Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-15
ECLI:NL:RBMNE:2026:1912
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,929 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1912 text/xml public 2026-04-30T08:24:45 2026-04-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-15 11890713 \ UC EXPL 25-7423 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1912 text/html public 2026-04-30T08:24:17 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1912 Rechtbank Midden-Nederland , 15-04-2026 / 11890713 \ UC EXPL 25-7423 Diefstal auto. Verzekeraar (gedaagde) heeft uitkering terecht geweigerd, omdat eiseres niet alles heeft gedaan om diefstal te voorkomen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11890713 \ UC EXPL 25-7423 RJ/58605 Vonnis van 15 april 2026 in de zaak van 1 [eiseres sub 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. [eiser sub 2] , ENIG AANDEELHOUDER EN ENIG BESTUURDER VAN [eiseres sub 1] B.V. , wonende in [woonplaats] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] , gemachtigde: mr. T. IJsenbrandt, tegen ASR SCHADEVERZEKERING N.V. , gevestigd in Utrecht, gedaagde partij, hierna te noemen: ASR, gemachtigde: mr. A.E.M. Langerhuizen. 1 De procedure 1.1 Bij de kantonrechter zijn de volgende stukken ingediend: - de dagvaarding van 4 september 2025 met producties 1 tot en met 15; - de conclusie van antwoord van 12 november 2025 met producties 1 tot en met 7; - een filmpje aan de zijde van ASR. 1.2 Op 17 maart 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Daarbij was [eiser sub 2] aanwezig, samen met mr. T. IJsenbrandt. Namens ASR was mevrouw [A] ( [functie] ) aanwezig, samen met mr. A.E.M. Langerhuizen. 1.3 Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan. 2 De kern van de zaak 2.1 [eiseres sub 1] heeft haar auto verzekerd tegen diefstal bij ASR. De auto is gestolen en [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] willen daarom dat ASR de schade van € 19.800,00 aan hen vergoedt. ASR wil de schade niet vergoeden, omdat zij vindt dat [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] er niet alles aan hebben gedaan om diefstal te voorkomen (zoals is vereist volgens de poliswaarden). Een insluiper is namelijk de woning binnengekomen door een raam dat op de tochtstand stond en heeft zo de autosleutels en daarmee de auto kunnen meenemen. De kantonrechter geeft ASR gelijk: de vordering wordt afgewezen. 3 De beoordeling [eiser sub 2] is niet-ontvankelijk 3.1 [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hebben samen vorderingen ingesteld tegen ASR, maar uit het polisblad blijkt dat “de directie van [eiseres sub 1] B.V.” de verzekeringnemer is en niet [eiser sub 2] in persoon. Omdat [eiser sub 2] geen verzekeringnemer is, heeft hij geen vorderingsrecht op ASR. De kantonrechter verklaart [eiser sub 2] daarom niet-ontvankelijk in zijn vorderingen. De vorderingen van [eiseres sub 1] worden afgewezen 3.2 De vordering van [eiseres sub 1] wordt afgewezen, omdat het beroep van ASR op de uitsluitingsgrond slaagt: [eiseres sub 1] heeft er niet alles aan gedaan om diefstal van de auto te voorkomen. De kantonrechter volgt [eiseres sub 1] niet in haar betoog dat zij de uitsluitingsgrond niet duidelijk vindt (en deze daarom in haar voordeel moet worden uitgelegd) en ook niet in haar betoog dat zij er alles aan heeft gedaan om diefstal te voorkomen. De kantonrechter legt dat hierna uit. Juridisch kader 3.3 In artikel 3.1 van de poliswaarden van ASR staat met betrekking tot de dekking onder punt 5 in de tabel het volgende: “U bent verzekerd voor schade door (poging tot) diefstal, inbraak of joyrijden. Met diefstal bedoelen wij het stelen door anderen, of het kwijtraken door verduistering of oplichting.” In de tabel naast de dekking staan de beperkingen en uitsluitingen waar ASR zich op beroept. Hierin staat: “De bestuurder of gebruiker