Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-29
ECLI:NL:RBMNE:2026:2302
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,000 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2302 text/xml public 2026-05-13T10:52:54 2026-05-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-29 11918488 \ MC EXPL 25-5516 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almere Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2302 text/html public 2026-05-13T10:51:41 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2302 Rechtbank Midden-Nederland , 29-04-2026 / 11918488 \ MC EXPL 25-5516 [gedaagde] heeft een betalingsachterstand in de VvE bijdragen, maar meent een vordering op VvE te kunnen verrekenen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 11918488 \ MC EXPL 25-5516 Vonnis van 29 april 2026 in de zaak van VERENIGING VAN EIGENAARS [straat] [nummeraanduiding 1] TOT EN MET [nummeraanduiding 2] (ONEVEN), [nummeraanduiding 3] TOT EN MET [nummeraanduiding 4] (ONEVEN), [nummeraanduiding 5] TOT EN MET [nummeraanduiding 6] (EVEN) EN [nummeraanduiding 7] TOT EN MET [nummeraanduiding 8] (EVEN) , gevestigd te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: VvE, gemachtigde: mr. M.J. Schapendonk, tegen [gedaagde] , wonende te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 6 oktober 2025 met producties 1 tot en met 9, - de conclusie van antwoord met producties, - de conclusie van repliek met productie 10 en 11, - de conclusie van dupliek met producties, - de akte van VvE. 1.2 Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis komt. 2 De kern van de zaak 2.1 [gedaagde] is eigenaar van een appartementsrecht in [plaats] en moet maandelijks bijdragen in de schulden en kosten die gezamenlijk voor de appartementseigenaren komen. Hij heeft een betalingsachterstand van € 3.957,34, vermeerderd met rente en kosten (bij elkaar opgeteld een bedrag van € 4.801,10). VvE vordert dat bedrag van [gedaagde] en dat [gedaagde] zijn maandelijkse bijdrage weer gaat betalen. [gedaagde] meent een vordering van € 1.800,00 op VvE te hebben, omdat hij kosten voor herstel van de riolering heeft betaald die voor rekening van VvE komen. De kantonrechter wijst de vorderingen van VvE toe. 3 De beoordeling 3.1 VvE vordert betaling van € 3.957,34 aan achterstallige bijdragen in de kosten en schulden van de gezamenlijke appartementseigenaren van juli 2022 tot en met oktober 2025 (in de dagvaarding staat tot en met september 2025, maar productie 9 van VvE laat zien dat oktober 2025 meegenomen is in de berekening). [gedaagde] erkent deze bedragen niet te hebben betaald. Hij stelt echter een bedrag van € 1.800,00 te mogen verrekenen, omdat hij kosten van herstel van de riolering heeft betaald die volgens [gedaagde] voor rekening van VvE komen. Het overige bedrag is [gedaagde] van plan te betalen. 3.2 Het beroep van [gedaagde] op verrekening gaat niet op. [gedaagde] heeft namelijk onvoldoende onderbouwd dat hij toestemming had voor het herstel van de riolering. Uit paragraaf F van de splitsingsakte waar VvE naar verwijst, volgt dat VvE het beheer voert en zorg draagt voor het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken. Daaronder valt de riolering, voor zover niet uitsluitend dienstbaar aan één privé gedeelte. Nog afgezien van de vraag of het gerepareerde gedeelte riolering onder het gemeenschappelijke of het privé gedeelte van [gedaagde] valt, kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] toestemming had om het herstel van de riolering te laten uitvoeren. Artikel 22 uit paragraaf F bepaalt namelijk dat de eigenaars en gebruikers alleen veranderingen mogen aanbrengen in de gemeenschappelijke gedeelten of aan de gemeenschappelijke zaken met toestemming van VvE. [gedaagde] stelt dat hij toestemming had voor de reparaties van [A] , VvE manager, en verwijst naar zijn e-mail van 16 november 2020 aan [gedaagde] . [A] schrijft daar het volgende “ Als de buurman tevens kan verklaren dat de hoofdriolering stuk is, is het wat makkelijker. ” De kantonrechter leest hier echter geen toestemming in. Het bericht veronderstelt dat toestemming van de VvE “wat makkelijker” te verkrijgen is op het moment dat [gedaagde] middels de verklaring van de buurman hard kan maken dat de hoofdriolering – een gemeenschappelijke zaak zo veronderstelt de kantonrechter – hersteld moest worden, maar dit is geen definitief akkoord op het herstel van de riolering door de door [gedaagde] gekozen loodgieter. Bovendien blijkt nergens uit dat het om de hoofdriolering ging. Niet kan worden vastgesteld dat VvE dus van tevoren staat is gesteld om de oorzaak van het incident vast te stellen of de kosten van het herstel van de rioleringsbreuk te beperken. Kosten die onder het beheer van VvE vallen worden gedragen door alle eigenaars dus het is van belang dat VvE hier invloed op heeft. [gedaagde] kan de kosten voor het herstel dus niet verhalen op VvE. 3.3 Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde] geen bedrag te verrekenen heeft met de vordering van VvE. Het bedrag van € 3.957,34 zal dan ook worden toegewezen. Tegen gevorderde wettelijke rente over dit bedrag, door VvE tot en met oktober 2025 berekend op een bedrag van € 404,30 is geen verweer gevoerd en zal daarom ook worden toegewezen. 