Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-02
ECLI:NL:RBMNE:2026:1584
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,127 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1584 text/xml public 2026-05-04T13:53:20 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-02 UTR 25/298 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1584 text/html public 2026-05-04T13:52:49 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1584 Rechtbank Midden-Nederland , 02-04-2026 / UTR 25/298 Toeslagen, herbeoordeling kinderopvangtoeslag. Weigering toekennen compensatie. Geen aanknopingspunten dat verweerder vooringenomen heeft gehandeld. Geen aanknopingspunten dat een persoonlijke betalingsregeling is geweigerd vanwege een OG/S-kwalificatie. Het beroep is ongegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/298 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] (België), eiseres, (gemachtigde: mr. L.L. Ross), en Dienst Toeslagen, (gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ). Procesverloop 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering van Dienst Toeslagen om compensatie toe te kennen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). 1.1. Eiseres heeft zich aangemeld voor een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2006, 2007, 2008 en 2009. Dienst Toeslagen heeft op 17 april 2021 (de eerste toets) laten weten geen reden te zien om eiseres € 30.000 terug te betalen. Met het besluit van 16 februari 2023 heeft Dienst Toeslagen de situatie opnieuw bekeken en besloten dat eiseres geen recht heeft op een vergoeding. Eiseres is daartegen in bezwaar gegaan. 1.2. Dienst Toeslagen heeft op 3 december 2024 een beslissing genomen op het bezwaar (dit is het bestreden besluit). Het bezwaar is ongegrond. 1.3. Eiseres is het daar niet mee eens en heeft beroep ingesteld. 1.4. Dienst Toeslagen heeft gereageerd met een verweerschrift. 1.5. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde, en de gemachtigden van Dienst Toeslagen. Feiten en omstandigheden 2. Eiseres heeft kinderopvangtoeslag aangevraagd voor haar zoon. Eiseres heeft zich op 27 januari 2021 bij Dienst Toeslagen gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om herbeoordeling van de jaren 2006, 2007, 2008 en 2009. Eiseres is in het verleden gastouder geweest, ook voor haar zoon, en ontving kinderopvangtoeslag voor de opvang van haar eigen zoon. 3. Dienst Toeslagen heeft, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie, in het bestreden besluit geconcludeerd dat eiseres geen recht heeft op compensatie. De toekenning van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2006 tot en met 2009 is gebaseerd op door eiseres of de kinderopvanginstelling overgelegde gegevens en wijzigingen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat er bij de toekenning, aanpassing en terugvordering van de kinderopvangtoeslag over deze jaren sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid. Ook zijn de bijstellingen over de jaren 2006 tot en met 2009 conform de wet uitgevoerd. Deze bijstellingen maken dat ook geen sprake is van hardheid. Eiseres heeft daar ook geen andere omstandigheden aangedragen die maken dat wel sprake was van hardheid, aldus dit besluit. Beoordeling door de rechtbank 4. De rechtbank beoordeelt of Dienst Toeslagen de compensatie op grond van de Wht heeft mogen weigeren. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 4.1. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het toetsingskader 5. De rechtbank stelt voorop dat de Wht verschillende compensatietrajecten kent. De Wht bevat onder meer een (deels forfaitaire) compensatie voor een aantal limitatief opgesomde schadeposten. Een compensatie wordt in twee situaties aan een gedupeerde toegekend: als de gedupeerde schade heeft geleden doordat bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van Dienst Toeslagen of doordat de toepassing van relevante wetgeving bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit hardheid van de toepassing die destijds aan het wettelijk systeem werd gegeven. 