Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-20
ECLI:NL:RBMNE:2026:2413
Civiel recht
Kort geding
15,056 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2413 text/xml public 2026-05-19T08:54:12 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-20 C/16/610107 / KG ZA 26-208 Uitspraak Kort geding NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2413 text/html public 2026-05-19T08:53:34 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2413 Rechtbank Midden-Nederland , 20-04-2026 / C/16/610107 / KG ZA 26-208 Bank mocht relatie opzeggen en geen misbruik bevoegdheid door veiling woning. Terme de grace van vier maanden voor het gezin om een woonruimte te vinden. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/610107 / KG ZA 26-208 Vonnis in kort geding van 20 april 2026 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , te [plaats] , hierna te noemen [eiser sub 1] , 2. [eiseres sub 2] , te [plaats] , hierna te noemen [eiseres sub 2] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eiser sub 1] c.s., advocaten: mr. J.E. van Kuijk en mr. C.C. Canjels, tegen ASN BANK N.V. , te Utrecht, gedaagde partij, hierna te noemen: ASN, advocaten: mr. M.E.G. Murris en mr. D. Verheij, 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 8, - de nagezonden producties 9 tot en met 21, alsmede een toegezonden filmbestand, van [eiser sub 1] c.s., - de akte met producties 1 tot en met 19 van ASN, - de nagezonden producties 21 tot en met 23 van ASN, - de mondelinge behandeling van 17 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, - de pleitnota van [eiser sub 1] c.s., - de pleitnota van ASN. 1.2 Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd. 1.3 In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 20 april 2026 een kop-staart vonnis uitgesproken. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking. 2 De kern van de zaak 2.1 ASN heeft de hypotheekovereenkomst met [eiser sub 1] c.s. opgezegd en de openstaande hypotheekschuld opgeëist. Omdat [eiser sub 1] c.s. de openstaande hypotheekschuld niet hebben betaald, wil ASN als hypotheekhouder de woning op 21 april 2026 via een executieveiling verkopen. [eiser sub 1] c.s. vorderen in deze zaak dat ASN de opgezegde hypotheekovereenkomst alsnog moet nakomen en dat hun woning niet geveild of verkocht mag worden. Volgens [eiser sub 1] c.s. heeft ASN haar bancaire zorgplicht geschonden en is de opzegging van de hypotheekovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Als ASN de woning gaat veilen, zou ASN volgens [eiser sub 1] c.s. bovendien misbruik van haar bevoegdheid maken. [eiser sub 1] c.s. krijgen geen gelijk maar ASN moet wel vier maanden wachten met de veiling van de woning. Hierna wordt uitgelegd waarom de voorzieningenrechter tot dit oordeel komt. 3 De beoordeling Inleiding 3.1 Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser sub 1] c.s. daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen. [eiser sub 1] c.s. hebben een spoedeisend belang 3.2 De executieveiling van de woning van [eiser sub 1] c.s. staat gepland op 21 april 2026. Het spoedeisend belang bij de gevorderde voorziening is daarmee gegeven. De opzegging is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar Het toetsingskader 3.3 Het gaat in deze zaak ten eerste om de vraag of ASN de bankrelatie en hypotheekovereenkomst met [eiser sub 1] c.s. mocht opzeggen. Bij het beantwoorden van die vraag gelden de volgende uitgangspunten. 3.4 ASN heeft in haar voorwaarden de mogelijkheid opgenomen om de bankrelatie op te zeggen (artikel 35 Algemene Bank Voorwaarden (hierna:ABV)). Deze mogelijkheid is gebaseerd op het beginsel van contractsvrijheid, wat meebrengt dat iedereen – dus ook een bank – het recht heeft om niet te worden verplicht een contractuele relatie aan te gaan of aan te houden met een ander. Daarnaast kunnen banken een gerechtvaardigd belang hebben om klanten te weigeren of de klantrelatie te beëindigen vanwege toezichtrechtelijke eisen of integriteitsrisico’s. 3.5 Het recht om klanten te weigeren of de klantrelatie te beëindigen is fundamenteel en zwaarwegend, maar niet onbegrensd. Dat komt omdat banken vanwege hun maatschappelijke functie een zorgplicht hebben. De zorgplicht is ook opgenomen in artikel 2 lid 1 ABV. Op grond van de zorgplicht moeten banken bij hun dienstverlening rekening houden met de belangen van anderen. Zo mag een bank een klantrelatie niet beëindigen als die opzegging in een concreet geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Bij die beoordeling moet het belang van de bank worden onderzocht en afgewogen tegen het belang van de klant. 3.6 De voorzieningenrechter zal daarom de belangen van zowel ASN als [eiser sub 1] c.s. onderzoeken en tegen elkaar afwegen. Bij die belangenafweging komt gewicht toe aan de verschillende onderzoeks- en controleverplichtingen van banken op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft) en de Wet financieel toezicht (hierna: Wft). Zo is een bank verplicht om relaties met klanten tegen te gaan die het vertrouwen in de financiële onderneming of financiële markten kunnen schaden. Een bank is daarbij gehouden klantonderzoek en onderzoek naar verrichte transacties uit te voeren. Dit wordt ook wel de poortwachtersfunctie van een bank genoemd, wat onder meer tot doel heeft te voorkomen dat criminele geldstromen door het financiële stelsel lopen. De hypotheek is opgezegd op 19 november 2025 3.7 Of een bank gebruik mag maken van haar opzeggingsbevoegdheid wordt beoordeeld naar de stand van zaken op het moment van opzeggen. Dat is in deze zaak 19 november 2025. Op deze datum heeft ASN een brief gestuurd naar [eiser sub 1] c.s. waarin de hypothecaire relatie wordt opgezegd. Op 4 augustus 2025 heeft ASN ook een opzeggingsbrief gestuurd om de bancaire relatie op te zeggen. ASN heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat als de bancaire relatie wordt opgezegd, er altijd nog een extra toets plaatsvindt voordat de hypothecaire relatie wordt opgezegd. Omdat is gebleken en niet ter discussie staat dat de relatie tussen [eiser sub 1] c.s. en ASN effectief alleen bestaat uit de hypotheeklening, wordt de brief van 19 november 2025 als opzegmoment genomen. ASN mocht de hypothecaire relatie opzeggen 3.8 De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat ASN onder de gegeven omstandigheden voldoende belang had bij en kon overgaan tot opzegging van de hypotheekovereenkomst. In de brief van 19 november 2025 is te lezen waarom ASN opzegt. Daarvoor worden drie redenen gegeven: ASN kan het klantonderzoek op grond van de Wwft niet afronden, Er liggen vijf verschillende beslagen op de woning, waaronder van het Openbaar Ministerie (hierna: het OM), Er is een betalingsachterstand in de hypotheektermijnen. [eiser sub 1] c.s. zijn het niet eens met de opzeggingsgronden. De voorzieningenrechter zal die gronden hieronder bespreken. Ad (1) Het klantonderzoek 3.9 De bank is op grond van de Wwft verplicht om onderzoek te doen naar haar klanten. Als de bank dat onderzoek niet kan afronden omdat er onvoldoende informatie is, moet zij de relatie beëindigen. Het klantonderzoek naar [eiser sub 1] c.s. is gestart nadat door het Openbaar Ministerie (hierna: OM) conservatoir beslag was gelegd op de woning van [eiser sub 1] c.s. in verband met verdenkingen tegen [eiser sub 1] van witwassen en overtreding van de Opiumwet. Tegen deze achtergrond mocht van ASN worden verwacht dat zij extra goed controleert wat de herkomst van de middelen van [eiser sub 1] c.s. was waarmee de hypotheek werd betaald. Dat onderzoek werd nog relevanter omdat [eiser sub 1] geen dienstverband meer had, terwijl op de hypotheekaanvraag was vermeld dat de hypotheekbetalingen met inkomsten uit loondienst zouden worden voldaan. Ook is van belang dat uit de openbare gegevens bleek dat het inkomen van [eiser sub 1] c.s.