Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-03-18
ECLI:NL:RBMNE:2026:2420
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
16,150 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2420 text/xml public 2026-05-19T08:38:10 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-18 C/16/594362 / HA ZA 25-286 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2420 text/html public 2026-05-19T08:37:33 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2420 Rechtbank Midden-Nederland , 18-03-2026 / C/16/594362 / HA ZA 25-286 Koop tweedehands auto met een teruggedraaide kilometerstand. Auto voldeed niet aan de koopovereenkomst. Buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst was gerechtvaardigd. De gevorderde gebruiksvergoeding en reparatiekosten worden toegewezen. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/594362 / HA ZA 25-286 Vonnis van 18 maart 2026 in de zaak van [eiseres] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. B. Blom, tegen [gedaagde] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. J.E.W. Swartjes. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties; - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties; - de conclusie van antwoord in reconventie met akte eiswijziging met producties; - de brief van 23 oktober 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - de akte van 18 december 2025 waarbij [gedaagde] bezwaar heeft gemaakt tegen die wijziging van eis; - de mondelinge behandeling van 13 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt en waarin de eiswijziging is toegestaan; - de spreekaantekeningen van [eiseres] . 1.2. Aan het einde van de mondelinge behandeling is bepaald dat vonnis zal worden gewezen. 2 De kern van de zaak 2.1 [eiseres] heeft van [gedaagde] een tweedehands Audi S6 Avant 4.0 gekocht waarvan – naar achteraf is gebleken – de kilometerstand was teruggedraaid. Wat partijen verdeeld houdt is of de auto daardoor niet voldeed aan de koopovereenkomst en zo ja, wie een verwijt valt te maken van de omstandigheid dat de koop niet ongedaan is gemaakt. De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichting om een auto te leveren die de eigenschappen heeft die tussen partijen zijn overeengekomen. De buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst door [eiseres] was gerechtvaardigd. [gedaagde] moet daarom de koopsom aan [eiseres] terugbetalen en [eiseres] moet de auto terugbrengen naar [gedaagde] . De door [gedaagde] gevorderde gebruiksvergoeding en reparatiekosten worden toegewezen. [gedaagde] hoeft [eiseres] geen schadevergoeding te betalen omdat haar niet kan worden verweten dat zij de koopprijs nog niet aan [eiseres] heeft terugbetaald. 3 De beoordeling in conventie en in reconventie 3.1 De vorderingen van partijen in conventie en in reconventie hangen met elkaar samen en worden daarom gezamenlijk behandeld. De gekochte auto voldeed niet aan de overeenkomst 3.2. De rechtbank is het met [eiseres] eens dat de door haar gekochte auto niet voldeed aan de overeenkomst. In de advertentie die [gedaagde] destijds op de website had gezet, stond dat de kilometerstand 136.580 kilometer was en dit aantal stond ook op de teller in de auto. Na de koop heeft [eiseres] in februari 2024 een officiële Audi Dealer een uitdraai laten maken van de onderhoudshistorie en is de controlemodule uitgelezen. Daaruit bleek dat de daadwerkelijke kilometerstand van de auto rond de 241.000 bedroeg en de teller was teruggedraaid. In een door [eiseres] aangevraagd RDW-voertuigenrapport van 20 maart 2024 is het oordeel ‘onlogisch’ gegeven. Uit dit rapport blijkt voor deze auto op 22 december 2023 een kilometerstand van 136.899 kilometer geregistreerd te zijn terwijl eerder op 7 november 2018 een kilometerstand van 180.171 kilometer was geregistreerd. 3.3. Uit vaste rechtspraak volgt dat,voor een koper van een tweedehandsauto de kilometerstand van essentieel belang is voor de beslissing om al dan niet over te gaan tot de koop van de auto. De kilometerstand vormt immers een belangrijke aanwijzing voor de waarde van de auto en voor de risico’s die de koper loopt voor wat betreft de staat van de auto. Tevens garandeert de verkoper de juistheid van de kilometerstand van de auto in beginsel stilzwijgend. Dat betekent dat als na de levering van de auto blijkt dat de daadwerkelijke kilometerstand niet overeenkomt met de kilometerstand die door de verkoper bij de aankoop is meegedeeld, de geleverde auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. [gedaagde] is in beginsel dus tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenis om een auto te leveren met de eigenschappen die tussen partijen zijn overeengekomen. [eiseres] hoefde niet vooraf onderzoek te doen 3.4. Het verweer van [gedaagde] dat [eiseres] zelf de kilometerstand had moeten controleren gaat niet op. Daar was geen aanleiding voor. [eiseres] , die beroepshalve geen werkzaamheden verricht in de autobranche, hoefde er namelijk niet op bedacht te zijn dat de informatie van [gedaagde] over de kilometerstand onjuist zou zijn. Zo hoefde [eiseres] uit het ontbreken van een NAP-garantie in de advertentie bij de kilometerstand niet te begrijpen dat de opgegeven kilometerstand niet zou kunnen kloppen. Het lag op de weg van [gedaagde] om [eiseres] er nadrukkelijk op te wijzen als zij geen verantwoordelijkheid wilde nemen voor de juistheid van de kilometerstand. Dat heeft zij niet gedaan. Zij heeft ook niet aan [eiseres] medegedeeld dat het een geïmporteerde auto betrof zodat [eiseres] ook niet om deze reden alert had hoeven zijn op een onjuiste kilometerstand. [eiseres] hoefde dan ook niet te twijfelen aan de kilometerstand en had op het moment van de koop geen reden voor het laten controleren van de kilometerstand. De stelling van [gedaagde] dat zij er niet van op de hoogte kon zijn dat de kilometerteller was teruggedraaid is overigens onjuist. Ter zitting is gebleken dat [gedaagde] zelf over het fysieke onderhoudsboekje van de auto beschikte en dat zij daarin had kunnen zien dat de kilometerstand niet klopte. [gedaagde] kan geen beroep doen op het beding in de algemene voorwaarden 3.5. Volgens [gedaagde] kan [eiseres] de overeenkomst niet ontbinden want in de algemene voorwaarden die van toepassing zijn is bepaald dat [gedaagde] de door haar geleverde en gebruikte auto niet garandeert en [gedaagde] op geen enkele manier instaat voor verborgen gebreken of klachten wat betreft de gekochte auto. [eiseres] betwist dat deze algemene voorwaarden van toepassing zijn omdat deze niet ter hand zijn gesteld. Zij heeft in de conclusie van antwoord in reconventie daarom de algemene voorwaarden van [gedaagde] vernietigd. 3.6. Op grond van artikel 6:233 aanhef en onder b BW is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. In artikel 6:234 BW staat hoe de gebruiker deze mogelijkheid kan bieden. In beginsel dient de gebruiker de algemene voorwaarden uiterlijk op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten aan de wederpartij ter hand te hebben gesteld. Op de gebruiker rust de bewijslast omtrent een betwiste terhandstelling. 3.7. Ter zitting heeft [gedaagde] gesteld dat [eiseres] op 20 december 2023 van de algemene voorwaarden heeft kennis genomen met het sluiten van de koopovereenkomst. De algemene voorwaarden stonden namelijk op de achterkant van de factuur afgedrukt. De rechtbank volgt [gedaagde] niet in haar standpunt dat de koopovereenkomst met het tekenen van de factuur op 20 december 2023 is gesloten en de algemene voorwaarden tijdig ter hand zijn gesteld omdat deze op de achterzijde zijn afgedrukt. Uit de stukken en wat partijen ter zitting hebben gesteld blijkt namelijk dat partijen op 19 december 2023 op alle punten overeenstemming hebben bereikt over de koop waaronder de financiering van de auto. De koopovereenkomst is toen dus al gesloten.