Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-17
ECLI:NL:RBMNE:2026:1574
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/607433 / FV RK 26-509 Datum uitspraak: 17 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats] , hierna: betrokkene, wonende in [plaats 1] , verblijvende bij [Kliniek] , [locatie] in [plaats 2] , advocaat: mr. S.C. Sassen. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 februari 2026; het e-mailbericht met bijlagen van de officier van justitie (mr. C. Poelmans) van 16 maart 2026; het e-mailbericht met bijlagen van de advocaat (mr. S.C. Sassen) van 16 maart 2026. 1.2. De zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; [A.] , psycholoog; C. Poelmans, officier van justitie (telefonisch aanwezig). 2 Wat vaststaat Betrokkene verblijft op grond van een voorwaardelijk beëindigde tbs-maatregel bij [Kliniek] , [locatie] in [plaats 2] . 3 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 4 De beoordeling 4.1. De advocaat pleit namens betrokkene voor afwijzing van het verzoek. Zij stelt dat het op grond van artikel 2.3, eerste lid, sub 7 en 8 van de Wet forensische zorg (hierna: Wfz) niet mogelijk is om een zorgmachtiging af te geven naast een voorwaardelijk beëindigde tbs-maatregel. Een zorgmachtiging kan volgens de advocaat pas afgegeven worden als de maatregel van terbeschikkingstelling wordt beëindigd. 4.2. De officier van justitie stelt dat een zorgmachtiging wél naast een voorwaardelijk beëindigde tbs-maatregel kan bestaan, nu er bij de zorgmachtiging niet wordt verzocht om opname van betrokkene. Het toepassen van verplichte zorg (dwang) is niet mogelijk bij een voorwaardelijk beëindigde tbs-maatregel. Daarvoor is een zorgmachtiging nodig. 4.3. De psycholoog verzoekt om de zorgmachtiging toe te wijzen. Zij verklaart dat betrokkene momenteel is opgenomen op grond van de voorwaardelijk beëindigde tbs-maatregel, omdat betrokkene de daaraan gestelde voorwaarden heeft overtreden. Hij heeft namelijk zijn antipsychotica niet altijd juist ingenomen. De zorgmachtiging is er voornamelijk op gericht te verzekeren dat betrokkene de benodigde medicatie inneemt. Opname als vorm van verplichte zorg wordt dan ook niet verzocht. Volgens de psycholoog kan er onder de titel van de voorwaardelijk beëindigde tbs-maatregel geen gedwongen medicatie worden toegediend. 4.4. De rechtbank zal het verzoek tot het verlenen van de gevraagde zorgmachtiging afwijzen. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.5. Blijkens de medische verklaring van 3 februari 2026 lijdt betrokkene aan een psychische stoornis. Er is namelijk sprake van schizofrenie en een stoornis in middelengebruik, waarbij het ernstig nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig. De rechtbank is echter van oordeel dat er mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. 4.6. Betrokkene verblijft op grond van een voorwaardelijk beëindigde tbs-maatregel bij de [Kliniek] . In artikel 9:1 lid 2 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) is bepaald dat een deel van de Wvggz van toepassing is op personen die met hun instemming in een Wvggz-accommodatie verblijven en die tevens forensisch patiënt in de zin van artikel 1.1 van de Wet forensische zorg zijn. Hiermee wordt blijkens de memorie van toelichting bij de tweede nota van wijziging van de Wvggz (hierna: de memorie van toelichting ) gedoeld op personen aan wie bij de oplegging van hun (deels) voorwaardelijke straf of maatregel een behandeling in een accommodatie als voorwaarde bij hun straf is opgelegd. Personen met een opname in het kader van een voo