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2413 text/xml public 2026-05-19T08:54:12 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-20 C/16/610107 / KG ZA 26-208 Uitspraak Kort geding NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2413 text/html public 2026-05-19T08:53:34 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2413 Rechtbank Midden-Nederland , 20-04-2026 / C/16/610107 / KG ZA 26-208 Bank mocht relatie opzeggen en geen misbruik bevoegdheid door veiling woning. Terme de grace van vier maanden voor het gezin om een woonruimte te vinden. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/610107 / KG ZA 26-208 Vonnis in kort geding van 20 april 2026 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , te [plaats] , hierna te noemen [eiser sub 1] , 2. [eiseres sub 2] , te [plaats] , hierna te noemen [eiseres sub 2] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eiser sub 1] c.s., advocaten: mr. J.E. van Kuijk en mr. C.C. Canjels, tegen ASN BANK N.V. , te Utrecht, gedaagde partij, hierna te noemen: ASN, advocaten: mr. M.E.G. Murris en mr. D. Verheij, 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 8, - de nagezonden producties 9 tot en met 21, alsmede een toegezonden filmbestand, van [eiser sub 1] c.s., - de akte met producties 1 tot en met 19 van ASN, - de nagezonden producties 21 tot en met 23 van ASN, - de mondelinge behandeling van 17 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, - de pleitnota van [eiser sub 1] c.s., - de pleitnota van ASN. 1.2 Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd. 1.3 In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 20 april 2026 een kop-staart vonnis uitgesproken. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking. 2 De kern van de zaak 2.1 ASN heeft de hypotheekovereenkomst met [eiser sub 1] c.s. opgezegd en de openstaande hypotheekschuld opgeëist. Omdat [eiser sub 1] c.s. de openstaande hypotheekschuld niet hebben betaald, wil ASN als hypotheekhouder de woning op 21 april 2026 via een executieveiling verkopen. [eiser sub 1] c.s. vorderen in deze zaak dat ASN de opgezegde hypotheekovereenkomst alsnog moet nakomen en dat hun woning niet geveild of verkocht mag worden. Volgens [eiser sub 1] c.s. heeft ASN haar bancaire zorgplicht geschonden en is de opzegging van de hypotheekovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Als ASN de woning gaat veilen, zou ASN volgens [eiser sub 1] c.s. bovendien misbruik van haar bevoegdheid maken. [eiser sub 1] c.s. krijgen geen gelijk maar ASN moet wel vier maanden wachten met de veiling van de woning. Hierna wordt uitgelegd waarom de voorzieningenrechter tot dit oordeel komt. 3 De beoordeling Inleiding 3.1 Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser sub 1] c.s. daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen. [eiser sub 1] c.s. hebben een spoedeisend belang 3.2 De executieveiling van de woning van [eiser sub 1] c.s. staat gepland op 21 april 2026. Het spoedeisend belang bij de gevorderde voorziening is daarmee gegeven. De opzegging is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar Het toetsingskader 3.3 Het gaat in deze zaak ten eerste om de vraag of ASN de bankrelatie en hypotheekovereenkomst met [eiser sub 1] c.s. mocht opzeggen. Bij het beantwoorden van die vraag gelden de volgende uitgangspunten. 3.4 ASN heeft in haar voorwaarden de mogelijkheid opgenomen om de bankrelatie op te zeggen (artikel 35 Algemene Bank Voorwaarden (hierna:ABV)). Deze mogelijkheid is gebaseerd op het beginsel van contractsvrijheid, wat meebrengt dat iedereen – dus ook een bank – het recht heeft om niet te worden verplicht een contractuele relatie aan te gaan of aan te houden met een ander. Daarnaast kunnen banken een gerechtvaardigd belang hebben om klanten te weigeren of de klantrelatie te beëindigen vanwege toezichtrechtelijke eisen of integriteitsrisico’s. 3.5 Het recht om klanten te weigeren of de klantrelatie te beëindigen is fundamenteel en zwaarwegend, maar niet onbegrensd. Dat komt omdat banken vanwege hun maatschappelijke functie een zorgplicht hebben. De zorgplicht is ook opgenomen in artikel 2 lid 1 ABV. Op grond van de zorgplicht moeten banken bij hun dienstverlening rekening houden met de belangen van anderen. Zo mag een bank een klantrelatie niet beëindigen als die opzegging in een concreet geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Bij die beoordeling moet het belang van de bank worden onderzocht en afgewogen tegen het belang van de klant. 3.6 De voorzieningenrechter zal daarom de belangen van zowel ASN als [eiser sub 1] c.s. onderzoeken en tegen elkaar afwegen. Bij die belangenafweging komt gewicht toe aan de verschillende onderzoeks- en controleverplichtingen van banken op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft) en de Wet financieel toezicht (hierna: Wft). Zo is een bank verplicht om relaties met klanten tegen te gaan die het vertrouwen in de financiële onderneming of financiële markten kunnen schaden. Een bank is daarbij gehouden klantonderzoek en onderzoek naar verrichte transacties uit te voeren. Dit wordt ook wel de poortwachtersfunctie van een bank genoemd, wat onder meer tot doel heeft te voorkomen dat criminele geldstromen door het financiële stelsel lopen. De hypotheek is opgezegd op 19 november 2025 3.7 Of een bank gebruik mag maken van haar opzeggingsbevoegdheid wordt beoordeeld naar de stand van zaken op het moment van opzeggen. Dat is in deze zaak 19 november 2025. Op deze datum heeft ASN een brief gestuurd naar [eiser sub 1] c.s. waarin de hypothecaire relatie wordt opgezegd. Op 4 augustus 2025 heeft ASN ook een opzeggingsbrief gestuurd om de bancaire relatie op te zeggen. ASN heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat als de bancaire relatie wordt opgezegd, er altijd nog een extra toets plaatsvindt voordat de hypothecaire relatie wordt opgezegd. Omdat is gebleken en niet ter discussie staat dat de relatie tussen [eiser sub 1] c.s. en ASN effectief alleen bestaat uit de hypotheeklening, wordt de brief van 19 november 2025 als opzegmoment genomen. ASN mocht de hypothecaire relatie opzeggen 3.8 De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat ASN onder de gegeven omstandigheden voldoende belang had bij en kon overgaan tot opzegging van de hypotheekovereenkomst. In de brief van 19 november 2025 is te lezen waarom ASN opzegt. Daarvoor worden drie redenen gegeven: ASN kan het klantonderzoek op grond van de Wwft niet afronden, Er liggen vijf verschillende beslagen op de woning, waaronder van het Openbaar Ministerie (hierna: het OM), Er is een betalingsachterstand in de hypotheektermijnen. [eiser sub 1] c.s. zijn het niet eens met de opzeggingsgronden. De voorzieningenrechter zal die gronden hieronder bespreken. Ad (1) Het klantonderzoek 3.9 De bank is op grond van de Wwft verplicht om onderzoek te doen naar haar klanten. Als de bank dat onderzoek niet kan afronden omdat er onvoldoende informatie is, moet zij de relatie beëindigen. Het klantonderzoek naar [eiser sub 1] c.s. is gestart nadat door het Openbaar Ministerie (hierna: OM) conservatoir beslag was gelegd op de woning van [eiser sub 1] c.s. in verband met verdenkingen tegen [eiser sub 1] van witwassen en overtreding van de Opiumwet. Tegen deze achtergrond mocht van ASN worden verwacht dat zij extra goed controleert wat de herkomst van de middelen van [eiser sub 1] c.s. was waarmee de hypotheek werd betaald. Dat onderzoek werd nog relevanter omdat [eiser sub 1] geen dienstverband meer had, terwijl op de hypotheekaanvraag was vermeld dat de hypotheekbetalingen met inkomsten uit loondienst zouden worden voldaan. Ook is van belang dat uit de openbare gegevens bleek dat het inkomen van [eiser sub 1] c.s.
