Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-21
ECLI:NL:RBMNE:2026:1734
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummers: 16.228549.25; 10.283979.24; 16.347938.24; 16.027144.25 (gevoegd) Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 21 april 2026 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [2009] in [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] in [woonplaats] , gedetineerd in [verblijfplaats] , (hierna: [verdachte] ). 1 Zitting De strafzaak van [verdachte] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 7 april 2026. De rechtbank beveelt de voeging van de tegen [verdachte] bij afzonderlijke dagvaardingen aangebrachte zaken met bovengenoemde parketnummers omdat dit in het belang van het onderzoek is. De rechtbank heeft verzuimd dit op de zitting te doen, maar gebleken is dat zowel de officier van justitie als de advocaat ervan uit zijn gegaan dat de zaken gevoegd zouden worden behandeld, zodat de rechtbank de parketnummers alsnog zal voegen en er één vonnis kan worden gewezen. Op de zitting waren aanwezig: [verdachte] ; de officier van justitie: mr. J. Boon; de advocaat van [verdachte] : mr. R.I. van Haneghem (hierna: de advocaat); de moeder van [verdachte] ; de raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad); de jeugdreclasseerder van Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE). 2 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt [verdachte] ervan dat hij, samengevat: Parketnummer 16.288549.25 1. op 26 augustus 2025 in Bilthoven, samen met anderen, een naar scherpschietend omgebouwde alarmrevolver en zeven scherpe patronen voorhanden heeft gehad; 2. primair op 26 augustus 2025 in Bilthoven, samen met één of meer anderen, heeft geprobeerd om een of meer onbekend gebleven personen af te persen en/of met geweld en/of bedreiging met geweld een of meer goederen van hen te stelen; 2. subsidiair op 26 augustus 2025 in Bilthoven ter voorbereiding van een afpersing in vereniging of een diefstal met geweld in vereniging opzettelijk voorwerpen en een vervoermiddel voorhanden heeft gehad; 3op 26 augustus 2025 in Bilthoven, samen met een of meer anderen, een of meer anoniem en/of onbekend gebleven personen en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling; Parketnummer 10.283979.24 1. primair (hierna: feit 4) op 2 september 2024 in Rotterdam, samen met anderen, [slachtoffer 3] heeft gegijzeld; 1. subsidiair op 2 september 2024 in Rotterdam, samen met anderen, [slachtoffer 3] van zijn vrijheid heeft beroofd; 2. ( hierna: feit 5) op 2 september 2024 in Rotterdam, samen met anderen, met geweld en/of bedreiging met geweld van [slachtoffer 3] een horloge, sierraden en telefoons heeft gestolen; Parketnummer 16.347938.24 1. hierna: feit 6) op 31 oktober 2024 in Almere een scooter van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft gestolen; 2. ( hierna: feit 7) op 31 oktober 2024 in Almere opzettelijk 2,72 gram MDMA en/of 5,5 gram cocaïne aanwezig heeft gehad; Parketnummer 16.027144.25 1. hierna: feit 8) op 25 januari 2025 in Almere, samen met anderen, met geweld en/of bedreiging met geweld van [slachtoffer 4] een portemonnee met inhoud, sleutels, een Apple watch en/of een telefoon heeft gestolen; 2. ( hierna: feit 9) op 25 januari 2025 in Almere, samen met anderen, [slachtoffer 4] heeft afgeperst; 3. ( hierna: feit 10) op 25 januari 2025 in Almere een pistool voorhanden heeft gehad. De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis. 3 Bewijs 3.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat [verdachte] de feiten 1, 2 primair, 3, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 heeft gepleegd en dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van feit 4 primair. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3. 3.2 Standpunt van de verdediging De advocaat heeft geen verweer gevoerd over het bewijs, maar zich gerefereerd aan het oordeel 3.4 Bewezenverklaring De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte] : 1 op 26 augustus 2025 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met anderen een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (naar scherpschietend) omgebouwde alarmrevolver, van het merk BBM (Bruni), model Olympic 38, kaliber .22, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 7 scherpe patronen, van het merk Federal, kaliber .22LR voorhanden heeft gehad; 2 primair op 26 augustus 2025 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer onbekend gebleven personen te dwingen tot de afgifte van een of meerdere goederen, die geheel of ten dele