Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-01-21
ECLI:NL:RBMNE:2026:134
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16/246061-23 Tegenspraak Vonnis van de meervoudige kamer van 21 januari 2026 in de strafzaak van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1997 te [geboorteplaats] (Somalië), op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats 1] , hierna: de verdachte. 1 Zitting De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zittingen van 4 april 2025 en 17 december 2025. Het onderzoek is gesloten op 21 januari 2026. Op de zittingen waren aanwezig: de verdachte; de officier van justitie: mr. A.L. Rinsma; de advocaat van de verdachte: mr. F.N. Dijkers (hierna: de advocaat). 2 Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat: feit 1 in de periode van 18 september 2023 tot en met 12 juni 2024 te Almere en/of Lelystad, althans in Nederland, samen met een ander of anderen, heeft gehandeld in harddrugs; feit 2 op 23 mei 2024 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad 5,02 gram cocaïne; feit 3 in de periode van 4 maart 2022 tot en met 13 juni 2024 te Almere, althans in Nederland, samen met een ander of anderen, een hypotheekaanvraagformulier en/of de daarbij horende documenten heeft vervalst en/of dat hij hiervan gebruik heeft gemaakt; feit 4 in de periode van 4 maart 2022 tot en met 12 juni 2024 te Almere en/of Lelystad, althans in Nederland, samen met een ander of anderen, een bedrag van € 114.246,25 heeft witgewassen. De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis. 3 Bewijs 3.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 4 heeft gepleegd. Wel vordert de officier van justitie de verdachte partieel vrij te spreken voor een deel van de in feit 1 genoemde periode. De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3. 3.2 Standpunt van de verdediging De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van feit 1. De advocaat voert geen verweer over het bewijs ten aanzien van feit 2. De advocaat heeft verzocht om de verdachte integraal vrij te spreken van de feiten 3 en 4. De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3. 3.3 Oordeel van de rechtbank De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 tot en met 4 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan. De verdachte bekent dat hij feit 2, namelijk het opzettelijk aanwezig hebben van 5,02 gram cocaïne, heeft gepleegd, zoals dit onder paragraaf 3.4 bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. De rechtbank noemt ten aanzien van dat feit in bijlage II daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert. Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan. 3.3.1 Bewijsoverwegingen feit 1 – handel in harddrugs Inleiding De naam van de verdachte is naar voren gekomen in een anonieme melding waarin werd gewezen op de betrokkenheid van de verdachte bij een drugslijn onder de naam ‘ [naam] ’. Op basis van nader onderzoek, waaronder observaties, het aftappen van telefoongegevens, onderzoek aan inbeslaggenomen telefoons en het horen van getuigen, is bij het Openbaar Ministerie de verdenking ontstaan dat de verdachte zich bezig heeft gehouden met de handel in harddrugs. Alternatief scenario Verdachte heeft bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van harddrugs. Volgens de verdediging was dit echter incidenteel en niet gedurende de volledige ten laste gelegde periode. De verdachte heeft tijdens de inhoudelijke behandeling op 17 december 2025 een verklaring afgelegd. Dit is volgens de verdediging een alter Gelet op de context waarin deze termen zijn gebruikt, kan het niet anders dan dat daarmee amfetamine wordt bedoeld. De rechtbank acht daarom ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft gehandeld in amfetamine. Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte heeft gehandeld in het middel 4-mmc. De rechtbank zal de verdachte daarom van dit onderdeel van de beschuldiging vrijspreken. Medeplegen De rechtbank overweegt dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit het dossier volgen verschillende aanknopingspunten waaruit blijkt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen. Uit getuigenverklaringen komt naar voren dat via één telefoonnummer kon worden besteld en dat de bestellingen vervolgens door verschillende personen werden bezorgd. Daarnaast zijn chats aangetroffen waaruit blijkt dat soms degene die het contact had met de afnemer zelf de drugs kwam brengen en dat soms een ander werd gestuurd. Dit beeld wordt bevestigd