moet er alles aan doen om diefstal of joyrijden te voorkomen. Doet hij dit niet, dan krijgt u geen vergoeding. Dit geldt bijvoorbeeld: - als de auto onbeheerd is achtergelaten en niet is afgesloten of met de autosleutels erin of erop; - als de autosleutels zijn achtergelaten in de brievenbus van een garage- of schadeherstelbedrijf.” De uitsluitingsbepaling is niet onduidelijk 3.4 [eiseres sub 1] vindt het onduidelijk hoe de uitsluitingsbepaling moet worden uitgelegd en wanneer deze van toepassing is. [eiseres sub 1] vindt dat een objectieve en subjectieve uitleg meebrengt dat de bepaling enkel ziet op handelingen met de auto en de autosleutels. Het wel of niet afsluiten van de woning of een raam van de woning, valt volgens [eiseres sub 1] buiten deze afwijzingsgrond. De kantonrechter volgt [eiseres sub 1] hierin niet. Het feit dat de uitsluitingsgrond spreekt van “als de auto onbeheerd is achtergelaten en niet is afgesloten of met de autosleutels erin of erop” en “als de autosleutels zijn achtergelaten in de brievenbus van een garage- of schadeherstelbedrijf”, brengt niet mee dat een andere situatie niet onder de uitsluiting van dekking valt. Het artikel noemt deze omstandigheden (letterlijk) als voorbeelden, niet als limitatieve opsomming. 3.5 De kantonrechter volgt [eiseres sub 1] verder ook niet in haar betoog dat de bepaling onduidelijk is en daarom in haar voordeel zou moeten worden uitgelegd (toepassing van de contra proferentem-regel). In de polisvoorwaarden staat duidelijk dat de verzekerde er “alles” aan moet doen om diefstal te voorkomen en er worden voorbeelden genoemd wanneer in ieder geval geen recht op uitkering bestaat. De kantonrechter is het wel met [eiseres sub 1] eens dat nooit “alles” kan worden gedaan om diefstal te voorkomen, maar de kantonrechter begrijpt dat wordt bedoeld: alles wat van een normale, oplettende verzekeringnemer verwacht kan worden. De voorbeelden die worden genoemd zijn bovendien situaties waarbij het, net als in deze zaak, over autosleutels gaat. Juist deze voorbeelden zouden de verzekeringnemer er (extra) alert op moeten maken dat het zorgvuldig omgaan met de autosleutels een voorwaarde voor dekking is. Omdat van een onduidelijke bepaling geen sprake is, wordt ook niet toegekomen aan toepassing van de contra proferentem-regel. [eiseres sub 1] heeft er niet alles aan gedaan om diefstal te voorkomen 3.6 De kantonrechter is met ASR van oordeel dat [eiseres sub 1] er niet alles, wat van haar verwacht mocht worden, aan heeft gedaan om diefstal van de auto te voorkomen, omdat zij haar keukenraam ’s nachts/vroeg in de ochtend open heeft laten staan. Hierdoor heeft een insluiper vroeg in de ochtend de woning kunnen betreden, de autosleutel kunnen pakken en met de auto weg kunnen rijden. [eiseres sub 1] heeft benadrukt dat het raam op de tochtstand stond en vergrendeld was met een hendel waardoor het onmogelijk was om zomaar door het raam naar binnen te klimmen. Hoe (ver) het raam precies open heeft gestaan doet niet ter zake. Aangezien er geen braaksporen zijn aangetroffen, stond het raam kennelijk genoeg open voor een insluiper om zich, op wat voor manier dan ook, zonder braak, toegang te kunnen verschaffen tot de woning, de sleutel te pakken en de auto mee te nemen. 3.7 Volgens [eiseres sub 1] is in deze zaak sprake van een risico dat juist wel onder de dekking zou moeten vallen. Volgens [eiseres sub 1] heeft zij er alles aan gedaan om diefstal te voorkomen en kan niet verwacht worden dat alle ramen in een woning altijd volledig gesloten worden. De kantonrechter volgt [eiseres sub 1] hierin niet. Het sluiten van ramen en deuren behoort tot de normale zorgvuldigheid om diefstal te voorkomen. Deze maatregel is ook niet zo ingrijpend dat deze redelijkerwijs niet van [eiseres sub 1] verlangd kon worden: het sluiten van een raam is een korte en eenvoudige handeling die ook verwacht mag worden op warme zomerdagen en/of wanneer het licht is buiten.