Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-23
ECLI:NL:RBMNE:2026:1959
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,085 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1959 text/xml public 2026-05-18T11:50:19 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-23 UTR 25/6831 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1959 text/html public 2026-05-18T11:49:40 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1959 Rechtbank Midden-Nederland , 23-04-2026 / UTR 25/6831 Het bezwaar van eiseres is terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres opkomt tegen een besluit van de gemeenteraad, waartegen niet bestuursrechtelijk kan worden opgekomen. Het besluit van de gemeenteraad is enkel een politiek-bestuurlijke keuze en zal in de praktijk vertaald worden naar bindende regels. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6831 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2026 in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres (gemachtigde: R. Plantinga), en de gemeenteraad van de gemeente De Bilt, verweerder (gemachtigde: mr. X. Wentink-Quelle) Samenvatting 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de gemeenteraad van 25 september 2025 om het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 27 mei 2025 tot vaststelling van de Gebiedsvisie en het Stedenbouwkundig plan, inclusief bijbehorende kavelpaspoorten, voor de [eiseres] niet-ontvankelijk te verklaren. 2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat eiseres opkomt tegen een besluit van de gemeenteraad, waartegen niet bestuursrechtelijk kan worden opgekomen. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 3. Op 27 mei 2025 heeft de gemeenteraad de Gebiedsvisie en het Stedenbouwkundig plan, inclusief de bijbehorende kavelpaspoorten, voor [eiseres] vastgesteld. Het besluit ziet naast het vaststellen van de Gebiedsvisie en het Stedenbouwkundig plan op het aanvragen van subsidie ter dekking van het financiële tekort en het beschikbaar stellen van een nieuw krediet voor de vervolgfase van de ontwikkeling. Daartegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. 4. De gemeenteraad heeft met het besluit van 25 september 2025 (het bestreden besluit), onder verwijzing naar het advies van de commissie bezwaarschriften, het bezwaar van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. 5. Aan het bestreden besluit heeft de gemeenteraad ten grondslag gelegd dat het besluit van 27 mei 2025 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat er geen sprake is van een rechtshandeling. De Gebiedsvisie en het Stedenbouwkundig plan zijn zelfbindend voor de gemeenteraad en hebben niet tot gevolg dat rechten, plichten, aanspraken, verplichtingen, een bevoegdheid en/of een juridische status wordt gecreëerd of tenietgedaan. Het besluit is dus niet gericht op een rechtsgevolg. 6. Eiseres is het er niet mee eens dat haar bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard en heeft tegen het bestreden besluit beroep bij de rechtbank ingesteld. 7. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen hebben afgezien van een zitting, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. Wat zijn de gronden van het beroep? 8. Eiseres voert aan dat de gemeenteraad ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. De Gebiedsvisie vertoont volgens eiseres alle kenmerken van een omgevingsplan of een buitenwettelijk toetsingskader voor omgevingsvergunningsaanvragen. In de kavelpaspoorten, waartegen eiseres zich met name richt, is onder meer per locatie de functie, het aantal woningen, het aantal vierkante meter aan werken, de bouwhoogte, de parkeernorm en de locatie van het verkeer vastgelegd. De kavelpaspoorten bevatten dus harde uitgangspunten. Mocht de rechtbank het standpunt van eiseres volgen, dan verzoekt eiseres het beroep door te sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Verder zijn er volgens eiseres procedurele gebreken in het bestreden besluit. In dit kader voert eiseres aan dat geen hoorzitting is gehouden, geen inhoudelijke toets is uitgevoerd en geen jurisprudentie is betrokken. Wat beoordeelt de rechtbank? 9. Het besluit van de gemeenteraad om het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk te verklaren, is het besluit wat de rechtbank in deze zaak moet beoordelen. Dit betekent dat rechtbank in deze zaak alleen kan toetsen of het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Eiseres heeft ook beroepsgronden aangevoerd tegen de zorgvuldigheid van het raadsbesluit, omdat de brief van 27 maart 2025 van de Provincie Utrecht en gemeenten niet zou zijn betrokken, maar daar kan de rechtbank niet op ingaan. De beoordeling van het bestreden besluit 10. Een belanghebbende kan, na het instellen van bezwaar, tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een beslissing heeft rechtsgevolg indien zij erop is gericht een bevoegdheid, recht of verplichting voor een of meer anderen te doen ontstaan of teniet te doen, dan wel de juridische status van een persoon of een zaak vast te stellen. Een besluit kan ook een algemeen verbindend voorschrift zijn. Hiertegen kan geen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld. Dat geldt ook voor beleidsregels. 