Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-17
ECLI:NL:RBMNE:2026:1923
Civiel recht
Kort geding
12,076 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1923 text/xml public 2026-04-29T11:54:16 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-17 12108039 \ UV EXPL 26-38 Uitspraak Kort geding NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1923 text/html public 2026-04-29T11:53:59 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1923 Rechtbank Midden-Nederland , 17-04-2026 / 12108039 \ UV EXPL 26-38 De vordering tot ontruiming wordt in kort geding wordt toegewezen omdat huurder medewerkers van verhuurder heeft bedreigd en beledigd en daarnaast is er een huurachterstand van langer dan drie maanden. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 12108039 \ UV EXPL 26-38 RvdH/1037 Vonnis in kort geding van 17 april 2026 in de zaak van STICHTING WOONIN , gevestigd in Utrecht, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: Woonin, gemachtigde: mr. D. Pranjic, tegen [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: A.I. Shaik Soeltan. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met productie 1 tot en met 14, - de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 en 2, - de akte van Woonin met producties 15 tot en met 17, - de mondelinge behandeling van 3 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitnota van Woonin. 2 De kern van de zaak 2.1 [gedaagde] huurt een woning van Woonin. Woonin vindt dat [gedaagde] zich niet als een goed huurder gedraagt en zich niet aan de afspraken houdt, omdat hij medewerkers van Woonin heeft bedreigd, beledigd en uitgescholden. [gedaagde] betaalt ook de huur al een aantal maanden niet. Daarom vordert Woonin in deze procedure dat de kantonrechter beslist dat [gedaagde] de woning moet verlaten. [gedaagde] is het daar niet mee eens. Hij zegt dat hij last heeft van schimmel in de woning en dat het onterecht is dat Woonin dat niet oplost. [gedaagde] heeft een tegenvordering ingediend. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de woning moet verlaten. De tegenvorderingen van [gedaagde] wijst de kantonrechter af. 3 De beoordeling in conventie Ontruiming in kort geding 3.1 De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste rechtspraak - grote terughoudendheid worden betracht. In een kortgedingprocedure is namelijk geen plaats voor een diepgaand onderzoek naar bestreden feiten, terwijl de gevolgen van ontruiming vergaand en veelal onomkeerbaar zijn. 3.2 Vanwege de ernst van de gevolgen voor de huurder kan daarom een ontruiming alleen in een kort geding worden uitgesproken, als het voldoende aannemelijk is dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure wordt ontbonden en de huurder in die procedure ook tot ontruiming wordt veroordeeld. Woonin heeft een spoedeisend belang 3.3 De kantonrechter is van oordeel dat Woonin voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij het instellen van haar vorderingen (waaronder de vordering tot betaling van de huurachterstand). Volgens Woonin escaleert het gedrag [gedaagde] en voelen de medewerkers van Woonin zich steeds onveiliger en onrustiger. Dit komt doordat [gedaagde] hen (persoonlijk) heeft bedreigd. De huurachterstand is aanzienlijk en [gedaagde] heeft geen concrete toezeggingen gedaan over de betaling daarvan, zodat Woonin ook belang heeft bij een spoedige beslissing over de huurachterstand. [gedaagde] is verplicht zich als een goed huurder te gedragen 3.4 In de wet is bepaald dat een huurder verplicht is om zich als een goed huurder te gedragen. Dat betekent dat hij – kort gezegd – netjes omgaat met de woning en de woonomgeving. De verplichting ziet ook op gedrag van de huurder buiten de woning, als er voldoende verband is met de huurovereenkomst. En als het gedrag van de huurder is gericht tegen personen die niet (direct) de verhuurder zijn, kan dat nog steeds betekenen dat de huurder zich niet als goed huurder gedraagt. Als een huurder zich niet aan deze verplichting houdt is er sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. 3.5 In artikel 6.9 van de algemene voorwaarden bij de huurovereenkomst is opgenomen dat de huurder Woonin en haar medewerkers met respect behandelt. Dat betekent dat de huurder niet scheldt, niemand bedreigt, geen geweld gebruikt en geen discriminerende of beledigende opmerkingen maakt. Er staat ook dat Woonin de huurovereenkomst kan beëindigen als de huurder zich niet aan deze afspraken houdt. 3.6 Volgens [gedaagde] kan hij niet aan deze bepaling worden gehouden, omdat die hem feitelijk belemmert in het uiten van zijn emoties en frustraties wanneer die voortkomen uit een (gerechtvaardigde) onvrede over de manier waarop de verhuurder zijn verplichtingen nakomt. