Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-01-16
ECLI:NL:RBMNE:2026:2251
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,090 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2251 text/xml public 2026-05-08T13:16:51 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2250 Rechtbank Midden-Nederland 2026-01-16 C/16/602380 / JE RK 25-1699 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2251 text/html public 2026-05-08T10:25:30 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2251 Rechtbank Midden-Nederland , 16-01-2026 / C/16/602380 / JE RK 25-1699 Verlenging ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van zes maanden, met aanhouding van de overige verzochte zes maanden RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/602380 / JE RK 25-1699 Datum uitspraak: 16 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND , gevestigd te Utrecht, hierna de GI, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna de moeder, wonende in [plaats] , advocaat mr. A.M.P.M. Adank, [de vader] , hierna de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 november 2025; - het vervolgplan van de GI, ontvangen op 6 januari 2026. De rechtbank heeft mr Adank toegevoegd als advocaat met analoge toepassing van 816 Rv omdat moeder op grond van een zorgmachtiging verplicht was opgenomen. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - [A.] en [B.] namens de GI. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. 1.3. De kinderrechter heeft aan mr. D.R.M. Ros, de advocaat-stagiaire van mr. Adank, bijzondere toegang tot de zitting verleend. 1.4. Aan het eind van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van de beslissing. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 januari 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 24 januari 2026. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 juli 2025 een machtiging verleend [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 23 september 2025 en het verzoek voor het overige deel aangehouden. Bij beschikking van 19 september 2025 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 24 januari 2026. 3 Het verzoek De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De moeder is het niet eens met het verzoek van de GI. 4.2. Het standpunt van de vader is voor de rechtbank niet bekend. Want ten tijde van het opstellen van het verzoekschrift was de vader het eens met de verlenging van zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Uit het later opgestelde vervolgplan blijkt dat hij het niet eens is. 5 De beoordeling De beslissing 5.1. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar, tot 24 januari 2027. Daarnaast verlengt de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nu voor de duur van zes maanden. Het verzoek met betrekking tot de overige zes maanden wordt aangehouden. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissingen neemt. De verlenging van de ondertoezichtstelling 5.2. Op basis van de stukken en de zitting oordeelt de kinderrechter dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan (artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). De ontwikkeling van zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. 5.3. Het afgelopen jaar is er veel gebeurd. Door een combinatie van grote zorgen zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] sinds 4 juli 2025 uit huis geplaatst. Sindsdien hebben zij geen contact meer met de moeder gehad. Het uitblijven van contact is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] mogelijk traumatisch geweest. Zij voelen zich afgewezen door de moeder. Deze afwijzing is beschadigend voor beide kinderen. Er waren al langere tijd grote zorgen over de mentale gesteldheid van de moeder. Sinds de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is de moeder uit contact geraakt met de GI en de hulpverlening. Omdat de individuele problematiek van de moeder van dusdanige ernst was heeft zij vanaf december 2025, door middel van een zorgmachtiging, bij [locatie] verbleven. Sinds 16 januari 2026 is de moeder met een depot ontslagen en is zij weer thuis woonachtig. De komende tijd zal de moeder dan ook moeten werken aan haar herstel. Zij is niet in staat om in een vrijwillig kader de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weg te nemen. 5.4. Ook de vader is niet in staat om de ontwikkelingsbedreiging in een vrijwillig kader weg te nemen. De afgelopen maanden is het contact tussen de GI en de vader wisselend en verloopt de samenwerking daardoor stroef. Daarbij lijkt de rol van de vader als opvoeder minimaal. Het is het afgelopen jaar, mede door de mentale gesteldheid van de moeder, ook niet gelukt om te werken aan de communicatie tussen de vader en de moeder. De gestelde doelen van de ondertoezichtstelling zijn dan ook niet behaald. Het is in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat de reeds ingezette hulpverleningstrajecten voortgezet worden. Een jeugdbeschermer zal het komende jaar betrokken blijven bij het gezin om de regie te voeren en de hulpverlening te stroomlijnen. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing Thuisplaatsing nog niet mogelijk 5.5. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW). Sinds de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is de moeder niet meer in contact geweest met haar kinderen. Daarnaast zal de moeder aan haar mentale problematiek moeten werken voordat zij de verzorging en de opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op zich kan nemen. Ook het feit dat de moeder in slecht contact staat met de GI, en voorheen de hulpverlening, maakt dat de kinderrechter oordeelt dat een thuisplaatsing nog niet aan de orde is. De verzorging van twee jonge kinderen is een zware taak. Het is dan ook in het belang van de moeder zelf dat zij nu rustig verder kan herstellen na haar opname bij [locatie] . 5.6. Ook is een thuisplaatsing bij de vader naar het oordeel van de kinderrechter niet mogelijk. Het is van belang dat de vader in contact is en blijft met de GI over bijvoorbeeld het uitbreiden van de omgang. Daarnaast lijkt de moeder er alleen voor te staan in de rol van een verzorgende en opvoedende ouder. Daarentegen is het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat zij in een stabiele en veilige omgeving opgroeien. Deze omgeving kunnen zowel de moeder als de vader niet bieden. Momenteel verblijven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij hun oma op een vertrouwde en veilige plek met regelmaat en structuur.