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1912 text/xml public 2026-04-30T08:24:45 2026-04-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-15 11890713 \ UC EXPL 25-7423 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1912 text/html public 2026-04-30T08:24:17 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1912 Rechtbank Midden-Nederland , 15-04-2026 / 11890713 \ UC EXPL 25-7423 Diefstal auto. Verzekeraar (gedaagde) heeft uitkering terecht geweigerd, omdat eiseres niet alles heeft gedaan om diefstal te voorkomen. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11890713 \ UC EXPL 25-7423 RJ/58605 Vonnis van 15 april 2026 in de zaak van 1 [eiseres sub 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. [eiser sub 2] , ENIG AANDEELHOUDER EN ENIG BESTUURDER VAN [eiseres sub 1] B.V. , wonende in [woonplaats] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] , gemachtigde: mr. T. IJsenbrandt, tegen ASR SCHADEVERZEKERING N.V. , gevestigd in Utrecht, gedaagde partij, hierna te noemen: ASR, gemachtigde: mr. A.E.M. Langerhuizen. 1 De procedure 1.1 Bij de kantonrechter zijn de volgende stukken ingediend: - de dagvaarding van 4 september 2025 met producties 1 tot en met 15; - de conclusie van antwoord van 12 november 2025 met producties 1 tot en met 7; - een filmpje aan de zijde van ASR. 1.2 Op 17 maart 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Daarbij was [eiser sub 2] aanwezig, samen met mr. T. IJsenbrandt. Namens ASR was mevrouw [A] ( [functie] ) aanwezig, samen met mr. A.E.M. Langerhuizen. 1.3 Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan. 2 De kern van de zaak 2.1 [eiseres sub 1] heeft haar auto verzekerd tegen diefstal bij ASR. De auto is gestolen en [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] willen daarom dat ASR de schade van € 19.800,00 aan hen vergoedt. ASR wil de schade niet vergoeden, omdat zij vindt dat [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] er niet alles aan hebben gedaan om diefstal te voorkomen (zoals is vereist volgens de poliswaarden). Een insluiper is namelijk de woning binnengekomen door een raam dat op de tochtstand stond en heeft zo de autosleutels en daarmee de auto kunnen meenemen. De kantonrechter geeft ASR gelijk: de vordering wordt afgewezen. 3 De beoordeling [eiser sub 2] is niet-ontvankelijk 3.1 [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hebben samen vorderingen ingesteld tegen ASR, maar uit het polisblad blijkt dat “de directie van [eiseres sub 1] B.V.” de verzekeringnemer is en niet [eiser sub 2] in persoon. Omdat [eiser sub 2] geen verzekeringnemer is, heeft hij geen vorderingsrecht op ASR. De kantonrechter verklaart [eiser sub 2] daarom niet-ontvankelijk in zijn vorderingen. De vorderingen van [eiseres sub 1] worden afgewezen 3.2 De vordering van [eiseres sub 1] wordt afgewezen, omdat het beroep van ASR op de uitsluitingsgrond slaagt: [eiseres sub 1] heeft er niet alles aan gedaan om diefstal van de auto te voorkomen. De kantonrechter volgt [eiseres sub 1] niet in haar betoog dat zij de uitsluitingsgrond niet duidelijk vindt (en deze daarom in haar voordeel moet worden uitgelegd) en ook niet in haar betoog dat zij er alles aan heeft gedaan om diefstal te voorkomen. De kantonrechter legt dat hierna uit. Juridisch kader 3.3 In artikel 3.1 van de poliswaarden van ASR staat met betrekking tot de dekking onder punt 5 in de tabel het volgende: “U bent verzekerd voor schade door (poging tot) diefstal, inbraak of joyrijden. Met diefstal bedoelen wij het stelen door anderen, of het kwijtraken door verduistering of oplichting.” In de tabel naast de dekking staan de beperkingen en uitsluitingen waar ASR zich op beroept. Hierin staat: “De bestuurder of gebruiker moet er alles aan doen om diefstal of joyrijden te voorkomen. Doet hij