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2420 text/xml public 2026-05-19T08:38:10 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-18 C/16/594362 / HA ZA 25-286 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2420 text/html public 2026-05-19T08:37:33 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2420 Rechtbank Midden-Nederland , 18-03-2026 / C/16/594362 / HA ZA 25-286 Koop tweedehands auto met een teruggedraaide kilometerstand. Auto voldeed niet aan de koopovereenkomst. Buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst was gerechtvaardigd. De gevorderde gebruiksvergoeding en reparatiekosten worden toegewezen. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/594362 / HA ZA 25-286 Vonnis van 18 maart 2026 in de zaak van [eiseres] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. B. Blom, tegen [gedaagde] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. J.E.W. Swartjes. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties; - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties; - de conclusie van antwoord in reconventie met akte eiswijziging met producties; - de brief van 23 oktober 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - de akte van 18 december 2025 waarbij [gedaagde] bezwaar heeft gemaakt tegen die wijziging van eis; - de mondelinge behandeling van 13 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt en waarin de eiswijziging is toegestaan; - de spreekaantekeningen van [eiseres] . 1.2. Aan het einde van de mondelinge behandeling is bepaald dat vonnis zal worden gewezen. 2 De kern van de zaak 2.1 [eiseres] heeft van [gedaagde] een tweedehands Audi S6 Avant 4.0 gekocht waarvan – naar achteraf is gebleken – de kilometerstand was teruggedraaid. Wat partijen verdeeld houdt is of de auto daardoor niet voldeed aan de koopovereenkomst en zo ja, wie een verwijt valt te maken van de omstandigheid dat de koop niet ongedaan is gemaakt. De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichting om een auto te leveren die de eigenschappen heeft die tussen partijen zijn overeengekomen. De buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst door [eiseres] was gerechtvaardigd. [gedaagde] moet daarom de koopsom aan [eiseres] terugbetalen en [eiseres] moet de auto terugbrengen naar [gedaagde] . De door [gedaagde] gevorderde gebruiksvergoeding en reparatiekosten worden toegewezen. [gedaagde] hoeft [eiseres] geen schadevergoeding te betalen omdat haar niet kan worden verweten dat zij de koopprijs nog niet aan [eiseres] heeft terugbetaald. 3 De beoordeling in conventie en in reconventie 3.1 De vorderingen van partijen in conventie en in reconventie hangen met elkaar samen en worden daarom gezamenlijk behandeld. De gekochte auto voldeed niet aan de overeenkomst 3.2. De rechtbank is het met [eiseres] eens dat de door haar gekochte auto niet voldeed aan de overeenkomst. In de advertentie die [gedaagde] destijds op de website had gezet, stond dat de kilometerstand 136.580 kilometer was en dit aantal stond ook op de teller in de auto. Na de koop heeft [eiseres] in februari 2024 een officiële Audi Dealer een uitdraai laten maken van de onderhoudshistorie en is de controlemodule uitgelezen. Daaruit bleek dat de daadwerkelijke kilometerstand van de auto rond de 241.000 bedroeg en de teller was teruggedraaid. In een door [eiseres] aangevraagd RDW-voertuigenrapport van 20 maart 2024 is het oordeel ‘onlogisch’ gegeven. Uit dit rapport blijkt voor deze auto op 22 december 2023 een kilometerstand van 136.899 kilometer geregistreerd te zijn terwijl eerder op 7 november 2018 een kilometerstand van 180.171 kilometer was geregistreerd. 3.3. Uit vaste rechtspraak volgt dat,voor een koper van een tweedehandsauto de kilometerstand van essentieel belang is voor de beslissing om al dan niet over te gaan tot de koop van de auto. De kilometerstand vormt immers een belangrijke aanwijzing voor de waarde van de auto en voor de risico’s die de koper loopt voor wat betreft de staat van de auto. Tevens garandeert de verkoper de juistheid van de kilometerstand van de auto in beginsel stilzwijgend. Dat betekent dat als na de levering van de auto blijkt dat de daadwerkelijke kilometerstand niet overeenkomt met de kilometerstand die door de verkoper bij de aankoop is meegedeeld, de geleverde auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. [gedaagde] is in beginsel dus tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenis om een auto te leveren met de eigenschappen die tussen partijen zijn overeengekomen. [eiseres] hoefde niet vooraf onderzoek te doen 3.4. Het verweer van [gedaagde] dat [eiseres] zelf de kilometerstand had moeten controleren gaat niet op. Daar was geen aanleiding voor. [eiseres] , die beroepshalve geen werkzaamheden verricht in de autobranche, hoefde er namelijk niet op bedacht te zijn dat de informatie van [gedaagde] over de kilometerstand onjuist zou zijn. Zo hoefde [eiseres] uit het ontbreken van een NAP-garantie in de advertentie bij de kilometerstand niet te begrijpen dat de opgegeven kilometerstand niet zou kunnen kloppen. Het lag op de weg van [gedaagde] om [eiseres] er nadrukkelijk op te wijzen als zij geen verantwoordelijkheid wilde nemen voor de juistheid van de kilometerstand. Dat heeft zij niet gedaan. Zij heeft ook niet aan [eiseres] medegedeeld dat het een geïmporteerde auto betrof zodat [eiseres] ook niet om deze reden alert had hoeven zijn op een onjuiste kilometerstand. [eiseres] hoefde dan ook niet te twijfelen aan de kilometerstand en had op het moment van de koop geen reden voor het laten controleren van de kilometerstand. De stelling van [gedaagde] dat zij er niet van op de hoogte kon zijn dat de kilometerteller was teruggedraaid is overigens onjuist. Ter zitting is gebleken dat [gedaagde] zelf over het fysieke onderhoudsboekje van de auto beschikte en dat zij daarin had kunnen zien dat de kilometerstand niet klopte. [gedaagde] kan geen beroep doen op het beding in de algemene voorwaarden 3.5. Volgens [gedaagde] kan [eiseres] de overeenkomst niet ontbinden want in de algemene voorwaarden die van toepassing zijn is bepaald dat [gedaagde] de door haar geleverde en gebruikte auto niet garandeert en [gedaagde] op geen enkele manier instaat voor verborgen gebreken of klachten wat betreft de gekochte auto. [eiseres] betwist dat deze algemene voorwaarden van toepassing zijn omdat deze niet ter hand zijn gesteld. Zij heeft in de conclusie van antwoord in reconventie daarom de algemene voorwaarden van [gedaagde] vernietigd. 3.6. Op grond van artikel 6:233 aanhef en onder b BW is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. In artikel 6:234 BW staat hoe de gebruiker deze mogelijkheid kan bieden. In beginsel dient de gebruiker de algemene voorwaarden uiterlijk op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten aan de wederpartij ter hand te hebben gesteld. Op de gebruiker rust de bewijslast omtrent een betwiste terhandstelling. 3.7. Ter zitting heeft [gedaagde] gesteld dat [eiseres] op 20 december 2023 van de algemene voorwaarden heeft kennis genomen met het sluiten van de koopovereenkomst. De algemene voorwaarden stonden namelijk op de achterkant van de factuur afgedrukt. De rechtbank volgt [gedaagde] niet in haar standpunt dat de koopovereenkomst met het tekenen van de factuur op 20 december 2023 is gesloten en de algemene voorwaarden tijdig ter hand zijn gesteld omdat deze op de achterzijde zijn afgedrukt. Uit de stukken en wat partijen ter zitting hebben gesteld blijkt namelijk dat partijen op 19 december 2023 op alle punten overeenstemming hebben bereikt over de koop waaronder de financiering van de auto. De koopovereenkomst is toen dus al gesloten.