Volledig
onvoldoende was om de hypotheek te kunnen betalen. ASN heeft meerdere brieven aan [eiser sub 1] c.s. verzonden in het kader van het klantonderzoek. Deze brieven zijn gestuurd op: 3 juni 2024 1 juli 2024 15 juli 2024 18 juli 2024 1 augustus 2024 28 april 2025 27 juni 2025 3.10 [eiser sub 1] c.s. hebben wel op de brieven gereageerd, maar alleen in algemene bewoordingen. [eiser sub 1] c.s. hebben aangegeven dat zij de hypotheek betaalden met contant geld uit kapperswerkzaamheden (verricht door [eiser sub 1] ) en de verkoop van persoonlijke sieraden. Zij hebben dit nauwelijks verder toegelicht of met bewijsstukken onderbouwd, ondanks dat ASN daar om heeft gevraagd. Zo heeft ASN op 27 juni 2025 over de (kappers)werkzaamheden van [eiser sub 1] gevraagd: 1. Op 22 april 2025 vroegen we u om een uitgebreide toelichting over de herkomst van de middelen waarmee u uw hypotheek bij BLG Wonen aflost, daarnaast stelden we u enkele vragen over uw bedrijfsactiviteiten. Op 14 mei 2025 antwoordde u hierop per email dat u zelfstandig onderneemt als mobiele kapper, dat klanten u bij de start van uw onderneming konden vinden door middel van advertenties en flyers en dat uw klantenkring vervolgens is vergroot door middel van mond-tot-mond reclame. Daarnaast stuurde u, op ons verzoek, uw aangifte inkomstenbelasting over 2023. Uit deze toelichting en dit document begrijpen we nog niet precies waar de middelen waarmee u uw hypotheek aflost vandaan komen, en hoe uw bedrijfsomzet tot stand komt. Graag ontvangen we daarom meer informatie over uw zakelijke activiteiten. a. Hoeveel uur per week worden of werden de werkzaamheden verricht? b. Welke tarieven hanteert of hanteerde uw onderneming? Graag ontvangen we hierover uw toelichting en documenten waaruit dit blijkt. c. Welke betaalopties biedt of bood u uw klanten? Bijvoorbeeld: pin, bankoverschrijving of contant. d. Graag ontvangen we documenten waaruit blijkt welke activiteiten u in 2024 precies heeft uitgevoerd. Ten minste een overzicht van de in Q1 2024 uitgevoerde en gefactureerde werkzaamheden, de daarbij berekende tarieven en drie facturen die horen bij de in dat kwartaal uitgevoerde werkzaamheden. e. Wat was uw omzet in 2024? Graag ontvangen we hierover uw toelichting en documenten waaruit dit blijkt, bijvoorbeeld uw jaarcijfers of aangifte inkomstenbelasting over 2024. f. Wat heeft u er precies toe bewogen om vanuit een achtergrond als recruitment consultant te beginnen als mobiele kapper? Graag krijgen we hierover uw toelichting. (…) a. Op welke datum eindigde uw dienstverband bij [ondereming] B.V.? Graag ontvangen we onafhankelijke documenten waaruit dit blijkt, bijvoorbeeld een gedateerd schrijven van [ondereming] B.V., of andere onafhankelijke documenten waaruit blijkt op welke datum de arbeidsovereenkomst werd beëindigd en wat hiervan de reden is. b. Hoe heeft u in de periode tussen het beëindigen van dit dienstverband en de oprichting van uw eenmanszaak op 3 juli 2023 in uw inkomen voorzien? Graag krijgen we hierover uw toelichting en documenten waaruit dit blijkt. Bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten, opdrachtovereenkomsten, facturen en/of aangiften inkomstenbelasting over deze periode. Het antwoord van [eiser sub 1] c.s. op deze vragen volgde op 14 juli 2025: Punt 1 Ik ben op dit moment niet meer werkzaam als mobiele kapper. Helaas zijn er na afwezigheid niet veel klanten meer overgebleven. De overweging van recruitment consultant naar mobiele kapper is eigenlijk een logische maar spontane stap geweest. Ik zag daar op dat moment meer vrijheid in. (…) Punt 4 Werkzaam geweest bij [ondereming] tot eind 2019. Daarna gestart met zzp werkzaamheden. Vanwege een laag inkomen staat dit niet geregistreed. Toen dus al begonnen met kapperwerkzaamheden, later pas geregistreerd. Uit deze berichtenwisseling blijkt dat de ASN concrete vragen stelde en om onderbouwing van de inkomsten uit de kapperswerkzaamheden vroeg, maar [eiser sub 1] c.s. alleen algemene antwoorden gaven en een aantal vragen ook niet beantwoorden. Daarnaast leverden zij ook geen stukken aan die het inkomen onderbouwden. Weliswaar hebben [eiser sub 1] c.s. op een later moment nog een aantal whatsappberichten aan ASN overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat [eiser sub 1] kapperswerkzaamheden heeft verricht, maar dit is niet voldoende. Zoals ASN heeft aangegeven en de voorzieningenrechter ook aan [eiser sub 1] c.s. tijdens de zitting heeft voorgehouden kunnen uit die berichten, die zien op periode van ongeveer 2 jaar, hoogstens 10-15 kappersafspraken worden afgeleid. Dit verklaart niet met welke middelen [eiser sub 1] c.s. de hypotheek al die tijd hebben betaald. 3.11 De voorzieningenrechter volgt [eiser sub 1] c.s. niet in hun standpunt dat de vragen van ASN onduidelijk waren en/of dat ASN op grond van haar zorgplicht [eiser sub 1] c.s. ‘meer bij de hand’ had moeten nemen tijdens het klantonderzoek. ASN heeft concrete vragen gesteld en [eiser sub 1] c.s. meerdere kansen gegeven om de benodigde informatie aan te leveren. Ook na de opzegging van de bancaire relatie op 4 augustus 2025 heeft ASN nog door [eiser sub 1] c.s. verstrekte stukken in haar beoordeling bij de opzegging van de hypotheekovereenkomst meegenomen. Desondanks hebben [eiser sub 1] c.s. geen toereikende en controleerbare informatie gegeven. Dat [eiser sub 1] c.s. stellen daartoe niet in staat te zijn vanwege een gebrekkige administratie van de kapperswerkzaamheden, komt voor hun eigen rekening en risico. Juist dit gebrek aan (voldoende) informatie maakt dat ASN het onderzoek niet kon afronden. Het gevolg is dat nog steeds onduidelijk is gebleven hoe [eiser sub 1] c.s. aan hun hypotheekverplichtingen hebben voldaan. Dit maakt ASN ook duidelijk in haar brief van 28 augustus 2025: Het ontbreken van een administratie maakt dat er niet vastgesteld kan worden welke middelen exact zijn gebruikt voor de aflossing van uw hypotheek. Dit levert in het kader van de Wwft integriteitsrisico’s op. Zonder een deugdelijke administratie kan de bank niet controleren hoeveel van uw omzet in de periode tussen 2019 en 2023 is aangewend voor de hypotheek en kan niet uitgesloten worden dat de gelden mogelijk afkomstig zijn van activiteiten die in strijd zijn met fiscale regelgeving. Enkel met de verklaring dat de omzet van uw onderneming legitieme inkomsten betreffen en de correspondentie van de ING, heeft u de bank wederom niet in de gelegenheid gesteld om te verifiëren met welke middelen u de hypotheek heeft afgelost. [eiser sub 1] c.s. hebben zich na deze brief van ASN nog wel bereid verklaard meer informatie aan te leveren (bijvoorbeeld op 4 september 2025), maar uiteindelijk hebben zij dit nooit gedaan. Ook niet nadat zij een advocaat hadden ingeschakeld om hen daarbij te helpen. 3.12 [eiser sub 1] c.s. hebben nog aangevoerd dat het klantonderzoek door ASN onzorgvuldig en in strijd met haar zorgplicht is uitgevoerd, omdat ASN het [eiser sub 1] c.s. feitelijk onmogelijk heeft gemaakt om nog op adequate wijze met de bank te communiceren. Dit is onvoldoende aannemelijk geworden. Voor zover ASN voor [eiser sub 1] c.s. niet meer telefonisch bereikbaar was (ASN heeft dit ontkent), geldt dat ASN altijd op e-mails en brieven van [eiser sub 1] c.s. heeft gereageerd. Ook blijkt uit de brieven van ASN niet dat zij [eiser sub 1] c.s. telkens een onredelijk korte termijn gaf om informatie aan te leveren en antwoorden te geven. In de brieven zijn [eiser sub 1] c.s. ook telkens gewaarschuwd voor het feit dat het niet (tijdig) aanleveren van informatie of beantwoorden van vragen tot het beëindigen van de bankrelatie zou kunnen leiden. 3.13 Gelet op het voorgaande moet voorlopig worden geoordeeld dat ASN na een voldoende zorgvuldig klantonderzoek heeft kunnen concluderen dat zij, bij gebreke van de benodigde informatie, het klantonderzoek niet kon afronden. Het niet kunnen afronden van het klantonderzoek mocht zij dan ook ten grondslag leggen aan haar opzegging van de hypotheekovereenkomst en het opeisen van de openstaande hypotheekschuld op 19 november 2025.
