Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-05-08
ECLI:NL:RBMNE:2026:2707
Civiel recht
Proces-verbaal
8,133 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2707 text/xml public 2026-05-20T08:54:50 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-05-08 C/16/603779 / HA ZA 25-603 Uitspraak Proces-verbaal NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2707 text/html public 2026-05-20T08:54:01 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2707 Rechtbank Midden-Nederland , 08-05-2026 / C/16/603779 / HA ZA 25-603 Dalianz en WCoolIT vorderen betaling van onbetaalde facturen van Inproba voor werkzaamheden als hoofd administratie (juli–augustus 2025) en een slotfactuur. Rechter wijst facturen voor verrichte werkzaamheden grotendeels toe, slotfactuur wordt afgewezen. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/603779 / HA ZA 25-603 Proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 mei 2026 in de zaak van 1. DALIANZ BEHEER B.V. , te Schipluiden, 2. WCOOLIT B.V. , te Schipluiden, eisende partijen, hierna samen te noemen: DALIANZ BEHEER B.V. en WCOOLIT B.V., advocaat: mr. J.G.M. Roijers, tegen INPROBA B.V., te Baarn, gedaagde partij, hierna te noemen: INPROBA B.V., advocaat: mr. K.S. Guldemond. De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Utrecht. De zaak wordt behandeld door mr. N.A.J. Purcell, rechter, bijgestaan door mr. A. van den Berg als griffier. Partijen verklaren het volgende: Rechter: vraag aan [A] : Hoe zit u hier vandaag? [A] : Ik heb facturen gestuurd die niet betaald zijn en geprobeerd het gesprek aan te gaan. Ik heb gewerkt voor deze uren en meen dat ik daar recht op heb. Rechter: En voor Inproba? [B] : We hebben facturen ontvangen waarvan ik vond dat deze deels zwaar onterecht waren en betwist kunnen worden, waaronder gefraudeerde documenten die aanleiding geven tot doen van onderzoek. We hebben eerdere pogingen ondernomen om eruit te komen. Rechter: Wat was u bereid om te betalen om het dossier te sluiten? [C] : Dit was ruim voor de procedure, maar het was toen een korting van 30% op facturen 1 en 2, maar factuur 3 sowieso niet betalen. Rechter: [A] , Dalianz en WCoolIT zijn uw vennootschappen? [A] : Ja. WCoolIT is de werkmaatschappij. Ik hou me bezig met datacentra. Ik word ingevlogen als accountant voor moeilijke projecten, waar Inproba er één van was. Het was om de jaarrekening van 2022 af te ronden, voor de verkoop hebben ze me gevraagd langer te blijven. In januari 2024 gestart met due diligence. In april 2024 is de CEO gestopt. Daarna zat ik in het management. Op 13 februari 2025 is het bedrijf verkocht. Er is mij gevraagd of ik langer wilde blijven, tot medio december 2025. Dit heb ik toegezegd. Dit waren de afspraken die ik met de nieuwe eigenaar heb gemaakt. Toen werd mij aan de telefoon gezegd dat de afspraken met de oude eigenaar niet meer zouden gelden. Rechter: Hoe bent u bij Inproba terecht gekomen? [A] : Het bedrijf heet Countis, het is de accountant/bedrijf van Inproba. In oktober 2023 zijn we gestart. Rechter: Wat was de functie van [D] ? [A] : zij is de (tweeling)zus van de eigenaar, ze leek verantwoordelijk voor finance en de fabriek. Rechter: Klopt dit? [B] : Ja. Rechter: over de facturen: Ik lees vier verweren over facturen 1 en 2. Niet voorafgaand goedgekeurd, terwijl dat in de overeenkomst staat; urennorm van 32 uur per week overschreden; niet aan de kwaliteitsnormen voldaan en de uren kloppen niet (uren geharkt, in de tijd op kantoor voor andere opdrachtgevers gewerkt). Ik zal het meest stil gaan staan bij het vierde verweer, omdat aan het derde verweer weinig handen en voeten wordt gegeven. En aan de 32 uurs-norm: ik krijg de indruk dat het zo is gegaan dat [A] aan het begin van de nieuwe maand een factuur stuurde van de maand ervoor, zonder dat er een goedkeuringsmoment was. [A] : De factuur werd ingeboekt en betaald. Rechter: In de loop van de maand was er geen sprake van goedkeuring? U hield de uren bij en Inproba kreeg deze als eerst te zien bij de factuur? [A] : Ja, daar heb ik zelfs nooit vragen over