Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-07
ECLI:NL:RBMNE:2026:1648
Civiel recht
Beschikking
4,063 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1648 text/xml public 2026-04-29T10:23:19 2026-04-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-07 12110889 \ ME VERZ 26-28 Uitspraak Beschikking NL Almere Civiel recht Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0639 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1648 text/html public 2026-04-21T13:32:46 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1648 Rechtbank Midden-Nederland , 07-04-2026 / 12110889 \ ME VERZ 26-28 verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst, h-grond, afwijzing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer / rekestnummer: 12110889 \ ME VERZ 26-28 Beschikking van 7 april 2026 in de zaak van de stichting [verzoeker] , gevestigd in [vestigingsplaats] , verzoekende partij, verwerende partij in de (voorwaardelijke) tegenverzoeken, hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: mr. J.W. Janse-Velema, advocaat te Woerden, tegen [verweerder] , wonend in [woonplaats] , verwerende partij, verzoekende partij in de (voorwaardelijke) tegenverzoeken, hierna te noemen: [verweerder] , gemachtigde: mr. L. Koot, werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand. 1 De procedure 1.1 De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen: - het verzoekschrift van [verzoeker] met 18 producties; - het verweerschrift van [verweerder] met (voorwaardelijke) tegenverzoeken en 11 producties; - aanvullende producties 19 en 20 van [verzoeker] . 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Namens [verzoeker] zijn mevrouw [A] (bestuurder) en mevrouw [B] (HR-manager) verschenen, bijgestaan door mr. Janse-Velema. [verweerder] is verschenen, bijgestaan door mr. Koot. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat besproken is met partijen. Beide gemachtigden hebben de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen. 1.3 De kantonrechter heeft bepaald dat uiterlijk 17 april 2026 uitspraak zal worden gedaan. 2 De beoordeling Waar gaat deze zaak over? 2.1 [verzoeker] verzorgt gespecialiseerd onderwijs. [verweerder] is op 1 augustus 2024 in dienst getreden bij [verzoeker] als onderwijsassistent B. Per 1 februari 2025 is [verweerder] , nadat zij met goed gevolg een geschiktheidsonderzoek had doorlopen, benoemd tot onbevoegd leraar met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van twee jaar in verband met een tweejarig opleidingstraject om haar bevoegdheid voor het primair basisonderwijs te behalen (hierna: het opleidingstraject). [verzoeker] vraagt in deze procedure om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] , die nog tot en met 31 januari 2027 duurt, te ontbinden. [verweerder] is het daar niet mee eens. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] onder andere om toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding. De beslissing van de kantonrechter 2.2 De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek van [verzoeker] af. [verzoeker] wordt in de proceskosten veroordeeld. Hierna wordt uitgelegd waarom. 2.3 De kantonrechter kan de arbeidsovereenkomst ontbinden wanneer sprake is van een redelijke grond en herplaatsing van [verweerder] niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Uit artikel 7:671b lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) volgt verder dat een verzoek tot ontbinding slechts kan worden ingewilligd indien er geen opzegverbod geldt als bedoeld in artikel 7:670 BW of een met deze opzegverboden naar aard en strekking vergelijkbaar opzegverbod in een ander wettelijk voorschrift geldt. In deze zaak is niet gebleken of komen vast te staan dat er sprake is van een opzegverbod. 2.4 De wet noemt in artikel 7:669 lid 3 BW onder de letters a tot en met i een aantal redelijke gronden voor ontbinding. [verzoeker] legt de h-grond aan haar verzoek tot ontbinding ten grondslag. De h-grond geldt als een zogenoemde ‘vangnetbepaling’ voor omstandigheden die niet vallen onder de andere ontslaggronden, maar die wel van dien aard zijn van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. 