Volledig
Dat op 20 december 2023 de factuur is opgesteld en door partijen is ondertekend heeft niet tot gevolg dat de koopovereenkomst toen pas rechtsgeldig is gesloten. [gedaagde] heeft niet gesteld dat zij voor of tijdens het sluiten van de koopovereenkomst op 19 december 2023 op de in de wet bepaalde wijze de mogelijkheid aan [eiseres] heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. [gedaagde] had [eiseres] deze mogelijkheid moeten bieden door de algemene voorwaarden voor of tijdens het sluiten van de overeenkomst ter hand te stellen dan wel langs elektronische weg ter beschikking te stellen. De enkele vermelding ‘zie onze verkoop- en leveringsvoorwaarden’ op de offerte van 19 december 2023 is daarvoor niet voldoende. [eiseres] heeft dan ook terecht de algemene voorwaarden vernietigd. De tekortkoming rechtvaardigt de ontbinding van de koopovereenkomst 3.8. Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [eiseres] heeft de koopovereenkomst bij brief van 17 maart 2024 buitengerechtelijk ontbonden. De rechtbank oordeelt dat de in 3.3. genoemde tekortkoming van [gedaagde] van voldoende gewicht is om de overeenkomst te ontbinden. Het is de rechtbank niet gebleken dat de tekortkoming van bijzondere aard of geringe betekenis is waardoor ontbinding van de koopovereenkomst niet gerechtvaardigd zou zijn. Nakoming was ook blijvend onmogelijk omdat [gedaagde] de geleverde auto niet alsnog kon leveren met een daadwerkelijke kilometerstand van 136.580 km. 3.9. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat het niet redelijk is om de overeenkomst te ontbinden omdat de tekortkoming van geringe betekenis is. [gedaagde] voert daartoe aan dat het hier een sportieve auto betreft waar doorgaans veel en hard mee wordt gereden. Met een afgelezen kilometerstand van ongeveer 136.000 kilometer en een auto die op moment van verkoop acht jaar oud was, heeft het verschil van ongeveer 100.000 kilometer volgens [gedaagde] niet een dusdanig grote impact op de waarde van de auto, dat ontbinding wordt gerechtvaardigd. Ook is de auto voor normaal gebruik geschikt. Het verweer van [gedaagde] slaagt niet. Zoals onder 3.3 overwogen vormt de kilometerstand een belangrijke aanwijzing voor de waarde van de auto en voor de risico’s die [eiseres] loopt voor wat betreft de staat van de auto. Het leveren van de auto met de overeengekomen kilometerstand is dan ook een essentiële verplichting uit de koopovereenkomst van [gedaagde] . Ongedaanmakingsverbintenissen 3.10. De ontbinding van de koopovereenkomst had en heeft tot gevolg dat beide partijen verplicht zijn de door hen ontvangen prestaties ongedaan te maken. Daarom vordert [eiseres] terugbetaling van de koopprijs. [gedaagde] beroept zich erop dat [eiseres] dit niet meer kan vorderen aangezien zij haar rechten zou hebben verwerkt. Voordat de rechtbank dus zal beoordelen wat de gevolgen zijn van de ontstane ongedaanmakingsverbintenissen, zal zij dit beroep op rechtsverwerking bespreken. [gedaagde] kan geen beroep doen op rechtsverwerking 3.11. Het beroep van [gedaagde] op rechtsverwerking slaagt niet. Voor rechtsverwerking is alleen tijdsverloop niet voldoende. Er moeten ook bijzondere omstandigheden zijn, waardoor bij de schuldenaar het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de schuldeiser zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken, of waardoor de positie van de schuldenaar onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard als de schuldeiser zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. De rechtbank oordeelt dat dat hier niet het geval is. [gedaagde] heeft, naast het tijdsverloop, onvoldoende feiten of omstandigheden aangedragen om rechtsverwerking aan te nemen. Uit de mailwisseling tussen partijen blijkt dat er steeds contact is geweest tussen partijen. [eiseres] heeft ook telkens duidelijk gemaakt aan [gedaagde] dat zij de auto niet wilde houden. Terugbetaling koopprijs 3.12. Nu het terugleveren van de door [eiseres] ingeruilde Volkswagen Polo niet meer mogelijk is, is [gedaagde] verplicht € 40.015,- (de volledige koopprijs van € 39.995,00 en € 20,- voor het inschrijven van het voertuig in het kentekenregister) terug te betalen en moet [eiseres] de auto terugleveren aan [gedaagde] . [gedaagde] hoeft het door [eiseres] betaalde bedrag voor de Bovag garantie niet terug te betalen 3.13. Het bedrag van € 1.295,- inclusief btw dat [eiseres] heeft betaald voor de Bovag garantie hoeft [gedaagde] niet terug te betalen. Het afsluiten van de Bovag garantie betreft een aparte verbintenis. Deze verbintenis wordt niet door de ontbinding van de koopovereenkomst geraakt omdat dit los staat van de koopprijs die betaald is voor de auto. Dit onderdeel van de eerste vordering van [eiseres] komt niet voor vergoeding in aanmerking. [gedaagde] moet de wettelijke rente betalen 3.14. De terugbetalingsverplichting van de koopsom voor [gedaagde] ontstond op het moment dat de koopovereenkomst door [eiseres] werd ontbonden. Vanaf dat moment was [gedaagde] rechtstreeks in verzuim. De door [eiseres] gevorderde wettelijke rente over € 40.015- is toewijsbaar vanaf de dag waarop de koopovereenkomst is ontbonden. Omdat [eiseres] de wettelijke rente vanaf 25 maart 2024 vordert, een latere datum, wordt die datum in deze beslissing aangehouden tot de dag van volledige betaling. [gedaagde] moet de onderzoekskosten betalen 3.15. [eiseres] vordert ook betaling van de onderzoekskosten € 1.683,49 inclusief btw die de VW Store bij facturen van 5 februari 2024 en 15 februari 2024 bij de heer [A] , eigenaar van [eiseres] , in rekening heeft gebracht. [eiseres] heeft onweersproken gesteld dat kort nadat de auto was geleverd er storingen in de auto optraden. [gedaagde] heeft [eiseres] gevraagd om haar eigen garage naar de auto te laten kijken. Omdat het bedrag voor reparaties hoog uitviel, heeft [eiseres] op verzoek [gedaagde] nog een andere garage ernaar laten kijken die eveneens tot een hoog bedrag kwamen. [gedaagde] heeft ter zitting bevestigd dat [eiseres] de na de koop opgekomen storingen kon laten onderzoeken bij een andere garage. Deze kosten zou [gedaagde] dan voor haar rekening nemen. Volgens [gedaagde] zagen de storingen uitsluitend op de uitlaat en heeft zij met [eiseres] afgesproken dat zij de vervanging van de door [eiseres] gewenste uitlaat zou betalen en [eiseres] de onderzoekskosten dan zou laten zitten. [eiseres] heeft ter zitting deze afspraak uitdrukkelijk betwist. Volgens [eiseres] waren, anders dan [gedaagde] stelt, de storingen niet alleen het gevolg van de kapotte uitlaat. [eiseres] heeft juist op verzoek en op kosten van [gedaagde] het onderzoek door de andere garage laten verrichten. 3.16. Uit de door [eiseres] overgelegde factuur van 5 februari 2024 valt op te maken dat er verschillende problemen aan de auto zijn vastgesteld en dus niet alleen een probleem met de uitlaat. Ook bijvoorbeeld een probleem met de werking van de achterklep en een storing van de motorsteun. Omdat deze problemen niet waren verholpen, heeft [eiseres] op 2 april 2023 bij [gedaagde] aanspraak gemaakt op de Bovag garantie. De door [eiseres] in dit bericht genoemde mankementen aan de auto komen grotendeels overeen met de problemen die eerder in februari 2024 na het uitgevoerde onderzoek al waren gesignaleerd. 3.17. Omdat zowel de kosten van de kapotte uitlaat als de reparatie van de hiervoor genoemde mankementen onder de Bovag garantie vallen en ook de kosten van de andere reparaties voor rekening van [gedaagde] zijn, geldt dat ook voor de onderzoekskosten. [gedaagde] heeft tegenover de gemotiveerde betwisting van [eiseres] onvoldoende onderbouwd dat zij met [eiseres] de afspraak heeft gemaakt dat [eiseres] de onderzoekskosten voor haar rekening zou nemen. De door [gedaagde] gestelde afspraak is dan ook niet komen vast te staan. De gevorderde betaling van de onderzoekskosten van in totaal € 1.683,49 incl. btw wordt daarom toegewezen te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW.