gehad. [C] : In productie 8 wordt uitgewerkt dat het “altijd zo ging, zonder goedkeuring”, maar [B] is sinds juli gaan werken bij Inproba en heeft toen dieper in de facturen gekeken. Dat het is goedgekeurd, betekent niet dat het goed was. Het vertrouwen van Inproba was achteraf gezien misplaatst. Door [B] werd geconstateerd dat er fouten zaten in de facturen, dat uren niet klopten etc. Rechter: Het lijkt een beroep op een principieel niveau; niet goedgekeurd, dus je krijgt niets? [C] : We koppelen het aan het niet goedkeuren voor de facturen die nog open staan. Rechter: Ik verwijs naar artikel 2.1 uit de overeenkomst van opdracht. Er is in totaal 30 uur te veel gedeclareerd, maar dit gebeurde veel vaker (meer dan 32 uur per week). De verklaring was dat er in die periode meer uren moesten worden gemaakt door overname. Voert u nog een verweer dat ieder uur boven het maximum niet in rekening kan worden gebracht? [C] : Laten we ook dit koppelen aan het verweer over het aantal uren (beperking tot). Rechter: over de uren van juli en augustus, kort samengevat: Voor zover er op kantoor is gewerkt (meeste werk is op locatie verricht), zijn de uren te ruim gemeten op basis van de toegangspas gegevens. Voor zover er thuis is gewerkt, zegt u, dat lijkt me sterk, op basis van data van mailbox e.d., doordat er op die dagen documenten zijn gemaakt voor andere opdrachtgevers waar je niet voor wilt betalen. Ik geef [A] het woord hierover. [A] : Dat het op Inproba is geregistreerd, betekent niet dat ik die werkzaamheden op locatie of tijdens mijn werk voor Inproba heb gedaan. Het was slechts het versturen van de mail. Rechter: In productie 7 CvA staat een projectvoorstel. Ik begrijp het zo dat u dit document heeft, omdat [A] dit vanuit het Inproba account heeft verstuurd (e-mail). [C] : Hij heeft deze documenten op locatie van Inproba ingescand. [E] : U ziet dat hij de e-mails van het Inproba account naar ander e-mailaccount van zichzelf (WCoolIT en Dalianz) heeft gestuurd. [A] : Ik heb alleen een vraag aan ChatGPT gesteld en het antwoord gedownload en naar mijzelf gestuurd. Rechter: We weten zeker dat [A] op 21 juli vanuit Inproba mail naar zichzelf heeft gestuurd. En wat hij heeft gestuurd, heeft hij op kantoor van Inproba ingescand. [A] : Ik heb niets ingescand, het is gewoon een document. [C] : U ziet de ingescande documenten in de bijlagen van de e-mail staan, dit is op verschillende dagen gebeurd. [A] : Ik heb wel eens iets van Inproba naar mijzelf gestuurd. Rechter: Waarom stuurt u van een Inproba account e-mails naar uzelf die niets met Inproba te maken hebben? [A] : Ik heb meerdere e-mailadressen. Ik heb de e-mails gestuurd als een geheugensteun voor mijzelf. Ik heb twee computers, een stand alone met Inproba account en mijn laptop met meerdere accounts, ook van mijzelf. Soms zet ik een document klaar en dan verstuur ik het. [C] : Het is knap als je 10 uur factureert, terwijl ook al deze e-mails zijn verzonden op diezelfde dag. [B] : Je bent er dan ook mee bezig, dus die tijd die je eraan hebt besteed komt niet aan op één minuut. Rechter: over de uren in het algemeen: Meestal bent u op locatie gekomen en gaat weer weg en u schrijft daartussen alles. Dit is altijd zo gegaan, maak ik op uit de andere facturen. Maar Inproba vraagt zich af of dit klopt. Ik werk ook niet iedere minuut dat ik op mijn werk aanwezig ben, maar ik krijg een vast maandloon. Vind u dat [A] zijn uren nauwgezetter moet schrijven, omdat hij zijn uren factureert als zzp’er? [C] : De uren die geschreven zijn, kloppen niet met het inklokken en uitklokken. En de tijd besteed aan de opdrachten kloppen ook niet, en daar is gewoon een overeenkomst van opdracht voor. Zie productie 4. Rechter: Het gaat om verschillende tijden en deze zijn afgerond in het voordeel van [A] . [C] : Het verschilt soms een kwartier, maar soms ook anderhalf uur. Rechter: De activiteiten betreffen het verzenden van e-mails etc. Hier kan niet direct de productiviteit van worden afgeleid. Kunt u ( [B] ) algemeen toelichten wat uw idee hierbij is? [B] : Er is hier niet volwaardig gewerkt om de boel op orde te brengen bij Inproba.