11. De rechtbank is van oordeel dat de gemeenteraad het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat het raadsbesluit geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht en ook niet gelijk kan worden gesteld aan een omgevingsplan, waartegen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Zoals de gemeenteraad in het verweerschrift stelt heeft de Gebiedsvisie in de Omgevingswet geen formele juridische status als wettelijk instrument, maar fungeert het als niet-bindend beleidskader voor de gemeenteraad. De Gebiedsvisie bevat dus uitsluitend beleidsregels, waartegen geen bezwaar en beroep open staat. Het besluit van de gemeenteraad is enkel een politiek-bestuurlijke keuze over de door hem gewenste manier voor de verdere ontwikkeling van de [eiseres] in [plaats] en zal in de praktijk vertaald worden naar bindende regels in een omgevingsplan, programma of projectbesluit. Omdat het raadbesluit niet is gericht op enig rechtsgevolg is het geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zodat daartegen geen bezwaar en beroep open staat. 12. De verdere uitwerking van de [eiseres] zal waarschijnlijk resulteren in een omgevingsplan van de gemeenteraad of één of meerdere omgevingsvergunning(en) verleend door het college van burgemeester en wethouders, waartegen kan worden geprocedeerd. In die procedures kan eiseres de Gebiedsvisie aan de orde stellen. Vóór die tijd is er voor de bestuursrechter nog geen rol. 13. Van horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. De bezwaarschriftencommissie heeft de gemeenteraad geadviseerd om het bezwaar van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het raadsbesluit geen besluit is waartegen bezwaar kan worden gemaakt. De gemeenteraad heeft dit advies in het bestreden besluit overgenomen en gemotiveerd dat om deze reden is afgezien van een hoorzitting. De rechtbank volgt dat, omdat het besluit van de gemeenteraad geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, zodat daartegen geen bezwaar kon worden gemaakt. Conclusie en gevolgen 14. De gemeenteraad heeft het bezwaar van eiseres terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1959 text/xml public 2026-05-18T11:50:19 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-23 UTR 25/6831 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1959 text/html public 2026-05-18T11:49:40 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1959 Rechtbank Midden-Nederland , 23-04-2026 / UTR 25/6831 Het bezwaar van eiseres is terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres opkomt tegen een besluit van de gemeenteraad, waartegen niet bestuursrechtelijk kan worden opgekomen. Het besluit van de gemeenteraad is enkel een politiek-bestuurlijke keuze en zal in de praktijk vertaald worden naar bindende regels. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6831 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2026 in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres (gemachtigde: R. Plantinga), en de gemeenteraad van de gemeente De Bilt, verweerder (gemachtigde: mr. X. Wentink-Quelle) Samenvatting 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de gemeenteraad van 25 september 2025 om het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 27 mei 2025 tot vaststelling van de Gebiedsvisie en het Stedenbouwkundig plan, inclusief bijbehorende kavelpaspoorten, voor de [eiseres] niet-ontvankelijk te verklaren. 2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat eiseres opkomt tegen een besluit van de gemeenteraad, waartegen niet bestuursrechtelijk kan worden opgekomen. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 3. Op 27 mei 2025 heeft de gemeenteraad de Gebiedsvisie en het Stedenbouwkundig plan, inclusief de bijbehorende kavelpaspoorten, voor [eiseres] vastgesteld. Het besluit ziet naast het vaststellen van de Gebiedsvisie en het Stedenbouwkundig plan op het aanvragen van subsidie ter dekking van het financiële tekort en het beschikbaar stellen van een nieuw krediet voor de vervolgfase van de ontwikkeling. Daartegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. 4. De gemeenteraad heeft met het besluit van 25 september 2025 (het bestreden besluit), onder verwijzing naar het advies van de commissie bezwaarschriften, het bezwaar van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. 