Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-15
ECLI:NL:RBMNE:2026:1910
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,442 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1910 text/xml public 2026-04-29T10:26:46 2026-04-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-15 11977292 \ LC EXPL 25-2479 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Lelystad Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1910 text/html public 2026-04-29T10:26:07 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1910 Rechtbank Midden-Nederland , 15-04-2026 / 11977292 \ LC EXPL 25-2479 letsel, in strafprocedure is reeds schadevergoeding toegewezen en in de civiele procedure wordt nu een aanvullend bedrag gevorderd RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer: 11977292 \ LC EXPL 25-2479 Vonnis van 15 april 2026 in de zaak van [eiser] , wonend in [woonplaats] , eisende partij, hierna [eiser] te noemen, gemachtigde: mr. R.H. Bouwman, advocaat in Amsterdam, tegen 1 [gedaagde sub 1] , wonend in [woonplaats] , 2. [gedaagde sub 2] , wonend in [woonplaats] , 3. [gedaagde sub 3] , wonend in [woonplaats] , gedaagde partijen, hierna (in vrouwelijk enkelvoud) [gedaagden c.s] . te noemen, gemachtigde: mr. M. Bakhuis, advocaat in Apeldoorn. 1 De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaardingen van [eiser] ; - de conclusie van antwoord van [gedaagden c.s] .; - de conclusie van repliek van [eiser] ; - de conclusie van dupliek van [gedaagden c.s] .. 2 De zaak in het kort 2.1 [gedaagden c.s] . is door de politierechter van de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 3 februari 2023 veroordeeld voor het openlijk in vereniging geweld plegen tegen [eiser] op 4 juli 2022. De politierechter heeft [gedaagden c.s] . in die strafzaak hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding met rente aan [eiser] . In deze civiele zaak vordert [eiser] dat [gedaagden c.s] . hoofdelijk wordt veroordeeld betaling van een aanvullend bedrag aan schadevergoeding met rente. Volgens [gedaagden c.s] . kan dat niet. 3 De beoordeling 3.1 De kantonrechter beslist dat [eiser] kan worden ontvangen in zijn vordering. Verder bepaalt hij dat er een mondelinge behandeling komt. De beslissingen worden hierna toegelicht. [eiser] is ontvankelijk 3.2 Vaststaat dat [eiser] zich in de strafzaak heeft gevoegd als benadeelde partij en dat door de politierechter op zijn vordering is beslist. De politierechter heeft aan [eiser] een vergoeding van € 2.346,31 toegewezen, waarvan € 1.596,31 voor materiële schade en € 750,00 voor immateriële schade. Het meer of anders gevorderde heeft de politierechter afgewezen. 3.3 In deze zaak vordert [eiser] een vergoeding van € 10.000,00 voor immateriële schade als gevolg van het door [gedaagden c.s] . gepleegde feit, onder aftrek van de door de politierechter toegewezen – en door [gedaagden c.s] . inmiddels betaalde – vergoeding voor immateriële schade van € 750,00. [gedaagden c.s] . betoogt dat de gang naar de burgerlijke rechter niet meer openstaat voor [eiser] . Zij wijst erop dat het vonnis van de politierechter onherroepelijk is geworden. 3.4 De kantonrechter overweegt dat degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces en schadevergoeding vorderen (artikel 51f lid 1 Wetboek van Strafvordering (Sv)). Op deze vordering is het materiële burgerlijke recht van toepassing. Zowel materiële als immateriële schade kan in het strafproces voor vergoeding in aanmerking komen. De benadeelde partij kan er voor kiezen zich in het strafproces slechts voor een deel van zijn vordering te voegen (artikel 51f lid 3 Sv). Aan een onherroepelijk geworden uitspraak van de strafrechter komt in een civielrechtelijke procedure gezag van gewijsde toe op de voet van artikel 236 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, voor zover daarin de vordering van de benadeelde partij (geheel of gedeeltelijk) is toe- of afgewezen (HR 15 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2654). Dit houdt in dat de beslissingen in die uitspraak voor partijen bindend zijn en dat in latere procedures tussen dezelfde partijen onbetwistbaar vastligt wat de strafrechter omtrent de rechtsbetrekking tussen deze partijen in die uitspraak heeft beslist. Het gezag van gewijsde is niet beperkt tot het dictum van de beslissing van de strafrechter, maar strekt zich ook uit tot de dragende overwegingen daarvan. 