Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-28
ECLI:NL:RBMNE:2026:2236
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,016 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2236 text/xml public 2026-05-08T08:18:21 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-28 11803648 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2236 text/html public 2026-05-08T08:17:47 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2236 Rechtbank Midden-Nederland , 28-04-2026 / 11803648 Wahv, misbruik van recht. De rechtsbijstandverlener maakt misbruik van het laagdrempelige en toegankelijke systeem van rechtsbescherming in Wahv-zaken. Beroepen worden ingesteld zonder te weten of dit kansrijk of kansloos is. Dit beroep is enkel doorgezet vanwege de duur van de procedure, het verkrijgen van compensatie en de daaraan gekoppelde proceskostenveroordeling. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht zittingsplaats Utrecht zaaknummer: 11803648 AM VERZ 25-3480 CJIB-nummer: 263020267 beslissing van de kantonrechter van 28 april 2026 en proces-verbaal van de zitting van 14 april 2026 inzake [betrokkene] , te [plaats] , [adres] , hierna te noemen: betrokkene , gemachtigde: mr. B. Benedict namens Verkeersboete.nl. Inleiding Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van €110,00. De boete is opgelegd voor een gedraging op 15 november 2023 om 14:19 uur te Soest, Beukenlaan met de personenauto, kenteken [kenteken] . Het gaat om als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken (parkeren op de stoep). De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 14 april 2026. Namens betrokkene was de gemachtigde verschenen. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig. De kantonrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan. Beoordeling Het dossier en de beroepsgronden Het dossier bevat een zaakoverzicht aangevuld met foto’s en een ambtsedige verklaring van twee verbalisanten. De verbalisanten verklaren dat het voertuig geparkeerd stond op de stoep; een weggedeelte dat bestemd is voor voetgangers. Er is gedurende 10 minuten geen persoon waargenomen rondom het voertuig. In het pro forma beroepschrift wordt zonder enige onderbouwing de gedraging ontkend, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de bewijsmiddelen betwist. In het aanvullende beroepschrift wordt enkel de overschrijding van de redelijke termijn aangevoerd. Het aanvullende beroepschrift omvat verder geen toelichting voor de ontkenning van de gedraging. De ontkenning is niet concreet gemaakt of toegespitst op de gegevens uit het zaakoverzicht. Ook worden geen specifieke feiten en omstandigheden aangevoerd om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van of de bevoegdheid de verbalisant of de wettigheid van de bewijsmiddelen. De bespreking op de zitting 4. De kantonrechter heeft naar aanleiding van het beroepschrift op de zitting met partijen gekeken naar de foto’s. De kantonrechter heeft aan partijen voorgehouden dat zij het voertuig op die foto’s ziet staan op een stoep. De stoep is herkenbaar door een stoeprand (trottoirband) en rode smalle straatstenen. De kantonrechter heeft de gemachtigde gevraagd hierop te reageren. 5. De gemachtigde heeft op de zitting toegelicht dat zij de betwisting van de gedraging niet kansrijk acht en dat die betwisting daarom niet is gehandhaafd in het aanvullende beroepschrift. De kantonrechter heeft vervolgens gevraagd waarom er dan beroep is ingesteld en waarom dit beroep is gehandhaafd. 6. De gemachtigde heeft daarop aangegeven dat het proces op het kantoor van de gemachtigde zo is ingericht dat er na een beslissing op administratief beroep geautomatiseerd beroep wordt ingesteld bij de kantonrechter, zonder dat er inhoudelijk wordt gekeken naar de inhoud van de zaak over naar de kans van slagen van het beroep. Bij de voorbereiding van de zitting wordt er vervolgens pas inhoudelijk gekeken. De gemachtigde heeft benadrukt dat er in deze zaak sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Misbruik van recht 7. De kantonrechter ziet aanleiding om te beoordelen of er in deze zaak sprake is van misbruik van recht namens de betrokkene. Op grond van de wet mag een toekomende bevoegdheid, zoals het instellen van beroep tegen een verkeersboete, niet ingeroepen worden als deze bevoegdheid wordt misbruikt of zonder redelijk doel wordt ingesteld. Als dit het geval is kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. 8. De kantonrechter verwijst daarbij naar artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (het BW) en art. 3:15 van het BW. Deze bepalingen brengen met zich mee dat de bevoegdheid om een bestuursrechtelijk rechtsmiddel in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze bepalingen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een bestuursrechtelijk rechtsmiddel dat misbruik van recht omvat en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig rechtsmiddel. Daarvoor zijn zwaarwichtige gronden vereist. 