Volledig
Dat op 20 december 2023 de factuur is opgesteld en door partijen is ondertekend heeft niet tot gevolg dat de koopovereenkomst toen pas rechtsgeldig is gesloten. [gedaagde] heeft niet gesteld dat zij voor of tijdens het sluiten van de koopovereenkomst op 19 december 2023 op de in de wet bepaalde wijze de mogelijkheid aan [eiseres] heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. [gedaagde] had [eiseres] deze mogelijkheid moeten bieden door de algemene voorwaarden voor of tijdens het sluiten van de overeenkomst ter hand te stellen dan wel langs elektronische weg ter beschikking te stellen. De enkele vermelding ‘zie onze verkoop- en leveringsvoorwaarden’ op de offerte van 19 december 2023 is daarvoor niet voldoende. [eiseres] heeft dan ook terecht de algemene voorwaarden vernietigd. De tekortkoming rechtvaardigt de ontbinding van de koopovereenkomst 3.8. Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [eiseres] heeft de koopovereenkomst bij brief van 17 maart 2024 buitengerechtelijk ontbonden. De rechtbank oordeelt dat de in 3.3. genoemde tekortkoming van [gedaagde] van voldoende gewicht is om de overeenkomst te ontbinden. Het is de rechtbank niet gebleken dat de tekortkoming van bijzondere aard of geringe betekenis is waardoor ontbinding van de koopovereenkomst niet gerechtvaardigd zou zijn. Nakoming was ook blijvend onmogelijk omdat [gedaagde] de geleverde auto niet alsnog kon leveren met een daadwerkelijke kilometerstand van 136.580 km. 3.9. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat het niet redelijk is om de overeenkomst te ontbinden omdat de tekortkoming van geringe betekenis is. [gedaagde] voert daartoe aan dat het hier een sportieve auto betreft waar doorgaans veel en hard mee wordt gereden. Met een afgelezen kilometerstand van ongeveer 136.000 kilometer en een auto die op moment van verkoop acht jaar oud was, heeft het verschil van ongeveer 100.000 kilometer volgens [gedaagde] niet een dusdanig grote impact op de waarde van de auto, dat ontbinding wordt gerechtvaardigd. Ook is de auto voor normaal gebruik geschikt. Het verweer van [gedaagde] slaagt niet. Zoals onder 3.3 overwogen vormt de kilometerstand een belangrijke aanwijzing voor de waarde van de auto en voor de risico’s die [eiseres] loopt voor wat betreft de staat van de auto. Het leveren van de auto met de overeengekomen kilometerstand is dan ook een essentiële verplichting uit de koopovereenkomst van [gedaagde] . Ongedaanmakingsverbintenissen 3.10. De ontbinding van de koopovereenkomst had en heeft tot gevolg dat beide partijen verplicht zijn de door hen ontvangen prestaties ongedaan te maken. Daarom vordert [eiseres] terugbetaling van de koopprijs. [gedaagde] beroept zich erop dat [eiseres] dit niet meer kan vorderen aangezien zij haar rechten zou hebben verwerkt. Voordat de rechtbank dus zal beoordelen wat de gevolgen zijn van de ontstane ongedaanmakingsverbintenissen, zal zij dit beroep op rechtsverwerking bespreken. [gedaagde] kan geen beroep doen op rechtsverwerking 3.11. Het beroep van [gedaagde] op rechtsverwerking slaagt niet. Voor rechtsverwerking is alleen tijdsverloop niet voldoende. Er moeten ook bijzondere omstandigheden zijn, waardoor bij de schuldenaar het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de schuldeiser zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken, of waardoor de positie van de schuldenaar onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard als de schuldeiser zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. De rechtbank oordeelt dat dat hier niet het geval is. [gedaagde] heeft, naast het tijdsverloop, onvoldoende feiten of omstandigheden aangedragen om rechtsverwerking aan te nemen. Uit de mailwisseling tussen partijen blijkt dat er steeds contact is geweest tussen partijen. [eiseres] heeft ook telkens duidelijk gemaakt aan [gedaagde] dat zij de auto niet wilde houden. Terugbetaling koopprijs 3.12. Nu het terugleveren van de door [eiseres] ingeruilde Volkswagen Polo niet meer mogelijk is, is [gedaagde] verplicht € 40.015,- (de volledige koopprijs van € 39.995,00 en € 20,- voor het inschrijven van het voertuig in het kentekenregister) terug te betalen en moet [eiseres] de auto terugleveren aan [gedaagde] . [gedaagde] hoeft het door [eiseres] betaalde bedrag voor de Bovag garantie niet terug te betalen 3.13. Het bedrag van € 1.295,- inclusief btw dat [eiseres] heeft betaald voor de Bovag garantie hoeft [gedaagde] niet terug te betalen. Het afsluiten van de Bovag garantie betreft een aparte verbintenis. Deze verbintenis wordt niet door de ontbinding van de koopovereenkomst geraakt omdat dit los staat van de koopprijs die betaald is voor de auto. Dit onderdeel van de eerste vordering van [eiseres] komt niet voor vergoeding in aanmerking. [gedaagde] moet de wettelijke rente betalen 3.14. De terugbetalingsverplichting van de koopsom voor [gedaagde] ontstond op het moment dat de koopovereenkomst door [eiseres] werd ontbonden. Vanaf dat moment was [gedaagde] rechtstreeks in verzuim. De door [eiseres] gevorderde wettelijke rente over € 40.015- is toewijsbaar vanaf de dag waarop de koopovereenkomst is ontbonden. Omdat [eiseres] de wettelijke rente vanaf 25 maart 2024 vordert, een latere datum, wordt die datum in deze beslissing aangehouden tot de dag van volledige betaling. [gedaagde] moet de onderzoekskosten betalen 3.15. [eiseres] vordert ook betaling van de onderzoekskosten € 1.683,49 inclusief btw die de VW Store bij facturen van 5 februari 2024 en 15 februari 2024 bij de heer [A] , eigenaar van [eiseres] , in rekening heeft gebracht. [eiseres] heeft onweersproken gesteld dat kort nadat de auto was geleverd er storingen in de auto optraden. [gedaagde] heeft [eiseres] gevraagd om haar eigen garage naar de auto te laten kijken. Omdat het bedrag voor reparaties hoog uitviel, heeft [eiseres] op verzoek [gedaagde] nog een andere garage ernaar laten kijken die eveneens tot een hoog bedrag kwamen. [gedaagde] heeft ter zitting bevestigd dat [eiseres] de na de koop opgekomen storingen kon laten onderzoeken bij een andere garage. Deze kosten zou [gedaagde] dan voor haar rekening nemen. Volgens [gedaagde] zagen de storingen uitsluitend op de uitlaat en heeft zij met [eiseres] afgesproken dat zij de vervanging van de door [eiseres] gewenste uitlaat zou betalen en [eiseres] de onderzoekskosten dan zou laten zitten. [eiseres] heeft ter zitting deze afspraak uitdrukkelijk betwist. Volgens [eiseres] waren, anders dan [gedaagde] stelt, de storingen niet alleen het gevolg van de kapotte uitlaat. [eiseres] heeft juist op verzoek en op kosten van [gedaagde] het onderzoek door de andere garage laten verrichten. 3.16. Uit de door [eiseres] overgelegde factuur van 5 februari 2024 valt op te maken dat er verschillende problemen aan de auto zijn vastgesteld en dus niet alleen een probleem met de uitlaat. Ook bijvoorbeeld een probleem met de werking van de achterklep en een storing van de motorsteun. Omdat deze problemen niet waren verholpen, heeft [eiseres] op 2 april 2023 bij [gedaagde] aanspraak gemaakt op de Bovag garantie. De door [eiseres] in dit bericht genoemde mankementen aan de auto komen grotendeels overeen met de problemen die eerder in februari 2024 na het uitgevoerde onderzoek al waren gesignaleerd. 3.17. Omdat zowel de kosten van de kapotte uitlaat als de reparatie van de hiervoor genoemde mankementen onder de Bovag garantie vallen en ook de kosten van de andere reparaties voor rekening van [gedaagde] zijn, geldt dat ook voor de onderzoekskosten. [gedaagde] heeft tegenover de gemotiveerde betwisting van [eiseres] onvoldoende onderbouwd dat zij met [eiseres] de afspraak heeft gemaakt dat [eiseres] de onderzoekskosten voor haar rekening zou nemen. De door [gedaagde] gestelde afspraak is dan ook niet komen vast te staan. De gevorderde betaling van de onderzoekskosten van in totaal € 1.683,49 incl. btw wordt daarom toegewezen te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW.