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn stelling dat de bepaling onredelijk bezwarend is. De bepaling bevat een algemeen gedragen fatsoensnorm. Van een huurder wordt verwacht dat hij eventuele onvrede en wensen kenbaar kan maken op een andere manier dan door een gedraging die de bepaling verbiedt. [gedaagde] gedraagt zich niet als een goed huurder 3.7 Woonin voert aan dat [gedaagde] zich herhaaldelijk en op meerdere momenten schuldig heeft gemaakt aan ernstig grensoverschrijdend gedrag. [gedaagde] zijn toon is dwingend en ongepast. Hij scheldt medewerkers uit voor bitch en varken en hij dreigt herhaaldelijk met het opblazen of anderszins vernielen van het kantoor van Woonin. Ook heeft hij medewerkers persoonlijk bedreigd. Dit blijkt uit het volgende: [gedaagde] heeft tegen Klantcontact gezegd: ‘geef mijn geld terug b*tch ander hebbe jullie geen kantoor meer’. Een van de medewerkers van Woonin zocht telefonisch contact met [gedaagde] . Hij nam niet op en daarna heeft hij via Whatsapp (6 juni 2025) gezegd: ‘Ken ik je […] Hoe kom je aan me nummer […] Je heb 10 secen9d om wat te zeggen ga je op bl9k […] Tijd is om dpei […] HOER’. [gedaagde] heeft via een chatgesprek (onbekende datum, chat met [A] ) een nieuwe woning en een schadevergoeding geëist, omdat zijn woning vol schimmel zit. Nadat de medewerker zegt dat zij op deze manier het gesprek niet aangaat, zegt [gedaagde] : ‘HOE GRAAG WIL JO JNOG EEN KA TOKR HEBBN IK REGEL VAMDAG MOG DAT HET GSLOPPT WORDT EN DE RECHTZAAK GAAT GESTART WORDE’. In een andere chat zegt [gedaagde] (onbekende datum, chat met [B] ): ‘BITCH IK HEB ALLES NA GEZOCHT JULKIE GAAN NU ONS EEN NIEUWE WONING GEVEN EN ALLE HUUR TERUG ANDER HEBBEN JULLIE GEEN KANOTOO MEER’ en ‘IK BLIJF JULLIE BERICHTEN TOTDAT JULKIE GODVERDOMME GAAN LUISTEREN ANDER IS JULLIE KANTOOR KABORM’. In een ander Whatsappgesprek (5 februari 2026)zegt [gedaagde] : ‘WAT SNAP JE NIET DAT WIJ KWAAD ZIJN […] HET IS HEEL SIMPEL IL LEF JE 1 KEER UOT […] JULLIE VERHIREN WOIGNEN MET SCHIMMEL EN DAT MEOTEN JULKIE OPLOSSEN […] DAAR HEB IK 3 MELDING VAN GEMAAKT JULKIE DOEN NIKS IK GEEF 2 OPTIES ALLEN HUUR TERUG OF HUURVERLAGING […] JIJJ GAAT NAAR MIJ LUOSTEREN DIE 2 EISEEN WILLE NU HEBBEN ANDERS RECHTZAAK ME ADVOCAAT WEET ER AL VAN […] DUS WAT KIES JE ALS JE VOOR WEG LOPEN DAN HEB JE RECHTZAAK AAN JE BROEK […] OMDAT WIJ KANKER KWAAD ZIJN BITCH DAT JULLIE ONS EN ANDEREN2 JAAR IN BOUVALKEN LATEN LEVEN.’ De medewerker van Woonin zegt dan: ‘Dat u mij een bitch noemt is niet acceptabel.’. [gedaagde] zegt dan: ‘ECHT WEL DAT ZIJN JULKIE ALLEMAAL […] DUS HOE LAAT BETAAL JULLIE ME TERIG […] . [gedaagde] herhaalt dan dat Woonin moet betalen en dat hij anders een rechtszaak begint. De medewerker van Woonin zegt dat het beoordeeld zal worden, maar dat [gedaagde] eerst zijn manier van communiceren moet aanpassen.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1923 text/xml public 2026-04-29T11:54:16 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-17 12108039 \ UV EXPL 26-38 Uitspraak Kort geding NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1923 text/html public 2026-04-29T11:53:59 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1923 Rechtbank Midden-Nederland , 17-04-2026 / 12108039 \ UV EXPL 26-38 De vordering tot ontruiming wordt in kort geding wordt toegewezen omdat huurder medewerkers van verhuurder heeft bedreigd en beledigd en daarnaast is er een huurachterstand van langer dan drie maanden. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 12108039 \ UV EXPL 26-38 RvdH/1037 Vonnis in kort geding van 17 april 2026 in de zaak van STICHTING WOONIN , gevestigd in Utrecht, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: Woonin, gemachtigde: mr. D. Pranjic, tegen [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: A.I. Shaik Soeltan. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met productie 1 tot en met 14, - de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 en 2, - de akte van Woonin met producties 15 tot en met 17, - de mondelinge behandeling van 3 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt - de pleitnota van Woonin. 2 De kern van de zaak 2.1 [gedaagde] huurt een woning van Woonin. Woonin vindt dat [gedaagde] zich niet als een goed huurder gedraagt en zich niet aan de afspraken houdt, omdat hij medewerkers van Woonin heeft bedreigd, beledigd en uitgescholden. [gedaagde] betaalt ook de huur al een aantal maanden niet. Daarom vordert Woonin in deze procedure dat de kantonrechter beslist dat [gedaagde] de woning moet verlaten. [gedaagde] is het daar niet mee eens. Hij zegt dat hij last heeft van schimmel in de woning en dat het onterecht is dat Woonin dat niet oplost. [gedaagde] heeft een tegenvordering ingediend. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de woning moet verlaten. De tegenvorderingen van [gedaagde] wijst de kantonrechter af. 3 De beoordeling in conventie Ontruiming in kort geding 3.1 De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste rechtspraak - grote terughoudendheid worden betracht. In een kortgedingprocedure is namelijk geen plaats voor een diepgaand onderzoek naar bestreden feiten, terwijl de gevolgen van ontruiming vergaand en veelal onomkeerbaar zijn. 3.2 Vanwege de ernst van de gevolgen voor de huurder kan daarom een ontruiming alleen in een kort geding worden uitgesproken, als het voldoende aannemelijk is dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure wordt ontbonden en de huurder in die procedure ook tot ontruiming wordt veroordeeld. Woonin heeft een spoedeisend belang 3.3 De kantonrechter is van oordeel dat Woonin voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij het instellen van haar vorderingen (waaronder de vordering tot betaling van de huurachterstand). Volgens Woonin escaleert het gedrag [gedaagde] en voelen de medewerkers van Woonin zich steeds onveiliger en onrustiger. Dit komt doordat [gedaagde] hen (persoonlijk) heeft bedreigd. De huurachterstand is aanzienlijk en [gedaagde] heeft geen concrete toezeggingen gedaan over de betaling daarvan, zodat Woonin ook belang heeft bij een spoedige beslissing over de huurachterstand. [gedaagde] is verplicht zich als een goed huurder te gedragen 3.4 In de wet is bepaald dat een huurder verplicht is om zich als een goed huurder te gedragen. Dat betekent dat hij – kort gezegd – netjes omgaat met de woning en de woonomgeving. De verplichting ziet ook op gedrag van de huurder buiten de woning, als er voldoende verband is met de huurovereenkomst. En als het gedrag van de huurder is gericht tegen personen die niet (direct) de verhuurder zijn, kan dat nog steeds betekenen dat de huurder zich niet als goed huurder gedraagt. Als een huurder zich niet aan deze verplichting houdt is er sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. 3.5 In artikel 6.9 van de algemene voorwaarden bij de huurovereenkomst is opgenomen dat de huurder Woonin en haar medewerkers met respect behandelt. Dat betekent dat de huurder niet scheldt, niemand bedreigt, geen geweld gebruikt en geen discriminerende of beledigende opmerkingen maakt. Er staat ook dat Woonin de huurovereenkomst kan beëindigen als de huurder zich niet aan deze afspraken houdt. 3.6 Volgens [gedaagde] kan hij niet aan deze bepaling worden gehouden, omdat die hem feitelijk belemmert in het uiten van zijn emoties en frustraties wanneer die voortkomen uit een (gerechtvaardigde) onvrede over de manier waarop de verhuurder zijn verplichtingen nakomt. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn stelling dat de bepaling onredelijk bezwarend is. De bepaling bevat een algemeen gedragen fatsoensnorm. Van een huurder wordt verwacht dat hij eventuele onvrede en wensen kenbaar kan maken op een andere manier dan door een gedraging die de bepaling verbiedt. [gedaagde] gedraagt zich niet als een goed huurder 3.7 Woonin voert aan dat [gedaagde] zich herhaaldelijk en op meerdere momenten schuldig heeft gemaakt aan ernstig grensoverschrijdend gedrag. [gedaagde] zijn toon is dwingend en ongepast. Hij scheldt medewerkers uit voor bitch en varken en hij dreigt herhaaldelijk met het opblazen of anderszins vernielen van het kantoor van Woonin. Ook heeft hij medewerkers persoonlijk bedreigd. Dit blijkt uit het volgende: [gedaagde] heeft tegen Klantcontact gezegd: ‘geef mijn geld terug b*tch ander hebbe jullie geen kantoor meer’. Een van de medewerkers van Woonin zocht telefonisch contact met [gedaagde] . Hij nam niet op en daarna heeft hij via Whatsapp (6 juni 2025) gezegd: ‘Ken ik je […] Hoe kom je aan me nummer […] Je heb 10 secen9d om wat te zeggen ga je op bl9k […] Tijd is om dpei […] HOER’. [gedaagde] heeft via een chatgesprek (onbekende datum, chat met [A] ) een nieuwe woning en een schadevergoeding geëist, omdat zijn woning vol schimmel zit. Nadat de medewerker zegt dat zij op deze manier het gesprek niet aangaat, zegt [gedaagde] : ‘HOE GRAAG WIL JO JNOG EEN KA TOKR HEBBN IK REGEL VAMDAG MOG DAT HET GSLOPPT WORDT EN DE RECHTZAAK GAAT GESTART WORDE’. In een andere chat zegt [gedaagde] (onbekende datum, chat met [B] ): ‘BITCH IK HEB ALLES NA GEZOCHT JULKIE GAAN NU ONS EEN NIEUWE WONING GEVEN EN ALLE HUUR TERUG ANDER HEBBEN JULLIE GEEN KANOTOO MEER’ en ‘IK BLIJF JULLIE BERICHTEN TOTDAT JULKIE GODVERDOMME GAAN LUISTEREN ANDER IS JULLIE KANTOOR KABORM’. In een ander Whatsappgesprek (5 februari 2026)zegt [gedaagde] : ‘WAT SNAP JE NIET DAT WIJ KWAAD ZIJN […] HET IS HEEL SIMPEL IL LEF JE 1 KEER UOT […] JULLIE VERHIREN WOIGNEN MET SCHIMMEL EN DAT MEOTEN JULKIE OPLOSSEN […] DAAR HEB IK 3 MELDING VAN GEMAAKT JULKIE DOEN NIKS IK GEEF 2 OPTIES ALLEN HUUR TERUG OF HUURVERLAGING […] JIJJ GAAT NAAR MIJ LUOSTEREN DIE 2 EISEEN WILLE NU HEBBEN ANDERS RECHTZAAK ME ADVOCAAT WEET ER AL VAN […] DUS WAT KIES JE ALS JE VOOR WEG LOPEN DAN HEB JE RECHTZAAK AAN JE BROEK […] OMDAT WIJ KANKER KWAAD ZIJN BITCH DAT JULLIE ONS EN ANDEREN2 JAAR IN BOUVALKEN LATEN LEVEN.’ De medewerker van Woonin zegt dan: ‘Dat u mij een bitch noemt is niet acceptabel.’. [gedaagde] zegt dan: ‘ECHT WEL DAT ZIJN JULKIE ALLEMAAL […] DUS HOE LAAT BETAAL JULLIE ME TERIG […] . [gedaagde] herhaalt dan dat Woonin moet betalen en dat hij anders een rechtszaak begint. De medewerker van Woonin zegt dat het beoordeeld zal worden, maar dat [gedaagde] eerst zijn manier van communiceren moet aanpassen.