3.5 De kantonrechter volgt [eiser] in zijn standpunt dat de huidige vordering nog niet door de politierechter is beoordeeld. Uit de door [eiser] overgelegde stukken volgt dat [eiser] in de strafprocedure een vergoeding van € 750,00 voor immateriële schade heeft gevorderd voor een ‘breuk in de vinger’ en ‘herbelevingen’. [eiser] verklaart, onder overlegging van en verwijzing naar medische informatie van november 2023, dat tijdens de strafprocedure nog niet bekend was dat zijn hand, die bij het feit waarvoor [gedaagden c.s] . is veroordeeld beschadigd is geraakt, niet volledig zal herstellen. De kantonrechter gaat er gelet op dit alles dan ook van uit dat de politierechter over de aanvullende immateriële schade zoals die nu door [eiser] wordt gepresenteerd, nog geen oordeel heeft gegeven. Dat betekent dat [eiser] in zijn vordering kan worden ontvangen. De kantonrechter bepaalt dat er een mondelinge behandeling komt 3.6 Volgens [eiser] is in zijn geval een totale immateriële schadevergoeding van € 10.000,00, gelet op de Rotterdamse Schaal, gerechtvaardigd. [gedaagden c.s] . plaatst daar kanttekeningen bij. 3.7 De kantonrechter zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. 3.8 De kantonrechter wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten. 3.9 Indien een partij wenst dat de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil rekening houdt met bijvoorbeeld brieven of andere schriftelijke stukken, dient zij deze uiterlijk tien dagen voordat de zitting plaatsvindt aan de kantonrechter en haar wederpartij toe te zenden. 3.10 Op de mondelinge behandeling wordt aan de gemachtigden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Er zal geen gelegenheid worden gegeven om een pleitnota of spreek-/zittingsaantekeningen voor te dragen. 3.11 Op de mondelinge behandeling zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden beslist hoe de procedure verder zal gaan. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking aan de orde komen. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de kantonrechter tijdens of na de mondelinge behandeling direct mondeling uitspraak kan doen. 3.12 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1910 text/xml public 2026-04-29T10:26:46 2026-04-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-15 11977292 \ LC EXPL 25-2479 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Lelystad Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1910 text/html public 2026-04-29T10:26:07 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1910 Rechtbank Midden-Nederland , 15-04-2026 / 11977292 \ LC EXPL 25-2479 letsel, in strafprocedure is reeds schadevergoeding toegewezen en in de civiele procedure wordt nu een aanvullend bedrag gevorderd RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer: 11977292 \ LC EXPL 25-2479 Vonnis van 15 april 2026 in de zaak van [eiser] , wonend in [woonplaats] , eisende partij, hierna [eiser] te noemen, gemachtigde: mr. R.H. Bouwman, advocaat in Amsterdam, tegen 1 [gedaagde sub 1] , wonend in [woonplaats] , 2. [gedaagde sub 2] , wonend in [woonplaats] , 3. [gedaagde sub 3] , wonend in [woonplaats] , gedaagde partijen, hierna (in vrouwelijk enkelvoud) [gedaagden c.s] . te noemen, gemachtigde: mr. M. Bakhuis, advocaat in Apeldoorn. 1 De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaardingen van [eiser] ; - de conclusie van antwoord van [gedaagden c.s] .; - de conclusie van repliek van [eiser] ; - de conclusie van dupliek van [gedaagden c.s] .. 2 De zaak in het kort 2.1 [gedaagden c.s] . is door de politierechter van de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 3 februari 2023 veroordeeld voor het openlijk in vereniging geweld plegen tegen [eiser] op 4 juli 2022. De politierechter heeft [gedaagden c.s] . in die strafzaak hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding met rente aan [eiser] . In deze civiele zaak vordert [eiser] dat [gedaagden c.s] . hoofdelijk wordt veroordeeld betaling van een aanvullend bedrag aan schadevergoeding met rente. Volgens [gedaagden c.s] . kan dat niet. 3 De beoordeling 3.1 De kantonrechter beslist dat [eiser] kan worden ontvangen in zijn vordering. Verder bepaalt hij dat er een mondelinge behandeling komt. De beslissingen worden hierna toegelicht. [eiser] is ontvankelijk 3.2 Vaststaat dat [eiser] zich in de strafzaak heeft gevoegd als benadeelde partij en dat door de politierechter op zijn vordering is beslist. De politierechter heeft aan [eiser] een vergoeding van € 2.346,31 toegewezen, waarvan € 1.596,31 voor materiële schade en € 750,00 voor immateriële schade. Het meer of anders gevorderde heeft de politierechter afgewezen. 