Volledig
Voor het ingaan van de wettelijke rente is verzuim vereist. Omdat sprake is van een verbintenis tot betaling van schadevergoeding op grond van artikel 6:74 lid 1 BW is het verzuim zonder ingebrekestelling ingetreden. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 15 april 2025 (datum dagvaarding) zoals gevorderd. 3.18. De eerste vordering van [eiseres] , terugbetaling van € 42.993,-, wordt daarom tot een bedrag van € 41.698,49 (€ 40.015,- + € 1.683,49) toegewezen. [gedaagde] is niet toerekenbaar tekortgeschoten in haar terugbetalingsverplichting 3.19. Beide partijen hebben vorderingen ingesteld die gebaseerd zijn op de stelling dat de andere partij tekort is geschoten in de nakoming van haar ongedaanmakingsverbintenis. Daarom zal moeten worden vastgesteld wie het hier bij het rechte eind heeft. 3.20. Ter zitting is gebleken dat tussen partijen niet ter discussie staat dat gelijk oversteken in dit geval niet mogelijk was. Het gaat namelijk om een auto die grotendeels gefinancierd is via een leasemaatschappij en waarbij een pandrecht ten behoeve van de leasemaatschappij is gevestigd. De leasemaatschappij blijft dan juridisch eigenaar totdat de financiering volledig is afbetaald. De rechtbank begrijpt uit de door partijen ter zitting gegeven toelichting dat pas als de financiering volledig was afgelost door [eiseres] , aan [eiseres] de tenaamstellingscode kon worden gestuurd die nodig is voor het overschrijven van de auto op naam van [gedaagde] . Daar gaat enige tijd overheen. Na ontvangst van de tenaamstellingscode kan [eiseres] deze doorsturen aan [gedaagde] waarna [gedaagde] het vrijwaringsbewijs pas aan [eiseres] kan geven. 3.21. Niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde] toerekenbaar in haar terugbetalings-verplichting na ontbinding tekort is geschoten. [gedaagde] heeft zich namelijk in ieder geval in een e-mailbericht van 19 april 2024 bereid getoond om de auto terug te nemen tegen terugbetaling van het aankoopbedrag van € 41.310,- mits [eiseres] de auto binnen 14 dagen na deze dag bij haar zou terugbrengen. [gedaagde] heeft daarbij aangegeven de koopprijs te zullen terugbetalen wanneer zij de auto weer op haar terrein zou hebben. [gedaagde] zou dan meteen het gefinancierde bedrag aan Financial Lease betalen en [eiseres] het restende bedrag van de betaalde koopprijs terugbetalen. [gedaagde] heeft [eiseres] verzocht haar te laten weten wanneer zij de auto zou kunnen terugbrengen. [eiseres] heeft daarop laten weten dat zij liever eerst de betaling van [gedaagde] wilde ontvangen voordat zij de auto zou terugbrengen. Dit omdat zij een negatieve ervaring met [gedaagde] zou hebben gehad. Omdat [gedaagde] eerder een door [eiseres] ingeruilde auto niet meteen op naam van [gedaagde] had gesteld, heeft [eiseres] toen nog 2 maanden de verzekeringskosten en financiering moeten doorbetalen. [eiseres] wilde niet nogmaals in die situatie terechtkomen en wilde daarom eerst de koopsom terugontvangen. 3.22. De rechtbank vindt het niet onredelijk dat [gedaagde] de auto eerst wilde zien en op haar terrein wilde hebben en daarna pas zou overgaan tot betaling. Onder de gegeven omstandigheden was het onredelijk van [eiseres] dat zij weigerde daaraan mee te werken, enkel omdat zij vrees zou hebben dat [gedaagde] niet aan haar terugbetalingsverplichting zou voldoen. Uit de berichten van [gedaagde] blijkt juist dat zij haar verplichtingen wilde nakomen. [gedaagde] wilde dat ook snel afronden. Dat de eerdere ervaring van [eiseres] met de ingeruilde auto in de weg stond aan nakoming van de verplichting van [eiseres] om de auto terug te leveren kan de rechtbank niet volgen. [gedaagde] heeft ter zitting namelijk toegelicht dat zij [eiseres] eind december 2023 juist ter wille heeft willen zijn door, zoals [eiseres] had gevraagd, voor de kerst de auto (de Audi) alvast mee te geven. Omdat [gedaagde] toen nog geen betaling van de leasemaatschappij voor de aan [eiseres] verkochte Audi had ontvangen, is de ingeruilde auto pas na ontvangst van de betaling op naam van [gedaagde] gezet. De rechtbank ziet niet in dat [gedaagde] hier iets valt te verwijten. [eiseres] had na het bericht van 19 april 2024 van [gedaagde] dus moeten meewerken aan de door [gedaagde] voorgestelde passende afwikkeling en haar eigen verplichting om de auto terug te brengen naar [gedaagde] moeten nakomen. Door dit niet te doen heeft [eiseres] niet voldaan aan haar ongedaanmakingsverbintenis. Dat [eiseres] uiteindelijk op 13 mei 2024 zonder aankondiging de auto naar [gedaagde] heeft gebracht, dat [gedaagde] toen nadere voorwaarden heeft gesteld aan de terugbetaling (namelijk betaling van een gebruiksvergoeding) en dat [gedaagde] vervolgens heeft gezegd de zitting (in een door [eiseres] aangekondigde kortgedingprocedure) te willen afwachten, kan [gedaagde] niet worden verweten. [eiseres] had toen immers al verhinderdata bij de gemachtigde van [gedaagde] opgevraagd. [gedaagde] hoeft geen schadevergoeding aan [eiseres] te betalen 3.23. [eiseres] vordert als tweede vordering verklaringen voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade van [eiseres] . Zoals hiervoor onder 3.21 is besproken valt [gedaagde] wat betreft het nakomen van de terugbetalingsverplichting en het terugnemen van de auto niets te verwijten. Omdat er geen sprake is van een tekortkoming van [gedaagde] in haar ongedaanmakingsverbintenis is [gedaagde] niet aansprakelijk voor de geclaimde schade van [eiseres] . Dit betekent dat de door [eiseres] gevorderde verklaringen voor recht worden afgewezen. [eiseres] moet de auto afgeven aan [gedaagde] en [gedaagde] moet de koopprijs terugbetalen. 3.24. Het voorgaande betekent dat partijen navolging moeten geven aan hun ongedaanmakingsverplichtingen. Het is de verantwoordelijkheid van [eiseres] om de auto terug te brengen naar [gedaagde] (inclusief de tenaamstellingscodes, de kentekenpapieren en twee sleutels) en volledige medewerking bij de overschrijving. [eiseres] moet als dat nodig is om de auto bij [gedaagde] te brengen voor het voervoer per trailer betalen. De door [gedaagde] in reconventie voorwaardelijk gevorderde afgifte van de auto wordt dan ook toegewezen nu de voorwaarde, te weten dat de vordering van [eiseres] in conventie wordt toegewezen, daarvoor is vervuld. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen 3.25. De rechtbank ziet geen reden om een dwangsom aan de afgifte van de auto door [eiseres] te koppelen zoals [gedaagde] in reconventie heeft gevorderd. [eiseres] heeft aangegeven dat zij er geen belang bij heeft om de auto onder zich te houden omdat dit [eiseres] alleen maar geld kost. Hieruit leidt de rechtbank af dat [eiseres] aan een onvoorwaardelijke veroordeling zal meewerken en een dwangsom niet nodig is. [eiseres] moet voor het gebruik van de auto een gebruiksvergoeding betalen 3.26. De door [gedaagde] in reconventie voorwaardelijk gevorderde gebruiksvergoeding wordt inhoudelijk behandeld nu de voorwaarde, te weten dat de vordering van [eiseres] in conventie wordt toegewezen, daarvoor is vervuld. [gedaagde] heeft een gebruiksvergoeding van € 0,19 per gereden kilometer gevorderd op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Zij stelt dat ondanks dat [eiseres] de koopovereenkomst wilde ontbinden, zij met de auto is blijven rijden en ook meerdere storingen heeft gehad waardoor de staat van de auto is verslechterd. In beginsel moet [eiseres] de auto terugleveren in de staat waarin deze zich ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bevond. Nu dat feitelijk onmogelijk is omdat [eiseres] de auto heeft gebruikt, verzoekt [gedaagde] om bij de vaststelling van het terug te betalen bedrag rekening te houden met een waardevermindering van de auto vanwege de door [eiseres] gereden kilometers. [gedaagde] stelt dat een kilometervergoeding van € 0,19 daarom op zijn plaats is. 3.27. Artikel 6:212 lid 1 BW bepaalt dat hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, verplicht is, voor zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking. Naar het oordeel van de rechtbank is aan de vereisten van deze bepaling voldaan. [eiseres] heeft namelijk de auto gebruikt.