2.5 [verzoeker] stelt dat [verweerder] haar functie van niet meer mag vervullen omdat [verweerder] in april 2025 is gestopt met het opleidingstraject. Volgens [verzoeker] is de arbeidsovereenkomst daarom inhoudsloos geworden. [verzoeker] heeft in april 2025 met [verweerder] besproken dat het opleidingstraject zou stoppen omdat zij geen vertrouwen had in een goede afloop, althans niet binnen het speciaal onderwijs (waar [verzoeker] zich toe beperkt). Volgens [verzoeker] was er sprake van een mismatch tussen [verweerder] en de leerlingen. Kort na een gesprek hierover met [verweerder] op 8 april 2025, is [verweerder] circa vier maanden uitgevallen wegens het overlijden van haar moeder en arbeidsongeschiktheid. In de tussentijd is het opleidingstraject met [verweerder] beëindigd en hierna heeft [verzoeker] [verweerder] de tijd gegeven om ander werk te vinden. 2.6 Ter zitting heeft [verzoeker] desgevraagd verklaard dat ook zonder de uitval van [verweerder] het opleidingstraject zou zijn beëindigd. Zij heeft aangevoerd dat [verweerder] met die beëindiging heeft ingestemd in het gesprek van 8 april 2025. Dat [verweerder] daarmee heeft ingestemd (en daaraan gehouden kan worden) is de kantonrechter niet gebleken. Uit hetgeen ook namens [verzoeker] op zitting daarover is verklaard, leidt de kantonrechter af dat [verweerder] het over zich heen heeft laten komen en heeft meebewogen, maar niet dat zij heeft ingestemd met de conclusie dat zij ongeschikt zou zijn voor het speciaal onderwijs en haar opleiding moest beëindigen. Dat [verweerder] ongeschikt was voor het speciaal onderwijs heeft [verzoeker] naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. [verweerder] was nog maar net begonnen met het opleidingstraject. Uit het dossier blijkt weliswaar dat er onzekerheden waren in de periode voorafgaand aan het geschiktheidsonderzoek, maar als die zo groot waren dan had [verzoeker] geen nieuwe arbeidsovereenkomst met haar moeten sluiten en het opleidingstraject niet moeten opstarten. [verzoeker] heeft van de periode na de start van het opleidingstraject slechts één incident van 11 maart 2025 benoemd waaruit die ongeschiktheid zou moeten blijken. [verweerder] zou toen een getraumatiseerd kind hebben gedwongen haar bij de begroeting een hand te geven, hetgeen [verweerder] ontkent. Ook als de lezing van [verzoeker] juist is, is dat nog onvoldoende om te concluderen dat een vruchtbaar opleidingstraject voor [verweerder] niet mogelijk is. 2.7 De uitval is ook onvoldoende om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. [verzoeker] wijst er op dat [verweerder] vanwege de uitval het lopende traject moest beëindigen en eventueel opnieuw met het traject moe(s)t beginnen, zodat het niet voor de einddatum van het dienstverband (31 januari 2027) kon en kan worden afgerond. [verzoeker] stelt dat zij [verweerder] vanwege de ketenregeling na 31 januari 2027 geen tijdelijk dienstverband meer geven en dat het haar niet is toegestaan om een onbevoegde docent een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te geven. 2.8 De kantonrechter overweegt dat een hernieuwde start van het opleidingstraject zou betekenen dat de arbeidsovereenkomst eerder eindigt dan het opleidingstraject. Dat is in de eerste plaats een probleem voor [verweerder] , maar maakt de arbeidsovereenkomst (bij het herstarten van het traject) niet inhoudsloos. [verzoeker] vreest dat de Inspectie mogelijk niet toestaat dat [verweerder] als onbevoegd docent werkt als zij niet voor de hele duur van de opleiding een arbeidsovereenkomst (voor bepaalde tijd) heeft, maar deze vrees is niet nader onderbouwd. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst niet wordt ontbonden op de h-grond. 2.9 [verzoeker] heeft aan het slot van de mondelinge behandeling nog naar voren gebracht dat inmiddels sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. Hoewel een ambtshalve aanvulling van de ontslaggronden mogelijk is, zal de kantonrechter hiertoe in het onderhavige geval niet overgaan. Voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond is nodig dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam is verstoord.