functioneren van eiseres op de werkvloer; [D] , ex-collega van eiseres, die tevens informatie kan verstrekken over het functioneren van eiseres buiten de werkvloer; en [E] ( [E] ), vriendin van eiseres en bekende van [getuige 2] . Omdat de korpschef heeft nagelaten voormelde personen als getuigen te horen, heeft eiseres in beroep de rechtbank verzocht hen alsnog ter zitting te horen. 8.1. De korpschef heeft voormelde personen om de volgende redenen niet als getuigen willen horen. [getuige 4] is niet als getuige gehoord omdat hij als partner van eiseres naar de verwachting van de korpschef hetzelfde zou verklaren wat eiseres heeft verklaard. Daarnaast heeft [getuige 4] aan de gemeente [gemeente] , waar [getuige 2] werkzaam is, een brief gestuurd waarin hij heeft vermeld dat [getuige 2] drugs gebruikt en in drugs handelt. Dit is separaat onderzocht waaruit geen vervolg is voortgevloeid. [A] is door de korpschef benaderd maar heeft verklaard niet als getuige gehoord te willen worden. [B] is volgens de korpschef niet als Volgens eiseres heeft zij hier ook medische stukken over, maar heeft zij die niet overgelegd omdat zij niet wenst dat de korpschef hierin inzage heeft. In dit verband betwist eiseres ook de authenticiteit van de door [getuige 2] overgelegde WhatsApp-berichten en vindt zij dat de korpschef forensisch onderzoek had moeten laten verrichten naar de smartphone van [getuige 2] . Volgens eiseres is de korpschef ten onrechte uitgegaan van de juistheid van de WhatsApp-berichten van de smartphone van [getuige 2] . 9.1. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Tijdens drie hoorgesprekken, op 8 april 2024, 11 april 2024 en 30 mei 2024, heeft de korpschef eiseres in de gelegenheid gesteld haar zienswijze te geven over de melding van 7 februari 2024, de getuigenverklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] en de WhatsApp-berichten. Tijdens alle hoorgesprekken is eiseres bijgestaan door haar belangenbehartiger, [belangenbehartiger] , en heeft zij voorafgaand aan de gesprekken inzage gekregen in de documenten en de verrichte onderzoekshandelingen die deel uitmaken van het onderzoeksrapport. Daarbij is eiseres erop gewezen dat zij onder meer documentatie mag aandragen die van belang is voor het onderzoek. Tijdens alle hoorgesprekken is eiseres aan het begin van het gehoor gevraagd hoe het met haar gaat en tijdens het eerste en tweede hoorgesprek is haar ook gevraagd of er omstandigheden zijn waarmee rekening moest worden gehouden. Dat rekening is gehouden met de gemoedstoestand van eiseres blijkt bijvoorbeeld uit het rapport van het hoorgesprek van 8 april 2024 toen in de middag om 14:25 uur een pauze is ingelast waarna is afgesproken het hoorgesprek te beëindigen omdat eiseres het erg zwaar had en het mogelijk nadelige effecten kon hebben indien het hoorgesprek voortgezet zou worden. Desgevraagd heeft eiseres toen verklaard dat eventuele belemmeringen of angst geen rol hebben gespeeld in het beantwoorden van de vragen en dat zij zoveel mogelijk openheid van zaken heeft kunnen geven. Tijdens het tweede hoorgesprek van 11 april 2024 heeft eiseres bevestigd dat zij bij haar verklaringen uit het eerste hoorgesprek blijft. Op de vraag of er eventuele belemmeringen of angst waren bij het beantwoorden van de vragen tijdens het tweede hoorgesprek heeft eiseres verklaard: “Nee, absoluut niet. Het eerste verhoor was ik ontdaan en ik heb nu lekker mijn verhaal kunnen doen.” De vraag of zij zoveel mogelijk openheid van zaken heeft kunnen geven heeft eiseres als volgt beantwoord: “Ja, de WhatsApp-gesprekken kunnen een schijn opwekken maar ik hoop dat ik voldoende uit heb kunnen leggen hoe ze geïnterpreteerd moeten worden” . Ook tijdens het derde hoorgesprek op 30 mei 2024 heeft eiseres desgevraagd verklaard dat eventuele belemmeringen of angst geen rol hebben gespeeld bij het beantwoorden van de vragen en dat zij zoveel mogelijk openheid van zaken heeft kunnen geven. 9.2. Gelet op de wijze waarop eiseres is voorbereid op de gesprekken, zij tijdens alle gesprekken werd bijgestaan door een belangenbehartiger, zij inzage heeft gekregen in de voor haar belastende informatie, zij tijdens elk gesprek heeft verklaard dat er geen belemmeringen waren om in openheid te kunnen verklaren, eiseres de gespreksverslagen heeft doorgelezen, elke pagina heeft geparafeerd en de verslagen aan het einde heeft ondertekend, is de rechtbank van oordeel dat eiseres voldoende in de gelegenheid is gesteld tijdens de gesprekken in openheid haar zienswijze te geven over de voor haar gestelde belastende informatie, zowel voor wat betreft de melding van [getuige 1] , de verklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] en de WhatsApp-berichten. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om eiseres te volgen in haar stelling dat zij wegens psychische klachten niet in staat was om naar behoren te verklaren. Daarbij acht de rechtbank van belang dat eiseres in staat is gesteld alle informatie te overleggen die voor het onderzoek van belang kon zijn, maar zij geen medische informatie Eiseres voert aan dat met de door haar verrichte haartest wordt aangetoond dat zij geen drugs heeft gebruikt. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat zij weliswaar niet de gebruiksaanwijzing heeft gevolgd door het onderzoek op de haarstreng en in delen van het haar uit te voeren, maar dat zij het onderzoek juist beter heeft uitgevoerd door het op hele haren uit te voeren. 11.1. De rechtbank overweegt dat de korpschef heeft gesteld zelf geen haartesten uit te voeren, omdat dit een grote inbreuk op de persoonlijke integriteit vormt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de korpschef zich op dit standpunt kunnen stellen en de haartest in het kader van de zorgvuldigheid niet hoeven aanbieden. Met betrekking tot de door eiseres zelf uitgevoerde haartest, overweegt de rechtbank dat de korpschef zich op het standpunt mocht stellen dat niet van de juistheid van het testresultaat kan worden uitgegaan, alleen al omdat eiseres de test niet in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing heeft uitgevoerd en omdat weliswaar het haar van eiseres de hele tijd in beeld is maar niet de vloeistoffen waarmee de test wordt verricht. Vraag 2: Heeft eiseres zich schuldig gemaakt aan de gedraging die haar wordt verweten? 12. De rechtbank stelt vast dat door eiseres niet is betwist dat zij [medicijn] heeft gebruikt zonder dat dit voor haar als medicijn was voorgeschreven door een arts. 12.1. Uit de WhatsApp-berichten, die zien op de periode 29 januari 2023 tot en met 13 februari 2024, blijkt dat eiseres en [getuige 2] het regelmatig over ‘ [letter] ’ en ‘ [letter] ’ hebben. Ook hebben zij elkaar regelmatig berichten gestuurd met een emoji van een neusje ‘’ en hebben zij het over een neusonderzoek van eiseres bij een arts waarbij de mogelijkheid bestond dat er ‘restjes’ gevonden hadden kunnen worden. Het gaat onder meer om de volgende berichten waarbij eiseres is aangeduid als ‘ [accountnaam 2] ’ en [getuige 2] als ‘ [accountnaam 3] ’: Rapport disciplinair onderzoek (Rapport) p. 47 en 162 en 163 […] 3.7.2023: 16:23 - [accountnaam 2] : Ik heb een rare dokter 3.7.2023: 16:23 - [accountnaam 2] : Moest vier keer sprayen in m’n neus […] 3.7.2023: 16:23 - [accountnaam 2] : Zegt ie 3.7.2023: 16:23 - [accountnaam 2] : Je hebt wondjes in je neus […] 3.7.2023: 16:23 - [accountnaam 2] : Ik dacht kut hij ziet iets 3.7.2023: 16:23 - [accountnaam 2] : 3.7.2023: 16:23 - [accountnaam 2] : Mijn neusschotje schijnt scheef te zitten 3.7.2023: 16:24 - [accountnaam 2] : Ik zei; ja ik ben verkouden […] 3.7.2023: 16:25 - [accountnaam 2] : Haahaahha 3.7.2023: 16:25 - [accountnaam 2] : Kan moeilijk zeggen 3.7.2023: 16:25 - [accountnaam 2] : Ja heb van het weekend m’n neus volgehad […] 3.7.2023: 16:25 - [accountnaam 3] : Nee idd 3.7.2023: 16:25 - [accountnaam 2] : Straks ziet ie restjes in mijn neus 3.7.2023: 16:25 - [accountnaam 2] : […] Procesdossier p. 51 10.7.2023: 11:26 - [accountnaam 3] : Nee die heeft geen xtc geslikt 10.7.2023: 11:26 - [accountnaam 2] : Ik ben minimaal 2 maanden ervan genezen […] Rapport p. 52 13.10.2023: 17:46 - [accountnaam 2] : Nu staan m’n neusgaten verder open 13.10.2023: 17:47 - [accountnaam 2] : Hele container ken dr in […] 13.10.2023: 17:47 - [accountnaam 3] : Lekker 13.10.2023: 17:47 - [accountnaam 3] : 5 neus emoji’s Rapport p. 45 6.12.2023: 17.06 - [accountnaam 3] : Nou ben klaar met de [letter] en seks feestjes […] 6.12.2023: 18:18 - [accountnaam 2] : Ja ik ook hoor […] 6.12.2023: 18:20 - [accountnaam 3] : Ja joh, het is ook wel veel te gek geweest allemaal met de [letter] . Wil me ff lekker focussen op m’n energie en fit en uitgerust zijn ….geen zin om m’n job op het spel te