door chats op de applicatie Signal, waarin contacten zijn vastgelegd tussen verschillende personen die drugs leverden en waarin afspraken werden gemaakt over wie de drugs aan (potentiële) afnemers zou bezorgen. Uit deze omstandigheden volgt dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en anderen bij het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van verschillende soorten harddrugs. Daarmee acht de rechtbank het onder feit 1 ten laste gelegde medeplegen bewezen. Conclusie ten aanzien van feit 1 Gelet op de bewijsmiddelen in bijlage II en voorgaande overwegingen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich in de periode van 1 januari 2024 tot en met 22 mei 2024 tezamen en vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van amfetamine, 3-mmc, 2c-b en cocaïne. 3.3.2 Bewijsoverwegingen feit 4 - witwassen Inleiding Uit een onderzoek naar de financiële situatie van de verdachte is bij het Openbaar Ministerie het vermoeden ontstaan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. De verdachte heeft salaris van drie werkgevers in de periode tussen maart 2022 en mei 2024 ontvangen ter hoogte van € 76.592,-. Volgens de officier van justitie zijn dit fictieve werkgevers waarvoor de verdachte feitelijk niet werkzaam was, die geen zichtbare bedrijfsactiviteiten ontplooiden en enkel bestonden met als doel een ogenschijnlijk legaal inkomen voor werknemers te verschaffen. De verdachte wordt verweten dat hij van het loon dat hij hieruit heeft ontvangen tezamen en vereniging met anderen de herkomst heeft verhuld, terwijl hij wist dat dit uit enig misdrijf afkomstig was. Ook is er op 15 november 2023 een bedrag ter hoogte van € 28.000,- overgeboekt op de rekening van de verdachte, door zijn zus [zus] . Ook ten aanzien van dit bedrag wordt de verdachte verweten dat hij tezamen en in vereniging met anderen de herkomst heeft verhuld terwijl hij wist dat dit uit enig misdrijf afkomstig was. Naast deze bedragen is er op 12 juni 2024 een bedrag van € 9.724,25 aangetroffen in de woning van de verdachte. Het Openbaar Ministerie stelt dat dit bedrag afkomstig is uit eigen misdrijf, te weten de handel in harddrugs, en dat er sprake is van eenvoudig witwassen. Beoordelingskader witwassen Witwassen is strafbaar gesteld onder artikel 420bis lid 1 Sr. Uit de wetsbepaling volgt onder andere dat vereist is dat het voorwerp “afkomstig is uit enig misdrijf”. Voor een bewezenverklaring hiervan is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dit betekent dus dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wets Echter, nu een nader onderzoek naar de verklaring van de verdachte door het Openbaar Ministerie achterwege is gebleven, kan niet worden geoordeeld dat het niet anders kan zijn dan dat het ten laste gelegde voorwerp, te weten het geldbedrag van € 28.000,- uit enig misdrijf afkomstig is. Hoewel is geprobeerd de heer [A] als getuige te horen, heeft hij geweigerd een verklaring af te leggen. Het Openbaar Ministerie had de inhoud van de verklaring van de verdachte en zijn zus langs andere wegen kunnen onderzoeken, maar heeft daarvan afgezien. Dit betekent dat niet is bewezen dat de verdachte dit onderdeel van het ten laste gelegde feit 4 heeft witgewassen, zodat hij van dit onderdeel moet worden vrijgesproken. Loon uit (fictieve) dienstverbanden Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte in de periode vanaf 4 maart 2022 tot en met mei 2024 loon heeft ontvangen van de vennootschappen [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] , voor in totaal een bedrag van € 76.592,-. De verdediging heeft betoogd dat de verdachte wel degelijk werkzaamheden heeft verricht voor genoemde bedrijven en in ruil daarvoor loon heeft ontvangen. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij voor deze bedrijven onder meer heeft geklust en schoongemaakt, en dat hij hard heeft gewerkt. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet van een rechtstreeks verband tussen de loonbetalingen aan de verdachte en een specifiek misdrijf. De vragen die de rechtbank daarom wederom dient te beantwoorden zijn: is er sprake van een witwasvermoeden en zo ja, heeft de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand onwaarschijnlijke verklaring afgelegd dat de ontvangen loonbetalingen niet uit misdrijf afkomstig zijn. De rechtbank is het met de officier van justitie eens dat zich in het dossier ten aanzien van het door de verdachte ontvangen loon verschillende bewijsmiddelen bevinden die erop wijzen dat dit loon fictief is, dat de verdachte hiervoor geen werkzaamheden heeft verricht en dat derhalve sprake is van een witwasvermoeden. De rechtbank licht dit als volgt toe. Ten aanzien van [bedrijf 1] B.V. bevindt zich in het dossier een chatgesprek tussen [medeverdachte] en een persoon genaamd ‘ [B] ’, waarin afspraken worden gemaakt over het opmaken van een vervalste salarisspecificatie. Op deze salarisspecificatie staat het loonheffingsnummer van [bedrijf 1] B.V. vermeld. De opmaak van de aan de verdachte geadresseerde salarisspecificaties in het dossier vertoont grote gelijkenissen met de valse salarisspecificatie die [B] voor [medeverdachte] heeft opgemaakt. De rechtbank leidt uit de volgende feiten en omstandigheden af dat er bij [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] sprake was van gefingeerde geldstromen zonder daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten. Uit bankgegevens en gegevens van de Belastingdienst met betrekking tot [bedrijf 1] B.V. blijkt dat de loonbetalingen van het bedrijf niet in verhouding staan tot de behaalde omzet. Ook bestaat er een groot verschil tussen het aantal opgegeven werknemers bij de Belastingdienst en het aantal werknemers in het dossier van de Kamer van Koophandel (hierna: KvK). Bovendien heeft degene die als eigenaar van [bedrijf 1] B.V. staat geregistreerd, verklaard dat hij niet wist dat dit bedrijf op zijn naam stond, en dat hij niets afweet van het bedrijf. Ten aanzien van [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] (beide met hetzelfde KvK-nummer, maar een andere handelsnaam) volgt uit het dossier dat [C] eigenaar is van deze bedrijven. Op de twee bekende vestigingsadressen van deze bedrijven is geen enkele aanwijzing aangetroffen dat zich daar een bedrijf van [C] zou bevinden. De moeder van [C] heeft verklaard dat haar zoon geen eigen bedrijf heeft en daar ook het niveau niet voor heeft. Uit een analyse van de bankgegevens van [bedrijf 3] blijkt dat in een periode van 8,5 maand een bedrag van ongeveer € 1,2 miljoen over de rekening is gegaan. [C] heeft hieruit geen loon ontvangen, ontving een uitkering van het UWV en werkte daarnaa De verdachte heeft overeenkomstig verklaard dat [D] het bedrag in goed vertrouwen aan hem heeft uitgeleend voor zijn woning, en heeft over de rest van het aangetroffen geldbedrag verklaard dat het afkomstig is van hemzelf, zijn zus en zijn vriendin. Gelet op de omstandigheden waaronder het geldbedrag is aangetroffen, acht de rechtbank de verklaring van de verdachte dat een deel van het bedrag door hem is geleend en deels van hem zelf is, niet aannemelijk. Het relatief hoge geldbedrag is in een tijdsbestek van slechts enkele weken in het nachtkastje terechtgekomen. Het geld werd aangetroffen in stapeltjes, die met elastiekjes bij elkaar werden gehouden, wat typerend is voor witwassen. De rechtbank acht het bovendien onaannemelijk dat er voor het uitlenen van een dergelijk bedrag geen schriftelijke afspraken gemaakt zouden zijn. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat het bedrag is aangetroffen rondom de periode waarin bewezen verklaard is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de handel in harddrugs. Het telefoongesprek tussen de verdachte en [D] van 25 juni 2024 is naar het oordeel van de rechtbank een (vergeefse) poging om met elkaar een verhaal over legale herkomst van het geld af te stemmen. De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen af dat het onder de verdachte in beslag genomen contante geldbedrag van € 9.724,25 afkomstig is uit de verkoop van drugs. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit geldbedrag van in totaal € 9.724,25 heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat geldbedrag onmiddellijk afkomstig was uit zijn eigen misdrijf, te weten de handel in drugs. Medeplegen De rechtbank acht ten aanzien van het witwassen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft gepleegd. Ten aanzien van het geldbedrag dat afkomstig is uit fictieve dienstverbanden volgt het samenwerkingsverband uit de wijze waarop de organisatie is ingericht. Zo staan verschillende personen op de loonlijsten en lijkt sprake te zijn van een duidelijke organisatiestructuur, waarbij fictief loon wordt uitbetaald en in samenwerking met anderen verhullingshandelingen worden verricht. Ten aanzien van het eenvoudig witwassen van het bedrag van € 9.724,25 is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte dit feit tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd. Verdachte zal in zoverre worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen. Conclusie ten aanzien van feit 4 Resumerend acht de rechtbank, gelet op het voorgaande en de gebezigde bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals onder paragraaf 3.4 is bewezen verklaard. De rechtbank spreekt de verdachte partieel vrij van het gedeelte dat ziet op het geldbedrag van € 28.000,- afkomstig van de rekening van zijn zus, zoals hiervoor overwogen. 