dit niet, dan krijgt u geen vergoeding. Dit geldt bijvoorbeeld: - als de auto onbeheerd is achtergelaten en niet is afgesloten of met de autosleutels erin of erop; - als de autosleutels zijn achtergelaten in de brievenbus van een garage- of schadeherstelbedrijf.” De uitsluitingsbepaling is niet onduidelijk 3.4 [eiseres sub 1] vindt het onduidelijk hoe de uitsluitingsbepaling moet worden uitgelegd en wanneer deze van toepassing is. [eiseres sub 1] vindt dat een objectieve en subjectieve uitleg meebrengt dat de bepaling enkel ziet op handelingen met de auto en de autosleutels. Het wel of niet afsluiten van de woning of een raam van de woning, valt volgens [eiseres sub 1] buiten deze afwijzingsgrond. De kantonrechter volgt [eiseres sub 1] hierin niet. Het feit dat de uitsluitingsgrond spreekt van “als de auto onbeheerd is achtergelaten en niet is afgesloten of met de autosleutels erin of erop” en “als de autosleutels zijn achtergelaten in de brievenbus van een garage- of schadeherstelbedrijf”, brengt niet mee dat een andere situatie niet onder de uitsluiting van dekking valt. Het artikel noemt deze omstandigheden (letterlijk) als voorbeelden, niet als limitatieve opsomming. 3.5 De kantonrechter volgt [eiseres sub 1] verder ook niet in haar betoog dat de bepaling onduidelijk is en daarom in haar voordeel zou moeten worden uitgelegd (toepassing van de contra proferentem-regel). In de polisvoorwaarden staat duidelijk dat de verzekerde er “alles” aan moet doen om diefstal te voorkomen en er worden voorbeelden genoemd wanneer in ieder geval geen recht op uitkering bestaat. De kantonrechter is het wel met [eiseres sub 1] eens dat nooit “alles” kan worden gedaan om diefstal te voorkomen, maar de kantonrechter begrijpt dat wordt bedoeld: alles wat van een normale, oplettende verzekeringnemer verwacht kan worden. De voorbeelden die worden genoemd zijn bovendien situaties waarbij het, net als in deze zaak, over autosleutels gaat. Juist deze voorbeelden zouden de verzekeringnemer er (extra) alert op moeten maken dat het zorgvuldig omgaan met de autosleutels een voorwaarde voor dekking is. Omdat van een onduidelijke bepaling geen sprake is, wordt ook niet toegekomen aan toepassing van de contra proferentem-regel. [eiseres sub 1] heeft er niet alles aan gedaan om diefstal te voorkomen 3.6 De kantonrechter is met ASR van oordeel dat [eiseres sub 1] er niet alles, wat van haar verwacht mocht worden, aan heeft gedaan om diefstal van de auto te voorkomen, omdat zij haar keukenraam ’s nachts/vroeg in de ochtend open heeft laten staan. Hierdoor heeft een insluiper vroeg in de ochtend de woning kunnen betreden, de autosleutel kunnen pakken en met de auto weg kunnen rijden. [eiseres sub 1] heeft benadrukt dat het raam op de tochtstand stond en vergrendeld was met een hendel waardoor het onmogelijk was om zomaar door het raam naar binnen te klimmen. Hoe (ver) het raam precies open heeft gestaan doet niet ter zake. Aangezien er geen braaksporen zijn aangetroffen, stond het raam kennelijk genoeg open voor een insluiper om zich, op wat voor manier dan ook, zonder braak, toegang te kunnen verschaffen tot de woning, de sleutel te pakken en de auto mee te nemen. 3.7 Volgens [eiseres sub 1] is in deze zaak sprake van een risico dat juist wel onder de dekking zou moeten vallen. Volgens [eiseres sub 1] heeft zij er alles aan gedaan om diefstal te voorkomen en kan niet verwacht worden dat alle ramen in een woning altijd volledig gesloten worden. De kantonrechter volgt [eiseres sub 1] hierin niet. Het sluiten van ramen en deuren behoort tot de normale zorgvuldigheid om diefstal te voorkomen. Deze maatregel is ook niet zo ingrijpend dat deze redelijkerwijs niet van [eiseres sub 1] verlangd kon worden: het sluiten van een raam is een korte en eenvoudige handeling die ook verwacht mag worden op warme zomerdagen en/of wanneer het licht is buiten.