Volledig
onvoldoende was om de hypotheek te kunnen betalen. ASN heeft meerdere brieven aan [eiser sub 1] c.s. verzonden in het kader van het klantonderzoek. Deze brieven zijn gestuurd op: 3 juni 2024 1 juli 2024 15 juli 2024 18 juli 2024 1 augustus 2024 28 april 2025 27 juni 2025 3.10 [eiser sub 1] c.s. hebben wel op de brieven gereageerd, maar alleen in algemene bewoordingen. [eiser sub 1] c.s. hebben aangegeven dat zij de hypotheek betaalden met contant geld uit kapperswerkzaamheden (verricht door [eiser sub 1] ) en de verkoop van persoonlijke sieraden. Zij hebben dit nauwelijks verder toegelicht of met bewijsstukken onderbouwd, ondanks dat ASN daar om heeft gevraagd. Zo heeft ASN op 27 juni 2025 over de (kappers)werkzaamheden van [eiser sub 1] gevraagd: 1. Op 22 april 2025 vroegen we u om een uitgebreide toelichting over de herkomst van de middelen waarmee u uw hypotheek bij BLG Wonen aflost, daarnaast stelden we u enkele vragen over uw bedrijfsactiviteiten. Op 14 mei 2025 antwoordde u hierop per email dat u zelfstandig onderneemt als mobiele kapper, dat klanten u bij de start van uw onderneming konden vinden door middel van advertenties en flyers en dat uw klantenkring vervolgens is vergroot door middel van mond-tot-mond reclame. Daarnaast stuurde u, op ons verzoek, uw aangifte inkomstenbelasting over 2023. Uit deze toelichting en dit document begrijpen we nog niet precies waar de middelen waarmee u uw hypotheek aflost vandaan komen, en hoe uw bedrijfsomzet tot stand komt. Graag ontvangen we daarom meer informatie over uw zakelijke activiteiten. a. Hoeveel uur per week worden of werden de werkzaamheden verricht? b. Welke tarieven hanteert of hanteerde uw onderneming? Graag ontvangen we hierover uw toelichting en documenten waaruit dit blijkt. c. Welke betaalopties biedt of bood u uw klanten? Bijvoorbeeld: pin, bankoverschrijving of contant. d. Graag ontvangen we documenten waaruit blijkt welke activiteiten u in 2024 precies heeft uitgevoerd. Ten minste een overzicht van de in Q1 2024 uitgevoerde en gefactureerde werkzaamheden, de daarbij berekende tarieven en drie facturen die horen bij de in dat kwartaal uitgevoerde werkzaamheden. e. Wat was uw omzet in 2024? Graag ontvangen we hierover uw toelichting en documenten waaruit dit blijkt, bijvoorbeeld uw jaarcijfers of aangifte inkomstenbelasting over 2024. f. Wat heeft u er precies toe bewogen om vanuit een achtergrond als recruitment consultant te beginnen als mobiele kapper? Graag krijgen we hierover uw toelichting. (…) a. Op welke datum eindigde uw dienstverband bij [ondereming] B.V.? Graag ontvangen we onafhankelijke documenten waaruit dit blijkt, bijvoorbeeld een gedateerd schrijven van [ondereming] B.V., of andere onafhankelijke documenten waaruit blijkt op welke datum de arbeidsovereenkomst werd beëindigd en wat hiervan de reden is. b. Hoe heeft u in de periode tussen het beëindigen van dit dienstverband en de oprichting van uw eenmanszaak op 3 juli 2023 in uw inkomen voorzien? Graag krijgen we hierover uw toelichting en documenten waaruit dit blijkt. Bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten, opdrachtovereenkomsten, facturen en/of aangiften inkomstenbelasting over deze periode. Het antwoord van [eiser sub 1] c.s. op deze vragen volgde op 14 juli 2025: Punt 1 Ik ben op dit moment niet meer werkzaam als mobiele kapper. Helaas zijn er na afwezigheid niet veel klanten meer overgebleven. De overweging van recruitment consultant naar mobiele kapper is eigenlijk een logische maar spontane stap geweest. Ik zag daar op dat moment meer vrijheid in. (…) Punt 4 Werkzaam geweest bij [ondereming] tot eind 2019. Daarna gestart met zzp werkzaamheden. Vanwege een laag inkomen staat dit niet geregistreed. Toen dus al begonnen met kapperwerkzaamheden, later pas geregistreerd. Uit deze berichtenwisseling blijkt dat de ASN concrete vragen stelde en om onderbouwing van de inkomsten uit de kapperswerkzaamheden vroeg, maar [eiser sub 1] c.s. alleen algemene antwoorden gaven en een aantal vragen ook niet beantwoorden. Daarnaast leverden zij ook geen stukken aan die het inkomen onderbouwden. Weliswaar hebben [eiser sub 1] c.s. op een later moment nog een aantal whatsappberichten aan ASN overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat [eiser sub 1] kapperswerkzaamheden heeft verricht, maar dit is niet voldoende. Zoals ASN heeft aangegeven en de voorzieningenrechter ook aan [eiser sub 1] c.s. tijdens de zitting heeft voorgehouden kunnen uit die berichten, die zien op periode van ongeveer 2 jaar, hoogstens 10-15 kappersafspraken worden afgeleid. Dit verklaart niet met welke middelen [eiser sub 1] c.s. de hypotheek al die tijd hebben betaald. 3.11 De voorzieningenrechter volgt [eiser sub 1] c.s. niet in hun standpunt dat de vragen van ASN onduidelijk waren en/of dat ASN op grond van haar zorgplicht [eiser sub 1] c.s. ‘meer bij de hand’ had moeten nemen tijdens het klantonderzoek. ASN heeft concrete vragen gesteld en [eiser sub 1] c.s. meerdere kansen gegeven om de benodigde informatie aan te leveren. Ook na de opzegging van de bancaire relatie op 4 augustus 2025 heeft ASN nog door [eiser sub 1] c.s. verstrekte stukken in haar beoordeling bij de opzegging van de hypotheekovereenkomst meegenomen. Desondanks hebben [eiser sub 1] c.s. geen toereikende en controleerbare informatie gegeven. Dat [eiser sub 1] c.s. stellen daartoe niet in staat te zijn vanwege een gebrekkige administratie van de kapperswerkzaamheden, komt voor hun eigen rekening en risico. Juist dit gebrek aan (voldoende) informatie maakt dat ASN het onderzoek niet kon afronden. Het gevolg is dat nog steeds onduidelijk is gebleven hoe [eiser sub 1] c.s. aan hun hypotheekverplichtingen hebben voldaan. Dit maakt ASN ook duidelijk in haar brief van 28 augustus 2025: Het ontbreken van een administratie maakt dat er niet vastgesteld kan worden welke middelen exact zijn gebruikt voor de aflossing van uw hypotheek. Dit levert in het kader van de Wwft integriteitsrisico’s op. Zonder een deugdelijke administratie kan de bank niet controleren hoeveel van uw omzet in de periode tussen 2019 en 2023 is aangewend voor de hypotheek en kan niet uitgesloten worden dat de gelden mogelijk afkomstig zijn van activiteiten die in strijd zijn met fiscale regelgeving. Enkel met de verklaring dat de omzet van uw onderneming legitieme inkomsten betreffen en de correspondentie van de ING, heeft u de bank wederom niet in de gelegenheid gesteld om te verifiëren met welke middelen u de hypotheek heeft afgelost. [eiser sub 1] c.s. hebben zich na deze brief van ASN nog wel bereid verklaard meer informatie aan te leveren (bijvoorbeeld op 4 september 2025), maar uiteindelijk hebben zij dit nooit gedaan. Ook niet nadat zij een advocaat hadden ingeschakeld om hen daarbij te helpen. 