3.3 In deze zaak vordert [eiser] een vergoeding van € 10.000,00 voor immateriële schade als gevolg van het door [gedaagden c.s] . gepleegde feit, onder aftrek van de door de politierechter toegewezen – en door [gedaagden c.s] . inmiddels betaalde – vergoeding voor immateriële schade van € 750,00. [gedaagden c.s] . betoogt dat de gang naar de burgerlijke rechter niet meer openstaat voor [eiser] . Zij wijst erop dat het vonnis van de politierechter onherroepelijk is geworden. 3.4 De kantonrechter overweegt dat degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces en schadevergoeding vorderen (artikel 51f lid 1 Wetboek van Strafvordering (Sv)). Op deze vordering is het materiële burgerlijke recht van toepassing. Zowel materiële als immateriële schade kan in het strafproces voor vergoeding in aanmerking komen. De benadeelde partij kan er voor kiezen zich in het strafproces slechts voor een deel van zijn vordering te voegen (artikel 51f lid 3 Sv). Aan een onherroepelijk geworden uitspraak van de strafrechter komt in een civielrechtelijke procedure gezag van gewijsde toe op de voet van artikel 236 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, voor zover daarin de vordering van de benadeelde partij (geheel of gedeeltelijk) is toe- of afgewezen (HR 15 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2654). Dit houdt in dat de beslissingen in die uitspraak voor partijen bindend zijn en dat in latere procedures tussen dezelfde partijen onbetwistbaar vastligt wat de strafrechter omtrent de rechtsbetrekking tussen deze partijen in die uitspraak heeft beslist. Het gezag van gewijsde is niet beperkt tot het dictum van de beslissing van de strafrechter, maar strekt zich ook uit tot de dragende overwegingen daarvan. 3.5 De kantonrechter volgt [eiser] in zijn standpunt dat de huidige vordering nog niet door de politierechter is beoordeeld. Uit de door [eiser] overgelegde stukken volgt dat [eiser] in de strafprocedure een vergoeding van € 750,00 voor immateriële schade heeft gevorderd voor een ‘breuk in de vinger’ en ‘herbelevingen’. [eiser] verklaart, onder overlegging van en verwijzing naar medische informatie van november 2023, dat tijdens de strafprocedure nog niet bekend was dat zijn hand, die bij het feit waarvoor [gedaagden c.s] . is veroordeeld beschadigd is geraakt, niet volledig zal herstellen. De kantonrechter gaat er gelet op dit alles dan ook van uit dat de politierechter over de aanvullende immateriële schade zoals die nu door [eiser] wordt gepresenteerd, nog geen oordeel heeft gegeven. Dat betekent dat [eiser] in zijn vordering kan worden ontvangen. De kantonrechter bepaalt dat er een mondelinge behandeling komt 3.6 Volgens [eiser] is in zijn geval een totale immateriële schadevergoeding van € 10.000,00, gelet op de Rotterdamse Schaal, gerechtvaardigd. [gedaagden c.s] . plaatst daar kanttekeningen bij. 3.7 De kantonrechter zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. 3.8 De kantonrechter wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten. 3.9 Indien een partij wenst dat de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil rekening houdt met bijvoorbeeld brieven of andere schriftelijke stukken, dient zij deze uiterlijk tien dagen voordat de zitting plaatsvindt aan de kantonrechter en haar wederpartij toe te zenden. 3.10 Op de mondelinge behandeling wordt aan de gemachtigden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Er zal geen gelegenheid worden gegeven om een pleitnota of spreek-/zittingsaantekeningen voor te dragen. 3.11 Op de mondelinge behandeling zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden beslist hoe de procedure verder zal gaan. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking aan de orde komen. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de kantonrechter tijdens of na de mondelinge behandeling direct mondeling uitspraak kan doen. 3.12 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.