5.1. Een aantal aspecten kunnen duiden op institutionele vooringenomenheid, waaronder: 1) collectieve stopzetting zonder een voorafgaande individuele beoordeling die dit rechtvaardigde, 2) het breed uitvragen van bewijsstukken over een of meerdere jaren, 3) zero-tolerance-onderzoek naar fouten, 4) het niet nader uitvragen van informatie bij gebleken tekortkomingen in de door de ouder verstrekte bewijsstukken en 5) het afwijzen of reduceren van de aanspraak op kinderopvangtoeslag bij de minste of geringste onregelmatigheid in de door de ouder verstrekte bewijsstukken. Ieder aspect afzonderlijk hoeft niet noodzakelijkerwijs te duiden op institutionele vooringenomenheid, maar het ontbreken van een van deze aspecten wijst niet direct op de afwezigheid daarvan. Er kunnen ook nog aanvullende aanwijzingen zijn van institutionele vooringenomenheid. 5.2. Een voorwaarde voor de toekenning van compensatie is dat de gedupeerde schade heeft geleden als gevolg van de institutionele vooringenomenheid (of van de hardheid). Het kan hierbij zowel om materiële als om immateriële schade gaan. Als de institutionele vooringenomenheid heeft geleid tot een terugvordering van kinderopvangtoeslag of tot stopzetting van de voorschotverlening van kinderopvangtoeslag, wordt aangenomen dat sprake is geweest van schade. 5.3. In de totstandkomingsgeschiedenis van de Wht zijn verder een aantal voorbeelden gegeven wanneer wel en geen sprake is van hardheid van het stelsel. Ook is hierin gesteld dat de financiële situatie of financiële problemen van een belanghebbende, die terugbetaling van toeslagen verhinderden, in het algemeen niet zullen leiden tot de conclusie dat diegene gedupeerd is door hardheid van het stelsel. Voor deze situatie bestaat de mogelijkheid van een (persoonlijke) betalingsregeling. 5.4. Verder is in artikel 2.6 van de Wht bepaald dat de Dienst Toeslagen aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag op aanvraag een O/GS-tegemoetkoming toekent indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard, omdat aan hem geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld (OG/S-kwalificatie) van hemzelf of zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de kinderopvangtoeslag. Vooringenomen handelen in de jaren 2007 tot en met 2009 6. Eiseres stelt dat zij in 2007 door een medewerker van de Belastingdienst telefonisch is aangezet om de toeslag van haar zoon stop te zetten. Eiseres heeft veel druk ervaren in dit telefoongesprek. Primair neemt zij daarom het standpunt in dat zij is gedwongen om de toeslag stop te zetten en dat daarmee vooringenomen is gehandeld. Het is lastig voor eiseres om bewijs te verzamelen, omdat zij niet over opnames of verslagen van het telefoongesprek beschikt. 7. Niet in geschil is dat eiseres de kinderopvangtoeslag op 10 oktober 2007 per 1 oktober 2007 heeft stopgezet. Vervolgens is desondanks de kinderopvangtoeslag voor 2008 automatisch gecontinueerd en dat geldt ook voor het jaar 2009. Pas bij voorschotbeschikking van 9 oktober 2009 is het voorschot vanwege de stopzetting per 1 oktober 2007 voor de toeslagjaren 2008 en 2009 op nihil gesteld. Uit de verrekenoverzichten in het dossier volgt dat de ten onrechte uitbetaalde voorschotten zijn verrekend met toeslagen en belastingen in de daaropvolgende jaren. 8. De rechtbank is van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn dat eiseres in de betreffende toeslagjaren vooringenomen is behandeld.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1584 text/xml public 2026-05-04T13:53:20 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-02 UTR 25/298 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1584 text/html public 2026-05-04T13:52:49 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1584 Rechtbank Midden-Nederland , 02-04-2026 / UTR 25/298 Toeslagen, herbeoordeling kinderopvangtoeslag. Weigering toekennen compensatie. Geen aanknopingspunten dat verweerder vooringenomen heeft gehandeld. Geen aanknopingspunten dat een persoonlijke betalingsregeling is geweigerd vanwege een OG/S-kwalificatie. Het beroep is ongegrond. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/298 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] (België), eiseres, (gemachtigde: mr. L.L. Ross), en Dienst Toeslagen, (gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ). Procesverloop 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering van Dienst Toeslagen om compensatie toe te kennen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). 