Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-24
ECLI:NL:RBMNE:2026:1962
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,667 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1962 text/xml public 2026-05-18T13:18:18 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-24 UTR 25/7638 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almere Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1962 text/html public 2026-05-18T13:17:40 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1962 Rechtbank Midden-Nederland , 24-04-2026 / UTR 25/7638 Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten dat de verzekeringsgeneeskundige beoordeling onjuist is. De geduide functies, die aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser ten grondslag zijn gelegd, overschrijden de belastbaarheid van eiser niet en passen bij het opleidingsniveau van eiser. Het beroep is ongegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Almere Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/7638 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. M.I. Bal), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het Uwv (gemachtigde: mr. W.A. Postma). Samenvatting Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten dat de verzekeringsgeneeskundige beoordeling onjuist is. De geduide functies, die aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser ten grondslag zijn gelegd, overschrijden de belastbaarheid van eiser niet en passen bij het opleidingsniveau van eiser. Het beroep is ongegrond. Procesverloop 1. Eiser viel op 31 mei 2022 ziek uit voor zijn werk als [functie] bij [bedrijf] B.V. voor gemiddeld 39,77 uur per week als gevolg van meerdere gezondheidsklachten, waaronder hyperventilatieklachten. Op 15 maart 2024 diende eiser een aanvraag om een WIA-uitkering in. 2. Met het besluit van 4 november 2024 (het primaire besluit) is eiser met ingang van 10 juni 2024 29,52% arbeidsongeschikt verklaard, waardoor hij geen recht op een WIA-uitkering heeft. Daartegen heeft eiser bezwaar gemaakt. 3. Met het bestreden besluit van 12 november 2025 op het bezwaar van eiser is het Uwv bij de afwijzing van de WIA-aanvraag gebleven onder wijziging van het arbeidsongeschiktheidspercentage naar 22,03%. Tegen het bestreden besluit heeft eiser beroep bij de rechtbank ingesteld. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 4. De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het Uwv. Eiser was niet aanwezig. Beoordeling door de rechtbank Beoordelingskader 5. Om voor een WIA-uitkering in aanmerking te komen moet vast komen te staan dat eiser ongeschikt is voor zijn eigen werk, en voor 35% of meer arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. 6. Het Uwv mag besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende begrijpelijk zijn. De besluiten zijn in beroep aanvechtbaar. Daarvoor moet eiser aanvoeren en zo nodig aannemelijk maken dat de rapporten niet aan de genoemde drie voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Om voldoende aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk. De medische beoordeling 7. Eiser voert aan dat zijn belastbaarheid in het bestreden besluit wordt overschat. Gelet op het feit dat eiser stemmingsstoornissen ervaart, hyperventilatieklachten heeft, niet stressbestendig is en drukke omgevingen vermijdt, had volgens eiser een beperking moeten worden aangenomen voor werk met afleiding door anderen. Omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep expliciet heeft aangegeven dat eiser beperkt is ten aanzien van werkzaamheden die druk of stress veroorzaken, vindt eiser het ook onbegrijpelijk dat geen beperking is aangenomen voor werk met storingen en onderbrekingen. In eerdere medische beoordelingen is eiser op dit punt wel beperkt geacht, hetgeen de noodzaak van een dergelijke beperking onderstreept. 8. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rapportages van 5 november 2025 en 2 maart 2026 voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd waarom geen beperkingen zijn vastgesteld op de beoordelingspunten 1.8.1 (afleiding door anderen) en 1.8.3. (veelvuldige storingen en onderbrekingen). De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat de stemming van eiser ongewijzigd is ten opzichte van het onderzoek door de primaire verzekeringsarts en het psychiatrisch onderzoek door [deskundige] . Uit het expertiseverslag van [deskundige] van 26 mei 2023 maakt de verzekeringsarts bezwaar en beroep op dat het vermijdingsgedrag van eiser niet voortkomt uit angst voor anderen, maar uit ziekteangst en het geen vertrouwen hebben in de heersende verklaring van de fysieke klachten. Een beperking voor afleiding door anderen (item 1.8.1) is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep dan ook niet aan de orde, evenmin aangewezen zijn op werk zonder veelvuldige storingen