Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-05-11
ECLI:NL:RBMNE:2026:2703
Civiel recht
Kort geding
3,101 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2703 text/xml public 2026-05-19T13:51:22 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-05-11 12159572 \ UV EXPL 26-72 Uitspraak Kort geding NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2703 text/html public 2026-05-19T13:50:24 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2703 Rechtbank Midden-Nederland , 11-05-2026 / 12159572 \ UV EXPL 26-72 Kort geding, verstek. Huurder moet medewerking verlenen aan werkzaamheden voor renovatie van huurwoning. Tijdelijke ontruiming ook toegewezen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 12159572 \ UV EXPL 26-72 Vonnis in kort geding van 11 mei 2026 in de zaak van STICHTING WOONIN , gevestigd in Utrecht, eisende partij, hierna te noemen: Woonin, gemachtigde: mr. A. Ekkel, tegen [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 14 april 2026 met producties; de mondelinge behandeling van 29 april 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.2 Tijdens de mondelinge behandeling was namens Woonin aanwezig mevrouw [A] (sociaal projectleider) met de gemachtigde mr. Ekkel. [gedaagde] is niet verschenen. 2 De kern van de zaak Woonin verhuurt sinds 7 maart 2006 aan [gedaagde] de woning aan de [adres] in [plaats] (hierna: de woning). De woning maakt onderdeel uit van een appartementencomplex en Woonin wil aan dat complex een grootschalige renovatie uitvoeren. Daarvoor is medewerking vereist van [gedaagde] en die medewerking heeft Woonin niet gekregen. Daarom vordert Woonin (kort gezegd) op grond van artikel 7:220 BW medewerking van [gedaagde] en ontruiming van de woning voor de duur van de uitvoering van de werkzaamheden. De kantonrechter wijst deze vorderingen toe en bepaalt voor de gedwongen ontruiming een ontruimingstermijn van drie dagen na betekening van dit vonnis. 3 De beoordeling Verstekverlening tegen [gedaagde] 3.1 De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] niet is verschenen. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat aan [gedaagde] verstek is verleend. De vorderingen tegen [dochter] is tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken 3.2 Aanvankelijk heeft Woonin de vordering ook ingesteld tegen de dochter van [gedaagde] , mevrouw [dochter] , omdat zij feitelijk in de woning verblijft. Die vordering tegen haar is tijdens de mondelinge behandeling van 29 april 2026 ingetrokken, zodat de kantonrechter alleen beslist op de vordering tegen [gedaagde] . Er is sprake van een spoedeisend belang 3.3 Een vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als de eisende partij (in dit geval Woonin) daarbij een spoedeisend belang heeft. Daarvan is sprake, omdat onweersproken is gesteld dat de start van de werkzaamheden van de aannemer staat gepland in de week van 18 mei 2026. De vorderingen van Woonin zijn (grotendeels) toewijsbaar 3.4 De vorderingen van Woonin komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zullen worden toegewezen, behalve ten aanzien van de beveltermijn van artikel 555 Rv. Woonin vordert om die beveltermijn zodanig te verkorten, dat zij primair onmiddellijk en subsidiair binnen 24 uur na betekening van het vonnis tot een gedwongen tijdelijke ontruiming mogen overgaan. De kantonrechter ziet geen reden om de beveltermijn te verkorten tot onmiddellijk of binnen 24 uur na betekening van het vonnis. Zij sluit aan bij de termijn van artikel 555 Rv en die is drie dagen na betekening van dit vonnis. Tussen de datum van dit vonnis en de start van de werkzaamheden in de week van 18 mei 2026 zit daarvoor immers nog voldoende tijd. 3.5 Woonin stelt dat in de woning die [gedaagde] huurt de dochter van [gedaagde] woonachtig is. De verplichting van [gedaagde] om medewerking te verlenen, strekt er daarom ook toe dat hij ervoor moet zorgen dat zijn dochter haar medewerking verleent aan Woonin. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 3.6 [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonin worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 151,94 - griffierecht € 139,00 - salaris gemachtigde € 577,00 - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.011,94 4 De beslissing De kantonrechter 4.1 veroordeelt [gedaagde] om met onmiddellijke ingang alle benodigde medewerking te verlenen aan de sociale, technische en vooropname en werkzaamheden genoemd in het als productie drie bij de dagvaarding aangehechte Sociaal Plan (en de te realiseren staat van het gehuurde zoals daarin is omschreven), voor grootonderhoud en woningverbetering genoemd in het lichaam van de dagvaarding, alsmede om volledige medewerking te verlenen aan de voorbereiding van die werkzaamheden, deze werkzaamheden te gedogen en daartoe alle benodigde gelegenheid en toegang tot de woning te geven aan Woonin en de door Woonin ingeschakelde derden; 4.2 veroordeelt [gedaagde] om de woning tijdelijk, dat wil zeggen voor de duur van de uitvoering van de werkzaamheden en voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden, te ontruimen met al degenen die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden, zodat Woonin en de door Woonin ingeschakelde derden alle werkzaamheden kunnen uitvoeren die noodzakelijk zijn om de in het hiervoor genoemde Sociaal Plan en het lichaam van de dagvaarding vermelde werkzaamheden en de te realiseren staat, te verwezenlijken; 4.3 bepaalt dat de gedwongen ontruiming na drie dagen, volgende op betekening van dit vonnis mag plaatsvinden; 4.4 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.011,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.5 