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2707 text/xml public 2026-05-20T08:54:50 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-05-08 C/16/603779 / HA ZA 25-603 Uitspraak Proces-verbaal NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2707 text/html public 2026-05-20T08:54:01 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2707 Rechtbank Midden-Nederland , 08-05-2026 / C/16/603779 / HA ZA 25-603 Dalianz en WCoolIT vorderen betaling van onbetaalde facturen van Inproba voor werkzaamheden als hoofd administratie (juli–augustus 2025) en een slotfactuur. Rechter wijst facturen voor verrichte werkzaamheden grotendeels toe, slotfactuur wordt afgewezen. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/603779 / HA ZA 25-603 Proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 mei 2026 in de zaak van 1. DALIANZ BEHEER B.V. , te Schipluiden, 2. WCOOLIT B.V. , te Schipluiden, eisende partijen, hierna samen te noemen: DALIANZ BEHEER B.V. en WCOOLIT B.V., advocaat: mr. J.G.M. Roijers, tegen INPROBA B.V., te Baarn, gedaagde partij, hierna te noemen: INPROBA B.V., advocaat: mr. K.S. Guldemond. De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Utrecht. De zaak wordt behandeld door mr. N.A.J. Purcell, rechter, bijgestaan door mr. A. van den Berg als griffier. Partijen verklaren het volgende: Rechter: vraag aan [A] : Hoe zit u hier vandaag? [A] : Ik heb facturen gestuurd die niet betaald zijn en geprobeerd het gesprek aan te gaan. Ik heb gewerkt voor deze uren en meen dat ik daar recht op heb. Rechter: En voor Inproba? [B] : We hebben facturen ontvangen waarvan ik vond dat deze deels zwaar onterecht waren en betwist kunnen worden, waaronder gefraudeerde documenten die aanleiding geven tot doen van onderzoek. We hebben eerdere pogingen ondernomen om eruit te komen. Rechter: Wat was u bereid om te betalen om het dossier te sluiten? [C] : Dit was ruim voor de procedure, maar het was toen een korting van 30% op facturen 1 en 2, maar factuur 3 sowieso niet betalen. Rechter: [A] , Dalianz en WCoolIT zijn uw vennootschappen? [A] : Ja. WCoolIT is de werkmaatschappij. Ik hou me bezig met datacentra. Ik word ingevlogen als accountant voor moeilijke projecten, waar Inproba er één van was. Het was om de jaarrekening van 2022 af te ronden, voor de verkoop hebben ze me gevraagd langer te blijven. In januari 2024 gestart met due diligence. In april 2024 is de CEO gestopt. Daarna zat ik in het management. Op 13 februari 2025 is het bedrijf verkocht. Er is mij gevraagd of ik langer wilde blijven, tot medio december 2025. Dit heb ik toegezegd. Dit waren de afspraken die ik met de nieuwe eigenaar heb gemaakt. Toen werd mij aan de telefoon gezegd dat de afspraken met de oude eigenaar niet meer zouden gelden. Rechter: Hoe bent u bij Inproba terecht gekomen? [A] : Het bedrijf heet Countis, het is de accountant/bedrijf van Inproba. In oktober 2023 zijn we gestart. Rechter: Wat was de functie van [D] ? [A] : zij is de (tweeling)zus van de eigenaar, ze leek verantwoordelijk voor finance en de fabriek. Rechter: Klopt dit? [B] : Ja. Rechter: over de facturen: Ik lees vier verweren over facturen 1 en 2. Niet voorafgaand goedgekeurd, terwijl dat in de overeenkomst staat; urennorm van 32 uur per week overschreden; niet aan de kwaliteitsnormen voldaan en de uren kloppen niet (uren geharkt, in de tijd op kantoor voor andere opdrachtgevers gewerkt). Ik zal het meest stil gaan staan bij het vierde verweer, omdat aan het derde verweer weinig handen en voeten wordt gegeven. En aan de 32 uurs-norm: ik krijg de indruk dat het zo is gegaan dat [A] aan het begin van de nieuwe maand een factuur stuurde van de maand ervoor, zonder dat er een goedkeuringsmoment was. [A] : De factuur werd ingeboekt en betaald. Rechter: In de loop van de maand was er geen sprake van goedkeuring? U hield de uren bij en Inproba kreeg deze als eerst te zien bij de factuur? [A] : Ja, daar heb ik zelfs nooit vragen over gehad. [C] : In productie 8 wordt uitgewerkt dat het “altijd