Volledig
[gedaagde] zegt dan: ‘IK BEPAAL HET HIER HOOR JE ME IK EIS DIT VAN JULKIE PER DERICT EN JULKIE ALKES HIER NU OP ORDE MAKEN NIET UIT STELLEN BEGREPEN […] ZO IS DE WET DUS JULKIE GAAN NU LUISTEREN ANDER HEBEBN JULKIE ALLEMAAL GEEN BAAN MEER DE REIVUE STAAT ONLINE […] JULKIE GAAN NU BETALEN ANDERS MAAK IK HET NOG ERGER’. De medewerker van Woonin vraagt dan wat [gedaagde] daarmee bedoelt. Woonin zegt dan: ‘NOU IK KAN HEEL VER GAAN DAT JULKIE MEOTEN SLUITEN ALS JULKIE NU NIET BETALEN EN NIEIW WOMIG VOOR ONS GAAN ZOEKEN […] IK HEB ALKES UITGEZOCHT JULKIE MOETEN ALLES DOEN WIJ ZEGGEN […] OH ECHT WEL BITCH STAAT IN DE WET JULKIE MEOTEN HET GAT WIJ HET EISENEN’. De medewerker van Woonin vraagt [gedaagde] op een zeker moment te stoppen met te bedreigen en haar en haar collega’s persoonlijk uit te schelden. [gedaagde] zegt dat: ‘NEE IK GA HIER MEE DOOR TOTDAT JULOIE ALKES TERUG BETALE BITHC […] IK ZEG HET NOG 1 JULKIE GAAN BETLAEN ANDERS LAAT IK JULKIE AFSUITEN BEGEPENE’. De medewerker zegt later in het gesprek dat de manier van communiceren van [gedaagde] niet acceptabel is. [gedaagde] zegt dan: ‘WEN ER MAAR’. De medewerker zegt dan dat hij het moet aanpassen, [gedaagde] zegt dan: ‘NIET VOOR JULKIE VIEZE VARKENS STAL BIJ JULKIE BAK DEZE KANKER HIIZE MEOTWN PLAT’. De medewerker zegt dan dat dat niet gaat gebeuren. [gedaagde] reageert daarop: ‘OH ECHT WEL INCLUSIEF JULIE KANKER KANTOOR MET JULKIE ER IN’. De medewerker zegt: ‘Dat is weer een bedreiging'. [gedaagde] zegt dan: ‘LEKKET HE JE KAN MIJ NEOT AAN HET IS GEWOON HEEL SIMPEL JULKIE BETALKEN ME ALKES TERUG’. Het gesprek gaat verder en [gedaagde] zegt nog: ‘HET IS VERPLICHT BIJ DE WET BIT H […] STAAT ZWART OP WIT IN DE WET DYS BETLAEN VARKENS’. 3.8 Woonin is op donderdag 5 februari 2026 samen met een politieagent langs geweest bij [gedaagde] om hem uit te nodigen voor een stopgesprek op het kantoor van Woonin. Dat gesprek vond plaats op 10 februari 2026. 3.9 De medewerkers van Woonin hebben [gedaagde] tijdens het stopgesprek aangesproken op zijn manier van communiceren. [gedaagde] heeft daarop gereageerd met de mededeling dat hij het allemaal wel mee vindt vallen en dat hij nog veel erger kan. De medewerker van Woonin heeft [gedaagde] gewaarschuwd dat hij zijn woning kan kwijtraken en dat zijn gedrag alle grenzen over gaat. De medewerker herhaalt de woorden van [gedaagde] : dat zij zo dom is als de achterkant van een varken. [gedaagde] zegt dan dat zij dat ook is. Op dat moment besluit de medewerker het gesprek te stoppen en verzoekt zij [gedaagde] het pand te verlaten. Dan wordt [gedaagde] boos en zegt hij onder andere dat hij maar 1 telefoontje hoeft te plegen en dat het kantoor dan wordt opgeblazen, dit herhaalt hij meerderde keren. Hij kan ook met 1 telefoontje zijn hele familie (kampers en motorrijders) naar het kantoor laten komen. [gedaagde] zegt ook dat hij weet waar de medewerkers wonen en dat zij moeten weten dat hij bekend staat als vuurwapengevaarlijk. [gedaagde] geeft aan een schutter te zijn. Bij dit alles verheft [gedaagde] zijn stem, zwaait hij met zijn armen, buigt voorover of komt omhoog van zijn stoel. Hij verlaat het pand met een hoop geschreeuw en roepend dat de medewerkers allemaal kanker mongolen zijn. De partner van [gedaagde] was ook aanwezig bij het gesprek, maar het lukte haar niet om [gedaagde] rustig op zijn stoel te houden. 3.10 De betrokken medewerker van Woonin heeft na dit gesprek aangifte gedaan (ook namens Woonin) van bedreiging. Woonin heeft [gedaagde] een verslag van het gesprek toegestuurd en het dan (kennelijk al) geldende toegangs- en belverbod van kracht gelaten tot en met 10 mei 2026. 3.11 De advocaat van Woonin heeft per brief van 16 februari 2026 aangekondigd dat Woonin de huurovereenkomst wil beëindigen. Naar aanleiding van die brief zoekt [gedaagde] telefonisch contact met de advocaat. Ook tijdens dat gesprek wordt [gedaagde] boos, verheft hij zijn stem, scheldt hij de advocaat uit en uit hij zich dreigend. [gedaagde] vraagt de advocaat hoe snel hij wilt dat hij bij zijn kantoor staat en dat het snel kan zijn, omdat hij een auto heeft. De advocaat meldt hierna dat hij dit opvat als een dreigement. [gedaagde] begint dan te schreeuwen dat de advocaat zijn kop moet houden, dat hij moet luisteren en dat hij een mongool is. 3.12 [gedaagde] heeft niet weersproken dat hij zich heeft gedragen en geuit zoals hiervoor is beschreven. Deze feiten staan daarom vast en verder onderzoek daarnaar is voor de beslissing in dit kort geding niet nodig. De vordering kan daarom ook in deze spoedprocedure worden beoordeeld. 3.13 [gedaagde] heeft geen spijt betuigt en evenmin kenbaar gemaakt dat hij begrijpt dat zijn gedrag grensoverschrijdend is. In plaats daarvan heeft [gedaagde] toegelicht dat zijn gedrag en uitlatingen het gevolg zijn van de manier waarop Woonin volgens hem omgaat met zijn klachten over de woning. [gedaagde] ervaart overlast door schimmel in zijn woning. [gedaagde] voelt zich niet gehoord door Woonin. Ook als het klopt wat [gedaagde] zegt – wat erop neerkomt dat Woonin onterecht gebreken in de woning niet oplost – is zijn gedrag ontoelaatbaar, grensoverschrijdend en mogelijk zelfs strafbaar. Er is geen sprake van een eenmalige uitbarsting door hoog opgelopen emoties, want de toon van [gedaagde] blijft dwingend en hij heeft de medewerkers van Woonin zelfs nog tijdens het stopgesprek op 10 februari 2026 (persoonlijk) bedreigd. 3.14 Dit is niet de manier waarop er met medewerkers van instanties gecommuniceerd moet worden. Deze medewerkers doen hun werk en zij moeten dat kunnen doen zonder op deze manier te worden bejegend en zonder dat hen angst wordt aangejaagd door herhaaldelijke bedreigingen. Het baart de kantonrechter zorgen dat [gedaagde] geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag en niet inziet wat dit doet met de betrokken medewerkers én de advocaat van Woonin. Het risico op escalatie is daardoor heel aannemelijk. [gedaagde] heeft tijdens de zitting verteld dat hij nu rustiger is en met vrienden afspreekt of gaat gamen als het hem te veel wordt, maar tot kort geleden nam de ernst van het gedrag en de uitlatingen alleen maar toe zodat een (plotselinge) ommekeer ten goede niet heel aannemelijk is, althans nu pas heel pril is. Ook neemt een mogelijke toekomstige verbetering van het gedrag niet weg dat [gedaagde] in het verleden onaanvaardbaar gedrag jegens de medewerkers en advocaat van zijn verhuurder heeft vertoond. Dit verleden kan niet meer ongedaan gemaakt worden. 3.15 In het licht van al deze omstandigheden moet de manier waarop [gedaagde] zich heeft gedragen worden aangemerkt als een tekortkoming in de nakoming van de verplichting van [gedaagde] om zich als een goed huurder te gedragen. Ook heeft [gedaagde] artikel 6.9 van de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst overtreden. [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan 3.16 Daarnaast staat vast dat [gedaagde] een huurachterstand heeft laten ontstaan. Woonin vordert betaling van de huurachterstand tot en met februari 2026 ter hoogte van € 2.299,32 en van de huur vanaf maart 2026 tot de ontruiming. Tijdens de zitting is onweersproken door Woonin gesteld dat [gedaagde] de huur voor maart 2026 ook niet heeft betaald en dat er sprake is van een achterstand van vier maanden. Zoals hierna wordt overwogen, kan [gedaagde] geen aanspraak maken op huurprijsvermindering. Hij had de huur dus moeten betalen, ook al is hij van mening dat zijn woning gebreken vertoont. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de huurachterstand tot en met februari 2026 en tot betaling van de huur vanaf 1 maart 2026 tot de ontruiming. 3.17 [gedaagde] heeft tijdens de zitting ook verklaard dat hij de huur niet kán betalen, omdat hij minder inkomsten heeft en andere lopende financiële verplichtingen heeft, waaronder zijn leaseauto. Er is daardoor geen concreet zicht op verbetering van het betalingsgedrag van [gedaagde] . De huurachterstand is inmiddels zo hoog, dat van Woonin niet kan worden gevergd dat zij de woning nog langer aan [gedaagde] verhuurt.