1.1. Eiseres heeft zich aangemeld voor een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2006, 2007, 2008 en 2009. Dienst Toeslagen heeft op 17 april 2021 (de eerste toets) laten weten geen reden te zien om eiseres € 30.000 terug te betalen. Met het besluit van 16 februari 2023 heeft Dienst Toeslagen de situatie opnieuw bekeken en besloten dat eiseres geen recht heeft op een vergoeding. Eiseres is daartegen in bezwaar gegaan. 1.2. Dienst Toeslagen heeft op 3 december 2024 een beslissing genomen op het bezwaar (dit is het bestreden besluit). Het bezwaar is ongegrond. 1.3. Eiseres is het daar niet mee eens en heeft beroep ingesteld. 1.4. Dienst Toeslagen heeft gereageerd met een verweerschrift. 1.5. De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde, en de gemachtigden van Dienst Toeslagen. Feiten en omstandigheden 2. Eiseres heeft kinderopvangtoeslag aangevraagd voor haar zoon. Eiseres heeft zich op 27 januari 2021 bij Dienst Toeslagen gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om herbeoordeling van de jaren 2006, 2007, 2008 en 2009. Eiseres is in het verleden gastouder geweest, ook voor haar zoon, en ontving kinderopvangtoeslag voor de opvang van haar eigen zoon. 3. Dienst Toeslagen heeft, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie, in het bestreden besluit geconcludeerd dat eiseres geen recht heeft op compensatie. De toekenning van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2006 tot en met 2009 is gebaseerd op door eiseres of de kinderopvanginstelling overgelegde gegevens en wijzigingen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat er bij de toekenning, aanpassing en terugvordering van de kinderopvangtoeslag over deze jaren sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid. Ook zijn de bijstellingen over de jaren 2006 tot en met 2009 conform de wet uitgevoerd. Deze bijstellingen maken dat ook geen sprake is van hardheid. Eiseres heeft daar ook geen andere omstandigheden aangedragen die maken dat wel sprake was van hardheid, aldus dit besluit. Beoordeling door de rechtbank 4. De rechtbank beoordeelt of Dienst Toeslagen de compensatie op grond van de Wht heeft mogen weigeren. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 4.1. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het toetsingskader 5. De rechtbank stelt voorop dat de Wht verschillende compensatietrajecten kent. De Wht bevat onder meer een (deels forfaitaire) compensatie voor een aantal limitatief opgesomde schadeposten. Een compensatie wordt in twee situaties aan een gedupeerde toegekend: als de gedupeerde schade heeft geleden doordat bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van Dienst Toeslagen of doordat de toepassing van relevante wetgeving bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit hardheid van de toepassing die destijds aan het wettelijk systeem werd gegeven. 5.1. Een aantal aspecten kunnen duiden op institutionele vooringenomenheid, waaronder: 1) collectieve stopzetting zonder een voorafgaande individuele beoordeling die dit rechtvaardigde, 2) het breed uitvragen van bewijsstukken over een of meerdere jaren, 3) zero-tolerance-onderzoek naar fouten, 4) het niet nader uitvragen van informatie bij gebleken tekortkomingen in de door de ouder verstrekte bewijsstukken en 5) het afwijzen of reduceren van de aanspraak op kinderopvangtoeslag bij de minste of geringste onregelmatigheid in de door de ouder verstrekte bewijsstukken. Ieder aspect afzonderlijk hoeft niet noodzakelijkerwijs te duiden op institutionele vooringenomenheid, maar het ontbreken van een van deze aspecten wijst niet direct op de afwezigheid daarvan. Er kunnen ook nog aanvullende aanwijzingen zijn van institutionele vooringenomenheid. 5.2. Een voorwaarde voor de toekenning van compensatie is dat de gedupeerde schade heeft geleden als gevolg van de institutionele vooringenomenheid (of van de hardheid). Het kan hierbij zowel om materiële als om immateriële schade gaan. Als de institutionele vooringenomenheid heeft geleid tot een terugvordering van kinderopvangtoeslag of tot stopzetting van de voorschotverlening van kinderopvangtoeslag, wordt aangenomen dat sprake is geweest van schade. 