zo ging, zonder goedkeuring”, maar [B] is sinds juli gaan werken bij Inproba en heeft toen dieper in de facturen gekeken. Dat het is goedgekeurd, betekent niet dat het goed was. Het vertrouwen van Inproba was achteraf gezien misplaatst. Door [B] werd geconstateerd dat er fouten zaten in de facturen, dat uren niet klopten etc. Rechter: Het lijkt een beroep op een principieel niveau; niet goedgekeurd, dus je krijgt niets? [C] : We koppelen het aan het niet goedkeuren voor de facturen die nog open staan. Rechter: Ik verwijs naar artikel 2.1 uit de overeenkomst van opdracht. Er is in totaal 30 uur te veel gedeclareerd, maar dit gebeurde veel vaker (meer dan 32 uur per week). De verklaring was dat er in die periode meer uren moesten worden gemaakt door overname. Voert u nog een verweer dat ieder uur boven het maximum niet in rekening kan worden gebracht? [C] : Laten we ook dit koppelen aan het verweer over het aantal uren (beperking tot). Rechter: over de uren van juli en augustus, kort samengevat: Voor zover er op kantoor is gewerkt (meeste werk is op locatie verricht), zijn de uren te ruim gemeten op basis van de toegangspas gegevens. Voor zover er thuis is gewerkt, zegt u, dat lijkt me sterk, op basis van data van mailbox e.d., doordat er op die dagen documenten zijn gemaakt voor andere opdrachtgevers waar je niet voor wilt betalen. Ik geef [A] het woord hierover. [A] : Dat het op Inproba is geregistreerd, betekent niet dat ik die werkzaamheden op locatie of tijdens mijn werk voor Inproba heb gedaan. Het was slechts het versturen van de mail. Rechter: In productie 7 CvA staat een projectvoorstel. Ik begrijp het zo dat u dit document heeft, omdat [A] dit vanuit het Inproba account heeft verstuurd (e-mail). [C] : Hij heeft deze documenten op locatie van Inproba ingescand. [E] : U ziet dat hij de e-mails van het Inproba account naar ander e-mailaccount van zichzelf (WCoolIT en Dalianz) heeft gestuurd. [A] : Ik heb alleen een vraag aan ChatGPT gesteld en het antwoord gedownload en naar mijzelf gestuurd. Rechter: We weten zeker dat [A] op 21 juli vanuit Inproba mail naar zichzelf heeft gestuurd. En wat hij heeft gestuurd, heeft hij op kantoor van Inproba ingescand. [A] : Ik heb niets ingescand, het is gewoon een document. [C] : U ziet de ingescande documenten in de bijlagen van de e-mail staan, dit is op verschillende dagen gebeurd. [A] : Ik heb wel eens iets van Inproba naar mijzelf gestuurd. Rechter: Waarom stuurt u van een Inproba account e-mails naar uzelf die niets met Inproba te maken hebben? [A] : Ik heb meerdere e-mailadressen. Ik heb de e-mails gestuurd als een geheugensteun voor mijzelf. Ik heb twee computers, een stand alone met Inproba account en mijn laptop met meerdere accounts, ook van mijzelf. Soms zet ik een document klaar en dan verstuur ik het. [C] : Het is knap als je 10 uur factureert, terwijl ook al deze e-mails zijn verzonden op diezelfde dag. [B] : Je bent er dan ook mee bezig, dus die tijd die je eraan hebt besteed komt niet aan op één minuut. Rechter: over de uren in het algemeen: Meestal bent u op locatie gekomen en gaat weer weg en u schrijft daartussen alles. Dit is altijd zo gegaan, maak ik op uit de andere facturen. Maar Inproba vraagt zich af of dit klopt. Ik werk ook niet iedere minuut dat ik op mijn werk aanwezig ben, maar ik krijg een vast maandloon. Vind u dat [A] zijn uren nauwgezetter moet schrijven, omdat hij zijn uren factureert als zzp’er? [C] : De uren die geschreven zijn, kloppen niet met het inklokken en uitklokken. En de tijd besteed aan de opdrachten kloppen ook niet, en daar is gewoon een overeenkomst van opdracht voor. Zie productie 4. Rechter: Het gaat om verschillende tijden en deze zijn afgerond in het voordeel van [A] . [C] : Het verschilt soms een kwartier, maar soms ook anderhalf uur. Rechter: De activiteiten betreffen het verzenden van e-mails etc. Hier kan niet direct de productiviteit van worden afgeleid. Kunt u ( [B] ) algemeen toelichten wat uw idee hierbij is? [B] : Er is hier niet volwaardig gewerkt om de boel op orde te brengen bij Inproba.