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2251 text/xml public 2026-05-08T13:16:51 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2250 Rechtbank Midden-Nederland 2026-01-16 C/16/602380 / JE RK 25-1699 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2251 text/html public 2026-05-08T10:25:30 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2251 Rechtbank Midden-Nederland , 16-01-2026 / C/16/602380 / JE RK 25-1699 Verlenging ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van zes maanden, met aanhouding van de overige verzochte zes maanden RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/602380 / JE RK 25-1699 Datum uitspraak: 16 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND , gevestigd te Utrecht, hierna de GI, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna de moeder, wonende in [plaats] , advocaat mr. A.M.P.M. Adank, [de vader] , hierna de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 november 2025; - het vervolgplan van de GI, ontvangen op 6 januari 2026. De rechtbank heeft mr Adank toegevoegd als advocaat met analoge toepassing van 816 Rv omdat moeder op grond van een zorgmachtiging verplicht was opgenomen. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - [A.] en [B.] namens de GI. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. 1.3. De kinderrechter heeft aan mr. D.R.M. Ros, de advocaat-stagiaire van mr. Adank, bijzondere toegang tot de zitting verleend. 1.4. Aan het eind van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van de beslissing. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 januari 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 24 januari 2026. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 juli 2025 een machtiging verleend [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 23 september 2025 en het verzoek voor het overige deel aangehouden. Bij beschikking van 19 september 2025 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 24 januari 2026. 3 Het verzoek De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De moeder is het niet eens met het verzoek van de GI. 4.2. Het standpunt van de vader is voor de rechtbank niet bekend. Want ten tijde van het opstellen van het verzoekschrift was de vader het eens met de verlenging van zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Uit het later opgestelde vervolgplan blijkt dat hij het niet eens is. 5 De beoordeling De beslissing 5.1. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar, tot 24 januari 2027. Daarnaast verlengt de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nu voor de duur van zes maanden. Het verzoek met betrekking tot de overige zes maanden wordt aangehouden. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissingen neemt. De verlenging van de ondertoezichtstelling 5.2. Op basis van de stukken en de zitting oordeelt de kinderrechter dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan (artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). De ontwikkeling van zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. 5.3. Het afgelopen jaar is er veel gebeurd. Door een combinatie van grote zorgen zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] sinds 4 juli 2025 uit huis geplaatst. Sindsdien hebben zij geen contact meer met de moeder gehad. Het uitblijven van contact is voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] mogelijk traumatisch geweest. Zij voelen zich afgewezen door de moeder. Deze afwijzing is beschadigend voor beide kinderen. Er waren al langere tijd grote zorgen over de mentale gesteldheid van de moeder. Sinds de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is de moeder uit contact geraakt met de GI en de hulpverlening. Omdat de individuele problematiek van de moeder van dusdanige ernst was heeft zij vanaf december 2025, door middel van een zorgmachtiging, bij [locatie] verbleven. Sinds 16 januari 2026 is de moeder met een depot ontslagen en is zij weer thuis woonachtig. De komende tijd zal de moeder dan ook moeten werken aan haar herstel. Zij is niet in staat om in een vrijwillig kader de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weg te nemen. 5.4. Ook de vader is niet in staat om de ontwikkelingsbedreiging in een vrijwillig kader weg te nemen. De afgelopen maanden is het contact tussen de GI en de vader wisselend en verloopt de samenwerking daardoor stroef. Daarbij lijkt de rol van de vader als opvoeder minimaal. Het is het afgelopen jaar, mede door de mentale gesteldheid van de moeder, ook niet gelukt om te werken aan de communicatie tussen de vader en de moeder. De gestelde doelen van de ondertoezichtstelling zijn dan ook niet behaald. Het is in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat de reeds ingezette hulpverleningstrajecten voortgezet worden. Een jeugdbeschermer zal het komende jaar betrokken blijven bij het gezin om de regie te voeren en de hulpverlening te stroomlijnen. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing Thuisplaatsing nog niet mogelijk 5.5. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW). Sinds de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is de moeder niet meer in contact geweest met haar kinderen. Daarnaast zal de moeder aan haar mentale problematiek moeten werken voordat zij de verzorging en de opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op zich kan nemen. Ook het feit dat de moeder in slecht contact staat met de GI, en voorheen de hulpverlening, maakt dat de kinderrechter oordeelt dat een thuisplaatsing nog niet aan de orde is. De verzorging van twee jonge kinderen is een zware taak. Het is dan ook in het belang van de moeder zelf dat zij nu rustig verder kan herstellen na haar opname bij [locatie] . 5.6. Ook is een thuisplaatsing bij de vader naar het oordeel van de kinderrechter niet mogelijk. Het is van belang dat de vader in contact is en blijft met de GI over bijvoorbeeld het uitbreiden van de omgang. Daarnaast lijkt de moeder er alleen voor te staan in de rol van een verzorgende en opvoedende ouder. Daarentegen is het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat zij in een stabiele en veilige omgeving opgroeien. Deze omgeving kunnen zowel de moeder als de vader niet bieden. Momenteel verblijven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij hun oma op een vertrouwde en veilige plek met regelmaat en structuur.