3.3.3 Bewijsoverwegingen feit 3 - hypotheekfraude De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de documenten die aan de hypotheekaanvraag ten grondslag liggen niet vervalst zijn. Volgens de verdediging is er daarom geen sprake geweest van fictieve dienstverbanden. De verdediging voert verder aan dat, als al sprake is van onvolkomenheden in de documenten, de verdachte daarvan niet automatisch op de hoogte was. De verdachte heeft volgens de verdediging noch documenten valselijk opgemaakt, noch opzettelijk valse documenten gebruikt, noch opzet gehad op het medeplegen daarvan. De rechtbank oordeelt anders en overweegt hiertoe als volgt. In de voorgaande overwegingen heeft de rechtbank geoordeeld dat het niet anders kan dan dat de verdachte geen werkzaamheden heeft verricht voor de bedrijven waarvoor hij loon heeft ontvangen en dat derhalve sprake is van fictieve dienstverbanden. Uit deze fictieve dienstverbanden heeft de verdachte geld gegenereerd. De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat 3.4 Bewezenverklaring De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte: feit 1 in de periode van 1 januari 2024 tot en met 22 mei 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, - een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en - een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-mmc - een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2c-b en - een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne zijnde amfetamine, 3-mmc, 2c-b en cocaïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; feit 2 op 23 mei 2024 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad 5,02 gram cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; feit 3 in de periode van 4 maart 2022 tot en met 28 november 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens) geschriften bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de bij een hypotheekaanvraagformulier behorende bijlagen/documenten valselijk heeft opgemaakt en vervalst met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken bestaande die valsheid uit onjuiste opgave van inkomstengegevens aan de bank ter financiering en verkrijging van een hypothecaire lening met betrekking tot de woning gelegen aan de [adres 1] te [plaats 2] en in de periode van 4 maart 2022 tot en met 28 november 2023 in Nederland, opzettelijk één of meer geschriften die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de bij een hypotheekaanvraagformulier behorende bijlagen/documenten, als waren deze echt en onvervalst, bestaande die valsheden erin dat, valselijk en in strijd met de waarheid, op die geschriften staat vermeld een onjuiste opgave van inkomstengegevens aan de bank ter financiering en verkrijging van een hypothecaire lening met betrekking tot de woning gelegen aan [adres 1] te [plaats 2] en bestaande dat doen gebruikmaken erin dat hij, verdachte, - dat hypotheekaanvraagformulier en de daarbij horende documenten heeft ingediend bij de bank en - op basis waarvan die bank een of meer hypothecaire leningen heeft verstrekt en uitbetaald; feit 4 omstreeks de periode van 4 maart 2022 tot en met 12 juni 2024 in Nederland, (ten aanzien van het eerste gedachtestreepje tezamen en in vereniging met een of meer anderen), van meerdere voorwerpen, te weten - een geldbedrag met een totaalbedrag van € 76.592,00 de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en de verplaatsing heeft verborgen en verhuld, terwijl hij wist, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf en - een voorwerp, te weten een geldbedrag van € 9.724,25, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp – onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig eigen misdrijf. De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken. De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet. 4 Kwalificatie en strafbaarheid 4.1 Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: Feit 1 medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; Feit 2 opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; Feit 3 medeplegen