Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-13
ECLI:NL:RBMNE:2026:1636
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht zittingsplaats Utrecht zaaknummer: 11248739 MM VERZ 24-1909 CJIB-nummer: 259236466 beslissing van de kantonrechter van 13 april 2026 en proces-verbaal van de zitting van 30 maart 2026 inzake [betrokkene] uit [plaats] , hierna te noemen: de betrokkene Inleiding Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 160,00, omdat op 7 juli 2023 in Almere is geconstateerd dat de kentekenplaat van zijn auto niet aan de eisen voldoet (feitcode K405). De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 30 maart 2026. De betrokkene was vanwege andere verplichtingen niet aanwezig. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig. De kantonrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan. Beoordeling door de kantonrechter 1. De betrokkene wijst er allereerst op dat er geen enkele reden om hem staande te houden, behalve dat hij in een oude auto reed. 2. De kantonrechter overweegt daarover dat iedere auto die op de weg rijdt in het kader van een verkeerscontrole staande kan worden gehouden. De grondslag daarvoor is artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994. Er is geen bijzondere reden nodig voor de staandehouding, maar de omstandigheid dat iemand in een oude auto rijdt kan inderdaad een reden zijn dat juist die auto geselecteerd wordt voor de controle. De staandehouding was dus niet onrechtmatig. 3. Deze zaak gaat verder over de vraag of het terecht is dat de betrokkene een boete heeft gekregen, omdat hij op de kentekenplaten van zijn auto een sticker met de Nederlandse leeuw had geplakt, precies over de Europese vlag. 4. Iedere auto moet kentekenplaten hebben, die behoorlijk zichtbaar zijn. Dat volgt uit artikel 40, eerste lid, van de Wegenverkeerswet. De kentekenplaten moeten verder voldoen aan de eisen die staan in de Regeling kentekens en kentekenplaten. Een van die eisen is dat de kentekenplaat is voorzien van het Europese embleem en de landenindicator, overeenkomstig de voorschreven modellen. Dit houdt in dat kentekenplaten aan de linkerzijde zijn voorzien van een Europese vlag met daaronder de landcode NL. 5. Partijen zijn het erover eens dat de kentekenplaten van de betrokkene niet aan deze eisen voldeden, vanwege de stickers die hij op de kentekenplaten had geplakt. De betrokkene vindt het niet terecht dat hij hiervoor een boete heeft gekregen. Hij wijst erop dat zijn vaderlandslievendheid wordt afgestraft en dat hij wordt gedwongen om meer te houden van de Europese Unie dan van zijn eigen land. Hij beroept zich op zijn godsdienstvrijheid, omdat het logo op de vlag van de Europese Unie onder andere de Grieks-Romeinse god van de zee Poseidon of Neptunus symboliseert en daarmee volgens hem een profane uiting is. 6. De kantonrechter vult de rechtsgronden aan en overweegt dat de betrokkene zich beroept op zijn vrijheid van meningsuiting: met de afbeelding van de Nederlandse leeuw geplakt over de Europese vlag wil hij laten zien dat hij Nederland belangrijker vindt dan de Europese Unie. De vrijheid van meningsuiting wordt beschermd door artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De Regeling kentekens en kentekenplaten en de daarop gebaseerde boete vormen een beperking van de vrijheid van meningsuiting van de betrokkene, als eigenaar van een auto. De kentekenplaten moeten op de auto aanwezig zijn en er mogen geen wijzigingen op worden aangebracht, zodat het deel van de auto waar de kentekenplaten zich moeten bevinden niet kan worden gebruikt om een mening te uiten. 7. De Regeling kentekens en kentekenplaten is echter niet in strijd met de grondrechten van de betrokkene. De regels over kentekens maken het namelijk niet onmoge