en onderbrekingen (item 1.8.3). De door eiser ervaren psychische klachten worden volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep ondervangen door beperkingen in de rubriek persoonlijk functioneren in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 25 oktober 2024, waaronder een beperking voor werk zonder veelvuldige deadlines en productiepieken. Ook is een beperking aangenomen voor een te hoog handelingstempo, vanwege de lichamelijke klachten van eiser, waarmee ook gevoelens van stress worden verlaagd. Omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het expertiseverslag van [deskundige] bij de beoordeling heeft betrokken, en eiser geen medische stukken daar tegenover heeft gesteld, heeft de rechtbank geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek. De beroepsgrond slaagt niet. De arbeidskundige beoordeling: het opleidingsniveau 9. Eiser voert aan dat zijn opleidingsniveau niet aansluit bij de functie-eisen, waardoor hij ongeschikt is voor de geduide functies. In alle functies wordt als opleidingseis gesteld dat het basisonderwijs dient te zijn afgerond, aan welke eis eiser niet voldoet. Daarnaast zijn er volgens eiser functies geduid met opleidingsniveau 2. Dit niveau veronderstelt vervolgonderwijs na het basisonderwijs. Hiervan is in het geval van eiser geen sprake. Bij de functie monteur 2 met SBC code 267041 wordt als opleidingseis gesteld dat sprake moet zijn van minimaal aantoonbaar MBO-niveau 1 werk- en denkniveau, alsmede dat eiser in staat moet zijn om een interne, praktijkgerichte opleiding van twee weken te volgen. Gelet op de opleidingsachtergrond van eiser en zijn cognitieve en medische beperkingen, stelt eiser dat hij niet over het vereiste werk- en denkniveau beschikt en niet in staat is een opleiding te volgen. 10. De rechtbank overweegt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de volgende functies aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser ten grondslag heeft gelegd: productiemedewerker industrie (SBC 111180), assemblagemedewerker elektronische producten (SBC 267041) en lader en losser (SBC 111220). De functies vereisen opleidingsniveau 2, bestaande uit een getuigschrift basisonderwijs en eventueel meerdere jaren vervolgonderwijs zonder diploma of andere opleidingen op dit niveau. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveert dat eiser dit opleidingsniveau heeft. Eiser rondde succesvol een taalcursus af en volgde gedurende een half jaar Lts (avondschool).
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1962 text/xml public 2026-05-18T13:18:18 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-24 UTR 25/7638 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almere Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1962 text/html public 2026-05-18T13:17:40 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1962 Rechtbank Midden-Nederland , 24-04-2026 / UTR 25/7638 Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten dat de verzekeringsgeneeskundige beoordeling onjuist is. De geduide functies, die aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser ten grondslag zijn gelegd, overschrijden de belastbaarheid van eiser niet en passen bij het opleidingsniveau van eiser. Het beroep is ongegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Almere Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/7638 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. M.I. Bal), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het Uwv (gemachtigde: mr. W.A. Postma). Samenvatting Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten dat de verzekeringsgeneeskundige beoordeling onjuist is. De geduide functies, die aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser ten grondslag zijn gelegd, overschrijden de belastbaarheid van eiser niet en passen bij het opleidingsniveau van eiser. Het beroep is ongegrond. Procesverloop 1. Eiser viel op 31 mei 2022 ziek uit voor zijn werk als [functie] bij [bedrijf] B.V. voor gemiddeld 39,77 uur per week als gevolg van meerdere gezondheidsklachten, waaronder hyperventilatieklachten. Op 15 maart 2024 diende eiser een aanvraag om een WIA-uitkering in. 2. Met het besluit van 4 november 2024 (het primaire besluit) is eiser met ingang van 10 juni 2024 29,52% arbeidsongeschikt verklaard, waardoor hij geen recht op een WIA-uitkering heeft. Daartegen heeft eiser bezwaar gemaakt. 3. Met het bestreden besluit van 12 november 2025 op het bezwaar van eiser is het Uwv bij de afwijzing van de WIA-aanvraag gebleven onder wijziging van het arbeidsongeschiktheidspercentage naar 22,03%. Tegen het bestreden besluit heeft eiser beroep bij de rechtbank ingesteld. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 4. De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het Uwv. Eiser was niet aanwezig. Beoordeling door de rechtbank Beoordelingskader 5. Om voor een WIA-uitkering in aanmerking te komen moet vast komen te staan dat eiser ongeschikt is voor zijn eigen werk, en voor 35% of meer arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. 6. Het Uwv mag besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende begrijpelijk zijn. De besluiten zijn in beroep aanvechtbaar. Daarvoor moet eiser aanvoeren en zo nodig aannemelijk maken dat de rapporten niet aan de genoemde drie voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Om voldoende aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk. De medische beoordeling 7. Eiser voert aan dat zijn belastbaarheid in het bestreden besluit wordt overschat. Gelet op het feit dat eiser stemmingsstoornissen ervaart, hyperventilatieklachten heeft, niet stressbestendig is en drukke omgevingen vermijdt, had volgens eiser een beperking moeten worden aangenomen voor werk met afleiding door anderen. Omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep expliciet heeft aangegeven dat eiser beperkt is ten aanzien van werkzaamheden die druk of stress veroorzaken, vindt eiser het ook onbegrijpelijk dat geen beperking is aangenomen voor werk met storingen en onderbrekingen. In eerdere medische beoordelingen is eiser op dit punt wel beperkt geacht, hetgeen de noodzaak van een dergelijke beperking onderstreept. 8. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rapportages van 5 november 2025 en 2 maart 2026 voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd waarom geen beperkingen zijn vastgesteld op de beoordelingspunten 1.8.1 (afleiding door anderen) en 1.8.3. (veelvuldige storingen en onderbrekingen). De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat de stemming van eiser ongewijzigd is ten opzichte van het onderzoek door de primaire verzekeringsarts en het psychiatrisch onderzoek door [deskundige] . Uit het expertiseverslag van [deskundige] van 26 mei 2023 maakt de verzekeringsarts bezwaar en beroep op dat het vermijdingsgedrag van eiser niet voortkomt uit angst voor anderen, maar uit ziekteangst en het geen vertrouwen hebben in de heersende verklaring van de fysieke klachten. Een beperking voor afleiding door anderen (item 1.8.1) is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep dan ook niet aan de orde, evenmin aangewezen zijn op werk zonder veelvuldige storingen en onderbrekingen (item 1.8.3). De door eiser ervaren psychische klachten worden volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep ondervangen door beperkingen in de rubriek persoonlijk functioneren in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 25 oktober 2024, waaronder een beperking voor werk zonder veelvuldige deadlines en productiepieken. Ook is een beperking aangenomen voor een te hoog handelingstempo, vanwege de lichamelijke klachten van eiser, waarmee ook gevoelens van stress worden verlaagd. Omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het expertiseverslag van [deskundige] bij de beoordeling heeft betrokken, en eiser geen medische stukken daar tegenover heeft gesteld, heeft de rechtbank geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek. De beroepsgrond slaagt niet. De arbeidskundige beoordeling: het opleidingsniveau 9. Eiser voert aan dat zijn opleidingsniveau niet aansluit bij de functie-eisen, waardoor hij ongeschikt is voor de geduide functies. In alle functies wordt als opleidingseis gesteld dat het basisonderwijs dient te zijn afgerond, aan welke eis eiser niet voldoet. Daarnaast zijn er volgens eiser functies geduid met opleidingsniveau 2. Dit niveau veronderstelt vervolgonderwijs na het basisonderwijs. Hiervan is in het geval van eiser geen sprake. Bij de functie monteur 2 met SBC code 267041 wordt als opleidingseis gesteld dat sprake moet zijn van minimaal aantoonbaar MBO-niveau 1 werk- en denkniveau, alsmede dat eiser in staat moet zijn om een interne, praktijkgerichte opleiding van twee weken te volgen. Gelet op de opleidingsachtergrond van eiser en zijn cognitieve en medische beperkingen, stelt eiser dat hij niet over het vereiste werk- en denkniveau beschikt en niet in staat is een opleiding te volgen. 10. De rechtbank overweegt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de volgende functies aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser ten grondslag heeft gelegd: productiemedewerker industrie (SBC 111180), assemblagemedewerker elektronische producten (SBC 267041) en lader en losser (SBC 111220). De functies vereisen opleidingsniveau 2, bestaande uit een getuigschrift basisonderwijs en eventueel meerdere jaren vervolgonderwijs zonder diploma of andere opleidingen op dit niveau. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep motiveert dat eiser dit opleidingsniveau heeft. Eiser rondde succesvol een taalcursus af en volgde gedurende een half jaar Lts (avondschool).