9. Van misbruik van recht is onder andere sprake als een belanghebbende rechtsmiddelen heeft ingesteld waarvan hij of zij geacht moet worden te weten dat die evident geen kans van slagen hebben. Van misbruik van recht is ook sprake als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. De kantonrechter verwijst naar de vaste rechtspraak hierover, bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447. 10. De kantonrechter oordeelt in het licht van het voorgaande dat de beroepsgronden evident algemeen van aard en kansloos zijn waarbij meespeelt, maar niet doorslaggevend is, dat geprocedeerd wordt door een professionele rechtsbijstandverlener. Zij worden geacht te beschikken over ruime kennis en ervaring op het gebied van het bestuursrecht in het algemeen en Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) in het bijzonder. 10. Uit wat op de zitting is besproken leidt de kantonrechter af dat Verkeersboete.nl in deze zaak (en blijkbaar in alle zaken) zonder te weten of een beroep kansrijk of kansloos is, beroep instelt bij de kantonrechter. Voorafgaand aan de zitting is het reeds ingestelde beroep beoordeeld, en de inhoudelijke grond als niet kansrijk gezien, vervolgens is het beroep alsnog doorgezet enkel vanwege de duur van de procedure. Dit leidt tot het oordeel dat het voor de gemachtigde op dat moment niet meer ging om de opgelegde boete, maar alleen nog over het verkrijgen van compensatie voor deze overschrijding en over de daaraan gekoppelde proceskostenveroordelingen. Onder deze omstandigheid oordeelt de kantonrechter dat niet alleen sprake is van een evident kansloze zaak, maar ook van het te kwader trouw gebruiken van de bevoegdheid om beroep in te stellen en te handhaven. 12. De kantonrechter onderstreept het belang van toegankelijke rechtsbijstand. Daarentegen leidt het enkel (geautomatiseerd) instellen van beroep met het oog op mogelijke realisatie van een overschrijding van de redelijke termijn van berechting, waardoor (partijen) in aanmerking komen voor proceskostenvergoeding, juist voor onnodige vertraging van zaken van andere burgers. Zo wachten er bij deze rechtbank duizenden zaken over verkeersboetes op behandeling. Gemachtigden die kansloos beroep instellen, zorgen ervoor dat andere mensen – onterecht – nog langer moeten wachten. De kantonrechter verwijst daarbij naar eerdere uitspraken: ECLI:NL:RBMNE:2026:1371; ECLI:NL:RBMNE:2026:1640. 13. De rechtsbijstandverlener maakt misbruik van het laagdrempelige en toegankelijke systeem van rechtsbescherming in Wahv-zaken.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2236 text/xml public 2026-05-08T08:18:21 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-28 11803648 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2236 text/html public 2026-05-08T08:17:47 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:2236 Rechtbank Midden-Nederland , 28-04-2026 / 11803648 Wahv, misbruik van recht. De rechtsbijstandverlener maakt misbruik van het laagdrempelige en toegankelijke systeem van rechtsbescherming in Wahv-zaken. Beroepen worden ingesteld zonder te weten of dit kansrijk of kansloos is. Dit beroep is enkel doorgezet vanwege de duur van de procedure, het verkrijgen van compensatie en de daaraan gekoppelde proceskostenveroordeling. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht zittingsplaats Utrecht zaaknummer: 11803648 AM VERZ 25-3480 CJIB-nummer: 263020267 beslissing van de kantonrechter van 28 april 2026 en proces-verbaal van de zitting van 14 april 2026 inzake [betrokkene] , te [plaats] , [adres] , hierna te noemen: betrokkene , gemachtigde: mr. B. Benedict namens Verkeersboete.nl. Inleiding Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van €110,00. De boete is opgelegd voor een gedraging op 15 november 2023 om 14:19 uur te Soest, Beukenlaan met de personenauto, kenteken [kenteken] . Het gaat om als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken (parkeren op de stoep). De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 14 april 2026. Namens betrokkene was de gemachtigde verschenen. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig. De kantonrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan. Beoordeling Het dossier en de beroepsgronden Het dossier bevat een zaakoverzicht aangevuld met foto’s en een ambtsedige verklaring van twee verbalisanten. De verbalisanten verklaren dat het voertuig geparkeerd stond op de stoep; een weggedeelte dat bestemd is voor voetgangers. Er is gedurende 10 minuten geen persoon waargenomen rondom het voertuig. In het pro forma beroepschrift wordt zonder enige onderbouwing de gedraging ontkend, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de bewijsmiddelen betwist. In het aanvullende beroepschrift wordt enkel de overschrijding van de redelijke termijn aangevoerd. Het aanvullende beroepschrift omvat verder geen toelichting voor de ontkenning van de gedraging. De ontkenning is niet concreet gemaakt of toegespitst op de gegevens uit het zaakoverzicht. Ook worden geen specifieke feiten en omstandigheden aangevoerd om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van of de bevoegdheid de verbalisant of de wettigheid van de bewijsmiddelen. De bespreking op de zitting 4. De kantonrechter heeft naar aanleiding van het beroepschrift op de zitting met partijen gekeken naar de foto’s. De kantonrechter heeft aan partijen voorgehouden dat zij het voertuig op die foto’s ziet staan op een stoep. De stoep is herkenbaar door een stoeprand (trottoirband) en rode smalle straatstenen. De kantonrechter heeft de gemachtigde gevraagd hierop te reageren. 