Volledig
Toen ik was gestart, heb ik me verbaasd over hoe Inproba er voor stond. De echte details ben ik steeds verder gaan zoeken; hoe betrouwbaar is het totaalplaatje, met name factuur 3 die ineens opkomt. De kwaliteit van de finance afdeling was niet oké. Rechter: over de uren: Ik zal er een paar uit plukken: zaterdag en zondag … juli: doornemen IM nieuwe accountant. [B] : Ik ben degene die verantwoordelijk is voor het opstarten van de nieuwe accountant. Ik heb direct (na verkoop) een nieuwe accountant aangesteld. [A] : Op de eerste dag van zijn vakantie moest ik de accountant te woord staan en ik moest het geheel anders doen dan de vorige accountant. [B] had een andere accountant aangesteld en aan mij gevraagd om hen te helpen bij het opstarten. Rechter: In de logs staat “eerder weg cursus”. De pauzes heeft u eraf gehaald? [A] : Ik heb zelf mijn pauzes eraf gehaald, door steeds mijn half uur pauze van het totaal aantal uren af te halen voor het declareren. Rechter: De check-in en check-out was 2,5 uur minder dan er gefactureerd is. [A] : Ik ging regelmatig voor inchecken naar het logistieke hok (waar geen check-in is) of met collega’s praten, zodat mijn check-in niet op de tijd was dat ik was begonnen. Het is niet ter controle, maar alleen om toegang te krijgen tot het gebouw. Ze laten alleen de incheck zien en niet de uitcheck. Rechter: Hoe komt het dat wij alleen inchecktijden hebben en niet de uitcheck? [B] : Je kan het pand alleen in met een pasje, en eruit kan via iedere deur. Daar heb je geen pas voor nodig. [A] : Boek 1 is het hek voor de auto’s, boek 2 is de toegang tot het hek. [B] : Het boeken is twee momenten van registratie. Rechter: Eind augustus deed u kennelijk werkzaamheden waarbij u niet op kantoor was? [A] : Ik was op vakantie in Maleisië en beantwoordde e-mails die ik kreeg. Rechter: Hierbij is het commentaar dat het werk niet zoveel tijd kostte. [A] : De mails waren voornamelijk vragen van [B] die ik kreeg. Hij vraagt steeds dingen van mij, maar achteraf mag ik deze niet factureren. Rechter: Kunnen jullie allebei nog iets zeggen over het factureren van deze uren? Een persoon met een hoog uurtarief wil je graag direct laten werken, zonder eerst over je vakantie te laten praten. Er zit een vloeiende overgang van kritisch kijken naar elke minuut, of gemiddeld 8 uur gewerkt, dus 8x standaardtarief. [E] : [A] heeft ook telefoongesprekken gevoerd tijdens zijn autoritten. Het kan zijn dat er soms een paar minuten te veel heeft geschreven, maar het werk is gewoon geleverd. Het is spijkers op laag water zoeken. Er is hiervoor nooit over de uren gezeurd. [A] moet dan slikken dat hij 30% van zijn gewerkte uren niet betaald krijgt, omdat er zo strikt naar die minuten wordt gekeken. [C] : Het gaat niet over minuten, maar over uren. Soms worden er uren geschreven en zijn er maar twee e-mails gestuurd. Rechter: We weten niet of er meer is gestuurd dan is gelogd. [B] : In de basis begrijp ik wat u zegt. Maar alles bij elkaar opgeteld, dus ook de kwaliteit van de boekhouding en de betrouwbaarheid van factuur 3, maakt dat ik scherper naar deze facturen kijk. [F] : [A] is aangenomen om de jaarrekening op te leveren. Maar toen de nieuwe CFO werd aangenomen, waren de jaarrekeningen van de voorgaande jaren niet opgeleverd. Het werk was dus juist niet gedaan. Rechter: Dit is een verweer dat ik nu voor het eerst hoor. [F] : Dit wilde ik gewoon even opmerken. Rechter: Dit is een verweer dat niet in de CvA opkomt. Dus ik ga hier niet verder op in. Rechter: over factuur 3 en het addendum: Hier speelt alleen de vraag of het addendum overeen is gekomen, want zo niet, dan is de factuur niet terecht. Productie 2 bij dagvaarding (addendum). [A] , waar kijk ik nu naar? Twee natte handtekeningen? [A] : Mijn handtekening is digitaal gezet. Recher: En die van mevrouw [D] ? [A] : Dat weet ik niet, ik heb het in mijn bakje (postvak) gekregen, al getekend. Rechter: En het origineel? [A] : Ik heb het document opgesteld. Zo is het met het oorspronkelijke contract ook gegaan. Rechter: Er zijn dus twee blaadjes