5.3. In de totstandkomingsgeschiedenis van de Wht zijn verder een aantal voorbeelden gegeven wanneer wel en geen sprake is van hardheid van het stelsel. Ook is hierin gesteld dat de financiële situatie of financiële problemen van een belanghebbende, die terugbetaling van toeslagen verhinderden, in het algemeen niet zullen leiden tot de conclusie dat diegene gedupeerd is door hardheid van het stelsel. Voor deze situatie bestaat de mogelijkheid van een (persoonlijke) betalingsregeling. 5.4. Verder is in artikel 2.6 van de Wht bepaald dat de Dienst Toeslagen aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag op aanvraag een O/GS-tegemoetkoming toekent indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard, omdat aan hem geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld (OG/S-kwalificatie) van hemzelf of zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de kinderopvangtoeslag. Vooringenomen handelen in de jaren 2007 tot en met 2009 6. Eiseres stelt dat zij in 2007 door een medewerker van de Belastingdienst telefonisch is aangezet om de toeslag van haar zoon stop te zetten. Eiseres heeft veel druk ervaren in dit telefoongesprek. Primair neemt zij daarom het standpunt in dat zij is gedwongen om de toeslag stop te zetten en dat daarmee vooringenomen is gehandeld. Het is lastig voor eiseres om bewijs te verzamelen, omdat zij niet over opnames of verslagen van het telefoongesprek beschikt. 7. Niet in geschil is dat eiseres de kinderopvangtoeslag op 10 oktober 2007 per 1 oktober 2007 heeft stopgezet. Vervolgens is desondanks de kinderopvangtoeslag voor 2008 automatisch gecontinueerd en dat geldt ook voor het jaar 2009. Pas bij voorschotbeschikking van 9 oktober 2009 is het voorschot vanwege de stopzetting per 1 oktober 2007 voor de toeslagjaren 2008 en 2009 op nihil gesteld. Uit de verrekenoverzichten in het dossier volgt dat de ten onrechte uitbetaalde voorschotten zijn verrekend met toeslagen en belastingen in de daaropvolgende jaren. 8. De rechtbank is van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn dat eiseres in de betreffende toeslagjaren vooringenomen is behandeld.
Volledig
Eiseres heeft haar stelling dat zij in 2007 telefonisch onder druk is gezet om de kinderopvangtoeslag stop te zetten niet kunnen onderbouwen. Dienst Toeslagen heeft ter zitting verklaard onderzoek te hebben gedaan, maar dat geen relevante telefoonnotities zijn aangetroffen. De rechtbank heeft ook geen andere aanwijzingen in het dossier gevonden die erop wijzen dat eiseres zou zijn gedwongen om de toeslag stop te zetten. Zo is op het antwoordformulier van 26 november 2009 door eiseres aangekruist dat zij ook geen gebruik heeft gemaakt van kinderopvang in 2008, wat door eiseres ter zitting is bevestigd. Verder is de nihil stelling door Dienst Toeslagen voor de jaren 2008 en 2009 uitsluitend het gevolg van de informatie die door eiseres is aangeleverd. Dat dit ondanks de stopzetting door eiseres per 1 oktober 2007, pas twee jaar later is verwerkt, vindt de rechtbank erg onzorgvuldig, maar hieruit kan niet worden afgeleid dat in het geval van eiseres sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid, waarvoor eiseres moet worden gecompenseerd. De beroepsgrond slaagt niet. O/GS-kwalificatie 9. Eiseres stelt dat er sprake moet zijn geweest van een O/GS-kwalificatie, omdat haar een betalingsregeling is geweigerd. Dienst Toeslagen heeft daarom ten onrechte niet onderkend dat zij in aanmerking komt voor een OG/S-tegemoetkoming. Eiseres heeft aangegeven dat zij recht heeft op compensatie, maar Dienst Toeslagen heeft enkel gemotiveerd hoe de vooringenomenheid daartoe geen aanleiding geeft. De BAC heeft opgemerkt dat er in het dossier een brief zit van FRAL van 26 november 2009, maar verbindt daar enkel de conclusie aan dat de stopzetting terecht is doorgevoerd. Dienst Toeslagen motiveert niets over het gevolg van deze brief voor de O/GS-kwalificatie. Uit deze brief blijkt dat er door haar wel om een betalingsregeling is verzocht naar aanleiding van de nihil stelling voor het toeslagjaar 2009, terwijl nergens uit blijkt dat die is toegekend. Eiseres stelt dat de terugvordering daadwerkelijk is ingevorderd en dat er beslag is gelegd op haar loon en de uitkering die zij van de SVB ontving. 