Volledig
Voor het ingaan van de wettelijke rente is verzuim vereist. Omdat sprake is van een verbintenis tot betaling van schadevergoeding op grond van artikel 6:74 lid 1 BW is het verzuim zonder ingebrekestelling ingetreden. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 15 april 2025 (datum dagvaarding) zoals gevorderd. 3.18. De eerste vordering van [eiseres] , terugbetaling van € 42.993,-, wordt daarom tot een bedrag van € 41.698,49 (€ 40.015,- + € 1.683,49) toegewezen. [gedaagde] is niet toerekenbaar tekortgeschoten in haar terugbetalingsverplichting 3.19. Beide partijen hebben vorderingen ingesteld die gebaseerd zijn op de stelling dat de andere partij tekort is geschoten in de nakoming van haar ongedaanmakingsverbintenis. Daarom zal moeten worden vastgesteld wie het hier bij het rechte eind heeft. 3.20. Ter zitting is gebleken dat tussen partijen niet ter discussie staat dat gelijk oversteken in dit geval niet mogelijk was. Het gaat namelijk om een auto die grotendeels gefinancierd is via een leasemaatschappij en waarbij een pandrecht ten behoeve van de leasemaatschappij is gevestigd. De leasemaatschappij blijft dan juridisch eigenaar totdat de financiering volledig is afbetaald. De rechtbank begrijpt uit de door partijen ter zitting gegeven toelichting dat pas als de financiering volledig was afgelost door [eiseres] , aan [eiseres] de tenaamstellingscode kon worden gestuurd die nodig is voor het overschrijven van de auto op naam van [gedaagde] . Daar gaat enige tijd overheen. Na ontvangst van de tenaamstellingscode kan [eiseres] deze doorsturen aan [gedaagde] waarna [gedaagde] het vrijwaringsbewijs pas aan [eiseres] kan geven. 3.21. Niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde] toerekenbaar in haar terugbetalings-verplichting na ontbinding tekort is geschoten. [gedaagde] heeft zich namelijk in ieder geval in een e-mailbericht van 19 april 2024 bereid getoond om de auto terug te nemen tegen terugbetaling van het aankoopbedrag van € 41.310,- mits [eiseres] de auto binnen 14 dagen na deze dag bij haar zou terugbrengen. [gedaagde] heeft daarbij aangegeven de koopprijs te zullen terugbetalen wanneer zij de auto weer op haar terrein zou hebben. [gedaagde] zou dan meteen het gefinancierde bedrag aan Financial Lease betalen en [eiseres] het restende bedrag van de betaalde koopprijs terugbetalen. [gedaagde] heeft [eiseres] verzocht haar te laten weten wanneer zij de auto zou kunnen terugbrengen. [eiseres] heeft daarop laten weten dat zij liever eerst de betaling van [gedaagde] wilde ontvangen voordat zij de auto zou terugbrengen. Dit omdat zij een negatieve ervaring met [gedaagde] zou hebben gehad. Omdat [gedaagde] eerder een door [eiseres] ingeruilde auto niet meteen op naam van [gedaagde] had gesteld, heeft [eiseres] toen nog 2 maanden de verzekeringskosten en financiering moeten doorbetalen. [eiseres] wilde niet nogmaals in die situatie terechtkomen en wilde daarom eerst de koopsom terugontvangen. 3.22. De rechtbank vindt het niet onredelijk dat [gedaagde] de auto eerst wilde zien en op haar terrein wilde hebben en daarna pas zou overgaan tot betaling. Onder de gegeven omstandigheden was het onredelijk van [eiseres] dat zij weigerde daaraan mee te werken, enkel omdat zij vrees zou hebben dat [gedaagde] niet aan haar terugbetalingsverplichting zou voldoen. Uit de berichten van [gedaagde] blijkt juist dat zij haar verplichtingen wilde nakomen. [gedaagde] wilde dat ook snel afronden. Dat de eerdere ervaring van [eiseres] met de ingeruilde auto in de weg stond aan nakoming van de verplichting van [eiseres] om de auto terug te leveren kan de rechtbank niet volgen. [gedaagde] heeft ter zitting namelijk toegelicht dat zij [eiseres] eind december 2023 juist ter wille heeft willen zijn door, zoals [eiseres] had gevraagd, voor de kerst de auto (de Audi) alvast mee te geven. Omdat [gedaagde] toen nog geen betaling van de leasemaatschappij voor de aan [eiseres] verkochte Audi had ontvangen, is de ingeruilde auto pas na ontvangst van de betaling op naam van [gedaagde] gezet. De rechtbank ziet niet in dat [gedaagde] hier iets valt te verwijten. [eiseres] had na het bericht van 19 april 2024 van [gedaagde] dus moeten meewerken aan de door [gedaagde] voorgestelde passende afwikkeling en haar eigen verplichting om de auto terug te brengen naar [gedaagde] moeten nakomen. Door dit niet te doen heeft [eiseres] niet voldaan aan haar ongedaanmakingsverbintenis. Dat [eiseres] uiteindelijk op 13 mei 2024 zonder aankondiging de auto naar [gedaagde] heeft gebracht, dat [gedaagde] toen nadere voorwaarden heeft gesteld aan de terugbetaling (namelijk betaling van een gebruiksvergoeding) en dat [gedaagde] vervolgens heeft gezegd de zitting (in een door [eiseres] aangekondigde kortgedingprocedure) te willen afwachten, kan [gedaagde] niet worden verweten. [eiseres] had toen immers al verhinderdata bij de gemachtigde van [gedaagde] opgevraagd. [gedaagde] hoeft geen schadevergoeding aan [eiseres] te betalen 3.23. [eiseres] vordert als tweede vordering verklaringen voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade van [eiseres] . Zoals hiervoor onder 3.21 is besproken valt [gedaagde] wat betreft het nakomen van de terugbetalingsverplichting en het terugnemen van de auto niets te verwijten. Omdat er geen sprake is van een tekortkoming van [gedaagde] in haar ongedaanmakingsverbintenis is [gedaagde] niet aansprakelijk voor de geclaimde schade van [eiseres] . Dit betekent dat de door [eiseres] gevorderde verklaringen voor recht worden afgewezen. [eiseres] moet de auto afgeven aan [gedaagde] en [gedaagde] moet de koopprijs terugbetalen. 3.24. Het voorgaande betekent dat partijen navolging moeten geven aan hun ongedaanmakingsverplichtingen. Het is de verantwoordelijkheid van [eiseres] om de auto terug te brengen naar [gedaagde] (inclusief de tenaamstellingscodes, de kentekenpapieren en twee sleutels) en volledige medewerking bij de overschrijving. [eiseres] moet als dat nodig is om de auto bij [gedaagde] te brengen voor het voervoer per trailer betalen. De door [gedaagde] in reconventie voorwaardelijk gevorderde afgifte van de auto wordt dan ook toegewezen nu de voorwaarde, te weten dat de vordering van [eiseres] in conventie wordt toegewezen, daarvoor is vervuld. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen 3.25. De rechtbank ziet geen reden om een dwangsom aan de afgifte van de auto door [eiseres] te koppelen zoals [gedaagde] in reconventie heeft gevorderd. [eiseres] heeft aangegeven dat zij er geen belang bij heeft om de auto onder zich te houden omdat dit [eiseres] alleen maar geld kost. Hieruit leidt de rechtbank af dat [eiseres] aan een onvoorwaardelijke veroordeling zal meewerken en een dwangsom niet nodig is. [eiseres] moet voor het gebruik van de auto een gebruiksvergoeding betalen 3.26. De door [gedaagde] in reconventie voorwaardelijk gevorderde gebruiksvergoeding wordt inhoudelijk behandeld nu de voorwaarde, te weten dat de vordering van [eiseres] in conventie wordt toegewezen, daarvoor is vervuld. [gedaagde] heeft een gebruiksvergoeding van € 0,19 per gereden kilometer gevorderd op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Zij stelt dat ondanks dat [eiseres] de koopovereenkomst wilde ontbinden, zij met de auto is blijven rijden en ook meerdere storingen heeft gehad waardoor de staat van de auto is verslechterd. In beginsel moet [eiseres] de auto terugleveren in de staat waarin deze zich ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bevond. Nu dat feitelijk onmogelijk is omdat [eiseres] de auto heeft gebruikt, verzoekt [gedaagde] om bij de vaststelling van het terug te betalen bedrag rekening te houden met een waardevermindering van de auto vanwege de door [eiseres] gereden kilometers. [gedaagde] stelt dat een kilometervergoeding van € 0,19 daarom op zijn plaats is. 3.27. Artikel 6:212 lid 1 BW bepaalt dat hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, verplicht is, voor zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking. Naar het oordeel van de rechtbank is aan de vereisten van deze bepaling voldaan. [eiseres] heeft namelijk de auto gebruikt.
