Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-05-06
ECLI:NL:RBMNE:2026:2446
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,936 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2446 text/xml public 2026-05-20T10:30:05 2026-05-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-05-06 11889415 \ UC EXPL 25-7403 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2446 text/html public 2026-05-20T10:29:42 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2446 Rechtbank Midden-Nederland , 06-05-2026 / 11889415 \ UC EXPL 25-7403 Non-concurrentiebeding. Gedaagde hoeft geen boete te betalen, omdat de overeenkomst hem niet verbiedt om klanten van eiser te benaderen en hij niet daadwerkelijk voor die klanten heeft gewerkt. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht, kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11889415 \ UC EXPL 25-7403 Vonnis van 6 mei 2026 in de zaak van [eiser] , h.o.d.n. [handelsnaam] , wonend in [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. M. Leung (Incassocenter B.V.), tegen ECO SECURITY B.V. , gevestigd in Elst, gedaagde partij, hierna te noemen: Eco Security, vertegenwoordigd door haar [.] : de heer [A] en de heer [B] . 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties van 14 juli 2025; het verwijzingsvonnis van de rechtbank Gelderland van 15 augustus 2025; de brief met producties van Eco Security van 26 augustus 2025; het proces-verbaal van de rolzitting van 24 september 2025, waarin de mondelinge conclusie van antwoord van Eco Security staat; de akte nadere producties van [eiser] van 30 december 2025; de akte nadere producties van Eco Security van 31 december 2025; de mondelinge behandeling van 14 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2 Bij de mondelinge behandeling is [eiser] verschenen. Hij werd bijgestaan door de heer R. Warning, waarnemer voor mr. M. Leung. Namens Eco Security zijn haar [.] , de heren [B] en [A] , verschenen. Aan het eind van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis zal worden gewezen. 2 De kern van de zaak 2.1 [eiser] heeft in opdracht van Eco Security werkzaamheden verricht als beveiliger. Hij wil dat Eco Security hem daarvoor een bedrag betaalt van € 8.282,45, vermeerderd met rente en kosten. Eco Security weigert dat te doen, omdat zij zegt dat zij dat bedrag kan verrekenen met contractuele boetes die [eiser] heeft verbeurd. De vorderingen van [eiser] worden grotendeels toegewezen. 3 De beoordeling Het verrekeningsverweer van Eco Security slaagt niet 3.1 Partijen zijn het erover eens dat [eiser] in de maanden augustus en september 2024 als zzp’er werkzaamheden voor Eco Security heeft verricht. [eiser] stelt dat Eco Security hem daarvoor op basis van de gewerkte dagen en overeengekomen uurtarieven een bedrag van in totaal € 8.282,45 moet betalen. Eco Security heeft dat niet betwist, maar zegt dat zij die vordering kan verrekenen en dat zij na verrekening – waarmee zij [eiser] dus € 8.282,45 betaalt – [eiser] niets meer hoeft te betalen. Voor een geslaagd beroep op verrekening is nodig dat Eco Security een tegenvordering op [eiser] heeft. De kantonrechter oordeelt dat Eco Security die niet heeft en overweegt daartoe als volgt. 3.2 Eco Security beroept zich voor haar verrekeningsverweer op een geheimhouding en klantenbeding dat is opgenomen in een inleenovereenkomst waarvan zij zegt dat zij die met [eiser] heeft gesloten. [eiser] heeft dat weersproken, maar de kantonrechter laat in het midden of dat klopt. Voor de uitkomst van deze zaak maakt het namelijk geen verschil, omdat Eco Security ook dan geen tegenvordering op [eiser] heeft. 3.3 Eco Security heeft gesteld dat [eiser] buiten haar om twee van haar klanten heeft benaderd om voor die klanten te werken en hij daarom twee boetes van in totaal € 50.000,00 heeft verbeurd. Het artikel waarnaar Eco Security verwijst verbiedt echter alleen het delen van informatie van haar klanten, het delen van haar bedrijfsgegevens en het daadwerkelijk verlenen van beveiligingsdiensten aan klanten voor wie [eiser] werkzaamheden heeft verricht via Eco Security. Het enkel benaderen van klanten van Eco Security wordt nergens in de overeenkomst verboden. Voor zover [eiser] inderdaad klanten van Eco Security heeft benaderd, heeft hij daardoor dus geen boetes verbeurd. Tijdens de zitting heeft Eco Security verder gezegd dat [eiser] niet buiten haar om heeft gewerkt voor de klanten die hij volgens haar heeft benaderd. Ook blijkt nergens uit dat [eiser] klantinformatie of bedrijfsgegevens van Eco Security met anderen heeft gedeeld. Anders dan Eco Security heeft betoogd, is dat namelijk niet hetzelfde als het benaderen van klanten. Van het bestaan van een tegenvordering in de vorm van een boete is dus geen sprake. Conclusie: Eco Security moet de hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente betalen 3.4 De conclusie is dat het verrekeningsverweer van Eco Security niet slaagt en zij [eiser] de totale hoofdsom van € 8.282,45 moet betalen. Die vordering wordt daarom worden toegewezen. 