3.12 [eiser sub 1] c.s. hebben nog aangevoerd dat het klantonderzoek door ASN onzorgvuldig en in strijd met haar zorgplicht is uitgevoerd, omdat ASN het [eiser sub 1] c.s. feitelijk onmogelijk heeft gemaakt om nog op adequate wijze met de bank te communiceren. Dit is onvoldoende aannemelijk geworden. Voor zover ASN voor [eiser sub 1] c.s. niet meer telefonisch bereikbaar was (ASN heeft dit ontkent), geldt dat ASN altijd op e-mails en brieven van [eiser sub 1] c.s. heeft gereageerd. Ook blijkt uit de brieven van ASN niet dat zij [eiser sub 1] c.s. telkens een onredelijk korte termijn gaf om informatie aan te leveren en antwoorden te geven. In de brieven zijn [eiser sub 1] c.s. ook telkens gewaarschuwd voor het feit dat het niet (tijdig) aanleveren van informatie of beantwoorden van vragen tot het beëindigen van de bankrelatie zou kunnen leiden. 3.13 Gelet op het voorgaande moet voorlopig worden geoordeeld dat ASN na een voldoende zorgvuldig klantonderzoek heeft kunnen concluderen dat zij, bij gebreke van de benodigde informatie, het klantonderzoek niet kon afronden. Het niet kunnen afronden van het klantonderzoek mocht zij dan ook ten grondslag leggen aan haar opzegging van de hypotheekovereenkomst en het opeisen van de openstaande hypotheekschuld op 19 november 2025.
Volledig
3.14 Overigens richtte het klantonderzoek van ASN zich ook op de herkomst van middelen waarmee de verbouwing van de woning (het verhypothekeerde goed) gefinancierd was, meer informatie over de verdenkingen richting [eiser sub 1] en betalingen van derden waarmee (eerdere) achterstanden in de hypotheek werden afgelost. Deze onderdelen worden niet besproken omdat ASN naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter reeds op het onderdeel ‘herkomst middelen waarmee de hypotheek werd betaald’ mocht concluderen dat het klantonderzoek niet kon worden afgerond. Ad (2) en (3) De betalingsachterstand en de beslagen op de woning 3.15 Naast het niet kunnen afronden van het klantonderzoek, heeft ASN nog twee aanvullende redenen genoemd voor het opeisen van de totale hypotheekschuld. Op de woning van [eiser sub 1] c.s. waren door schuldeisers namelijk vijf beslagen gelegd, waaronder door het OM. Daarnaast was er sprake van een betalingsachterstand in de hypotheektermijnen van in totaal € 4.951,30. Deze beslagen en de betalingsachterstand vormen op grond van de algemene voorwaarden ook redenen voor het opeisen van de totale hypotheekschuld. [eiser sub 1] c.s. hebben in december 2025 weliswaar aangegeven dat zij regelingen zouden treffen met de beslagleggers, maar op de zitting is gebleken dat dit tot nu toe niet is gebeurd. Datzelfde geldt voor de achterstand in hypotheektermijnen. Deze is inmiddels opgelopen tot € 10.945,45. Conclusie 3.16 Concluderend had ASN bij het opzeggen van de hypotheekrelatie voldoende redenen en belang, gelet op het bepaalde in artikel 5 lid 3 Wft, artikel 12 Algemene voorwaarden BLG Wonen Hypotheken en artikel 27 ABV. Het belang van [eiser sub 1] c.s. bij voortzetting van de hypotheek weegt niet op tegen deze belangen van ASN. Daarnaast heeft ASN bij het opzeggen van de hypotheekovereenkomst voldaan aan haar zorgplicht richting [eiser sub 1] c.s. en voldoende rekening gehouden met hun belangen. ASN heeft [eiser sub 1] c.s. tijdig gewaarschuwd voor de (mogelijke) opzegging van de hypotheek, twee maanden de tijd gegeven voor het terugbetalen van de totale hypotheekschuld en in de opzeggingsbrief van 19 november 2025 ook al gewaarschuwd voor het feit dat de woning via executieveiling zou worden verkocht als de totale hypotheekschuld niet werd betaald. Daarmee onderscheidt deze zaak zich van de zaak die heeft geleid tot de uitspraak waarop [eiser sub 1] c.s. een beroep hebben gedaan. Overigens betrof de (enige) opzeggingsgrond in die zaak het niet kunnen afronden van een klantonderzoek, terwijl dat klantonderzoek niet gericht was op de middelen waarmee de hypotheek werd voldaan. Dat is in deze zaak uitdrukkelijk wel het geval. Bovendien is er in deze zaak nog sprake van twee aanvullende opzeggronden. 3.17 De voorzieningenrechter volgt [eiser sub 1] c.s. verder niet in hun stelling dat ASN verzoeken tot overleg of het vinden van een oplossing heeft genegeerd. [eiser sub 1] c.s. zijn niet met concrete voorstellen tot een oplossing gekomen. Ook hoefde ASN niet te onderzoeken of de hypotheek alleen door [eiseres sub 2] kon worden voortgezet (nog los bezien van het feit dat haar inkomen daarvoor ontoereikend was). De voorzieningenrechter begrijpt dat [eiser sub 1] c.s. dit stellen omdat het onderzoek van het OM zich uitsluitend richt op [eiser sub 1] en de kapperswerkzaamheden ook door hem zijn verricht. Maar dat neemt niet weg dat [eiseres sub 2] ook gehouden was de vragen van de bank in het kader van het klantonderzoek te beantwoorden. Ook zij was namelijk verantwoordelijk voor betaling van de maandelijkse hypotheekbedragen en was in dat kader verplicht om ASN inzicht te verschaffen in de herkomst van de middelen waarmee dat gebeurde. 3.18 Gelet op bovengenoemde samenhangende omstandigheden is het niet aannemelijk dat een bodemrechter zal oordelen dat de opzegging van de bank- en hypotheekrelatie en het opeisen van de totale hypotheekschuld door ASN naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarom worden vorderingen 1 tot en met 3 afgewezen. ASN maakt geen misbruik van haar bevoegdheid om de woning te veilen Het toetsingskader 3.19 In de opzeggingsbrief heeft ASN [eiser sub 1] c.s. twee maanden de tijd gegeven om de totale openstaande hypotheekschuld te voldoen. Dat is niet gebeurd. Op grond van artikel 3:268 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) heeft ASN als hypotheekhouder daarom het recht om de woning van [eiser sub 1] c.s. via een veilingverkoop te verkopen. 3.20 De voorzieningenrechter kan de executie op grond van artikel 438 lid 2 Rechtsvordering (hierna: Rv) schorsen voor een bepaalde tijd, of totdat in een bodemprocedure op het geschil zal zijn beslist. Dat kan in het geval de hypotheekhouder de grens van haar bevoegdheid overschrijdt. Volgens artikel 3:13 BW is van misbruik van bevoegdheid onder meer sprake als die bevoegdheid wordt uitgeoefend met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend, ook in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Dat laatste kan zich in een geval zoals dit waarin een hypotheekhouder een woning executoriaal wil gaan verkopen, bijvoorbeeld voordoen als er door de executie geen uitzicht bestaat op ook maar een gedeeltelijke voldoening van de schuld, als door de executie aan de zijde van de schuldenaar een noodtoestand zou ontstaan, of als de schuldenaar een betalingsregeling heeft voorgesteld die leidt tot het inlopen van de ontstane betalingsachterstand binnen een redelijke termijn, terwijl hij ook voldoet aan de lopende betalingsverplichting jegens de hypotheekhouder. Er is geen sprake van misbruik van bevoegdheid 3.21 [eiser sub 1] c.s. vinden dat ASN misbruik van haar bevoegdheid maakt door de woning te gaan veilen. De voorzieningenrechter volgt dat niet. Met de verwachte opbrengst van de executieveiling zal de vordering van ASN (en de schuldeisers die beslag hebben gelegd) naar verwachting kunnen worden voldaan. Dat een woning bij een veiling meestal minder oplevert dan bij een gewone verkoop, is op zichzelf geen reden om de executie tegen te houden. Ook hebben [eiser sub 1] c.s. geen betalingsregeling voorgesteld waarmee de hypotheekachterstand kan worden ingelopen, tenminste geen concrete. Bovendien loopt de hypotheekachterstand nog altijd op. Daarnaast is de opeising van de totale hypotheekschuld in deze zaak niet enkel het gevolg van betalingsachterstanden. Een belangrijke reden voor de opzegging betreft het niet kunnen afronden van het klantonderzoek. 