3.4 VvE vordert een vergoeding van € 439,46 aan buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt het bedrag van € 439,46 toegewezen. 3.5 VvE vordert verder dat [gedaagde] een bedrag van € 107,74 per maand, of de door de algemene ledenvergadering vastgestelde dan wel geïndexeerde maandelijkse bijdrage, betaalt te berekenen vanaf 1 november 2025 tot en met de maand waarin het lidmaatschap van [gedaagde] van rechtswege wordt beëindigd. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen deze vordering. De vordering zal dan ook worden toegewezen. 3.6 VvE vordert tot slot de wettelijke rente over de openstaande maandbedragen vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag dat de gehele vordering zal zijn voldaan, hoofdsom, openstaande maandbedragen en rente een bedrag van € 25.000,00 niet te boven gaande. Ook tegen deze vordering is geen verweer gevoerd en zal daarom worden toegewezen. 3.7 [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VvE worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 720,00 (2,5 punten × € 288,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.524,14 4 De beslissing De kantonrechter 4.1 veroordeelt [gedaagde] om aan VvE te betalen een bedrag van € 4.801,10, 4.2 veroordeelt [gedaagde] om aan VvE te betalen een bedrag van € 107,74 per maand, of de door de algemene ledenvergadering vastgestelde dan wel geïndexeerde maandelijkse bijdrage, te berekenen vanaf 1 november 2025 tot en met de maand waarin het lidmaatschap van [gedaagde] van rechtswege wordt beëindigd, 4.3 veroordeelt [gedaagde] om aan VvE te betalen de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de openstaande maandbedragen, gerekend vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag dat zijn voldaan, de hoofdsom, openstaande maandbedragen en rente een bedrag van € 25.000,00 niet te boven gaande, 4.4 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.524,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.5 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2302 text/xml public 2026-05-13T10:52:54 2026-05-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-29 11918488 \ MC EXPL 25-5516 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almere Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2302 text/html public 2026-05-13T10:51:41 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2302 Rechtbank Midden-Nederland , 29-04-2026 / 11918488 \ MC EXPL 25-5516 [gedaagde] heeft een betalingsachterstand in de VvE bijdragen, maar meent een vordering op VvE te kunnen verrekenen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 11918488 \ MC EXPL 25-5516 Vonnis van 29 april 2026 in de zaak van VERENIGING VAN EIGENAARS [straat] [nummeraanduiding 1] TOT EN MET [nummeraanduiding 2] (ONEVEN), [nummeraanduiding 3] TOT EN MET [nummeraanduiding 4] (ONEVEN), [nummeraanduiding 5] TOT EN MET [nummeraanduiding 6] (EVEN) EN [nummeraanduiding 7] TOT EN MET [nummeraanduiding 8] (EVEN) , gevestigd te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: VvE, gemachtigde: mr. M.J. Schapendonk, tegen [gedaagde] , wonende te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 6 oktober 2025 met producties 1 tot en met 9, - de conclusie van antwoord met producties, - de conclusie van repliek met productie 10 en 11, - de conclusie van dupliek met producties, - de akte van VvE. 1.2 Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis komt. 2 De kern van de zaak 2.1 [gedaagde] is eigenaar van een appartementsrecht in [plaats] en moet maandelijks bijdragen in de schulden en kosten die gezamenlijk voor de appartementseigenaren komen. Hij heeft een betalingsachterstand van € 3.957,34, vermeerderd met rente en kosten (bij elkaar opgeteld een bedrag van € 4.801,10). VvE vordert dat bedrag van [gedaagde] en dat [gedaagde] zijn maandelijkse bijdrage weer gaat betalen. [gedaagde] meent een vordering van € 1.800,00 op VvE te hebben, omdat hij kosten voor herstel van de riolering heeft betaald die voor rekening van VvE komen. De kantonrechter wijst de vorderingen van VvE toe. 3 De beoordeling 3.1 VvE vordert betaling van € 3.957,34 aan achterstallige bijdragen in de kosten en schulden van de gezamenlijke appartementseigenaren van juli 2022 tot en met oktober 2025 (in de dagvaarding staat tot en met september 2025, maar productie 9 van VvE laat zien dat oktober 2025 meegenomen is in de berekening). [gedaagde] erkent deze bedragen niet te hebben betaald. Hij stelt echter een bedrag van € 1.800,00 te mogen verrekenen, omdat hij kosten van herstel van de riolering heeft betaald die volgens [gedaagde] voor rekening van VvE komen. Het overige bedrag is [gedaagde] van plan te betalen. 