van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaken of vervalsen, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, en opzettelijk gebruikmaken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst; Feit 4 medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd, en eenvoudig witwassen 4.2 Strafbaarheid feiten en verdachte De feiten en de verdachte Strafkader Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor het dealen van harddrugs vanuit een pand of op straat, gedurende drie tot zes maanden met enige regelmaat, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Het oriëntatiepunt voor fraude, uitgaande van een benadelingsbedrag tussen de € 70.000,- en € 125.000,-, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 tot 9 maanden. De verdachte heeft met de gepleegde feiten bijgedragen aan de maatschappelijke problematiek die gepaard gaat met drugshandel en aan de ondermijning van de rechtsstaat. De rechtbank rekent het de verdachte in strafverzwarende zin aan dat hij deze feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd. De rechtbank acht de gedragingen van de verdachte volstrekt ontoelaatbaar. Gelet op het voorgaande is slechts een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt passend. De rechtbank heeft een kortere pleegperiode en een lager witwasbedrag bewezenverklaard dan door de officier van justitie is geëist, en zal hiermee bij de strafoplegging rekening houden. De rechtbank heeft overwogen om een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen, mede omdat sprake is van een eerste veroordeling van de verdachte voor dit soort feiten. Omdat de reclassering echter geen meerwaarde ziet van een toezichtskader en de verdachte zich bovendien in juni 2025 niet heeft gehouden aan de hem opgelegde schorsingsvoorwaarden, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel. Verder doet een straf gelijk aan het voorarrest, zoals door de verdediging bepleit, onvoldoende recht aan de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd. Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden op, met aftrek van het voorarrest. Tenuitvoerlegging van de straf Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. De voorlopige hechtenis De rechtbank heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde vrijheidsstraf. 6 Toegepaste wetsartikelen De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen: artikel 47, 57, 225, 420bis en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht; artikel 2 en 10 van de Opiumwet; zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. 7 De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 4 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven; - verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld; strafbaarheid verdachte - verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde; straf en/of maatregel - veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 14 (veertien) maanden ; - bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; voorlopige hechtenis - heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde vrijheidsstraf. Dit vonnis is gewezen door mr. B.F. Hammerle, voorzitter, mrs. H.C. Piet en R.W. Nederv Bijlage I: De tenlastelegging Aan de verdachte is na wijziging en nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat: feit 1 hij op of omstreeks de periode van 18 september 2023 tot en met 12 juni 2024 te Almere en/of Lelystad, althans Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, - een (gebruikers)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of - een (gebruikers)hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-mmc - een (gebruikers)hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-mmc en/of - een gebruikershoeveelheid van een materiaal bevattende 2c-b en/of - een gebruikershoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne zijnde amfetamine en/of 3-mmc en/of 4-mmc en/of 2c-b en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 2 hij op of omstreeks 23 mei 2024 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5,02 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 3 hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 4 maart 2022 tot en met 13 juni 2024 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een of meer geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (een) (hypotheek) aanvraagformulier (en) en/of de daarbij horende bijlagen/documenten valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken bestaande die valsheid uit onjuiste opgave van (reeds