3.22 ASN heeft [eiser sub 1] c.s. verder op tijd en duidelijk laten weten dat zij de woning via een executieveiling zou gaan verkopen. In de brief van 19 november 2025 staat dat de woning na januari 2026 geveild gaat worden. Op 13 februari 2026 is vervolgens de concrete veilingdatum doorgegeven: 21 april 2026. In maart 2026 hebben [eiser sub 1] c.s. ook de veilingvoorwaarden ontvangen. [eiser sub 1] c.s. wisten dus al ongeveer vijf maanden van tevoren dat de woning geveild zou worden. In die periode hebben [eiser sub 1] c.s. geen concrete stappen gezet om de situatie op te lossen. De betalingsachterstand is verder opgelopen en er zijn geen afspraken gemaakt met ASN. Ook is niet gebleken dat [eiser sub 1] c.s. hebben geprobeerd de woning zelf te verkopen of op zoek zijn gegaan naar vervangende woonruimte. De noodsituatie waarop [eiser sub 1] c.s. een beroep doen is dus niet ontstaan doordat de bank gebruik wil maken van haar bevoegdheid om de woning via een executieveiling te verkopen, maar omdat [eiser sub 1] c.s. geen maatregelen hebben genomen, zoals de woning onderhands proberen te verkopen en het zoeken naar vervangende woonruimte. Conclusie 3.23 De conclusie is dat het niet aannemelijk is dat een bodemrechter zal oordelen dat ASN misbruik van haar bevoegdheid maakt door haar recht van parate executie te gaan uitoefenen door de woning te gaan veilen. Daarom wordt vordering 5 afgewezen. ASN moet 4 maanden wachten met de executieverkoop De belangenafweging: [eiser sub 1] c.s.
Volledig
3.14 Overigens richtte het klantonderzoek van ASN zich ook op de herkomst van middelen waarmee de verbouwing van de woning (het verhypothekeerde goed) gefinancierd was, meer informatie over de verdenkingen richting [eiser sub 1] en betalingen van derden waarmee (eerdere) achterstanden in de hypotheek werden afgelost. Deze onderdelen worden niet besproken omdat ASN naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter reeds op het onderdeel ‘herkomst middelen waarmee de hypotheek werd betaald’ mocht concluderen dat het klantonderzoek niet kon worden afgerond. Ad (2) en (3) De betalingsachterstand en de beslagen op de woning 3.15 Naast het niet kunnen afronden van het klantonderzoek, heeft ASN nog twee aanvullende redenen genoemd voor het opeisen van de totale hypotheekschuld. Op de woning van [eiser sub 1] c.s. waren door schuldeisers namelijk vijf beslagen gelegd, waaronder door het OM. Daarnaast was er sprake van een betalingsachterstand in de hypotheektermijnen van in totaal € 4.951,30. Deze beslagen en de betalingsachterstand vormen op grond van de algemene voorwaarden ook redenen voor het opeisen van de totale hypotheekschuld. [eiser sub 1] c.s. hebben in december 2025 weliswaar aangegeven dat zij regelingen zouden treffen met de beslagleggers, maar op de zitting is gebleken dat dit tot nu toe niet is gebeurd. Datzelfde geldt voor de achterstand in hypotheektermijnen. Deze is inmiddels opgelopen tot € 10.945,45. Conclusie 3.16 Concluderend had ASN bij het opzeggen van de hypotheekrelatie voldoende redenen en belang, gelet op het bepaalde in artikel 5 lid 3 Wft, artikel 12 Algemene voorwaarden BLG Wonen Hypotheken en artikel 27 ABV. Het belang van [eiser sub 1] c.s. bij voortzetting van de hypotheek weegt niet op tegen deze belangen van ASN. Daarnaast heeft ASN bij het opzeggen van de hypotheekovereenkomst voldaan aan haar zorgplicht richting [eiser sub 1] c.s. en voldoende rekening gehouden met hun belangen. ASN heeft [eiser sub 1] c.s. tijdig gewaarschuwd voor de (mogelijke) opzegging van de hypotheek, twee maanden de tijd gegeven voor het terugbetalen van de totale hypotheekschuld en in de opzeggingsbrief van 19 november 2025 ook al gewaarschuwd voor het feit dat de woning via executieveiling zou worden verkocht als de totale hypotheekschuld niet werd betaald. Daarmee onderscheidt deze zaak zich van de zaak die heeft geleid tot de uitspraak waarop [eiser sub 1] c.s. een beroep hebben gedaan. Overigens betrof de (enige) opzeggingsgrond in die zaak het niet kunnen afronden van een klantonderzoek, terwijl dat klantonderzoek niet gericht was op de middelen waarmee de hypotheek werd voldaan. Dat is in deze zaak uitdrukkelijk wel het geval. Bovendien is er in deze zaak nog sprake van twee aanvullende opzeggronden. 3.17 De voorzieningenrechter volgt [eiser sub 1] c.s. verder niet in hun stelling dat ASN verzoeken tot overleg of het vinden van een oplossing heeft genegeerd. [eiser sub 1] c.s. zijn niet met concrete voorstellen tot een oplossing gekomen. Ook hoefde ASN niet te onderzoeken of de hypotheek alleen door [eiseres sub 2] kon worden voortgezet (nog los bezien van het feit dat haar inkomen daarvoor ontoereikend was). De voorzieningenrechter begrijpt dat [eiser sub 1] c.s. dit stellen omdat het onderzoek van het OM zich uitsluitend richt op [eiser sub 1] en de kapperswerkzaamheden ook door hem zijn verricht. Maar dat neemt niet weg dat [eiseres sub 2] ook gehouden was de vragen van de bank in het kader van het klantonderzoek te beantwoorden. Ook zij was namelijk verantwoordelijk voor betaling van de maandelijkse hypotheekbedragen en was in dat kader verplicht om ASN inzicht te verschaffen in de herkomst van de middelen waarmee dat gebeurde. 3.18 Gelet op bovengenoemde samenhangende omstandigheden is het niet aannemelijk dat een bodemrechter zal oordelen dat de opzegging van de bank- en hypotheekrelatie en het opeisen van de totale hypotheekschuld door ASN naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarom worden vorderingen 1 tot en met 3 afgewezen. ASN maakt geen misbruik van haar bevoegdheid om de woning te veilen Het toetsingskader 3.19 In de opzeggingsbrief heeft ASN [eiser sub 1] c.s. twee maanden de tijd gegeven om de totale openstaande hypotheekschuld te voldoen. Dat is niet gebeurd. Op grond van artikel 3:268 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) heeft ASN als hypotheekhouder daarom het recht om de woning van [eiser sub 1] c.s. via een veilingverkoop te verkopen. 