3.5 [eiser] heeft daarnaast een vergoeding van € 1.242,37 voor buitengerechtelijke incassokosten gevorderd, zijnde 15% van de hoofdsom. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft in de dagvaarding, in zijn akte en tijdens de mondelinge behandeling geen feiten en/of omstandigheden gesteld, die kunnen leiden tot de conclusie dat partijen voormeld percentage zijn overeengekomen. Daarom stelt de kantonrechter de omvang van de buitenrechtelijke incassokosten vast op het bedrag dat volgt uit de staffel in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, namelijk € 789,12. Hierbij heeft de kantonrechter in aanmerking genomen, dat [eiser] niet heeft onderbouwd dat hij in redelijkheid meer buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt. 3.6 De door [eiser] gevorderde verschenen wettelijke handelsrente van € 834,40 wordt ook toegewezen. Datzelfde geldt voor de gevorderde wettelijke handelsrente vanaf de datum van de dagvaarding, met dien verstande dat die wordt toegewezen over de hoofdsom en niet ook over het gehele bedrag aan al verschenen rente en de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De veroordeling tot betaling van wettelijke handelsrente houdt van zichzelf al in dat verschenen rente na een jaar bij de hoofdsom mag worden opgeteld. De wettelijke handelsrente wordt dus alleen toegewezen over het bedrag aan al verschenen rente voor zover die een jaar is verschenen. Over de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten kan alleen de wettelijke rente worden toegewezen, omdat dat geen vordering is die voortkomt uit een handelsovereenkomst. Eco Security moet de proceskosten van [eiser] betalen 3.7 Eco Security is grotendeels in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de kosten veroordeeld. Dit betekent dat Eco Security haar eigen proceskosten moet dragen en de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiser] aan hem moet betalen. Anders dan [eiser] heeft gevorderd, wordt de wettelijke rente daarover toegewezen zoals vermeld in de beslissing, omdat ook die vordering niet voortkomt uit een handelsovereenkomst. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 122,35 - griffierecht € 257,00 - salaris gemachtigde € 864,00 (2 punten × € 432,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.387,35 Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard 3.8 De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zoals [eiser] heeft gevorderd. Dat betekent dat [eiser] het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als Eco Security niet aan het vonnis voldoet. Eco Security kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als er nog in hoger beroep moet worden beslist.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2446 text/xml public 2026-05-20T10:30:05 2026-05-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-05-06 11889415 \ UC EXPL 25-7403 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2446 text/html public 2026-05-20T10:29:42 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2446 Rechtbank Midden-Nederland , 06-05-2026 / 11889415 \ UC EXPL 25-7403 Non-concurrentiebeding. Gedaagde hoeft geen boete te betalen, omdat de overeenkomst hem niet verbiedt om klanten van eiser te benaderen en hij niet daadwerkelijk voor die klanten heeft gewerkt. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht, kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11889415 \ UC EXPL 25-7403 Vonnis van 6 mei 2026 in de zaak van [eiser] , h.o.d.n. [handelsnaam] , wonend in [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. M. Leung (Incassocenter B.V.), tegen ECO SECURITY B.V. , gevestigd in Elst, gedaagde partij, hierna te noemen: Eco Security, vertegenwoordigd door haar [.] : de heer [A] en de heer [B] . 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties van 14 juli 2025; het verwijzingsvonnis van de rechtbank Gelderland van 15 augustus 2025; de brief met producties van Eco Security van 26 augustus 2025; het proces-verbaal van de rolzitting van 24 september 2025, waarin de mondelinge conclusie van antwoord van Eco Security staat; de akte nadere producties van [eiser] van 30 december 2025; de akte nadere producties van Eco Security van 31 december 2025; de mondelinge behandeling van 14 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2 Bij de mondelinge behandeling is [eiser] verschenen. Hij werd bijgestaan door de heer R. Warning, waarnemer voor mr. M. Leung. Namens Eco Security zijn haar [.] , de heren [B] en [A] , verschenen. Aan het eind van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis zal worden gewezen. 2 De kern van de zaak 2.1 [eiser] heeft in opdracht van Eco Security werkzaamheden verricht als beveiliger. Hij wil dat Eco Security hem daarvoor een bedrag betaalt van € 8.282,45, vermeerderd met rente en kosten. Eco Security weigert dat te doen, omdat zij zegt dat zij dat bedrag kan verrekenen met contractuele boetes die [eiser] heeft verbeurd. De vorderingen van [eiser] worden grotendeels toegewezen. 