papier, op eentje de natte handtekening van [D] ? [A] : Ja, die heb ik hier. [A] legt het ‘originele’ document over. Rechter: Dit is geen natte handtekening, dit is een print van iets. [A] : Dit is het enige stuk dat ik heb. Dat is het origineel. Rechter: Dit stuk is voor de andere partij geheel onbekend en de handtekening van [D] wordt betwist. De slotfactuur wordt hier ook in beschreven. U moet hierover wel iets verklaren. Wat was de gedachte van deze slotfactuur? [A] : Dat we zouden evalueren toen de CEO het bedrijf ging verkopen. Ik wilde ook niet meer dan drie dagen op kantoor zijn. Oorspronkelijk was het idee om het in gezamenlijk overleg te doen, zodat het voor de nieuwe koper dan duidelijk zou zijn dat er een eindfactuur was als hij mij zou willen weg hebben. Rechter: In het contract staat “opzegtermijn in gezamenlijk overleg”. [A] : Het was meer een vorm van mijzelf indekken, zodat ik niet van de ene op andere dag weg zou moeten. Rechter: De opzegtermijn “blijft 1 maand”, maar dit is eigenlijk iets nieuws. Wat waren de afspraken? [A] : Toen ik daar begon te werken, moest ik altijd naar locatie komen. Maar dit paste niet bij de werkzaamheden, want ik moest PowerPoints maken etc. Ik kom vanuit Delft naar Baarn en dat was niet praktisch met vervoer. Er kwam een nieuwe eigenaar en ik wilde commitment tonen dat ik wilde blijven. Maar daar moest ook iets tegenover staan. De slotfactuur was niet bedoeld om te gebruiken, maar wel als een stok achter de deur. Rechter: over het addendum: En voor Inproba? [C] : In de e-mail die zogenaamd verstuurd zou zijn, is het addendum niet bijgevoegd. Ik begrijp zelf ook niet hoe het is gegaan. Ik heb om bewijs gevraagd en dat tot nu toe niet gekregen. En ook geen toelichting van [D] dat deze getekend is. Inproba weet van niets. Ik zie geen herkomstinformatie, geen metadata dat de e-mail gestuurd is. Rechter: Over welke e-mail gaat dit? [C] : Die over het addendum. In de e-mailbox van [D] . [E] : Er is sprake geweest van een evaluatiegesprek en [A] zegt dat dit tijdens het gesprek aan de orde is geweest (op 13 juni). Daar legt hij hetzelfde vast wat in hoofdlijnen in het addendum staat. Als je de CvA erop naslaat, staat er niets over het addendum. Productie 7: er wordt van deze mail niet betwist dat hij is ontvangen, dit gaat over een mail in juli. Mevrouw [D] betwist niet dat ze hem getekend heeft; ze zegt dat ze hem niet herkend. Dat is iets anders dan dat ze hem niet getekend heeft. Ze geeft aan dat het gesprek heeft plaatsgevonden. [A] vraagt aan haar op 11 november 2025 of er tijdens het gesprek over [G] is gesproken. Dan zegt ze dat ze niet meer weet wat er besproken is, omdat het zo lang geleden is. Rechter: Ze geeft aan dat ze er op die dag in juni helemaal niet was. [E] : Op de laatste bladzijde van productie 9 staat dat op 28/29 mei [A] een afspraak heeft willen verzetten naar 7 juni, waarop [D] antwoordt dat dat prima is. [A] heeft de overeenkomst aan haar gegeven, zoals hij zelf verklaart, en de e-mail heeft hij ook verstuurd. Rechter: over productie 8 CvA: Wat u overlegt is niet de mail van 8 april, maar van 13 juni. [A] , in deze procedure komt u met een print van een e-mail. Dan komt Inproba met productie 8 CvA, dat is een e-mail van 8 april. Het is behalve de datum identiek wat betreft lettertype en inhoud. [A] : Ik kan het ook niet meer achterhalen, maar ik werd in september geheel buitengesloten. Ik zou niet weten hoe hij op 15 september verstuurd is. Rechter: Maar dat heeft u zelf gedaan. Waarom stuurt u zichzelf in april een mail met bevestiging van een gesprek dat nog plaats ging vinden in juni? [A] : Ik heb het gesprek van juni al voorbereid in april. Rechter: De bulletpoints uit het addendum waar [A] zich op beroept in de mail, die zijn identiek aan de mail van april. [A] : Ik kreeg pas in juni de mogelijkheid om dit met [D] af te stemmen. Rechter: Als het wordt betwist, moet u ( [A] ) aantonen dat de afspraken zijn gemaakt. Doordat u het originele document niet kunt overleggen, worden de twijfels over het document niet weggenomen.