3.20 De voorzieningenrechter kan de executie op grond van artikel 438 lid 2 Rechtsvordering (hierna: Rv) schorsen voor een bepaalde tijd, of totdat in een bodemprocedure op het geschil zal zijn beslist. Dat kan in het geval de hypotheekhouder de grens van haar bevoegdheid overschrijdt. Volgens artikel 3:13 BW is van misbruik van bevoegdheid onder meer sprake als die bevoegdheid wordt uitgeoefend met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend, ook in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Dat laatste kan zich in een geval zoals dit waarin een hypotheekhouder een woning executoriaal wil gaan verkopen, bijvoorbeeld voordoen als er door de executie geen uitzicht bestaat op ook maar een gedeeltelijke voldoening van de schuld, als door de executie aan de zijde van de schuldenaar een noodtoestand zou ontstaan, of als de schuldenaar een betalingsregeling heeft voorgesteld die leidt tot het inlopen van de ontstane betalingsachterstand binnen een redelijke termijn, terwijl hij ook voldoet aan de lopende betalingsverplichting jegens de hypotheekhouder. Er is geen sprake van misbruik van bevoegdheid 3.21 [eiser sub 1] c.s. vinden dat ASN misbruik van haar bevoegdheid maakt door de woning te gaan veilen. De voorzieningenrechter volgt dat niet. Met de verwachte opbrengst van de executieveiling zal de vordering van ASN (en de schuldeisers die beslag hebben gelegd) naar verwachting kunnen worden voldaan. Dat een woning bij een veiling meestal minder oplevert dan bij een gewone verkoop, is op zichzelf geen reden om de executie tegen te houden. Ook hebben [eiser sub 1] c.s. geen betalingsregeling voorgesteld waarmee de hypotheekachterstand kan worden ingelopen, tenminste geen concrete. Bovendien loopt de hypotheekachterstand nog altijd op. Daarnaast is de opeising van de totale hypotheekschuld in deze zaak niet enkel het gevolg van betalingsachterstanden. Een belangrijke reden voor de opzegging betreft het niet kunnen afronden van het klantonderzoek. 3.22 ASN heeft [eiser sub 1] c.s. verder op tijd en duidelijk laten weten dat zij de woning via een executieveiling zou gaan verkopen. In de brief van 19 november 2025 staat dat de woning na januari 2026 geveild gaat worden. Op 13 februari 2026 is vervolgens de concrete veilingdatum doorgegeven: 21 april 2026. In maart 2026 hebben [eiser sub 1] c.s. ook de veilingvoorwaarden ontvangen. [eiser sub 1] c.s. wisten dus al ongeveer vijf maanden van tevoren dat de woning geveild zou worden. In die periode hebben [eiser sub 1] c.s. geen concrete stappen gezet om de situatie op te lossen. De betalingsachterstand is verder opgelopen en er zijn geen afspraken gemaakt met ASN. Ook is niet gebleken dat [eiser sub 1] c.s. hebben geprobeerd de woning zelf te verkopen of op zoek zijn gegaan naar vervangende woonruimte. De noodsituatie waarop [eiser sub 1] c.s. een beroep doen is dus niet ontstaan doordat de bank gebruik wil maken van haar bevoegdheid om de woning via een executieveiling te verkopen, maar omdat [eiser sub 1] c.s. geen maatregelen hebben genomen, zoals de woning onderhands proberen te verkopen en het zoeken naar vervangende woonruimte. Conclusie 3.23 De conclusie is dat het niet aannemelijk is dat een bodemrechter zal oordelen dat ASN misbruik van haar bevoegdheid maakt door haar recht van parate executie te gaan uitoefenen door de woning te gaan veilen. Daarom wordt vordering 5 afgewezen. ASN moet 4 maanden wachten met de executieverkoop De belangenafweging: [eiser sub 1] c.s.
Volledig
krijgen een terme de grace 3.24 Het voorgaande neemt niet weg dat de voorzieningenrechter in kort geding een belangenafweging moet maken. In dit geval leidt die afweging ertoe dat een tijdelijke voorziening wordt getroffen. ASN zal daarom gedurende vier maanden geen gebruik mogen maken van haar recht om de woning executoriaal te verkopen. 3.25 Daarbij is van belang dat tijdens de zitting de indruk is ontstaan dat [eiser sub 1] c.s. de situatie niet goed hebben overzien en dat zij moeite hebben gehad om tijdig passende stappen te zetten. [eiser sub 1] c.s. hebben (te lang) gehoopt dat zij met ASN alsnog tot een oplossing zouden kunnen komen, zodat zij in hun woning konden blijven wonen. Dit blijkt ook uit de brieven en e-mailberichten die [eiser sub 1] c.s. na de opzegging van 19 november 2025 nog aan ASN hebben gestuurd. Ook is op de zitting duidelijk geworden dat ASN niet actief met [eiser sub 1] c.s. in contact is getreden om de mogelijkheid van een onderhandse verkoop te bespreken. Als de executieveiling doorgaat, moeten [eiser sub 1] c.s. en hun jonge kinderen op korte termijn de woning verlaten, terwijl er op dit moment geen zicht is op een vervangende woonruimte. Gelet op de huidige woningmarkt is het vinden van vervangende woonruimte ook niet eenvoudig. Het gaat hier om een zwaarwegend belang, omdat het gaat om één van de primaire levensbehoeften van [eiser sub 1] c.s. en hun kinderen, namelijk het hebben van onderdak. 3.26 Daartegenover staan de belangen van ASN. Die bestaan er in de kern uit dat haar vordering wordt voldaan en dat verdere kosten, zoals oplopende achterstanden en veilingkosten, worden beperkt. In zijn algemeenheid zijn dat te respecteren belangen maar deze rechtvaardigen in dit stadium niet dat de executie zonder uitstel wordt doorgezet. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de veilingkosten (en alle andere vorderingen) voor rekening van [eiser sub 1] c.s. komen en ASN deze kosten uiteindelijk alsnog krijgt betaald. 3.27 De termijn van vier maanden is bedoeld om [eiser sub 1] c.s. een laatste kans te geven om de situatie op te lossen. Dat betekent dat van [eiser sub 1] c.s. wordt verwacht dat zij deze periode actief benutten om vervangende woonruimte te zoeken en een onderhandse verkoop te realiseren. Als [eiser sub 1] c.s. deze termijn hiervoor niet benutten, moeten zij er rekening mee houden dat ASN na afloop van deze periode alsnog tot executieverkoop van de woning over zal gaan. Deze termijn moet daarom worden gezien als een laatste mogelijkheid voor [eiser sub 1] c.s. om een noodsituatie te voorkomen. Geen dwangsom 3.28 De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het opleggen van een dwangsom. Het is namelijk niet aannemelijk geworden dat ASN zich niet zal houden aan de veroordeling. Tijdens de mondelinge behandeling heeft ASN uitdrukkelijk verklaard dat zij zich aan het vonnis zal houden. De voorzieningenrechter weegt mee dat ASN er met het oog op haar integriteit als financiële instelling ook belang bij heeft dat te doen. Geen voorwaarden aan de opschorting 3.29 ASN heeft verzocht om aan de opschorting van de executie de voorwaarde te verbinden dat [eiser sub 1] c.s. direct de achterstallige hypotheektermijnen en de reeds gemaakte veilingkosten van totaal € 19.558,15 moeten betalen. Hoewel de voorzieningenrechter vindt dat [eiser sub 1] c.s. de veilingkosten inderdaad moeten vergoeden aan ASN, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om dit als een voorwaarde te stellen. [eiser sub 1] c.s. kunnen deze bedragen namelijk op dit moment niet betalen. Als die voorwaarde toch zou worden opgelegd, zou de geboden termijn feitelijk geen betekenis hebben. Daarbij weegt mee dat de vordering van ASN uiteindelijk alsnog zal worden voldaan bij verkoop van de woning. De openstaande (hypotheek)schuld van [eiser sub 1] c.s. aan ASN zal