Volledig
Als [eiseres] daar geen vergoeding voor hoeft te betalen dan zou zij ongerechtvaardigd worden verrijkt. [eiseres] heeft de auto dan namelijk zonder tegenprestatie gebruikt door de auto niet terug te brengen en in plaats daarvan nog 1,5 jaar met de auto te blijven rijden. Door dit gebruik en het verloop van de tijd is de waarde van de auto verminderd en is [gedaagde] hierdoor verarmd. Deze waardevermindering komt voor rekening van [eiseres] . 3.28. De rechtbank zal het voordeel van [eiseres] moeten waarderen op een geldbedrag. [gedaagde] heeft verzocht om daarbij aansluiting te zoeken bij wat het Hof Arnhem- Leeuwarden op 19 oktober 2021 redelijk achtte, namelijk € 0,19 per gereden kilometer. [eiseres] heeft tegen de hoogte van de vergoeding per kilometer geen verweer gevoerd. Uitgaande van de laatst bekende kilometerstand van 158.750 en de kilometerstand ten tijde van de koop - 136.580 - betekent dat dat [eiseres] 22.170 kilometer met de auto heeft gereden. De op deze wijze door [gedaagde] berekende vergoeding van € 4.212,30, te vermeerderen met een bedrag van € 0,19 per gereden kilometer na de kilometerstand van 158.750 tot het moment waarop de auto bij [gedaagde] is ingeleverd, komt de rechtbank niet onredelijk voor en wordt daarom toegewezen. [eiseres] moet de kosten van de APK-keuring en uitgevoerde reparatie betalen 3.29. [gedaagde] heeft in reconventie (onvoorwaardelijk) betaling gevorderd van de factuur van € 386,70 voor de door haar in opdracht van [eiseres] uitgevoerde APK-keuring, reparatie(s) en de kosten van de leenauto. [eiseres] betwist dat zij hiervoor moet betalen aangezien zij deze kosten niet had hoeven maken als [gedaagde] voldaan had aan haar ongedaanmakingsverplichting. [eiseres] heeft deze kosten gemaakt om de schade te beperken en in verband met verkeersveiligheid. [eiseres] vindt het daarom onredelijk dat zij deze kosten zelf zou moeten dragen. Subsidiair en meer subsidiair beroept [eiseres] zich op matiging van het gevorderde bedrag tot uitsluitend de noodzakelijke APK-kosten, geen rente vóór verrekening en betaling pas na verrekening. 3.30. Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] deze werkzaamheden in opdracht van [eiseres] heeft verricht. [eiseres] is daarom verplicht haar betalingsverplichting na te komen. De discussie over het retourneren van de auto staat hier los van, en bovendien heeft de rechtbank hiervoor geconcludeerd dat het juist [eiseres] is geweest die hier in gebreke is gebleven. Dat betekent dat [eiseres] de kosten voor de door [gedaagde] uitgevoerde APK-keuring, de reparatiekosten en ook de kosten van de leenauto waar [eiseres] gebruik van heeft gemaakt zelf moet dragen. Deze kosten van € 386,70 incl. btw komen niet voor vergoeding in aanmerking. Het beroep van [gedaagde] op verrekening gaat op 3.31. Aut66 heeft een beroep gedaan op verrekening. In beginsel kan de vordering van [gedaagde] in reconventie worden verrekend met de vordering van [eiseres] in conventie. De vordering van [gedaagde] is namelijk gebaseerd op dezelfde overeenkomst als de vordering van [eiseres] . Omdat [gedaagde] verplicht is tot betaling van een bedrag van € 4.599,00 aan [eiseres] , en dit een hoger bedrag is dan de vordering van [gedaagde] , wordt deze vordering van [gedaagde] van de vordering van [eiseres] in conventie afgetrokken. Deze vordering van [gedaagde] in reconventie wordt daarom afgewezen. Dat betekent dat van de vordering van [eiseres] van € 41.698,49 een bedrag van € 4.599,00 (€ 4.212,30 plus € 386,70) afgaat. Het bedrag dat dan overblijft is € 37.099,49,- en dat bedrag zal in conventie worden toegewezen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2024 tot de dag van volledige betaling. [gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen 3.32. [eiseres] vordert in conventie vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] betwist dat zij aansprakelijk is voor deze kosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank stelt vast dat [eiseres] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Dat [gedaagde] bereidheid heeft getoond de auto terug te nemen tegen betaling van het aankoopbedrag maakt niet dat de door [eiseres] ingeroepen bijstand onredelijk is. [gedaagde] is immers toerekenbaar tekortgeschoten door een nonconforme auto te leveren. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 1.188,10 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente zoals door [eiseres] verzocht. De afgifte van de auto en de gevorderde vrijstelling 3.33. Zoals 3.24 is overwogen wordt de vordering van [eiseres] tot veroordeling van [gedaagde] tot terugbetaling van de volledige koopprijs (inclusief kosten inschrijven auto in kentekenregister) van € 40.015,- toegewezen. [eiseres] zelf zal ook navolging moeten geven aan haar ongedaanmakingsverplichting en wordt, zoals hiervoor onder 3.24 is overwogen, veroordeeld om de auto terug te leveren aan [gedaagde] . 3.34. Omdat gelijk oversteken zoals hiervoor onder 3.20 is toegelicht, niet mogelijk is zal de rechtbank de volgorde bepalen waarin welke partij moet presteren. [eiseres] zal binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de auto afgeven bij [gedaagde] inclusief de kentekenpapieren en twee sleutels en [eiseres] zal daarbij de medewerking verlenen die noodzakelijk is voor het overschrijven van het kenteken. [gedaagde] zal ervoor zorgen dat zolang de auto op haar terrein staat en nog op naam van [eiseres] staat, de auto verzekerd is. [gedaagde] zal binnen een dag dat nadat de auto op haar terrein is afgegeven de verschuldigde betalingen aan de leasemaatschappij en aan [eiseres] doen: [gedaagde] betaalt € 36.310,00, dan wel een bedrag gelijk aan het bedrag dat nog openstaat, aan [bedrijf] S.A. ter aflossing van de lease. [gedaagde] betaalt het resterende bedrag van de koopsom (€ 789,49, dan wel een bedrag gelijk aan resterende bedrag na aftrek van het aan de leasemaatschappij betaalde bedrag) aan [eiseres] . Na ontvangst van de tenaamstellingscodes van de leasemaatschappij stuurt [eiseres] deze binnen een dag door aan [gedaagde] . [gedaagde] zal direct na ontvangst van de tenaamstellingscodes de auto vrijwaren en daarover [eiseres] berichten. 3.35. De door [gedaagde] gevorderde vrijstelling van haar betalingsverplichting tot het moment van afgifte van de auto door [eiseres] ligt besloten in de hiervoor onder 3.34 bepaalde volgorde waarin partijen moeten presteren en wordt daarom toegewezen zoals onder 3.34 is bepaald. [gedaagde] moet de proceskosten in conventie betalen 3.36. [gedaagde] is in conventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen aan [eiseres] . De proceskosten van [eiseres] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 122,35 - griffierecht € 2.995,00 - salaris advocaat € 2.580,00 (2 punten × € 1.290,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 5.886,35 [eiseres] moet de proceskosten betalen in reconventie 3.37. In reconventie wordt [eiseres] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] . Omdat de tegeneis van [gedaagde] grotendeels voortvloeit uit het verweer in conventie wordt de helft van het aantal punten toegekend. Het tarief is afgestemd op de vordering van [gedaagde] . De kosten van [eiseres] worden begroot op - griffierecht € 2.995,00 - salaris advocaat € 653,00 (2 punten × € 653,- × 0,5) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 3.837,00 3.38. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Volledig