Volledig
Toen ik was gestart, heb ik me verbaasd over hoe Inproba er voor stond. De echte details ben ik steeds verder gaan zoeken; hoe betrouwbaar is het totaalplaatje, met name factuur 3 die ineens opkomt. De kwaliteit van de finance afdeling was niet oké. Rechter: over de uren: Ik zal er een paar uit plukken: zaterdag en zondag … juli: doornemen IM nieuwe accountant. [B] : Ik ben degene die verantwoordelijk is voor het opstarten van de nieuwe accountant. Ik heb direct (na verkoop) een nieuwe accountant aangesteld. [A] : Op de eerste dag van zijn vakantie moest ik de accountant te woord staan en ik moest het geheel anders doen dan de vorige accountant. [B] had een andere accountant aangesteld en aan mij gevraagd om hen te helpen bij het opstarten. Rechter: In de logs staat “eerder weg cursus”. De pauzes heeft u eraf gehaald? [A] : Ik heb zelf mijn pauzes eraf gehaald, door steeds mijn half uur pauze van het totaal aantal uren af te halen voor het declareren. Rechter: De check-in en check-out was 2,5 uur minder dan er gefactureerd is. [A] : Ik ging regelmatig voor inchecken naar het logistieke hok (waar geen check-in is) of met collega’s praten, zodat mijn check-in niet op de tijd was dat ik was begonnen. Het is niet ter controle, maar alleen om toegang te krijgen tot het gebouw. Ze laten alleen de incheck zien en niet de uitcheck. Rechter: Hoe komt het dat wij alleen inchecktijden hebben en niet de uitcheck? [B] : Je kan het pand alleen in met een pasje, en eruit kan via iedere deur. Daar heb je geen pas voor nodig. [A] : Boek 1 is het hek voor de auto’s, boek 2 is de toegang tot het hek. [B] : Het boeken is twee momenten van registratie. Rechter: Eind augustus deed u kennelijk werkzaamheden waarbij u niet op kantoor was? [A] : Ik was op vakantie in Maleisië en beantwoordde e-mails die ik kreeg. Rechter: Hierbij is het commentaar dat het werk niet zoveel tijd kostte. [A] : De mails waren voornamelijk vragen van [B] die ik kreeg. Hij vraagt steeds dingen van mij, maar achteraf mag ik deze niet factureren. Rechter: Kunnen jullie allebei nog iets zeggen over het factureren van deze uren? Een persoon met een hoog uurtarief wil je graag direct laten werken, zonder eerst over je vakantie te laten praten. Er zit een vloeiende overgang van kritisch kijken naar elke minuut, of gemiddeld 8 uur gewerkt, dus 8x standaardtarief. [E] : [A] heeft ook telefoongesprekken gevoerd tijdens zijn autoritten. Het kan zijn dat er soms een paar minuten te veel heeft geschreven, maar het werk is gewoon geleverd. Het is spijkers op laag water zoeken. Er is hiervoor nooit over de uren gezeurd. [A] moet dan slikken dat hij 30% van zijn gewerkte uren niet betaald krijgt, omdat er zo strikt naar die minuten wordt gekeken. [C] : Het gaat niet over minuten, maar over uren. Soms worden er uren geschreven en zijn er maar twee e-mails gestuurd. Rechter: We weten niet of er meer is gestuurd dan is gelogd. [B] : In de basis begrijp ik wat u zegt. Maar alles bij elkaar opgeteld, dus ook de kwaliteit van de boekhouding en de betrouwbaarheid van factuur 3, maakt dat ik scherper naar deze facturen kijk. [F] : [A] is aangenomen om de jaarrekening op te leveren. Maar toen de nieuwe CFO werd aangenomen, waren de jaarrekeningen van de voorgaande jaren niet opgeleverd. Het werk was dus juist niet gedaan. Rechter: Dit is een verweer dat ik nu voor het eerst hoor. [F] : Dit wilde ik gewoon even opmerken. Rechter: Dit is een verweer dat niet in de CvA opkomt. Dus ik ga hier niet verder op in. Rechter: over factuur 3 en het addendum: Hier speelt alleen de vraag of het addendum overeen is gekomen, want zo niet, dan is de factuur niet terecht. Productie 2 bij dagvaarding (addendum). [A] , waar kijk ik nu naar? Twee natte handtekeningen? [A] : Mijn handtekening is digitaal gezet. Recher: En die van mevrouw [D] ? [A] : Dat weet ik niet, ik heb het in mijn bakje (postvak) gekregen, al getekend. Rechter: En het origineel? [A] : Ik heb het document opgesteld. Zo is het met het oorspronkelijke contract ook gegaan. Rechter: Er zijn dus twee blaadjes