Volledig
De rechtbank volgt de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep, omdat opleidingsniveau 2 veronderstelt dat een betrokkene basisonderwijs heeft voltooid, dan wel daarmee op een lijn te stellen werkervaring heeft opgebouwd en eiser tot aan zijn ziekmelding heeft gewerkt. De opleidingseisen van de geduide functies variëren van (voltooid) basisonderwijs tot mbo-niveau 1 werk- en denkniveau, dan wel enkele jaren vmbo, waardoor de functies geschikt zijn. Voor de functie SBC 267041 wordt aanvullend om een korte scholing van twee weken gevraagd. Gelet op de vastgestelde belastbaarheid, de door eiser opgedane jarenlange werkervaring, zijn adequate taalvaardigheid en het opleidingsniveau, is eiser volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep daartoe in staat te achten en de rechtbank kan dat volgen. Productiemedewerker industrie 11. Eiser voert aan dat de geduide functies ook ongeschikt zijn, omdat zijn belastbaarheid wordt overschreden. Zo is er bij de functie van productiemedewerker industrie sprake van afleiding door anderen, omdat de radio gedurende de gehele werkdag aanstaat, collega’s regelmatig langs de werkplek lopen en er voortdurende visuele afleiding is. Verder is eiser volgens de FML in staat maximaal 10 kg te tillen en dragen. In de betreffende functie dient binnen één werkuur eenmaal een last van ongeveer 10 kg te worden getild. Daarbij is expliciet vermeld dat enkele keren per week een zwaardere bak met materiaal moet worden getild. De belastbaarheid van eiser wordt daardoor overschreden, zodat deze functie ongeschikt is. 12. In de FML is een beperking opgenomen voor tillen en dragen tijdens werk (items 4.13 en 4.14). Eiser kan ongeveer 10 kg tillen en dragen. In de functiebelasting van de functie productiemedewerker industrie (SBC 111180) staat dat tijdens één werkuur eenmaal ongeveer 10 kg achtereen wordt getild en een paar keer per week een zwaardere bak met materiaal. Er is geen signalering op dit item. In de arbeidsdeskundige rapportage van 11 november 2025 staat dat de niet gesignaleerde items geen overwegend hoog normale functiebelasting kennen. Met deze toelichting is de rechtbank van oordeel dat met het tillen van een zwaardere bak materiaal een iets zwaardere bak wordt bedoeld. Omdat eiser volgens de FML ongeveer 10 kg kan tillen, wordt zijn belastbaarheid met het tillen van een iets zwaardere bak niet overschreden. Voor afleiding door anderen geldt dat geen beperking in de FML is opgenomen, zodat ook dit punt niet slaagt. Assemblagemedewerker elektronische producten 13. Eiser voert ook tegen de functie assemblagemedewerker elektronische producten aan dat sprake is van afleiding door externe prikkels. Ook vindt eiser het onbegrijpelijk hoe van hem kan worden verwacht dat hij, gelet op de duizeligheidsklachten en het risico op het optreden van hyperventilatieaanvallen, werkzaamheden verricht met een soldeerbout. Volgens eiser verschilt het risico dat voortvloeit uit het werken met een soldeerbout niet van andere in de FML benoemde risico’s. 14. In de FML is een beperking aangenomen op item 1.8.6 (werk zonder verhoogd persoonlijk risico) met als toelichting dat eiser niet in omstandigheden kan werken met verwondings- of ongevalsrisico, zoals op hoogtes, open water, verkeer, hete leidingen, open vuur en chemicaliën. De functie assemblagemedewerker elektronische producten bevat een signalering op dit item. Uit de toelichting van de arbeidsdeskundig analist volgt dat er in deze functie een risico is op brandwonden aan de vingers door het gebruik van een soldeerbout. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in de rapportage van 11 november 2025 gemotiveerd dat de soldeerbout de hele dag aan staat in een houder. Het risico op brandwonden aan de vingers bestaat enkel bij het pakken van de soldeerbout (misgrijpen) en bij onvoorzichtig gebruik. De werkzaamheden worden overwegend zittend uitgevoerd en de medewerker heeft zelf de controle over de soldeerbout. Eiser is niet beperkt ten aanzien van het vasthouden van de aandacht, de fijne motoriek of ten aanzien van het doelmatig en zelfstandig handelen. Het verhoogd persoonlijk risico is hierdoor niet hoger voor eiser dan voor een medewerker zonder beperkingen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft deze conclusie besproken met de verzekeringsarts bezwaar en beroep die zich daarin kan vinden. Dat geldt ook voor de rechtbank. Lader en losser 15. Eiser voert tegen de functie van lader en losser aan dat sprake is van werkzaamheden met afleiding door externe prikkels en dat in deze functie regelmatig wordt gewerkt met beide armen boven schouderhoogte. In de FML is opgenomen dat eiser deze handeling slechts incidenteel kan verrichten. De redenering dat gebruik kan worden gemaakt van een opstapje miskent de feitelijke belasting, de aangenomen beperking voor werken op hoogte en de veiligheidsrisico’s voor eiser, omdat hij duizeligheids- en hyperventilatieklachten heeft. Een val van een opstapje van aanzienlijke hoogte kan ernstige gevolgen hebben. 16. In de FML is een beperking opgenomen voor boven schouderhoogte actief zijn (item 5.7). Eiser kan ongeveer 1 minuut aaneen boven schouderhoogte actief zijn met als toelichting links incidenteel. De functie van lader en losser geeft geen signalering op dit punt. Omdat zonder aanpassing de belasting ook links voorkomt, is dit punt toch expliciet beoordeeld door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Volgens de arbeidsdeskundig analist bevinden de bovenste schappen in de stellages zich op een hoogte van circa twee meter. De onderste en bovenste planken worden echter zelden gebruikt. Bij deze functie kan volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep zo nodig gebruik worden gemaakt van een opstapje om bovenhands reiken te voorkomen, zodat er geen knelpunt is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep kon zich daarin vinden en de rechtbank heeft geen aanknopingspunten om daaraan te twijfelen. Conclusie en gevolgen 17. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 5 Wet WIA. Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1120, r.o. 4.9.
Volledig
De rechtbank volgt de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep, omdat opleidingsniveau 2 veronderstelt dat een betrokkene basisonderwijs heeft voltooid, dan wel daarmee op een lijn te stellen werkervaring heeft opgebouwd en eiser tot aan zijn ziekmelding heeft gewerkt. De opleidingseisen van de geduide functies variëren van (voltooid) basisonderwijs tot mbo-niveau 1 werk- en denkniveau, dan wel enkele jaren vmbo, waardoor de functies geschikt zijn. Voor de functie SBC 267041 wordt aanvullend om een korte scholing van twee weken gevraagd. Gelet op de vastgestelde belastbaarheid, de door eiser opgedane jarenlange werkervaring, zijn adequate taalvaardigheid en het opleidingsniveau, is eiser volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep daartoe in staat te achten en de rechtbank kan dat volgen. Productiemedewerker industrie 11. Eiser voert aan dat de geduide functies ook ongeschikt zijn, omdat zijn belastbaarheid wordt overschreden. Zo is er bij de functie van productiemedewerker industrie sprake van afleiding door anderen, omdat de radio gedurende de gehele werkdag aanstaat, collega’s regelmatig langs de werkplek lopen en er voortdurende visuele afleiding is. Verder is eiser volgens de FML in staat maximaal 10 kg te tillen en dragen. In de betreffende functie dient binnen één werkuur eenmaal een last van ongeveer 10 kg te worden getild. Daarbij is expliciet vermeld dat enkele keren per week een zwaardere bak met materiaal moet worden getild. De belastbaarheid van eiser wordt daardoor overschreden, zodat deze functie ongeschikt is. 12. In de FML is een beperking opgenomen voor tillen en dragen tijdens werk (items 4.13 en 4.14). Eiser kan ongeveer 10 kg tillen en dragen. In de functiebelasting van de functie productiemedewerker industrie (SBC 111180) staat dat tijdens één werkuur eenmaal ongeveer 10 kg achtereen wordt getild en een paar keer per week een zwaardere bak met materiaal. Er is geen signalering op dit item. In de arbeidsdeskundige rapportage van 11 november 2025 staat dat de