aan die onbekend gebleven personen en/of een derde toebehoorde(n) en/of een of meer goederen, die geheel of ten dele aan een of meer onbekend gebleven personen, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en zijn mededaders toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer onbekend gebleven personen, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren - naar het centrum van Bilthoven is gereden/vervoerd, - donkere kleding en een bivakmuts heeft aangedaan en gedragen, - een rugzak heeft gedragen, - een hamer en een vuurwapen bij zich heeft gedragen, en - met een hamer en een vuurwapen, naar de Vinkenlaan is gelopen en/of gerend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3 op 26 augustus 2025 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met een ander, een onbekend gebleven persoon en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door - een hamer en een vuurwapen te tonen, - een vuurwapen te richten op eerder genoemde personen, en - daarbij die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik waarschuw je"; 4 subsidiair op 2 september 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 3] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door - zich voor te doen als de zoon van de koper, en - die [slachtoffer 3] naar een voertuig te leiden, en - die [slachtoffer 3] onverhoeds tegen zijn wil vast te pakken en in voornoemd voertuig te trekken en/of te duwen, en - aan weerszijde van die [slachtoffer 3] in het voertuig plaats te nemen, en - enige tijd met die [slachtoffer 3] in de auto (met hoge snelheid) te rijden en - meerdere telefoons van die [slachtoffer 3] af te pakken en de simkaarten eruit te halen, en - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te zetten en te houden en daarmee op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te slaan en - fysiek geweld tegen die [slachtoffer 3] te gebruiken; 5 op 2 september 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, een horloge en meerdere sieraden en meerdere telefoons die aan [slachtoffer 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - die [slachtoffer Feit 2 primair: poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen en/of poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen. Feit 3: medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, meermalen gepleegd . Feit 4 subsidiair en feit 5: de eendaadse samenloop van het medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en van diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen. Feit 6: diefstal. Feit 7: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Feit 8 en feit 9: de eendaadse samenloop van diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen, en van afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen. Feit 10: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III. 4.2 Strafbaarheid feiten en [verdachte] De feiten en [verdachte] zijn strafbaar. 5 Straf en maatregel 5.1 Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat [verdachte] wordt veroordeeld tot: een jeugddetentie van 299 dagen, met aftrek van het voorarrest; een voorwaardelijke PIJ-maatregel, met een proeftijd van 2 jaren, en daarbij de door de Raad en SAVE geadviseerde bijzondere voorwaarden. De officier van justitie heeft geëist dat de bijzondere voorwaarden direct na de uitspraak van het vonnis ingaan (dadelijk uitvoerbaar zijn). 5.2 Standpunt van de verdediging De advocaat heeft geen strafmaatverweer gevoerd, maar aangegeven vertrouwen te hebben in het advies van de deskundigen. 5.3 Oordeel van de rechtbank De rechtbank legt aan [verdachte] op een jeugddetentie van 304 dagen, met aftrek van het voorarrest, en daarnaast een voorwaardelijke PIJ-maatregel, die dadelijk uitvoerbaar zal worden verklaard. Bij het bepalen van deze straf en maatregel houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder [verdachte] deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van [verdachte] en zijn persoonlijke omstandigheden mee. Ernst en omstandigheden van de feiten [verdachte] heeft zich, in een periode van bijna een jaar, schuldig gemaakt aan tien strafbare feiten. Hij heeft, samen met anderen, geprobeerd om een juwelier te overvallen. Hij had een vuurwapen en munitie bij zich en heeft op straat met dat vuurwapen ook anderen bedreigd. Ook heeft hij, samen met anderen, tweemaal iemand afgeperst dan wel goederen gestolen met geweld en bedreiging met geweld. In allebei de gevallen was er contact met het slachtoffer onder het mom van een zakelijke transactie, zat het slachtoffer samen met vier verdachten