bestaande) financiële verplichtingen en/of inkomstengegevens aan (de) bank(en) ter financiering en verkrijging van een hypothecaire lening met betrekking tot de onroerende za(a)k(en/woning(en) gelegen aan het [adres 1] te [plaats 2] en/of hij op een of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 4 maart 2022 tot en met 13 juni 2024 te Almere , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk één of meer, geschriften die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (een) (hypotheek)aanvraagformulier(en) en/of de daarbij horende bijlagen/documenten als ware(n) deze echt en onvervalst, bestaande die valshe(i)d(en) erin dat, valselijk en/of in strijd met de waarheid, op die geschriften staat vermeld en/of opgenomen een onjuiste opgave van (reeds bestaande) financiële verplichtingen en/of inkomstengegevens aan (de) bank(en) ter financiering en verkrijging van een hypothecaire lening met betrekking tot de onroerende za(a)k(en/woning(en) gelegen aan [adres] te [woonplaats] en bestaande dat (doen) gebruikmaken erin dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), - die (hypotheek)aanvraagformulier(en) en/of de daarbij horende bijlagen/documenten heeft/hebben ingediend en/of laten indienen bij (de) bank(en) en/of - op basis waarvan die (de) bank(en) een of meer hypothecaire leningen heeft/hebben verstrekt en/of uitbetaald; feit 4 hij op of omstreeks de periode van 4 maart 2022 tot en met 12 juni 2024 te Almere, en/of Lelystad althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, van één of meer voorwerp(en), te weten - een of meerdere geldbedragen met een totaalbedrag van € 114.246,25 (telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die/dat voorwerp(en), te weten voornoemd(e) geldbedrag(en), was of wie bovenomschreven voorwerp, te weten - een of meerdere geldbedragen met een totaalbedrag van € 114 [verdachte] maakt gebruik van een Volkswagen Polo. Tijdens de observatie is een aantal korte ontmoetingen waargenomen. 16.12 uur: [verdachte] parkeerde de Polo op de Leeuwstraat te Almere. Een persoon stapte in en [verdachte] reed weg. De passagier stapte uit en kreeg van [verdachte] een klein voorwerp aangereikt. 16.25 uur; de Polo was geparkeerd op de Tasmaniëstraat te Almere. [verdachte] had contact met de bestuurder van een Ford. 16.31 uur: De Polo stond geparkeerd op de Hoopstraat te Almere. [verdachte] had kort contact met een man. 16.52 uur: De Polo stond geparkeerd op de Frangois Valentijnstraat te Almere. Er stapte een man in de Polo waarna die wegreed. Deze man bleef in de auto tot 17.07 uur. 16.59 uur: De Polo stond geparkeerd op het Schonenvaart te Almere. Naast de Polo werd een Citroën geparkeerd. De bestuurder van de Citroën stapte uit en daarna als passagier in de Polo. 17.34 uur; De Polo stond geparkeerd op de Hopperzuigerstraat te Almere. [verdachte] maakte kort contact met de bestuurder van een Volkswagen. Een proces-verbaal van bevindingen betreffende observatie 5 april 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op vrijdag 5 april 2024 hebben wij geobserveerd en hebben daarbij de volgende bevindingen gedaan: 16.37 uur: Ik zag dat [verdachte] als bestuurder in de Volkswagen [kenteken] zat. 17.10 uur: Ik zag dat er een personenauto, een Fiat, naast de Volkswagen [kenteken] werd geparkeerd. Ik zag dat een vrouw uit de Fiat stapte, en als passagier rechts voorin de Volkswagen stapte. 17.11 uur: Ik zag dat de vrouw twee biljetten van 20 euro gaf aan [verdachte] . 17:12 uur: Ik zag dat de vrouw uitstapte en als bestuurder in de Fiat stapte en vertrok. 17.42 uur: Ik zag dat de bestuurder van een bromfiets naar de Volkswagen [kenteken] reed en contact maakte met [verdachte] . Ik zag dat de bestuurder van de bromfiets als passagier rechtsvoor instapte in de Volkswagen. Ik zag dat de bestuurder van de bromfiets een kort moment later uitstapte en op de bromfiets stapte. 