niet gesignaleerde items geen overwegend hoog normale functiebelasting kennen. Met deze toelichting is de rechtbank van oordeel dat met het tillen van een zwaardere bak materiaal een iets zwaardere bak wordt bedoeld. Omdat eiser volgens de FML ongeveer 10 kg kan tillen, wordt zijn belastbaarheid met het tillen van een iets zwaardere bak niet overschreden. Voor afleiding door anderen geldt dat geen beperking in de FML is opgenomen, zodat ook dit punt niet slaagt. Assemblagemedewerker elektronische producten 13. Eiser voert ook tegen de functie assemblagemedewerker elektronische producten aan dat sprake is van afleiding door externe prikkels. Ook vindt eiser het onbegrijpelijk hoe van hem kan worden verwacht dat hij, gelet op de duizeligheidsklachten en het risico op het optreden van hyperventilatieaanvallen, werkzaamheden verricht met een soldeerbout. Volgens eiser verschilt het risico dat voortvloeit uit het werken met een soldeerbout niet van andere in de FML benoemde risico’s. 14. In de FML is een beperking aangenomen op item 1.8.6 (werk zonder verhoogd persoonlijk risico) met als toelichting dat eiser niet in omstandigheden kan werken met verwondings- of ongevalsrisico, zoals op hoogtes, open water, verkeer, hete leidingen, open vuur en chemicaliën. De functie assemblagemedewerker elektronische producten bevat een signalering op dit item. Uit de toelichting van de arbeidsdeskundig analist volgt dat er in deze functie een risico is op brandwonden aan de vingers door het gebruik van een soldeerbout. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in de rapportage van 11 november 2025 gemotiveerd dat de soldeerbout de hele dag aan staat in een houder. Het risico op brandwonden aan de vingers bestaat enkel bij het pakken van de soldeerbout (misgrijpen) en bij onvoorzichtig gebruik. De werkzaamheden worden overwegend zittend uitgevoerd en de medewerker heeft zelf de controle over de soldeerbout. Eiser is niet beperkt ten aanzien van het vasthouden van de aandacht, de fijne motoriek of ten aanzien van het doelmatig en zelfstandig handelen. Het verhoogd persoonlijk risico is hierdoor niet hoger voor eiser dan voor een medewerker zonder beperkingen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft deze conclusie besproken met de verzekeringsarts bezwaar en beroep die zich daarin kan vinden. Dat geldt ook voor de rechtbank. Lader en losser 15. Eiser voert tegen de functie van lader en losser aan dat sprake is van werkzaamheden met afleiding door externe prikkels en dat in deze functie regelmatig wordt gewerkt met beide armen boven schouderhoogte. In de FML is opgenomen dat eiser deze handeling slechts incidenteel kan verrichten. De redenering dat gebruik kan worden gemaakt van een opstapje miskent de feitelijke belasting, de aangenomen beperking voor werken op hoogte en de veiligheidsrisico’s voor eiser, omdat hij duizeligheids- en hyperventilatieklachten heeft. Een val van een opstapje van aanzienlijke hoogte kan ernstige gevolgen hebben. 16. In de FML is een beperking opgenomen voor boven schouderhoogte actief zijn (item 5.7). Eiser kan ongeveer 1 minuut aaneen boven schouderhoogte actief zijn met als toelichting links incidenteel. De functie van lader en losser geeft geen signalering op dit punt. Omdat zonder aanpassing de belasting ook links voorkomt, is dit punt toch expliciet beoordeeld door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Volgens de arbeidsdeskundig analist bevinden de bovenste schappen in de stellages zich op een hoogte van circa twee meter. De onderste en bovenste planken worden echter zelden gebruikt. Bij deze functie kan volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep zo nodig gebruik worden gemaakt van een opstapje om bovenhands reiken te voorkomen, zodat er geen knelpunt is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep kon zich daarin vinden en de rechtbank heeft geen aanknopingspunten om daaraan te twijfelen. Conclusie en gevolgen 17. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Artikel 5 Wet WIA. Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1120, r.o. 4.9.