papier, op eentje de natte handtekening van [D] ? [A] : Ja, die heb ik hier. [A] legt het ‘originele’ document over. Rechter: Dit is geen natte handtekening, dit is een print van iets. [A] : Dit is het enige stuk dat ik heb. Dat is het origineel. Rechter: Dit stuk is voor de andere partij geheel onbekend en de handtekening van [D] wordt betwist. De slotfactuur wordt hier ook in beschreven. U moet hierover wel iets verklaren. Wat was de gedachte van deze slotfactuur? [A] : Dat we zouden evalueren toen de CEO het bedrijf ging verkopen. Ik wilde ook niet meer dan drie dagen op kantoor zijn. Oorspronkelijk was het idee om het in gezamenlijk overleg te doen, zodat het voor de nieuwe koper dan duidelijk zou zijn dat er een eindfactuur was als hij mij zou willen weg hebben. Rechter: In het contract staat “opzegtermijn in gezamenlijk overleg”. [A] : Het was meer een vorm van mijzelf indekken, zodat ik niet van de ene op andere dag weg zou moeten. Rechter: De opzegtermijn “blijft 1 maand”, maar dit is eigenlijk iets nieuws. Wat waren de afspraken? [A] : Toen ik daar begon te werken, moest ik altijd naar locatie komen. Maar dit paste niet bij de werkzaamheden, want ik moest PowerPoints maken etc. Ik kom vanuit Delft naar Baarn en dat was niet praktisch met vervoer. Er kwam een nieuwe eigenaar en ik wilde commitment tonen dat ik wilde blijven. Maar daar moest ook iets tegenover staan. De slotfactuur was niet bedoeld om te gebruiken, maar wel als een stok achter de deur. Rechter: over het addendum: En voor Inproba? [C] : In de e-mail die zogenaamd verstuurd zou zijn, is het addendum niet bijgevoegd. Ik begrijp zelf ook niet hoe het is gegaan. Ik heb om bewijs gevraagd en dat tot nu toe niet gekregen. En ook geen toelichting van [D] dat deze getekend is. Inproba weet van niets. Ik zie geen herkomstinformatie, geen metadata dat de e-mail gestuurd is. Rechter: Over welke e-mail gaat dit? [C] : Die over het addendum. In de e-mailbox van [D] . [E] : Er is sprake geweest van een evaluatiegesprek en [A] zegt dat dit tijdens het gesprek aan de orde is geweest (op 13 juni). Daar legt hij hetzelfde vast wat in hoofdlijnen in het addendum staat. Als je de CvA erop naslaat, staat er niets over het addendum. Productie 7: er wordt van deze mail niet betwist dat hij is ontvangen, dit gaat over een mail in juli. Mevrouw [D] betwist niet dat ze hem getekend heeft; ze zegt dat ze hem niet herkend. Dat is iets anders dan dat ze hem niet getekend heeft. Ze geeft aan dat het gesprek heeft plaatsgevonden. [A] vraagt aan haar op 11 november 2025 of er tijdens het gesprek over [G] is gesproken. Dan zegt ze dat ze niet meer weet wat er besproken is, omdat het zo lang geleden is. Rechter: Ze geeft aan dat ze er op die dag in juni helemaal niet was. [E] : Op de laatste bladzijde van productie 9 staat dat op 28/29 mei [A] een afspraak heeft willen verzetten naar 7 juni, waarop [D] antwoordt dat dat prima is. [A] heeft de overeenkomst aan haar gegeven, zoals hij zelf verklaart, en de e-mail heeft hij ook verstuurd. Rechter: over productie 8 CvA: Wat u overlegt is niet de mail van 8 april, maar van 13 juni. [A] , in deze procedure komt u met een print van een e-mail. Dan komt Inproba met productie 8 CvA, dat is een e-mail van 8 april. Het is behalve de datum identiek wat betreft lettertype en inhoud. [A] : Ik kan het ook niet meer achterhalen, maar ik werd in september geheel buitengesloten. Ik zou niet weten hoe hij op 15 september verstuurd is. Rechter: Maar dat heeft u zelf gedaan. Waarom stuurt u zichzelf in april een mail met bevestiging van een gesprek dat nog plaats ging vinden in juni? [A] : Ik heb het gesprek van juni al voorbereid in april. Rechter: De bulletpoints uit het addendum waar [A] zich op beroept in de mail, die zijn identiek aan de mail van april. [A] : Ik kreeg pas in juni de mogelijkheid om dit met [D] af te stemmen. Rechter: Als het wordt betwist, moet u ( [A] ) aantonen dat de afspraken zijn gemaakt. Doordat u het originele document niet kunt overleggen, worden de twijfels over het document niet weggenomen.