3 De beoordeling Het verrekeningsverweer van Eco Security slaagt niet 3.1 Partijen zijn het erover eens dat [eiser] in de maanden augustus en september 2024 als zzp’er werkzaamheden voor Eco Security heeft verricht. [eiser] stelt dat Eco Security hem daarvoor op basis van de gewerkte dagen en overeengekomen uurtarieven een bedrag van in totaal € 8.282,45 moet betalen. Eco Security heeft dat niet betwist, maar zegt dat zij die vordering kan verrekenen en dat zij na verrekening – waarmee zij [eiser] dus € 8.282,45 betaalt – [eiser] niets meer hoeft te betalen. Voor een geslaagd beroep op verrekening is nodig dat Eco Security een tegenvordering op [eiser] heeft. De kantonrechter oordeelt dat Eco Security die niet heeft en overweegt daartoe als volgt. 3.2 Eco Security beroept zich voor haar verrekeningsverweer op een geheimhouding en klantenbeding dat is opgenomen in een inleenovereenkomst waarvan zij zegt dat zij die met [eiser] heeft gesloten. [eiser] heeft dat weersproken, maar de kantonrechter laat in het midden of dat klopt. Voor de uitkomst van deze zaak maakt het namelijk geen verschil, omdat Eco Security ook dan geen tegenvordering op [eiser] heeft. 3.3 Eco Security heeft gesteld dat [eiser] buiten haar om twee van haar klanten heeft benaderd om voor die klanten te werken en hij daarom twee boetes van in totaal € 50.000,00 heeft verbeurd. Het artikel waarnaar Eco Security verwijst verbiedt echter alleen het delen van informatie van haar klanten, het delen van haar bedrijfsgegevens en het daadwerkelijk verlenen van beveiligingsdiensten aan klanten voor wie [eiser] werkzaamheden heeft verricht via Eco Security. Het enkel benaderen van klanten van Eco Security wordt nergens in de overeenkomst verboden. Voor zover [eiser] inderdaad klanten van Eco Security heeft benaderd, heeft hij daardoor dus geen boetes verbeurd. Tijdens de zitting heeft Eco Security verder gezegd dat [eiser] niet buiten haar om heeft gewerkt voor de klanten die hij volgens haar heeft benaderd. Ook blijkt nergens uit dat [eiser] klantinformatie of bedrijfsgegevens van Eco Security met anderen heeft gedeeld. Anders dan Eco Security heeft betoogd, is dat namelijk niet hetzelfde als het benaderen van klanten. Van het bestaan van een tegenvordering in de vorm van een boete is dus geen sprake. Conclusie: Eco Security moet de hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente betalen 3.4 De conclusie is dat het verrekeningsverweer van Eco Security niet slaagt en zij [eiser] de totale hoofdsom van € 8.282,45 moet betalen. Die vordering wordt daarom worden toegewezen. 3.5 [eiser] heeft daarnaast een vergoeding van € 1.242,37 voor buitengerechtelijke incassokosten gevorderd, zijnde 15% van de hoofdsom. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft in de dagvaarding, in zijn akte en tijdens de mondelinge behandeling geen feiten en/of omstandigheden gesteld, die kunnen leiden tot de conclusie dat partijen voormeld percentage zijn overeengekomen. Daarom stelt de kantonrechter de omvang van de buitenrechtelijke incassokosten vast op het bedrag dat volgt uit de staffel in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, namelijk € 789,12. Hierbij heeft de kantonrechter in aanmerking genomen, dat [eiser] niet heeft onderbouwd dat hij in redelijkheid meer buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt. 3.6 De door [eiser] gevorderde verschenen wettelijke handelsrente van € 834,40 wordt ook toegewezen. Datzelfde geldt voor de gevorderde wettelijke handelsrente vanaf de datum van de dagvaarding, met dien verstande dat die wordt toegewezen over de hoofdsom en niet ook over het gehele bedrag aan al verschenen rente en de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De veroordeling tot betaling van wettelijke handelsrente houdt van zichzelf al in dat verschenen rente na een jaar bij de hoofdsom mag worden opgeteld. De wettelijke handelsrente wordt dus alleen toegewezen over het bedrag aan al verschenen rente voor zover die een jaar is verschenen. Over de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten kan alleen de wettelijke rente worden toegewezen, omdat dat geen vordering is die voortkomt uit een handelsovereenkomst. Eco Security moet de proceskosten van [eiser] betalen 3.7 Eco Security is grotendeels in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de kosten veroordeeld. Dit betekent dat Eco Security haar eigen proceskosten moet dragen en de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiser] aan hem moet betalen. Anders dan [eiser] heeft gevorderd, wordt de wettelijke rente daarover toegewezen zoals vermeld in de beslissing, omdat ook die vordering niet voortkomt uit een handelsovereenkomst. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 122,35 - griffierecht € 257,00 - salaris gemachtigde € 864,00 (2 punten × € 432,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.387,35 Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard 3.8 De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zoals [eiser] heeft gevorderd. Dat betekent dat [eiser] het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als Eco Security niet aan het vonnis voldoet. Eco Security kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als er nog in hoger beroep moet worden beslist.