zetten 6.12.2023: 18:21 - [accountnaam 2] : At same Rapport p. 45 9.12.2023: 04:09 - [accountnaam 3] : Niet tegen [naam 2] zeggen dat we [letter] hebben gehad hoor […] 9.12.2023: 04:09 - [accountnaam 2] : Nee lieverd […] Rapport p. 42 […] 17.12.2023: 00:11 - [accountnaam 2] : Hoeveel [bijnaam 1] heb je op 17.12.2023: 00:14 - [accountnaam 3] : 2 […] 17.12.2023: 0017 - [ Naar het oordeel van de rechtbank heeft de korpschef zich op basis van de WhatsApp-berichten en de hoorgesprekken op het standpunt mogen stellen dat met ‘ [letter] ’ zowel op 21 januari als op 27 januari 2024 cocaïne wordt bedoeld. In de context van het gesprek op 21 januari 2024 is het niet aannemelijk dat met ‘ [letter] ’ [medicijn] wordt bedoeld en dat eiseres met ‘we’ ‘ik’ bedoelde te zeggen. In reactie op de berichten van eiseres “Nee [letter] hadden we toch” en “Heb het nog niet nodig” reageert [getuige 2] negen minuten later met het bericht “No alcohol en drugs enzo”. Deze berichten zijn bovendien consistent met de verklaring van [getuige 2] tijdens het hoorgesprek op 14 februari 2024 waarin zij als volgt heeft verklaard over het drugsgebruik van eiseres (“ [accountnaam 2] ”) en haarzelf: “[…] en ik gebruikten wel eens een pilletje of coke. [accountnaam 2] gebruikte en gebruikt meer dan ik, vooral coke. Ik gebruik recreatief. [accountnaam 2] niet. [accountnaam 2] gebruikt de laatste tijd veel, ook door de weeks. Ze gebruikt coke, MDMA, XTC en daarnaast slikt ze ook antidepressiva en antipsychotica middelen. Ik begrijp echt niet dat ze normaal kan werken en dat het nooit iemand is opgevallen dat ze gebruikt ”. Daarnaast overweegt de rechtbank dat eiseres er ook niet in is geslaagd een goede verklaring te geven voor wat zij tijdens het WhatsApp-gesprek op 3 juli 2023 heeft bedoeld met ‘mogelijke restjes’ die de arts in haar neus zou kunnen vinden. Eiseres heeft hier vaag op gereageerd door te stellen het niet te weten en mogelijk snot te bedoelen, wat niet aannemelijk is binnen de context van het gesprek. Naar het oordeel van de rechtbank is het op basis van deze berichten aannemelijk dat eiseres het hier heeft over restjes cocaïne. 12.6. Op 10 juli 2023 hebben eiseres en [getuige 2] het volgende geappt: 10.7.2023: 11:26 - [accountnaam 3] : Nee die heeft geen xtc geslikt 10.7.2023: 11:26 - [accountnaam 2] : Ik ben minimaal 2 maanden ervan genezen. Tijdens het hoorgesprek op 30 mei 2024 is hierover aan eiseres gevraagd: “[…]Als ik het zo lees, komt het over als een serie opmerkingen in een gesprek, waardoor het lijkt alsof het over jouw gebruik van xtc gaat. Hoe zie jij dat?” Daarop heeft eiseres geantwoord: “ Ik weet het niet, het zou zomaar over iets anders kunnen gaan. […] ” Gelet op de reactie van eiseres op het berichtje van [getuige 2] en haar vage verklaring hierover tijdens het hoorgesprek op 30 mei 2024, waarin zij niet heeft ontkend dat het mogelijk over xtc-gebruik van haar kon gaan, mocht de korpschef zich op het standpunt stellen dat aannemelijk is dat eiseres de harddrug xtc heeft gebruikt. 12.7. Ter zitting heeft de voorzitter van de meervoudige kamer de partner van eiseres, [getuige 4] , onder ede als getuige gehoord. [getuige 4] heeft voor zover relevant het volgende verklaard over mogelijk drugsgebruik van eiseres: “[…] Ik heb haar absoluut nooit drugs zien gebruiken. […] ja, ik heb een drugsverleden en gebruik wel af en toe. Zij heeft drugs voor mij besteld, ik gebruik af en toe cocaïne. Ik gebruik dus niet met eiseres. Ik hou dat al 13 jaar gescheiden . […] ik kan mij niet voorstellen dat zij gebruikt, ook vanwege haar functie. Ik heb veel drugs gebruikt ook in een drugskliniek geweest, toen ik 22 jaar was. Af en toe heb ik het nog nodig om mijn lichaam rust te geven. Dat is cocaïne. Ik gebruik geen pillen, of designdrugs. Ik deed dat die ene keer via het nummer van [getuige 2] . Ik wist dat zij het nummer had om aan cocaïne te komen en ik had haar telefoonnummer niet, maar eiseres wel. Pillen zijn niet voor mij. Af en toe gebruik ik een joint. Ik gebruik dat alleen en niet in het bijzijn van anderen ”. 12.8. Uit de verklaringen van [getuige 4] dat hij eiseres absoluut nooit drugs heeft zien gebruiken en dat hij zich niet voor kan stellen dat eiseres drugs gebruikt gezien haar functie bij de politie, kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer geconcludeerd worden dat eiseres geen drugs gebru