10. Dienst Toeslagen heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de systemen niet blijkt dat eiseres een O/GS-kwalificatie heeft gekregen. Dienst Toeslagen heeft op de zitting toegelicht hoe het onderzoek naar de O/GS-kwalificatie in het algemeen wordt gedaan. Dit komt er op neer dat door medewerkers van de financiële administratie onderzoek wordt gedaan. In alle systemen wordt gezocht naar de kwalificatie opzet of grove schuld ten aanzien van de ouder. In het geval van eiseres is niets aangetroffen, waarbij is verwezen naar een stuk in het dossier waarin deze uitkomst is vermeld. Dienst Toeslagen verwijst in dit kader ook naar een Afdelingsuitspraak van 22 oktober 2025 , waarin een soortgelijk onderzoek is geaccepteerd. Volgens Dienst Toeslagen is het ook niet vreemd dat er geen OG/S-kwalificatie is, omdat er in het geheel geen aanleiding bestaat waarom eiseres opzet of grove schuld kan worden verweten. De kinderopvangtoeslag is niet door Dienst Toeslagen stopgezet vanwege onregelmatigheden, maar eiseres heeft zelf de kinderopvangtoeslag stopgezet. Er is dan ook geen sprake van de situatie dat eiseres een persoonlijke betalingsregeling is geweigerd vanwege een onterechte OG/S-kwalificatie, aldus Dienst Toeslagen. 11. De rechtbank volgt Dienst Toeslagen hierin. Eiseres heeft ter zitting weliswaar terecht gesteld dat, anders dan in voormelde Afdelingsuitspraak van 22 oktober 2025, in dit geval wel een schriftelijk verzoek is gedaan om een betalingsregeling, namelijk in de brief van FRAL van 26 november 2009. Echter, uit dit verzoek volgt niet dat is verzocht om een persoonlijke betalingsregeling te treffen en er is evenmin een schriftelijke afwijzing van een dergelijke persoonlijke betalingsregeling. Ook is niet gebleken dat eiseres Dienst Toeslagen daarna nog heeft verzocht om een persoonlijke betalingsregeling of heeft gevraagd waarom de persoonlijke betalingsregeling niet is toegekend. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat eiseres een persoonlijke betalingsregeling is geweigerd vanwege een OG/S-kwalificatie. De rechtbank overweegt daarbij dat – zoals Dienst Toeslagen ook stelt – er ook geen aanleiding is om aan te nemen dat eiseres een O/GS-kwalificatie zou zijn gegeven, nu geen onregelmatigheden zijn geconstateerd maar de nihil stelling volledig zijn oorzaak vindt in de stopzetting door eiseres. De stelling van de gemachtigde van eiseres dat er vaker ten onrechte OG/S-kwalificaties op ouders worden geplakt, acht de rechtbank onvoldoende voor het oordeel dat dit ook in deze specifieke zaak het geval is geweest. Deze beroepsgrond slaagt evenmin. Conclusie en gevolgen 12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de weigering om compensatie toe te kennen in stand blijft en eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie artikel 2.2 en 2.3 van de Wht. Zie artikel 2.1, eerste lid, van de Wht. Kamerstukken II 2021/22, 36 151, nr. 3, p. 70-71. Dit is een fiscaal administratiekantoor dat destijds namens eiseres optrad. ECLI:NL:RVS:2025:5087
Volledig
Eiseres heeft haar stelling dat zij in 2007 telefonisch onder druk is gezet om de kinderopvangtoeslag stop te zetten niet kunnen onderbouwen. Dienst Toeslagen heeft ter zitting verklaard onderzoek te hebben gedaan, maar dat geen relevante telefoonnotities zijn aangetroffen. De rechtbank heeft ook geen andere aanwijzingen in het dossier gevonden die erop wijzen dat eiseres zou zijn gedwongen om de toeslag stop te zetten. Zo is op het antwoordformulier van 26 november 2009 door eiseres aangekruist dat zij ook geen gebruik heeft gemaakt van kinderopvang in 2008, wat door eiseres ter zitting is bevestigd. Verder is de nihil stelling door Dienst Toeslagen voor de jaren 2008 en 2009 uitsluitend het gevolg van de informatie die door eiseres is aangeleverd. Dat dit ondanks de stopzetting door eiseres per 1 oktober 2007, pas twee jaar later is verwerkt, vindt de rechtbank erg onzorgvuldig, maar hieruit kan niet worden afgeleid dat in het geval van eiseres sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid, waarvoor