Als [eiseres] daar geen vergoeding voor hoeft te betalen dan zou zij ongerechtvaardigd worden verrijkt. [eiseres] heeft de auto dan namelijk zonder tegenprestatie gebruikt door de auto niet terug te brengen en in plaats daarvan nog 1,5 jaar met de auto te blijven rijden. Door dit gebruik en het verloop van de tijd is de waarde van de auto verminderd en is [gedaagde] hierdoor verarmd. Deze waardevermindering komt voor rekening van [eiseres] . 3.28. De rechtbank zal het voordeel van [eiseres] moeten waarderen op een geldbedrag. [gedaagde] heeft verzocht om daarbij aansluiting te zoeken bij wat het Hof Arnhem- Leeuwarden op 19 oktober 2021 redelijk achtte, namelijk € 0,19 per gereden kilometer. [eiseres] heeft tegen de hoogte van de vergoeding per kilometer geen verweer gevoerd. Uitgaande van de laatst bekende kilometerstand van 158.750 en de kilometerstand ten tijde van de koop - 136.580 - betekent dat dat [eiseres] 22.170 kilometer met de auto heeft gereden. De op deze wijze door [gedaagde] berekende vergoeding van € 4.212,30, te vermeerderen met een bedrag van € 0,19 per gereden kilometer na de kilometerstand van 158.750 tot het moment waarop de auto bij [gedaagde] is ingeleverd, komt de rechtbank niet onredelijk voor en wordt daarom toegewezen. [eiseres] moet de kosten van de APK-keuring en uitgevoerde reparatie betalen 3.29. [gedaagde] heeft in reconventie (onvoorwaardelijk) betaling gevorderd van de factuur van € 386,70 voor de door haar in opdracht van [eiseres] uitgevoerde APK-keuring, reparatie(s) en de kosten van de leenauto. [eiseres] betwist dat zij hiervoor moet betalen aangezien zij deze kosten niet had hoeven maken als [gedaagde] voldaan had aan haar ongedaanmakingsverplichting. [eiseres] heeft deze kosten gemaakt om de schade te beperken en in verband met verkeersveiligheid. [eiseres] vindt het daarom onredelijk dat zij deze kosten zelf zou moeten dragen. Subsidiair en meer subsidiair beroept [eiseres] zich op matiging van het gevorderde bedrag tot uitsluitend de noodzakelijke APK-kosten, geen rente vóór verrekening en betaling pas na verrekening. 3.30. Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] deze werkzaamheden in opdracht van [eiseres] heeft verricht. [eiseres] is daarom verplicht haar betalingsverplichting na te komen. De discussie over het retourneren van de auto staat hier los van, en bovendien heeft de rechtbank hiervoor geconcludeerd dat het juist [eiseres] is geweest die hier in gebreke is gebleven. Dat betekent dat [eiseres] de kosten voor de door [gedaagde] uitgevoerde APK-keuring, de reparatiekosten en ook de kosten van de leenauto waar [eiseres] gebruik van heeft gemaakt zelf moet dragen. Deze kosten van € 386,70 incl. btw komen niet voor vergoeding in aanmerking. Het beroep van [gedaagde] op verrekening gaat op 3.31. Aut66 heeft een beroep gedaan op verrekening. In beginsel kan de vordering van [gedaagde] in reconventie worden verrekend met de vordering van [eiseres] in conventie. De vordering van [gedaagde] is namelijk gebaseerd op dezelfde overeenkomst als de vordering van [eiseres] . Omdat [gedaagde] verplicht is tot betaling van een bedrag van € 4.599,00 aan [eiseres] , en dit een hoger bedrag is dan de vordering van [gedaagde] , wordt deze vordering van [gedaagde] van de vordering van [eiseres] in conventie afgetrokken. Deze vordering van [gedaagde] in reconventie wordt daarom afgewezen. Dat betekent dat van de vordering van [eiseres] van € 41.698,49 een bedrag van € 4.599,00 (€ 4.212,30 plus € 386,70) afgaat. Het bedrag dat dan overblijft is € 37.099,49,- en dat bedrag zal in conventie worden toegewezen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2024 tot de dag van volledige betaling. [gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen 3.32. [eiseres] vordert in conventie vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] betwist dat zij aansprakelijk is voor deze kosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank stelt vast dat [eiseres] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Dat [gedaagde] bereidheid heeft getoond de auto terug te nemen tegen betaling van het aankoopbedrag maakt niet dat de door [eiseres] ingeroepen bijstand onredelijk is. [gedaagde] is immers toerekenbaar tekortgeschoten door een nonconforme auto te leveren. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 1.188,10 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente zoals door [eiseres] verzocht. De afgifte van de auto en de gevorderde vrijstelling 3.33. Zoals 3.24 is overwogen wordt de vordering van [eiseres] tot veroordeling van [gedaagde] tot terugbetaling van de volledige koopprijs (inclusief kosten inschrijven auto in kentekenregister) van € 40.015,- toegewezen. [eiseres] zelf zal ook navolging moeten geven aan haar ongedaanmakingsverplichting en wordt, zoals hiervoor onder 3.24 is overwogen, veroordeeld om de auto terug te leveren aan [gedaagde] . 3.34. Omdat gelijk oversteken zoals hiervoor onder 3.20 is toegelicht, niet mogelijk is zal de rechtbank de volgorde bepalen waarin welke partij moet presteren. [eiseres] zal binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de auto afgeven bij [gedaagde] inclusief de kentekenpapieren en twee sleutels en [eiseres] zal daarbij de medewerking verlenen die noodzakelijk is voor het overschrijven van het kenteken. [gedaagde] zal ervoor zorgen dat zolang de auto op haar terrein staat en nog op naam van [eiseres] staat, de auto verzekerd is. [gedaagde] zal binnen een dag dat nadat de auto op haar terrein is afgegeven de verschuldigde betalingen aan de leasemaatschappij en aan [eiseres] doen: [gedaagde] betaalt € 36.310,00, dan wel een bedrag gelijk aan het bedrag dat nog openstaat, aan [bedrijf] S.A. ter aflossing van de lease. [gedaagde] betaalt het resterende bedrag van de koopsom (€ 789,49, dan wel een bedrag gelijk aan resterende bedrag na aftrek van het aan de leasemaatschappij betaalde bedrag) aan [eiseres] . Na ontvangst van de tenaamstellingscodes van de leasemaatschappij stuurt [eiseres] deze binnen een dag door aan [gedaagde] . [gedaagde] zal direct na ontvangst van de tenaamstellingscodes de auto vrijwaren en daarover [eiseres] berichten. 3.35. De door [gedaagde] gevorderde vrijstelling van haar betalingsverplichting tot het moment van afgifte van de auto door [eiseres] ligt besloten in de hiervoor onder 3.34 bepaalde volgorde waarin partijen moeten presteren en wordt daarom toegewezen zoals onder 3.34 is bepaald. [gedaagde] moet de proceskosten in conventie betalen 3.36. [gedaagde] is in conventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen aan [eiseres] . De proceskosten van [eiseres] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 122,35 - griffierecht € 2.995,00 - salaris advocaat € 2.580,00 (2 punten × € 1.290,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 5.886,35 [eiseres] moet de proceskosten betalen in reconventie 3.37. In reconventie wordt [eiseres] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde] . Omdat de tegeneis van [gedaagde] grotendeels voortvloeit uit het verweer in conventie wordt de helft van het aantal punten toegekend. Het tarief is afgestemd op de vordering van [gedaagde] . De kosten van [eiseres] worden begroot op - griffierecht € 2.995,00 - salaris advocaat € 653,00 (2 punten × € 653,- × 0,5) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 3.837,00 3.38. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.