Volledig
[gedaagde] zegt dan: ‘IK BEPAAL HET HIER HOOR JE ME IK EIS DIT VAN JULKIE PER DERICT EN JULKIE ALKES HIER NU OP ORDE MAKEN NIET UIT STELLEN BEGREPEN […] ZO IS DE WET DUS JULKIE GAAN NU LUISTEREN ANDER HEBEBN JULKIE ALLEMAAL GEEN BAAN MEER DE REIVUE STAAT ONLINE […] JULKIE GAAN NU BETALEN ANDERS MAAK IK HET NOG ERGER’. De medewerker van Woonin vraagt dan wat [gedaagde] daarmee bedoelt. Woonin zegt dan: ‘NOU IK KAN HEEL VER GAAN DAT JULKIE MEOTEN SLUITEN ALS JULKIE NU NIET BETALEN EN NIEIW WOMIG VOOR ONS GAAN ZOEKEN […] IK HEB ALKES UITGEZOCHT JULKIE MOETEN ALLES DOEN WIJ ZEGGEN […] OH ECHT WEL BITCH STAAT IN DE WET JULKIE MEOTEN HET GAT WIJ HET EISENEN’. De medewerker van Woonin vraagt [gedaagde] op een zeker moment te stoppen met te bedreigen en haar en haar collega’s persoonlijk uit te schelden. [gedaagde] zegt dat: ‘NEE IK GA HIER MEE DOOR TOTDAT JULOIE ALKES TERUG BETALE BITHC […] IK ZEG HET NOG 1 JULKIE GAAN BETLAEN ANDERS LAAT IK JULKIE AFSUITEN BEGEPENE’. De medewerker zegt later in het gesprek dat de manier van communiceren van [gedaagde] niet acceptabel is. [gedaagde] zegt dan: ‘WEN ER MAAR’. De medewerker zegt dan dat hij het moet aanpassen, [gedaagde] zegt dan: ‘NIET VOOR JULKIE VIEZE VARKENS STAL BIJ JULKIE BAK DEZE KANKER HIIZE MEOTWN PLAT’. De medewerker zegt dan dat dat niet gaat gebeuren. [gedaagde] reageert daarop: ‘OH ECHT WEL INCLUSIEF JULIE KANKER KANTOOR MET JULKIE ER IN’. De medewerker zegt: ‘Dat is weer een bedreiging'. [gedaagde] zegt dan: ‘LEKKET HE JE KAN MIJ NEOT AAN HET IS GEWOON HEEL SIMPEL JULKIE BETALKEN ME ALKES TERUG’. Het gesprek gaat verder en [gedaagde] zegt nog: ‘HET IS VERPLICHT BIJ DE WET BIT H […] STAAT ZWART OP WIT IN DE WET DYS BETLAEN VARKENS’. 3.8 Woonin is op donderdag 5 februari 2026 samen met een politieagent langs geweest bij [gedaagde] om hem uit te nodigen voor een stopgesprek op het kantoor van Woonin. Dat gesprek vond plaats op 10 februari 2026. 3.9 De medewerkers van Woonin hebben [gedaagde] tijdens het stopgesprek aangesproken op zijn manier van communiceren. [gedaagde] heeft daarop gereageerd met de mededeling dat hij het allemaal wel mee vindt vallen en dat hij nog veel erger kan. De medewerker van Woonin heeft [gedaagde] gewaarschuwd dat hij zijn woning kan kwijtraken en dat zijn gedrag alle grenzen over gaat. De medewerker herhaalt de woorden van [gedaagde] : dat zij zo dom is als de achterkant van een varken. [gedaagde] zegt dan dat zij dat ook is. Op dat moment besluit de medewerker het gesprek te stoppen en verzoekt zij [gedaagde] het pand te verlaten. Dan wordt [gedaagde] boos en zegt hij onder andere dat hij maar 1 telefoontje hoeft te plegen en dat het kantoor dan wordt opgeblazen, dit herhaalt hij meerderde keren. Hij kan ook met 1 telefoontje zijn hele familie (kampers en motorrijders) naar het kantoor laten komen. [gedaagde] zegt ook dat hij weet waar de medewerkers wonen en dat zij moeten weten dat hij bekend staat als vuurwapengevaarlijk. [gedaagde] geeft aan een schutter te zijn. Bij dit alles verheft [gedaagde] zijn stem, zwaait hij met zijn armen, buigt voorover of komt omhoog van zijn stoel. Hij verlaat het pand met een hoop geschreeuw en roepend dat de medewerkers allemaal kanker mongolen zijn. De partner van [gedaagde] was ook aanwezig bij het gesprek, maar het lukte haar niet om [gedaagde] rustig op zijn stoel te houden. 3.10 De betrokken medewerker van Woonin heeft na dit gesprek aangifte gedaan (ook namens Woonin) van bedreiging. Woonin heeft [gedaagde] een verslag van het gesprek toegestuurd en het dan (kennelijk al) geldende toegangs- en belverbod van kracht gelaten tot en met 10 mei 2026. 