5. De gemachtigde heeft op de zitting toegelicht dat zij de betwisting van de gedraging niet kansrijk acht en dat die betwisting daarom niet is gehandhaafd in het aanvullende beroepschrift. De kantonrechter heeft vervolgens gevraagd waarom er dan beroep is ingesteld en waarom dit beroep is gehandhaafd. 6. De gemachtigde heeft daarop aangegeven dat het proces op het kantoor van de gemachtigde zo is ingericht dat er na een beslissing op administratief beroep geautomatiseerd beroep wordt ingesteld bij de kantonrechter, zonder dat er inhoudelijk wordt gekeken naar de inhoud van de zaak over naar de kans van slagen van het beroep. Bij de voorbereiding van de zitting wordt er vervolgens pas inhoudelijk gekeken. De gemachtigde heeft benadrukt dat er in deze zaak sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Misbruik van recht 7. De kantonrechter ziet aanleiding om te beoordelen of er in deze zaak sprake is van misbruik van recht namens de betrokkene. Op grond van de wet mag een toekomende bevoegdheid, zoals het instellen van beroep tegen een verkeersboete, niet ingeroepen worden als deze bevoegdheid wordt misbruikt of zonder redelijk doel wordt ingesteld. Als dit het geval is kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. 8. De kantonrechter verwijst daarbij naar artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (het BW) en art. 3:15 van het BW. Deze bepalingen brengen met zich mee dat de bevoegdheid om een bestuursrechtelijk rechtsmiddel in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze bepalingen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een bestuursrechtelijk rechtsmiddel dat misbruik van recht omvat en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig rechtsmiddel. Daarvoor zijn zwaarwichtige gronden vereist. 9. Van misbruik van recht is onder andere sprake als een belanghebbende rechtsmiddelen heeft ingesteld waarvan hij of zij geacht moet worden te weten dat die evident geen kans van slagen hebben. Van misbruik van recht is ook sprake als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. De kantonrechter verwijst naar de vaste rechtspraak hierover, bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447. 10. De kantonrechter oordeelt in het licht van het voorgaande dat de beroepsgronden evident algemeen van aard en kansloos zijn waarbij meespeelt, maar niet doorslaggevend is, dat geprocedeerd wordt door een professionele rechtsbijstandverlener. Zij worden geacht te beschikken over ruime kennis en ervaring op het gebied van het bestuursrecht in het algemeen en Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) in het bijzonder. 10. Uit wat op de zitting is besproken leidt de kantonrechter af dat Verkeersboete.nl in deze zaak (en blijkbaar in alle zaken) zonder te weten of een beroep kansrijk of kansloos is, beroep instelt bij de kantonrechter. Voorafgaand aan de zitting is het reeds ingestelde beroep beoordeeld, en de inhoudelijke grond als niet kansrijk gezien, vervolgens is het beroep alsnog doorgezet enkel vanwege de duur van de procedure. Dit leidt tot het oordeel dat het voor de gemachtigde op dat moment niet meer ging om de opgelegde boete, maar alleen nog over het verkrijgen van compensatie voor deze overschrijding en over de daaraan gekoppelde proceskostenveroordelingen. Onder deze omstandigheid oordeelt de kantonrechter dat niet alleen sprake is van een evident kansloze zaak, maar ook van het te kwader trouw gebruiken van de bevoegdheid om beroep in te stellen en te handhaven. 12. De kantonrechter onderstreept het belang van toegankelijke rechtsbijstand. Daarentegen leidt het enkel (geautomatiseerd) instellen van beroep met het oog op mogelijke realisatie van een overschrijding van de redelijke termijn van berechting, waardoor (partijen) in aanmerking komen voor proceskostenvergoeding, juist voor onnodige vertraging van zaken van andere burgers. Zo wachten er bij deze rechtbank duizenden zaken over verkeersboetes op behandeling. Gemachtigden die kansloos beroep instellen, zorgen ervoor dat andere mensen – onterecht – nog langer moeten wachten. De kantonrechter verwijst daarbij naar eerdere uitspraken: ECLI:NL:RBMNE:2026:1371; ECLI:NL:RBMNE:2026:1640. 13. De rechtsbijstandverlener maakt misbruik van het laagdrempelige en toegankelijke systeem van rechtsbescherming in Wahv-zaken.