in een auto, is die auto weggereden, is er gedreigd met een vuurwapen en is het slachtoffer daarmee ook op het hoofd geslagen. Verder heeft [verdachte] een scooter gestolen en had hij op dat moment ook harddrugs bij zich. [verdachte] heeft met deze feiten laten zien De inzet van een voorwaardelijke PIJ-maatregel is de best denkbare manier om recidive te voorkomen, omdat binnen dat kader behandeling het best wordt gewaarborgd. De [instelling] is de uitgelezen plek voor [verdachte] om behandeling te ontvangen. De Raad adviseert om aan [verdachte] op te leggen een deels voorwaardelijke jeugddetentie, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest, en een voorwaardelijke PIJ-maatregel met daarbij de volgende bijzondere voorwaarden: meewerken aan wonen en behandeling bij de [instelling] ; bij verlof alleen naar plekken gaan die voorafgaand door de jeugdreclassering zijn goedgekeurd, in overeenstemming met de [instelling] ; na afronding van behandeling bij de [instelling] meewerken aan aanvullende behandeling, hulpverlening en/of begeleiding indien de jeugdreclassering dit nodig acht; meewerken aan begeleid wonen, indien de jeugdreclassering dit nodig acht; zich inzetten voor een zinvolle daginvulling in de vorm van school, werk en/of sport; contactverbod met de slachtoffers, met uitzondering van eventuele herstelbemiddeling; contactverbod met de medeverdachten. In een rapport van SAVE van 3 april 2026 staat dat er inmiddels een intake bij de [instelling] heeft plaatsgevonden en dat de [instelling] positief staat tegenover een plaatsing van [verdachte] . SAVE adviseert aan [verdachte] op te leggen een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke PIJ-maatregel met dezelfde voorwaarden die de Raad adviseert. Op de zitting hebben de raadsonderzoeker en jeugdreclasseerder aanvullend nog verklaard dat [verdachte] gaandeweg meer openheid heeft gegeven. Op 23 april 2026 om 14.00 uur kan hij bij de [instelling] terecht en kan direct het startgesprek plaatsvinden. [verdachte] heeft aangegeven dat hij begrijpt dat behandeling bij de [instelling] hem kan helpen en hij wil zich daar ook voor gaan inzetten. Ook de moeder van [verdachte] steunt het idee van wonen en een behandeling bij de [instelling] . Straf Alles afwegende vindt de rechtbank een jeugddetentie van 304 dagen, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Dit betekent dat [verdachte] vast blijft zitten tot het moment waarop hij naar de [instelling] kan, namelijk op 23 april 2026. PIJ-maatregel De rechtbank vindt het, net als de deskundigen, noodzakelijk dat [verdachte] wordt behandeld. Alleen door middel van behandeling kan begonnen worden met het terugdringen van de gedrags- en ontwikkelingsproblemen en alleen daarmee kan het recidiverisico worden verminderd. Dit is uiteindelijk in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [verdachte] , zijn toekomst en de maatschappij. De rechtbank stelt vast dat, gelet op de bewezenverklaring en de conclusies en adviezen van de deskundigen, aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging van de (voorwaardelijke) PIJ-maatregel is voldaan. Hieruit blijkt namelijk dat (1) bij [verdachte] sprake is van een gebrekkige ontwikkeling/ziekelijke stoornis van de geestvermogens, (2) [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige misdrijven, waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld, (3) de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de maatregel eist en (4) de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [verdachte] . Daarom zal de rechtbank de PIJ-maatregel voorwaardelijk opleggen, met daarbij de voorwaarden zoals die zijn geadviseerd door de Raad en door SAVE en met een proeftijd van twee jaren. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat, indien de voorwaardelijke PIJ-maatregel omgezet wordt in een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, deze maatregel verlengd kan worden. Aangezien [verdachte] wordt veroordeeld voor feiten die gericht zijn tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, kan de PIJ-maatregel telkens met ten hoogste twee jaar verlengd worden, tot een maximum van zeven jaar (als bedoeld in artikel 6:6:31 van 6:106 sub b BW onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. In dit geval staat vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door [verdachte] gepleegde strafbare feit. Ook volgt uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan dat [slachtoffer 4] in zijn persoon is aangetast. De gevolgen voor [slachtoffer 4] , geestelijk letsel, blijken uit de schriftelijke slachtofferverklaring. In aanmerking genomen de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. Omdat [verdachte] de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met anderen heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Anders dan de advocaat vindt de rechtbank dat de verdachten het feit samen hebben gepleegd en daarom ook samen moeten betalen. De rol of minderjarigheid van [verdachte] maakt dit niet anders. [verdachte] en zijn medeverdachten zijn ieder voor het hele toegewezen bedrag aansprakelijk. Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft [verdachte] dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij te betalen. Wettelijke rente De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 25 januari 2025 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat [verdachte] de schadevergoeding volledig heeft betaald. Proceskosten Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet [verdachte] de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en begroot de kosten daarom op nihil. Schadevergoedingsmaatregel De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan [verdachte] op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij [verdachte] hoeft te incasseren, maar de Staat dit voor hem doet. De rechtbank bepaalt daarom dat [verdachte] een bedrag van € 1.100,- aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2025 (datum ontstaan schade) tot de dag dat [verdachte] het volledige bedrag heeft betaald. Geen gijzeling Als een verdachte niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast. Vanwege de jonge leeftijd van [verdachte] vindt de rechtbank het echter niet passend om gijzeling aan de schadevergoedingsmaatregel te verbinden. De rechtbank bepaalt daarom dat geen gijzeling zal worden toegepast. [verdachte] mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen. 8 Toegepaste wetsartikelen De opgelegde straf en maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen: artikelen 36b, 36c, 36d, 36f, 45, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77s, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 282, 285, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht; artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie; artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. 9 De beslissing De rechtbank: vrijspraak - verklaart feit 4 primair niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij; bewezenverklaring verklaart bewezen dat [verdachte] de feiten 1, 2 primair, 3, 4 subsidiair, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven; verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij; strafbaarheid feit verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in p n aan het verkeer: 1 STK wapen (omschrijving: PL0900-2025288925-G3579448, Olympic 38, parketnummer 16.228549-25); 7 STK munitie (omschrijving: PL0900-2025288925-3579452, kogelpatronen, parketnummer 16.228549-25); 1 STK patroon (omschrijving: PL0900-2025026041-G3472608, parketnummer 16.027144.25); 1 STK pistool (omschrijving: PL0900-2025026041-G3472606, parketnummer 16.027144.25); 1 STK schroevendraaier (omschrijving: PL0900-2024346478-3429258, parketnummer 16.347938.24); 1 STK hamer (omschrijving: PL0900-2024346478-3429256, parketnummer 16.347938.24); 3 STK schroef (omschrijving: PL0900-2024346478-3429265, parketnummer 16.347938.24); 1 STK schroefmachine (omschrijving: PL0900-2024346478-3429953, parketnummer 16.347938.24); vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 4] (feiten 8 en 9) wijst de vordering van [slachtoffer 4] geheel toe tot een bedrag van € 1.100,00, bestaande uit een vergoeding voor immateriële schade; veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2025 tot de dag van volledige betaling; veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd; veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; legt aan [verdachte] de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat € 1.100,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 0 (nul) dagen gijzeling; bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed; voorlopige hechtenis - in parketnummer 16.228549.25: heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het moment waarop [verdachte] aankomt bij de [instelling] , forensische jeugd- en orthopsychiatrie aan de [adres] , [woonplaats] , op 23 april 2026, in elk geval om 14.00 uur; - in parketnummers 10.283979.24 en 16.027144.25: heft op de geschorste bevelen tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. R.B. Eigeman en mr. J.T. Pouw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026. De