3.11 De advocaat van Woonin heeft per brief van 16 februari 2026 aangekondigd dat Woonin de huurovereenkomst wil beëindigen. Naar aanleiding van die brief zoekt [gedaagde] telefonisch contact met de advocaat. Ook tijdens dat gesprek wordt [gedaagde] boos, verheft hij zijn stem, scheldt hij de advocaat uit en uit hij zich dreigend. [gedaagde] vraagt de advocaat hoe snel hij wilt dat hij bij zijn kantoor staat en dat het snel kan zijn, omdat hij een auto heeft. De advocaat meldt hierna dat hij dit opvat als een dreigement. [gedaagde] begint dan te schreeuwen dat de advocaat zijn kop moet houden, dat hij moet luisteren en dat hij een mongool is. 3.12 [gedaagde] heeft niet weersproken dat hij zich heeft gedragen en geuit zoals hiervoor is beschreven. Deze feiten staan daarom vast en verder onderzoek daarnaar is voor de beslissing in dit kort geding niet nodig. De vordering kan daarom ook in deze spoedprocedure worden beoordeeld. 3.13 [gedaagde] heeft geen spijt betuigt en evenmin kenbaar gemaakt dat hij begrijpt dat zijn gedrag grensoverschrijdend is. In plaats daarvan heeft [gedaagde] toegelicht dat zijn gedrag en uitlatingen het gevolg zijn van de manier waarop Woonin volgens hem omgaat met zijn klachten over de woning. [gedaagde] ervaart overlast door schimmel in zijn woning. [gedaagde] voelt zich niet gehoord door Woonin. Ook als het klopt wat [gedaagde] zegt – wat erop neerkomt dat Woonin onterecht gebreken in de woning niet oplost – is zijn gedrag ontoelaatbaar, grensoverschrijdend en mogelijk zelfs strafbaar. Er is geen sprake van een eenmalige uitbarsting door hoog opgelopen emoties, want de toon van [gedaagde] blijft dwingend en hij heeft de medewerkers van Woonin zelfs nog tijdens het stopgesprek op 10 februari 2026 (persoonlijk) bedreigd. 3.14 Dit is niet de manier waarop er met medewerkers van instanties gecommuniceerd moet worden. Deze medewerkers doen hun werk en zij moeten dat kunnen doen zonder op deze manier te worden bejegend en zonder dat hen angst wordt aangejaagd door herhaaldelijke bedreigingen. Het baart de kantonrechter zorgen dat [gedaagde] geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag en niet inziet wat dit doet met de betrokken medewerkers én de advocaat van Woonin. Het risico op escalatie is daardoor heel aannemelijk. [gedaagde] heeft tijdens de zitting verteld dat hij nu rustiger is en met vrienden afspreekt of gaat gamen als het hem te veel wordt, maar tot kort geleden nam de ernst van het gedrag en de uitlatingen alleen maar toe zodat een (plotselinge) ommekeer ten goede niet heel aannemelijk is, althans nu pas heel pril is. Ook neemt een mogelijke toekomstige verbetering van het gedrag niet weg dat [gedaagde] in het verleden onaanvaardbaar gedrag jegens de medewerkers en advocaat van zijn verhuurder heeft vertoond. Dit verleden kan niet meer ongedaan gemaakt worden. 3.15 In het licht van al deze omstandigheden moet de manier waarop [gedaagde] zich heeft gedragen worden aangemerkt als een tekortkoming in de nakoming van de verplichting van [gedaagde] om zich als een goed huurder te gedragen. Ook heeft [gedaagde] artikel 6.9 van de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst overtreden. [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan 3.16 Daarnaast staat vast dat [gedaagde] een huurachterstand heeft laten ontstaan. Woonin vordert betaling van de huurachterstand tot en met februari 2026 ter hoogte van € 2.299,32 en van de huur vanaf maart 2026 tot de ontruiming. Tijdens de zitting is onweersproken door Woonin gesteld dat [gedaagde] de huur voor maart 2026 ook niet heeft betaald en dat er sprake is van een achterstand van vier maanden. Zoals hierna wordt overwogen, kan [gedaagde] geen aanspraak maken op huurprijsvermindering. Hij had de huur dus moeten betalen, ook al is hij van mening dat zijn woning gebreken vertoont. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de huurachterstand tot en met februari 2026 en tot betaling van de huur vanaf 1 maart 2026 tot de ontruiming. 3.17 [gedaagde] heeft tijdens de zitting ook verklaard dat hij de huur niet kán betalen, omdat hij minder inkomsten heeft en andere lopende financiële verplichtingen heeft, waaronder zijn leaseauto. Er is daardoor geen concreet zicht op verbetering van het betalingsgedrag van [gedaagde] . De huurachterstand is inmiddels zo hoog, dat van Woonin niet kan worden gevergd dat zij de woning nog langer aan [gedaagde] verhuurt.