eiseres moet worden gecompenseerd. De beroepsgrond slaagt niet. O/GS-kwalificatie 9. Eiseres stelt dat er sprake moet zijn geweest van een O/GS-kwalificatie, omdat haar een betalingsregeling is geweigerd. Dienst Toeslagen heeft daarom ten onrechte niet onderkend dat zij in aanmerking komt voor een OG/S-tegemoetkoming. Eiseres heeft aangegeven dat zij recht heeft op compensatie, maar Dienst Toeslagen heeft enkel gemotiveerd hoe de vooringenomenheid daartoe geen aanleiding geeft. De BAC heeft opgemerkt dat er in het dossier een brief zit van FRAL van 26 november 2009, maar verbindt daar enkel de conclusie aan dat de stopzetting terecht is doorgevoerd. Dienst Toeslagen motiveert niets over het gevolg van deze brief voor de O/GS-kwalificatie. Uit deze brief blijkt dat er door haar wel om een betalingsregeling is verzocht naar aanleiding van de nihil stelling voor het toeslagjaar 2009, terwijl nergens uit blijkt dat die is toegekend. Eiseres stelt dat de terugvordering daadwerkelijk is ingevorderd en dat er beslag is gelegd op haar loon en de uitkering die zij van de SVB ontving. 10. Dienst Toeslagen heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de systemen niet blijkt dat eiseres een O/GS-kwalificatie heeft gekregen. Dienst Toeslagen heeft op de zitting toegelicht hoe het onderzoek naar de O/GS-kwalificatie in het algemeen wordt gedaan. Dit komt er op neer dat door medewerkers van de financiële administratie onderzoek wordt gedaan. In alle systemen wordt gezocht naar de kwalificatie opzet of grove schuld ten aanzien van de ouder. In het geval van eiseres is niets aangetroffen, waarbij is verwezen naar een stuk in het dossier waarin deze uitkomst is vermeld. Dienst Toeslagen verwijst in dit kader ook naar een Afdelingsuitspraak van 22 oktober 2025 , waarin een soortgelijk onderzoek is geaccepteerd. Volgens Dienst Toeslagen is het ook niet vreemd dat er geen OG/S-kwalificatie is, omdat er in het geheel geen aanleiding bestaat waarom eiseres opzet of grove schuld kan worden verweten. De kinderopvangtoeslag is niet door Dienst Toeslagen stopgezet vanwege onregelmatigheden, maar eiseres heeft zelf de kinderopvangtoeslag stopgezet. Er is dan ook geen sprake van de situatie dat eiseres een persoonlijke betalingsregeling is geweigerd vanwege een onterechte OG/S-kwalificatie, aldus Dienst Toeslagen. 11. De rechtbank volgt Dienst Toeslagen hierin. Eiseres heeft ter zitting weliswaar terecht gesteld dat, anders dan in voormelde Afdelingsuitspraak van 22 oktober 2025, in dit geval wel een schriftelijk verzoek is gedaan om een betalingsregeling, namelijk in de brief van FRAL van 26 november 2009. Echter, uit dit verzoek volgt niet dat is verzocht om een persoonlijke betalingsregeling te treffen en er is evenmin een schriftelijke afwijzing van een dergelijke persoonlijke betalingsregeling. Ook is niet gebleken dat eiseres Dienst Toeslagen daarna nog heeft verzocht om een persoonlijke betalingsregeling of heeft gevraagd waarom de persoonlijke betalingsregeling niet is toegekend. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat eiseres een persoonlijke betalingsregeling is geweigerd vanwege een OG/S-kwalificatie. De rechtbank overweegt daarbij dat – zoals Dienst Toeslagen ook stelt – er ook geen aanleiding is om aan te nemen dat eiseres een O/GS-kwalificatie zou zijn gegeven, nu geen onregelmatigheden zijn geconstateerd maar de nihil stelling volledig zijn oorzaak vindt in de stopzetting door eiseres. De stelling van de gemachtigde van eiseres dat er vaker ten onrechte OG/S-kwalificaties op ouders worden geplakt, acht de rechtbank onvoldoende voor het oordeel dat dit ook in deze specifieke zaak het geval is geweest. Deze beroepsgrond slaagt evenmin. Conclusie en gevolgen 12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de weigering om compensatie toe te kennen in stand blijft en eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van Z.P. de Wilde, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie artikel 2.2 en 2.3 van de Wht. Zie artikel 2.1, eerste lid, van de Wht. Kamerstukken II 2021/22, 36 151, nr. 3, p. 70-71. Dit is een fiscaal administratiekantoor dat destijds namens eiseres optrad. ECLI:NL:RVS:2025:5087