voorzitter, de jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I: De tenlasteleggingen Aan [verdachte] is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging onder parketnummer 16.228549.25, ten laste gelegd dat: Parketnummer 16.228549.25 1 hij op of omstreeks 26 augustus 2025 te Bilthoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (naar scherpschietend) omgebouwd alarmrevolver, van het merk BBM (Bruni), model Olympic 38, kaliber .22, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 7 scherpe patronen, van het merk Federal, kaliber .22LR voorhanden heeft gehad; 2 hij op of omstreeks 26 augustus 2025 te Bilthoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een of meer onbekend gebleven personen te dwingen tot de afgifte van een of meerdere goederen, - naar het centrum van Bilthoven is gereden/vervoerd, - donkere kleding en/of een bivakmuts, althans gezicht bedekkende kleding, heeft aangedaan en/of gedragen, - een rugzak heeft gedragen, - een hamer en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, bij zich heeft gedragen, en/of - met een hamer en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, naar de Vinkenlaan, in elk geval een winkelstraat, is gelopen en/of gerend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 26 augustus 2025 te Bilthoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten een afpersing in vereniging (artikelen 317 Wetboek van Strafrecht) of een diefstal met geweld in vereniging (artikel 312 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk voorwerpen en een vervoermiddel, te weten - een personenauto (geschikt om te vluchten en/of om de buit te vervoeren), - donkere kleding en/of een bivakmuts, althans gezicht bedekkende kleding (geschikt om de identiteit te verhullen), - een rugzak (geschikt om de buit te vervoeren), - een hamer (geschikt om te dreigen en/of te verwonden), en/of - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp (geschikt om te dreigen en/of te verwonden), bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad; 3 hij op of omstreeks 26 augustus 2025 te Bilthoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere anoniem en/of onbekend gebleven personen en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door - een hamer en/of een vuurwapen, althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen, - een vuurwapen, althans een vuurwapen gelijkend voorwerp, te richten op eerder genoemde personen, en/of - ( daarbij) die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "ik waarschuw je", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; Parketnummer 10.283979.24 1 hij, op of omstreeks 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 3] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door - zich voor te doen als de zoon en/of vertegenwoordigers van de koper, en/of - die [slachtoffer 3] naar een voertuig te leiden, en/of - die [slachtoffer 3] (onverhoeds) (tegen zijn wil in) vast te pakken en/of in voornoemd voertuig te trekken en/of te duwen, en/of - aan weerszijde van die [slachtoffer 3] in het voertuig plaats te nemen, en/of - enige tijd met die [slachtoffer 3] in de auto (met hoge snelheid) te rijden en/of - een of meerdere telefoon(s) van die [slachtoffer 3] af te pakken en/of de simkaart(en) eruit te halen, en/of - een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] ) te slaan/ stompen, en/of - fysiek geweld tegen die [slachtoffer 3] te gebruiken, met het oogmerk een ander, te weten [slachtoffer 3] , te dwingen iets te doen of niet te doen, te weten het betalen/het overhandigen van een geldbedrag (50.000 euro) aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of het afleveren van de machines in Suriname aan verdachte en/of zijn mededader(s); subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij, op of omstreeks 2 september 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 3] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door - zich Parketnummer 16.347938.24 1 hij op of omstreeks 31 oktober 2024 te Almere een scooter (met kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 2 hij op of omstreeks 31 oktober 2024 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 2,72 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of - ongeveer 5,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en/of cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Parketnummer 16.027144.25 1 hij op of omstreeks 25 januari 2025 te Almere tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een portemonnee (met inhoud), sleutels, een