Volledig
[gedaagde] moet de woning verlaten 3.18 Al het voorgaande leidt tot de conclusie dat voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] zich niet als een goed huurder gedraagt en omdat hij een huurachterstand van meer dan drie maanden heeft laten ontstaan. 3.19 [gedaagde] heeft aangevoerd dat toewijzing van de ontruiming zal leiden tot onmiddellijke dakloosheid van hem en zijn huisgenoten (de kantonrechter begrijpt: zijn partner en zijn huisdieren: de hond en de vogel), omdat het in de huidige woningmarkt nagenoeg onmogelijk is om op korte termijn vervangende woonruimte te vinden. De kantonrechter onderschrijft vanzelfsprekend het belang van [gedaagde] en zijn huisgenoten om onderdak te hebben, maar vanwege het effect van het grensoverschrijdende gedrag van [gedaagde] op de medewerkers van Woonin en hun (gevoel van) veiligheid, weegt het belang van Woonin bij feitelijke beëindiging van deze huurrelatie in de vorm van een ontruiming zwaarder. De kantonrechter heeft namelijk ook begrip voor de wens van Woonin om de woning te verhuren aan een huurder die haar medewerkers niet bedreigt. De mate waarin de medewerkers van Woonin hun werk veilig en zonder angst kunnen doen, wordt door de dreigende uitlatingen van [gedaagde] zodanig aangetast, dat nu al een voorziening moet worden uitgesproken. De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming daarom toe, waarbij een termijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis gegeven wordt voor de ontruiming. 3.20 Voor zover Woonin met haar vordering (‘te (doen) ontruimen’) heeft bedoeld dat zij een machtiging vordert om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie, overweegt de kantonrechter dat die vordering zal worden afgewezen, omdat deze ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is. [gedaagde] hoeft de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten niet te betalen 3.21 Woonin vordert ook betaling van de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat voorshands aannemelijk is dat de vorderingen zijn gebaseerd op oneerlijke bedingen. Dit betekent dat deze vorderingen in een bodemprocedure naar alle waarschijnlijkheid worden afgewezen. Volgens vaste (Europese) jurisprudentie mag bij oneerlijke bedingen niet worden teruggevallen op de wet. Daarom zijn deze vorderingen niet voor toewijzing vatbaar. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 3.22 [gedaagde] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonin worden in conventie begroot op: - kosten van de dagvaarding € 153,02 - griffierecht € 397,00 - salaris gemachtigde € 865,00 - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.523,52 3.23 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard 3.24 De kantonrechter zal het vonnis voor het overige uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals door Woonin is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. in reconventie De vorderingen van [gedaagde] worden afgewezen 3.25 [gedaagde] komt ook in deze procedure terug op de gebreken die er volgens hem in de woning zijn. Hij verwijst hiervoor naar zijn brief van 20 februari 2026 aan Woonin. Daarin klaagt [gedaagde] over schimmel in de badkamer en aan de raamzijde van de woonkamer. [gedaagde] heeft ook geklaagd over het zijraam in de woonkamer dat niet sluit en over scheuren in de wand van de woonkamer en de muur van het halletje. [gedaagde] vordert in reconventie dat Woonin wordt veroordeeld tot herstel van gebreken, op straffe van een dwangsom, en dat de kantonrechter een huurprijsvermindering vaststelt. 3.26 [gedaagde] heeft geen informatie verstrekt over het zijraam in de woonkamer. Het is daardoor niet duidelijk wat er mis mee is en waarom dat kwalificeert als een gebrek in de zin van de wet. [gedaagde] heeft detailfoto’s van scheuren in de wanden overgelegd. Scheuren in de wanden worden niet zomaar aangemerkt als gebrek. Dat er in dit geval sprake is van zulke erge scheuren, dat die moeten worden aangemerkt als een gebrek, is op basis van enkel de detailfoto’s niet aannemelijk. 3.27 Maar de klachten [gedaagde] zien vooral op schimmelvorming. Daarbij is het van belang dat schimmelvorming op zichzelf geen gebrek is, maar het gevolg kan zijn van een gebrek. [gedaagde] moet dus aannemelijk maken dat er sprake is van schimmelvorming die het gevolg is van gebreken aan de woning die voor rekening van Woonin komen. 3.28 [gedaagde] heeft daarvoor te weinig informatie over de schimmel gegeven. Hij heeft een paar detailfoto’s overgelegd en een verklaring van de huisarts. De detailfoto’s laten niet het gehele beeld van de woning zien. Het is daardoor niet duidelijk hoe groot het probleem is en hoe de betreffende kamer wordt gebruikt en wordt geventileerd. De verklaring van de huisarts is op verzoek en op basis van de verklaringen van de partner van [gedaagde] opgesteld. De huisarts heeft de woning niet zelf gezien. Daar komt bij dat Woonin over de schimmel heeft verklaard dat de meest aannemelijk oorzaak bewonersgedrag is. Tijdens het bezoek van Woonin met de politie op 5 februari 2026 heeft de medewerker van Woonin namelijk gezien dat het rooster in de slaapkamer dicht zat, dat alle ramen dicht zaten, dat het raam/het rooster in de woonkamer was afgeplakt en dat de ventielen van de mechanische ventilatie vies waren. [gedaagde] heeft dit niet weersproken. Dat de schimmel (die op de foto’s te zien is) het gevolg is van een gebrek dat voor rekening van Woonin komt is daarom niet aannemelijk. De enkele stellingen van [gedaagde] dat de luchtvochtigheid boven de norm is en er een dieperliggend vochtprobleem zou zijn, zijn daarvoor niet voldoende. 3.29 De kantonrechter gaat er op basis van wat [gedaagde] in deze procedure heeft aangevoerd, van uit dat er geen sprake is van gebreken zoals bedoeld in de wet. Dit betekent dat de vorderingen van [gedaagde] die strekken tot herstel van de gebreken en huurprijsvermindering worden afgewezen. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 3.30 [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in reconventie betalen. De proceskosten van Woonin in reconventie worden begroot op: - salaris gemachtigde € 432,50 (factor 0,5 × 865,00) Totaal € 432,50 3.31 De proceskostenveroordeling in reconventie wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonin dat niet heeft gevorderd. 4 De beslissing De kantonrechter in conventie 4.1 veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] ( [postcode] ) te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonin zijn, en de sleutels af te geven aan Woonin, 4.2 veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Woonin: a. a) € 2.121,17 aan achterstallige huur tot en met 28 februari 2026, b) € 705,59 per maand vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, 4.3 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.523,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 4.4 veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, in reconventie 4.5 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 432,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, in conventie en in reconventie 4.6 veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.7 verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.1 tot en met 4.4 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad, 4.8 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.