3.2 Het beroep van [gedaagde] op verrekening gaat niet op. [gedaagde] heeft namelijk onvoldoende onderbouwd dat hij toestemming had voor het herstel van de riolering. Uit paragraaf F van de splitsingsakte waar VvE naar verwijst, volgt dat VvE het beheer voert en zorg draagt voor het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken. Daaronder valt de riolering, voor zover niet uitsluitend dienstbaar aan één privé gedeelte. Nog afgezien van de vraag of het gerepareerde gedeelte riolering onder het gemeenschappelijke of het privé gedeelte van [gedaagde] valt, kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] toestemming had om het herstel van de riolering te laten uitvoeren. Artikel 22 uit paragraaf F bepaalt namelijk dat de eigenaars en gebruikers alleen veranderingen mogen aanbrengen in de gemeenschappelijke gedeelten of aan de gemeenschappelijke zaken met toestemming van VvE. [gedaagde] stelt dat hij toestemming had voor de reparaties van [A] , VvE manager, en verwijst naar zijn e-mail van 16 november 2020 aan [gedaagde] . [A] schrijft daar het volgende “ Als de buurman tevens kan verklaren dat de hoofdriolering stuk is, is het wat makkelijker. ” De kantonrechter leest hier echter geen toestemming in. Het bericht veronderstelt dat toestemming van de VvE “wat makkelijker” te verkrijgen is op het moment dat [gedaagde] middels de verklaring van de buurman hard kan maken dat de hoofdriolering – een gemeenschappelijke zaak zo veronderstelt de kantonrechter – hersteld moest worden, maar dit is geen definitief akkoord op het herstel van de riolering door de door [gedaagde] gekozen loodgieter. Bovendien blijkt nergens uit dat het om de hoofdriolering ging. Niet kan worden vastgesteld dat VvE dus van tevoren staat is gesteld om de oorzaak van het incident vast te stellen of de kosten van het herstel van de rioleringsbreuk te beperken. Kosten die onder het beheer van VvE vallen worden gedragen door alle eigenaars dus het is van belang dat VvE hier invloed op heeft. [gedaagde] kan de kosten voor het herstel dus niet verhalen op VvE. 3.3 Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde] geen bedrag te verrekenen heeft met de vordering van VvE. Het bedrag van € 3.957,34 zal dan ook worden toegewezen. Tegen gevorderde wettelijke rente over dit bedrag, door VvE tot en met oktober 2025 berekend op een bedrag van € 404,30 is geen verweer gevoerd en zal daarom ook worden toegewezen. 3.4 VvE vordert een vergoeding van € 439,46 aan buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt het bedrag van € 439,46 toegewezen. 3.5 VvE vordert verder dat [gedaagde] een bedrag van € 107,74 per maand, of de door de algemene ledenvergadering vastgestelde dan wel geïndexeerde maandelijkse bijdrage, betaalt te berekenen vanaf 1 november 2025 tot en met de maand waarin het lidmaatschap van [gedaagde] van rechtswege wordt beëindigd. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen deze vordering. De vordering zal dan ook worden toegewezen. 3.6 VvE vordert tot slot de wettelijke rente over de openstaande maandbedragen vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag dat de gehele vordering zal zijn voldaan, hoofdsom, openstaande maandbedragen en rente een bedrag van € 25.000,00 niet te boven gaande. Ook tegen deze vordering is geen verweer gevoerd en zal daarom worden toegewezen. 3.7 [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VvE worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 146,14 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 720,00 (2,5 punten × € 288,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.524,14 4 De beslissing De kantonrechter 4.1 veroordeelt [gedaagde] om aan VvE te betalen een bedrag van € 4.801,10, 4.2 veroordeelt [gedaagde] om aan VvE te betalen een bedrag van € 107,74 per maand, of de door de algemene ledenvergadering vastgestelde dan wel geïndexeerde maandelijkse bijdrage, te berekenen vanaf 1 november 2025 tot en met de maand waarin het lidmaatschap van [gedaagde] van rechtswege wordt beëindigd, 4.3 veroordeelt [gedaagde] om aan VvE te betalen de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over de openstaande maandbedragen, gerekend vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag dat zijn voldaan, de hoofdsom, openstaande maandbedragen en rente een bedrag van € 25.000,00 niet te boven gaande, 4.4 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.524,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.5 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.