worden vermeerderd met de veilingkosten en de wettelijke rente daarover. Bovendien is de verwachting – ook van ASN zelf – dat de opbrengst van de woning ruimschoots de vordering van ASN zal dekken. Onder deze omstandigheden is het stellen van de door ASN gevraagde voorwaarden niet nodig. Conclusie 3.30 Op grond van de belangenafweging wordt vordering 4 deels toegewezen zoals vermeld in de beslissing. [eiser sub 1] c.s. moeten de proceskosten van ASN betalen 3.31 [eiser sub 1] c.s. zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ASN worden begroot op: - griffierecht € 735,00 - salaris advocaat € 760,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.684,00 3.32 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4 De beslissing De voorzieningenrechter: 4.1 verbiedt ASN om vóór 20 augustus 2026 over te gaan tot openbare verkoop van de woning van [eiser sub 1] c.s., staande en gelegen te ( [postcode] ) [plaats] aan de [adres] , 4.2 veroordeelt [eiser sub 1] c.s. in de proceskosten van € 1.684,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser sub 1] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 4.3 veroordeelt [eiser sub 1] c.s. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 4.4 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.5 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. C. van de Lustgraaf en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026. LLO 5719 Artikel 3 Wwft. Artikel 5 lid 3 Wwft. Artikel 12 Algemene voorwaarden BLG Wonen Hypotheken en artikel 27 ABV. ECLI:NL:RBMNE:2025:5725
Volledig
krijgen een terme de grace 3.24 Het voorgaande neemt niet weg dat de voorzieningenrechter in kort geding een belangenafweging moet maken. In dit geval leidt die afweging ertoe dat een tijdelijke voorziening wordt getroffen. ASN zal daarom gedurende vier maanden geen gebruik mogen maken van haar recht om de woning executoriaal te verkopen. 3.25 Daarbij is van belang dat tijdens de zitting de indruk is ontstaan dat [eiser sub 1] c.s. de situatie niet goed hebben overzien en dat zij moeite hebben gehad om tijdig passende stappen te zetten. [eiser sub 1] c.s. hebben (te lang) gehoopt dat zij met ASN alsnog tot een oplossing zouden kunnen komen, zodat zij in hun woning konden blijven wonen. Dit blijkt ook uit de brieven en e-mailberichten die [eiser sub 1] c.s. na de opzegging van 19 november 2025 nog aan ASN hebben gestuurd. Ook is op de zitting duidelijk geworden dat ASN niet actief met [eiser sub 1] c.s. in contact is getreden om de mogelijkheid van een onderhandse verkoop te bespreken. Als de executieveiling doorgaat, moeten [eiser sub 1] c.s. en hun jonge kinderen op korte termijn de woning verlaten, terwijl er op dit moment geen zicht is op een vervangende woonruimte. Gelet op de huidige woningmarkt is het vinden van vervangende woonruimte ook niet eenvoudig. Het gaat hier om een zwaarwegend belang, omdat het gaat om één van de primaire levensbehoeften van [eiser sub 1] c.s. en hun kinderen, namelijk het hebben van onderdak. 3.26 Daartegenover staan de belangen van ASN. Die bestaan er in de kern uit dat haar vordering wordt voldaan en dat verdere kosten, zoals oplopende achterstanden en veilingkosten, worden beperkt. In zijn algemeenheid zijn dat te respecteren belangen maar deze rechtvaardigen in dit stadium niet dat de executie zonder uitstel wordt doorgezet. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de veilingkosten (en alle andere vorderingen) voor rekening van [eiser sub 1] c.s. komen en ASN deze kosten uiteindelijk alsnog krijgt betaald. 3.27 De termijn van vier maanden is bedoeld om [eiser sub 1] c.s. een laatste kans te geven om de situatie op te lossen. Dat betekent dat van [eiser sub 1] c.s. wordt verwacht dat zij deze periode actief benutten om vervangende woonruimte te zoeken en een onderhandse verkoop te realiseren. Als [eiser sub 1] c.s. deze termijn hiervoor niet benutten, moeten zij er rekening mee houden dat ASN na afloop van deze periode alsnog tot executieverkoop van de woning over zal gaan. Deze termijn moet daarom worden gezien als een laatste mogelijkheid voor [eiser sub 1] c.s. om een noodsituatie te voorkomen. Geen dwangsom 3.28 De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het opleggen van een dwangsom. Het is namelijk niet aannemelijk geworden dat ASN zich niet zal houden aan de veroordeling. Tijdens de mondelinge behandeling heeft ASN uitdrukkelijk verklaard dat zij zich aan het vonnis zal houden. De voorzieningenrechter weegt mee dat ASN er met het oog op haar integriteit als financiële instelling ook belang bij heeft dat te doen. Geen voorwaarden aan de opschorting 3.29 ASN heeft verzocht om aan de opschorting van de executie de voorwaarde te verbinden dat [eiser sub 1] c.s. direct de achterstallige hypotheektermijnen en de reeds gemaakte veilingkosten van totaal € 19.558,15 moeten betalen. Hoewel de voorzieningenrechter vindt dat [eiser sub 1] c.s. de veilingkosten inderdaad moeten vergoeden aan ASN, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om dit als een voorwaarde te stellen. [eiser sub 1] c.s. kunnen deze bedragen namelijk op dit moment niet betalen. Als die voorwaarde toch zou worden opgelegd, zou de geboden termijn feitelijk geen betekenis hebben. Daarbij weegt mee dat de vordering van ASN uiteindelijk alsnog zal worden voldaan bij verkoop van de woning. De openstaande (hypotheek)schuld van [eiser sub 1] c.s. aan ASN zal worden vermeerderd met de veilingkosten en de wettelijke rente daarover. Bovendien is de verwachting – ook van ASN zelf – dat de opbrengst van de woning ruimschoots de vordering van ASN zal dekken. Onder deze omstandigheden is het stellen van de door ASN gevraagde voorwaarden niet nodig. Conclusie 3.30 Op grond van de belangenafweging wordt vordering 4 deels toegewezen zoals vermeld in de beslissing. [eiser sub 1] c.s. moeten de proceskosten van ASN betalen 3.31 [eiser sub 1] c.s. zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ASN worden begroot op: - griffierecht € 735,00 - salaris advocaat € 760,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.684,00 3.32 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4 De beslissing De voorzieningenrechter: 4.1 verbiedt ASN om vóór 20 augustus 2026 over te gaan tot openbare verkoop van de woning van [eiser sub 1] c.s., staande en gelegen te ( [postcode] ) [plaats] aan de [adres] , 4.2 veroordeelt [eiser sub 1] c.s. in de proceskosten van € 1.684,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser sub 1] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 4.3 veroordeelt [eiser sub 1] c.s. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 4.4 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 4.5 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. C. van de Lustgraaf en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026. LLO 5719 Artikel 3 Wwft. Artikel 5 lid 3 Wwft. Artikel 12 Algemene voorwaarden BLG Wonen Hypotheken en artikel 27 ABV. ECLI:NL:RBMNE:2025:5725