Volledig
[gedaagde] moet de woning verlaten 3.18 Al het voorgaande leidt tot de conclusie dat voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] zich niet als een goed huurder gedraagt en omdat hij een huurachterstand van meer dan drie maanden heeft laten ontstaan. 3.19 [gedaagde] heeft aangevoerd dat toewijzing van de ontruiming zal leiden tot onmiddellijke dakloosheid van hem en zijn huisgenoten (de kantonrechter begrijpt: zijn partner en zijn huisdieren: de hond en de vogel), omdat het in de huidige woningmarkt nagenoeg onmogelijk is om op korte termijn vervangende woonruimte te vinden. De kantonrechter onderschrijft vanzelfsprekend het belang van [gedaagde] en zijn huisgenoten om onderdak te hebben, maar vanwege het effect van het grensoverschrijdende gedrag van [gedaagde] op de medewerkers van Woonin en hun (gevoel van) veiligheid, weegt het belang van Woonin bij feitelijke beëindiging van deze huurrelatie in de vorm van een ontruiming zwaarder. De kantonrechter heeft namelijk ook begrip voor de wens van Woonin om de woning te verhuren aan een huurder die haar medewerkers niet bedreigt. De mate waarin de medewerkers van Woonin hun werk veilig en zonder angst kunnen doen, wordt door de dreigende uitlatingen van [gedaagde] zodanig aangetast, dat nu al een voorziening moet worden uitgesproken. De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming daarom toe, waarbij een termijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis gegeven wordt voor de ontruiming. 3.20 Voor zover Woonin met haar vordering (‘te (doen) ontruimen’) heeft bedoeld dat zij een machtiging vordert om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie, overweegt de kantonrechter dat die vordering zal worden afgewezen, omdat deze ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is. [gedaagde] hoeft de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten niet te betalen 3.21 Woonin vordert ook betaling van de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat voorshands aannemelijk is dat de vorderingen zijn gebaseerd op oneerlijke bedingen. Dit betekent dat deze vorderingen in een bodemprocedure naar alle waarschijnlijkheid worden afgewezen. Volgens vaste (Europese) jurisprudentie mag bij oneerlijke bedingen niet worden teruggevallen op de wet. Daarom zijn deze vorderingen niet voor toewijzing vatbaar. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 3.22 [gedaagde] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonin worden in conventie begroot op: - kosten van de dagvaarding € 153,02 - griffierecht € 397,00 - salaris gemachtigde € 865,00 - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.523,52 3.23 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard 3.24 De kantonrechter zal het vonnis voor het overige uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals door Woonin is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. in reconventie De vorderingen van [gedaagde] worden afgewezen 3.25 [gedaagde] komt ook in deze procedure terug op de gebreken die er volgens hem in de woning zijn. Hij verwijst hiervoor naar zijn brief van 20 februari 2026 aan Woonin. Daarin klaagt [gedaagde] over schimmel in de badkamer en aan de raamzijde van de woonkamer. [gedaagde] heeft ook geklaagd over het zijraam in de woonkamer dat niet sluit en over scheuren in de wand van de woonkamer en de muur van het halletje. [gedaagde] vordert in reconventie dat Woonin wordt veroordeeld tot herstel van gebreken, op straffe van een dwangsom, en dat de kantonrechter een huurprijsvermindering vaststelt. 3.26 [gedaagde] heeft geen informatie verstrekt over het zijraam in de woonkamer. Het is daardoor niet duidelijk wat er mis mee is en waarom dat kwalificeert als een gebrek in de zin van de wet. [gedaagde] heeft detailfoto’s van scheuren in de wanden overgelegd. Scheuren in de wanden worden niet zomaar aangemerkt als gebrek. Dat er in dit geval sprake is van zulke erge scheuren, dat die moeten worden aangemerkt als een gebrek, is op basis van enkel de detailfoto’s niet aannemelijk. 3.27 Maar de klachten [gedaagde] zien vooral op schimmelvorming. Daarbij is het van belang dat schimmelvorming op zichzelf geen gebrek is, maar het gevolg kan zijn van een gebrek. [gedaagde] moet dus aannemelijk maken dat er sprake is van schimmelvorming die het gevolg is van gebreken aan de woning die voor rekening van Woonin komen. 3.28 [gedaagde] heeft daarvoor te weinig informatie over de schimmel gegeven. Hij heeft een paar detailfoto’s overgelegd en een verklaring van de huisarts. De detailfoto’s laten niet het gehele beeld van de woning zien. Het is daardoor niet duidelijk hoe groot het probleem is en hoe de betreffende kamer wordt gebruikt en wordt geventileerd. De verklaring van de huisarts is op verzoek en op basis van de verklaringen van de partner van [gedaagde] opgesteld. De huisarts heeft de woning niet zelf gezien. Daar komt bij dat Woonin over de schimmel heeft verklaard dat de meest aannemelijk oorzaak bewonersgedrag is. Tijdens het bezoek van Woonin met de politie op 5 februari 2026 heeft de medewerker van Woonin namelijk gezien dat het rooster in de slaapkamer dicht zat, dat alle ramen dicht zaten, dat het raam/het rooster in de woonkamer was afgeplakt en dat de ventielen van de mechanische ventilatie vies waren. [gedaagde] heeft dit niet weersproken. Dat de schimmel (die op de foto’s te zien is) het gevolg is van een gebrek dat voor rekening van Woonin komt is daarom niet aannemelijk. De enkele stellingen van [gedaagde] dat de luchtvochtigheid boven de norm is en er een dieperliggend vochtprobleem zou zijn, zijn daarvoor niet voldoende. 3.29 De kantonrechter gaat er op basis van wat [gedaagde] in deze procedure heeft aangevoerd, van uit dat er geen sprake is van gebreken zoals bedoeld in de wet. Dit betekent dat de vorderingen van [gedaagde] die strekken tot herstel van de gebreken en huurprijsvermindering worden afgewezen. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 3.30 [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in reconventie betalen. De proceskosten van Woonin in reconventie worden begroot op: - salaris gemachtigde € 432,50 (factor 0,5 × 865,00) Totaal € 432,50 3.31 De proceskostenveroordeling in reconventie wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Woonin dat niet heeft gevorderd. 4 De beslissing De kantonrechter in conventie 4.1 veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] ( [postcode] ) te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonin zijn, en de sleutels af te geven aan Woonin, 4.2 veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Woonin: a. a) € 2.121,17 aan achterstallige huur tot en met 28 februari 2026, b) € 705,59 per maand vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, 4.3 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.523,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 4.4 veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, in reconventie 4.5 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 432,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, in conventie en in reconventie 4.6 veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 4.7 verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.1 tot en met 4.4 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad, 4.8 wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.S.