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1648 text/xml public 2026-04-29T10:23:19 2026-04-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-07 12110889 \ ME VERZ 26-28 Uitspraak Beschikking NL Almere Civiel recht Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0639 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1648 text/html public 2026-04-21T13:32:46 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1648 Rechtbank Midden-Nederland , 07-04-2026 / 12110889 \ ME VERZ 26-28 verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst, h-grond, afwijzing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer / rekestnummer: 12110889 \ ME VERZ 26-28 Beschikking van 7 april 2026 in de zaak van de stichting [verzoeker] , gevestigd in [vestigingsplaats] , verzoekende partij, verwerende partij in de (voorwaardelijke) tegenverzoeken, hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: mr. J.W. Janse-Velema, advocaat te Woerden, tegen [verweerder] , wonend in [woonplaats] , verwerende partij, verzoekende partij in de (voorwaardelijke) tegenverzoeken, hierna te noemen: [verweerder] , gemachtigde: mr. L. Koot, werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand. 1 De procedure 1.1 De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen: - het verzoekschrift van [verzoeker] met 18 producties; - het verweerschrift van [verweerder] met (voorwaardelijke) tegenverzoeken en 11 producties; - aanvullende producties 19 en 20 van [verzoeker] . 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026. Namens [verzoeker] zijn mevrouw [A] (bestuurder) en mevrouw [B] (HR-manager) verschenen, bijgestaan door mr. Janse-Velema. [verweerder] is verschenen, bijgestaan door mr. Koot. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat besproken is met partijen. Beide gemachtigden hebben de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen. 1.3 De kantonrechter heeft bepaald dat uiterlijk 17 april 2026 uitspraak zal worden gedaan. 2 De beoordeling Waar gaat deze zaak over? 2.1 [verzoeker] verzorgt gespecialiseerd onderwijs. [verweerder] is op 1 augustus 2024 in dienst getreden bij [verzoeker] als onderwijsassistent B. Per 1 februari 2025 is [verweerder] , nadat zij met goed gevolg een geschiktheidsonderzoek had doorlopen, benoemd tot onbevoegd leraar met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van twee jaar in verband met een tweejarig opleidingstraject om haar bevoegdheid voor het primair basisonderwijs te behalen (hierna: het opleidingstraject). [verzoeker] vraagt in deze procedure om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] , die nog tot en met 31 januari 2027 duurt, te ontbinden. [verweerder] is het daar niet mee eens. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] onder andere om toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding. De beslissing van de kantonrechter 2.2 De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek van [verzoeker] af. [verzoeker] wordt in de proceskosten veroordeeld. Hierna wordt uitgelegd waarom. 2.3 De kantonrechter kan de arbeidsovereenkomst ontbinden wanneer sprake is van een redelijke grond en herplaatsing van [verweerder] niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Uit artikel 7:671b lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) volgt verder dat een verzoek tot ontbinding slechts kan worden ingewilligd indien er geen opzegverbod geldt als bedoeld in artikel 7:670 BW of een met deze opzegverboden naar aard en strekking vergelijkbaar opzegverbod in een ander wettelijk voorschrift geldt. In deze zaak is niet gebleken of komen vast te staan dat er sprake is van een opzegverbod. 2.4 De wet noemt in artikel 7:669 lid 3 BW onder de letters a tot en met i een aantal redelijke gronden voor ontbinding. [verzoeker] legt de h-grond aan haar verzoek tot ontbinding ten grondslag. De h-grond geldt als een zogenoemde ‘vangnetbepaling’ voor omstandigheden die niet vallen onder de andere ontslaggronden, maar die wel van dien aard zijn van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. 