Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-22
ECLI:NL:RBMNE:2026:1799
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,167 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1799 text/xml public 2026-05-11T12:02:44 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-22 UTR 26/1321 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1799 text/html public 2026-05-11T12:02:19 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1799 Rechtbank Midden-Nederland , 22-04-2026 / UTR 26/1321 BNT UHT geen procesbelang RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 26/1321 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. R. Grijpstra), en Dienst Toeslagen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 30 januari 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft op 2 juli 2025 een beslissing genomen op het bezwaar van eiseres. Verweerder heeft bij brief van 27 februari 2026 een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift. Op 13 maart 2026 heeft verweerder een gewijzigd verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. 3. In dit geval heeft verweerder in het verweerschrift gemeld dat hij op 2 juli 2025 een beslissing op het bezwaar van eiseres heeft genomen. Dit besluit is naar eiseres verzonden, maar niet naar de gemachtigde van eiseres. In een e-mailbericht van 9 maart 2026 heeft de gemachtigde van eiseres dit niet betwist. 4. De rechtbank stelt vast dat eiseres bij brief van 12 februari 2026 beroep heeft ingesteld. Dat betekent dat het beroep is ingesteld nadat de beslissing op bezwaar is genomen. Artikel 6:17 van de Awb bepaalt dat, indien iemand zich laat vertegenwoordigen, het orgaan dat bevoegd is te beslissen de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde zendt. Dit artikel strekt tot bescherming van de procedurele belangen van een betrokkene. Dat is van een andere orde dan de strekking van de bepalingen inzake het tijdig beslissen, die zien op zekerheid omtrent de inhoudelijke positie van een betrokkene tegenover het bestuursorgaan. Voor de mogelijkheid om een beroep wegens niet tijdig beslissen in te stellen, is niet van belang of het besluit op de juiste wijze bekend is gemaakt maar slechts of de aanvrager bekend is met het genomen besluit. 5. Gelet op het voorgaande heeft eiseres geen procesbelang meer bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar. Voor een vergoeding van het griffierecht en de proceskosten is naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding. 6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026. de griffier is verhinderd om deze uitspraak mede te ondertekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:969. Vergelijk ECLI:NL:CRVB:2016:4813.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1799 text/xml public 2026-05-11T12:02:44 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-22 UTR 26/1321 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1799 text/html public 2026-05-11T12:02:19 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1799 Rechtbank Midden-Nederland , 22-04-2026 / UTR 26/1321 BNT UHT geen procesbelang RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 26/1321 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. R. Grijpstra), en Dienst Toeslagen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 30 januari 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft op 2 juli 2025 een beslissing genomen op het bezwaar van eiseres. Verweerder heeft bij brief van 27 februari 2026 een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift. Op 13 maart 2026 heeft verweerder een gewijzigd verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. 3. In dit geval heeft verweerder in het verweerschrift gemeld dat hij op 2 juli 2025 een beslissing op het bezwaar van eiseres heeft genomen. Dit besluit is naar eiseres verzonden, maar niet naar de gemachtigde van eiseres. In een e-mailbericht van 9 maart 2026 heeft de gemachtigde van eiseres dit niet betwist. 4. De rechtbank stelt vast dat eiseres bij brief van 12 februari 2026 beroep heeft ingesteld. Dat betekent dat het beroep is ingesteld nadat de beslissing op bezwaar is genomen. Artikel 6:17 van de Awb bepaalt dat, indien iemand zich laat vertegenwoordigen, het orgaan dat bevoegd is te beslissen de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde zendt. Dit artikel strekt tot bescherming van de procedurele belangen van een betrokkene. Dat is van een andere orde dan de strekking van de bepalingen inzake het tijdig beslissen, die zien op zekerheid omtrent de inhoudelijke positie van een betrokkene tegenover het bestuursorgaan. Voor de mogelijkheid om een beroep wegens niet tijdig beslissen in te stellen, is niet van belang of het besluit op de juiste wijze bekend is gemaakt maar slechts of de aanvrager bekend is met het genomen besluit. 5. Gelet op het voorgaande heeft eiseres geen procesbelang meer bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar. Voor een vergoeding van het griffierecht en de proceskosten is naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding. 6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026. de griffier is verhinderd om deze uitspraak mede te ondertekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:969. Vergelijk ECLI:NL:CRVB:2016:4813.