5. Aan het bestreden besluit heeft de gemeenteraad ten grondslag gelegd dat het besluit van 27 mei 2025 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat er geen sprake is van een rechtshandeling. De Gebiedsvisie en het Stedenbouwkundig plan zijn zelfbindend voor de gemeenteraad en hebben niet tot gevolg dat rechten, plichten, aanspraken, verplichtingen, een bevoegdheid en/of een juridische status wordt gecreëerd of tenietgedaan. Het besluit is dus niet gericht op een rechtsgevolg. 6. Eiseres is het er niet mee eens dat haar bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard en heeft tegen het bestreden besluit beroep bij de rechtbank ingesteld. 7. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen hebben afgezien van een zitting, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. Wat zijn de gronden van het beroep? 8. Eiseres voert aan dat de gemeenteraad ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. De Gebiedsvisie vertoont volgens eiseres alle kenmerken van een omgevingsplan of een buitenwettelijk toetsingskader voor omgevingsvergunningsaanvragen. In de kavelpaspoorten, waartegen eiseres zich met name richt, is onder meer per locatie de functie, het aantal woningen, het aantal vierkante meter aan werken, de bouwhoogte, de parkeernorm en de locatie van het verkeer vastgelegd. De kavelpaspoorten bevatten dus harde uitgangspunten. Mocht de rechtbank het standpunt van eiseres volgen, dan verzoekt eiseres het beroep door te sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Verder zijn er volgens eiseres procedurele gebreken in het bestreden besluit. In dit kader voert eiseres aan dat geen hoorzitting is gehouden, geen inhoudelijke toets is uitgevoerd en geen jurisprudentie is betrokken. Wat beoordeelt de rechtbank? 9. Het besluit van de gemeenteraad om het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk te verklaren, is het besluit wat de rechtbank in deze zaak moet beoordelen. Dit betekent dat rechtbank in deze zaak alleen kan toetsen of het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Eiseres heeft ook beroepsgronden aangevoerd tegen de zorgvuldigheid van het raadsbesluit, omdat de brief van 27 maart 2025 van de Provincie Utrecht en gemeenten niet zou zijn betrokken, maar daar kan de rechtbank niet op ingaan. De beoordeling van het bestreden besluit 10. Een belanghebbende kan, na het instellen van bezwaar, tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een beslissing heeft rechtsgevolg indien zij erop is gericht een bevoegdheid, recht of verplichting voor een of meer anderen te doen ontstaan of teniet te doen, dan wel de juridische status van een persoon of een zaak vast te stellen. Een besluit kan ook een algemeen verbindend voorschrift zijn. Hiertegen kan geen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld. Dat geldt ook voor beleidsregels. 11. De rechtbank is van oordeel dat de gemeenteraad het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat het raadsbesluit geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht en ook niet gelijk kan worden gesteld aan een omgevingsplan, waartegen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Zoals de gemeenteraad in het verweerschrift stelt heeft de Gebiedsvisie in de Omgevingswet geen formele juridische status als wettelijk instrument, maar fungeert het als niet-bindend beleidskader voor de gemeenteraad. De Gebiedsvisie bevat dus uitsluitend beleidsregels, waartegen geen bezwaar en beroep open staat. Het besluit van de gemeenteraad is enkel een politiek-bestuurlijke keuze over de door hem gewenste manier voor de verdere ontwikkeling van de [eiseres] in [plaats] en zal in de praktijk vertaald worden naar bindende regels in een omgevingsplan, programma of projectbesluit. Omdat het raadbesluit niet is gericht op enig rechtsgevolg is het geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zodat daartegen geen bezwaar en beroep open staat. 12. De verdere uitwerking van de [eiseres] zal waarschijnlijk resulteren in een omgevingsplan van de gemeenteraad of één of meerdere omgevingsvergunning(en) verleend door het college van burgemeester en wethouders, waartegen kan worden geprocedeerd. In die procedures kan eiseres de Gebiedsvisie aan de orde stellen. Vóór die tijd is er voor de bestuursrechter nog geen rol. 13. Van horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. De bezwaarschriftencommissie heeft de gemeenteraad geadviseerd om het bezwaar van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren, omdat het raadsbesluit geen besluit is waartegen bezwaar kan worden gemaakt. De gemeenteraad heeft dit advies in het bestreden besluit overgenomen en gemotiveerd dat om deze reden is afgezien van een hoorzitting. De rechtbank volgt dat, omdat het besluit van de gemeenteraad geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, zodat daartegen geen bezwaar kon worden gemaakt. Conclusie en gevolgen 14. De gemeenteraad heeft het bezwaar van eiseres terecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026.