2.5 [verzoeker] stelt dat [verweerder] haar functie van niet meer mag vervullen omdat [verweerder] in april 2025 is gestopt met het opleidingstraject. Volgens [verzoeker] is de arbeidsovereenkomst daarom inhoudsloos geworden. [verzoeker] heeft in april 2025 met [verweerder] besproken dat het opleidingstraject zou stoppen omdat zij geen vertrouwen had in een goede afloop, althans niet binnen het speciaal onderwijs (waar [verzoeker] zich toe beperkt). Volgens [verzoeker] was er sprake van een mismatch tussen [verweerder] en de leerlingen. Kort na een gesprek hierover met [verweerder] op 8 april 2025, is [verweerder] circa vier maanden uitgevallen wegens het overlijden van haar moeder en arbeidsongeschiktheid. In de tussentijd is het opleidingstraject met [verweerder] beëindigd en hierna heeft [verzoeker] [verweerder] de tijd gegeven om ander werk te vinden. 2.6 Ter zitting heeft [verzoeker] desgevraagd verklaard dat ook zonder de uitval van [verweerder] het opleidingstraject zou zijn beëindigd. Zij heeft aangevoerd dat [verweerder] met die beëindiging heeft ingestemd in het gesprek van 8 april 2025. Dat [verweerder] daarmee heeft ingestemd (en daaraan gehouden kan worden) is de kantonrechter niet gebleken. Uit hetgeen ook namens [verzoeker] op zitting daarover is verklaard, leidt de kantonrechter af dat [verweerder] het over zich heen heeft laten komen en heeft meebewogen, maar niet dat zij heeft ingestemd met de conclusie dat zij ongeschikt zou zijn voor het speciaal onderwijs en haar opleiding moest beëindigen. Dat [verweerder] ongeschikt was voor het speciaal onderwijs heeft [verzoeker] naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. [verweerder] was nog maar net begonnen met het opleidingstraject. Uit het dossier blijkt weliswaar dat er onzekerheden waren in de periode voorafgaand aan het geschiktheidsonderzoek, maar als die zo groot waren dan had [verzoeker] geen nieuwe arbeidsovereenkomst met haar moeten sluiten en het opleidingstraject niet moeten opstarten. [verzoeker] heeft van de periode na de start van het opleidingstraject slechts één incident van 11 maart 2025 benoemd waaruit die ongeschiktheid zou moeten blijken. [verweerder] zou toen een getraumatiseerd kind hebben gedwongen haar bij de begroeting een hand te geven, hetgeen [verweerder] ontkent. Ook als de lezing van [verzoeker] juist is, is dat nog onvoldoende om te concluderen dat een vruchtbaar opleidingstraject voor [verweerder] niet mogelijk is. 2.7 De uitval is ook onvoldoende om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. [verzoeker] wijst er op dat [verweerder] vanwege de uitval het lopende traject moest beëindigen en eventueel opnieuw met het traject moe(s)t beginnen, zodat het niet voor de einddatum van het dienstverband (31 januari 2027) kon en kan worden afgerond. [verzoeker] stelt dat zij [verweerder] vanwege de ketenregeling na 31 januari 2027 geen tijdelijk dienstverband meer geven en dat het haar niet is toegestaan om een onbevoegde docent een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te geven. 2.8 De kantonrechter overweegt dat een hernieuwde start van het opleidingstraject zou betekenen dat de arbeidsovereenkomst eerder eindigt dan het opleidingstraject. Dat is in de eerste plaats een probleem voor [verweerder] , maar maakt de arbeidsovereenkomst (bij het herstarten van het traject) niet inhoudsloos. [verzoeker] vreest dat de Inspectie mogelijk niet toestaat dat [verweerder] als onbevoegd docent werkt als zij niet voor de hele duur van de opleiding een arbeidsovereenkomst (voor bepaalde tijd) heeft, maar deze vrees is niet nader onderbouwd. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst niet wordt ontbonden op de h-grond. 2.9 [verzoeker] heeft aan het slot van de mondelinge behandeling nog naar voren gebracht dat inmiddels sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. Hoewel een ambtshalve aanvulling van de ontslaggronden mogelijk is, zal de kantonrechter hiertoe in het onderhavige geval niet overgaan. Voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond is nodig dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam is verstoord.