Apple watch en/of een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door: - achterin de auto van die [slachtoffer 4] te gaan zitten, en/of - die [slachtoffer 4] naar verschillende locaties te laten rijden, en/of - een of meerdere vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp op/tegen de schouder, althans het lichaam, van die [slachtoffer 4] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] ) te slaan en/of te richten, en/of - ( daarbij) te roepen dat ze pas weggaan als die [slachtoffer 4] aan hen 5000 euro zou geven - de telefoon, de Apple watch, de portemonnee (met inhoud) en/of de sleutels af te pakken, en/of - dit te filmen; 2 hij op of omstreeks 25 januari 2025 te Almere tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pincode, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 4] en/of een derde toebehoorde(n) door: - achterin de auto van die [slachtoffer 4] te gaan zitten, en/of - die [slachtoffer 4] naar verschillende locaties te laten rijden, en/of - een of meerdere vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s) gelijkend voorwerp op/tegen de schouder, althans het lichaam, van die [slachtoffer 4] te zetten en/of te houden en/of (daarmee) (op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] ) te slaan en/of te richten, en/of - ( daarbij) te roepen dat ze pas weggaan als die [slachtoffer 4] aan hen 5000 euro zou geven en/of om zijn pincode hebben gevraagd, en/of - dit te filmen; 3 hij op of omstreeks 25 januari 2025 te Almere een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Blow, type TR17, kaliber 7.65 mmBrc zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad. Bijlage II: De bewijsmiddelen Bewijsmiddelen in parketnummer 16.228549.25 Feit 1 (wapen- en munitiebezit) de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 7 april 2026; een proces-verbaal van bevindingen van 27 augustus 2025, p. 55 t/m 58; een proces-verbaal van bevindingen van 20 oktober 2025, p. 222 t/m 225, waar het goednummers 1 en 3 betreft; Feit 2 (poging overval) de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 7 april 2026; een proces-verbaal van bevindingen van 5 september 2025, p. 91 t/m 99; Feit 3 (b Ik liep naar de locatie waar ik dit goudkleurig pakketje zag neerkomen en zag dat het een bol was, gewikkeld in goudkleurig papier. Ik pakte het op en zag dat er in de bol kleine bolletjes zaten. Een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van 5 november 2024, p. 48 t/m 50 Uniek Voorwerp Nummer: AASF3065NL Bolletje met beige brok Nettogewicht: 4,86 gram Resultaat: positief voor cocaïne Uniek Voorwerp Nummer: AASF3064NLGroene tabletten, 5Nettogewicht: 2,72 gramResultaat: positief voor MDMA Een rapport NFiDENT van het NFI van 5 november 2024, p. 51 Kenmerk: AASF3065NL Conclusie: bevat cocaïne. Een rapport NFiDENT van het NFI van 4 november 2024, p. 52 Kenmerk: AASF3064NL Conclusie: bevat MDMA. Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 31 oktober 2024, p. 64 en 65 In de gripzak zaten XTC pillen. De goudkleurige bol had ik van een vriend gekregen. Hij gaf mij de gripzak en gouden bol. Voor het gripzakje heb ik betaald. Bewijsmiddelen in parketnummer 16.027144.25 Feiten 8 (diefstal met geweld) en 9 (afpersing) de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 7 april 2026; een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] van 25 januari 2025, p. 10 t/m 11 en 13 t/m 17 (PV VGL); een proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2025, p. 10 (PV RDK). Feit 10 (wapenbezit) de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 7 april 2026; een proces-verbaal van bevindingen van 25 januari 2025, p. 37 t/m 38 (PV VGL); een proces-verbaal van forensisch onderzoek plaats delict (Spoordreef Almere), p. 17 (forensisch dossier); een rapport Forensisch DNA-onderzoek door Eurofins van 28 juli 2025, p. 3; een proces-verbaal van bevindingen van 10 maart 2025, p. 17 (aanvullend raadkamer PV). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer MD3R025091 / 3DR25HAVEN, doorgenummerd pagina’s 1 tot en met 233. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer RT4R024130 / 2024291769, doorgenummerd pagina’s 1 t/m 216. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024346852, doorgenummerd pagina’s 1 t/m 70. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer MD2R025012 / MD2R025012 NOOD, doorgenummerd pagina’s 1 t/m 146 (PV VGL), 1 t/m 46 (PV RDK), 1-26 (aanvullend raadkamer PV), 1-91 (voorlopig einddossier) en 1-100 (forensisch dossier) . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het g