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.6 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2703 text/xml public 2026-05-19T13:51:22 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-05-11 12159572 \ UV EXPL 26-72 Uitspraak Kort geding NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2703 text/html public 2026-05-19T13:50:24 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2703 Rechtbank Midden-Nederland , 11-05-2026 / 12159572 \ UV EXPL 26-72 Kort geding, verstek. Huurder moet medewerking verlenen aan werkzaamheden voor renovatie van huurwoning. Tijdelijke ontruiming ook toegewezen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 12159572 \ UV EXPL 26-72 Vonnis in kort geding van 11 mei 2026 in de zaak van STICHTING WOONIN , gevestigd in Utrecht, eisende partij, hierna te noemen: Woonin, gemachtigde: mr. A. Ekkel, tegen [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 14 april 2026 met producties; de mondelinge behandeling van 29 april 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.2 Tijdens de mondelinge behandeling was namens Woonin aanwezig mevrouw [A] (sociaal projectleider) met de gemachtigde mr. Ekkel. [gedaagde] is niet verschenen. 2 De kern van de zaak Woonin verhuurt sinds 7 maart 2006 aan [gedaagde] de woning aan de [adres] in [plaats] (hierna: de woning). De woning maakt onderdeel uit van een appartementencomplex en Woonin wil aan dat complex een grootschalige renovatie uitvoeren. Daarvoor is medewerking vereist van [gedaagde] en die medewerking heeft Woonin niet gekregen. Daarom vordert Woonin (kort gezegd) op grond van artikel 7:220 BW medewerking van [gedaagde] en ontruiming van de woning voor de duur van de uitvoering van de werkzaamheden. De kantonrechter wijst deze vorderingen toe en bepaalt voor de gedwongen ontruiming een ontruimingstermijn van drie dagen na betekening van dit vonnis. 3 De beoordeling Verstekverlening tegen [gedaagde] 3.1 De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] niet is verschenen. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat aan [gedaagde] verstek is verleend. De vorderingen tegen [dochter] is tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken 3.2 Aanvankelijk heeft Woonin de vordering ook ingesteld tegen de dochter van [gedaagde] , mevrouw [dochter] , omdat zij feitelijk in de woning verblijft. Die vordering tegen haar is tijdens de mondelinge behandeling van 29 april 2026 ingetrokken, zodat de kantonrechter alleen beslist op de vordering tegen [gedaagde] . Er is sprake van een spoedeisend belang 3.3 Een vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als de eisende partij (in dit geval Woonin) daarbij een spoedeisend belang heeft. Daarvan is sprake, omdat onweersproken is gesteld dat de start van de werkzaamheden van de aannemer staat gepland in de week van 18 mei 2026. De vorderingen van Woonin zijn (grotendeels) toewijsbaar 3.4 De vorderingen van Woonin komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zullen worden toegewezen, behalve ten aanzien van de beveltermijn van artikel 555 Rv. Woonin vordert om die beveltermijn zodanig te verkorten, dat zij primair onmiddellijk en subsidiair binnen 24 uur na betekening van het vonnis tot een gedwongen tijdelijke ontruiming mogen overgaan. De kantonrechter ziet geen reden om de beveltermijn te verkorten tot onmiddellijk of binnen 24 uur na betekening van het vonnis. Zij sluit aan bij de termijn van artikel 555 Rv en die is drie dagen na betekening van dit vonnis. Tussen de datum van dit vonnis en de start van de werkzaamheden in de week van 18 mei 2026 zit daarvoor immers nog voldoende tijd. 3.5 Woonin stelt dat in de woning die [gedaagde] huurt de dochter van [gedaagde] woonachtig is. De verplichting van [gedaagde] om medewerking te verlenen, strekt er daarom ook toe dat hij ervoor moet zorgen dat zijn dochter haar medewerking verleent aan Woonin. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 3.6 [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonin worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 151,94 - griffierecht € 139,00 - salaris gemachtigde € 577,00 - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.011,94 4 De beslissing De kantonrechter 4.1 veroordeelt [gedaagde] om met onmiddellijke ingang alle benodigde medewerking te verlenen aan de sociale, technische en vooropname en werkzaamheden genoemd in het als productie drie bij de dagvaarding aangehechte Sociaal Plan (en de te realiseren staat van het gehuurde zoals daarin is omschreven), voor grootonderhoud en woningverbetering genoemd in het lichaam van de dagvaarding, alsmede om volledige medewerking te verlenen aan de voorbereiding van die werkzaamheden, deze werkzaamheden te gedogen en daartoe alle benodigde gelegenheid en toegang tot de woning te geven aan Woonin en de door Woonin ingeschakelde derden; 4.2 veroordeelt [gedaagde] om de woning tijdelijk, dat wil zeggen voor de duur van de uitvoering van de werkzaamheden en voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden, te ontruimen met al degenen die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden, zodat Woonin en de door Woonin ingeschakelde derden alle werkzaamheden kunnen uitvoeren die noodzakelijk zijn om de in het hiervoor genoemde Sociaal Plan en het lichaam van de dagvaarding vermelde werkzaamheden en de te realiseren staat, te verwezenlijken; 4.3 bepaalt dat de gedwongen ontruiming na drie dagen, volgende op betekening van dit vonnis mag plaatsvinden; 4.4 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.011,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.5 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.6 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026.