17:57 uur. Ik zag dat de Volkswagen [kenteken] werd geparkeerd. Ik zag dat een man rechtsvoor in de Volkswagen stapte als passagier. Ik zag dat de man een wit klein envelopje kreeg van [verdachte] . Ik zag dat de man uitstapte en dat de Volkswagen vertrok. Een proces-verbaal van bevindingen betreffende belastende chats telefoon verdachte [verdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Een roze telefoon iPhone 14 werd bij verdachte [verdachte] aangetroffen en direct in beslag genomen. Ondanks een automatische instelling waarbij WhatsApp-chats na een bepaalde tijd verdwijnen werden chats aangetroffen. Op [geboortedatum 1] 2024 hebben telefoonnummers [telefoonnummer 1] met chatnaam [chatnaam 1] en telefoon [telefoonnummer 12] met chatnaam [chatnaam 2] een gesprek. [geboortedatum 1] 2024 [chatnaam 2] : Hallo ik ben op zoek naar [chatnaam 6] in Ijmuiden. Heb je [chatnaam 1] : Jaa [chatnaam 2] : Wat zijn de prijzen? [chatnaam 1] : Hoe kom je aan mijn nummer [chatnaam 2] : […] 2 gr graag, wat kost dat? [chatnaam 1] : […] 40€ [chatnaam 2] : Wow zo veel Normaal was het 20 oke 40 is goed. Contact? Gaat dat lukken. Ik ben met 3 kwartier in Almere als dat makkelijker is. Tussen 22-02-2024 tot 3-5-2024 hebben telefoonnummers [telefoonnummer 1] met chatnaam [chatnaam 1] en telefoon [telefoonnummer 4] met chatnaam [chatnaam 3] gesprekken. 22-02-2024 [chatnaam 3] : Goedemiddag, ik ben aan jouw nummer gekomen via [E] . Ik ben namelijk nog op zoek naar miauw. Kwam er net pas achter dat ik niks meer heb1 [E] zei dat ik dat misschien via jou kon regelen. Is dat mogelijk. Groet [F] [chatnaam 1] : Goedemiddag, zeker gab, hoeveel zocht je. [chatnaam 3] : Zo snelle reactie haha, 2gr is voldoende [chatnaam 1] :40€ is dat man, wanneer zou je willen? 3-05-2024 [chatnaam 3] : Goedemiddag! Ik zou graag weer wat bij je willen bestellen als dat kan. Net als vorige keer 2 gr miauw is dat mogelijk? [chatnaam 1] : Yoo yes, rij je na bloemen buurt. [chatnaam 3] T Hierbij is onder andere een telefoon voorzien van telefoonnummer [telefoonnummer 1] onder verdachte [verdachte] in beslag genomen en deels onderzocht. Telefoonnummer Ik zag dat de telefoonnummers [telefoonnummer 1] was gekoppeld aan de WhatsApp-applicatie die was geïnstalleerd op de telefoon. Ik zag dat een ander telefoonnummer te weten [telefoonnummer 10] was gekoppeld aan het Signal applicatie die op de telefoon geïnstalleerd was. Op 13 februari 2019 wordt een wachtwoord gebruikt met de naam “ [wachtwoord] ”. Ik zie dat er in de applicatie Signal meerdere berichten te lezen zijn, welke sterke vermoedens geven van handel in verdovende middelen en dat de gebruiker van deze telefoon een aansturende rol heeft. Notities Creation time Modification time Inhoud 13-1-2023 22-05-2024 Werd Per maand 157 termijn 36 Rich gekregen ; 1k daarna 2,5k of (1,5)+1,5k+ 500 = 5,5 nu + 1k = 6,5 [telefoonnummer 11] [chatnaam 7] [e-mailadres 1] Code Lebara : 30002119912497=106 31911377240354=206 Som: 7500 tot. Invest = 5200 ong Som ; 13255 tot aan do. Uitgave; Nu 1680 Uitgave Waggi 3k totaal= 1300 1 e keer nog over en 1700 2e waggi.1780 voor wagi niet gerekend nog = 535 zijn deel. 14935 totaal omzet 230 pof + = 15165+ 200 Geert = tot omz 4550 = 60p 5300= 70p Gekreg ; Afgepakt; 30 gr.= 750 1100 = 1850 cash. 300 aan lups. Waggi 2k waarvan 700 terug = 1300 over [e-mailadres 2] [chatnaam 8] Nieuw som ; 10 gr vast gegev. 1540 lups. 100 vast 4mc ,2k,10 x Ed: 1515 x 2 nassr. 1x 1540. 10ket. 20 snoep . 1175€ gekregen. 02-12-2022 21-05-2024 Totaal Hup gegeven Vrijdag: [chatnaam 9] 4 m 15 irkies ongeveer 7 ket 7 miauw 3x 20 snelle Ggw: 1e : 1650-80 rez = 1580 omztot.Uitg = 45. Omzt- Snelle ; 2091 grijze zak 1.015 rooie zak Droog ; 1200 gr waarvan 550 over met zak , kleine zak 30 850 overig 540 uitgav De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 december 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Ik heb wel gedeald. Ik wist ook dat gedurende de periode dat ik de telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 1] bij me had dat die telefoon te maken had met dealen in drugs. Ik had bij het dealen steeds een aantal drugs bij me in een klein gripzakje, waaronder speed en cocaïne, en ging daarmee dan langs een paar mensen. Tijdens de observatie op 5 april 2024 was ik aan het dealen en ook op de dag dat ik gepakt ben. Bewijsmiddelen feit 2 - de verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 17 december 2025 ; - een proces-verbaal van bevindingen van 27 mei 2024 ; - een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van 12 juni 2024 ; - Een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 11 juni 2024. Bewijsmiddelen feiten 3 en 4 Een proces-verbaal van bevindingen betreffende financieel onderzoek, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: In een tijdsspanne van een kleine vier jaar heeft [verdachte] verschillende werkgevers gehad, te weten: Naam bedrijf Vanaf-tot Netto loon [bedrijf 1] B.V. 02-2022 t/m 02-2023 € 29.000,- [bedrijf 2] B.V. 04-2023 t/m 16-07-2023 € 12.399,- [bedrijf 3] 17-07-2023 t/m 05-2024 € 35.193,- Het is aannemelijk dat hij bij deze drie bedrijven geen werkzaamheden heeft uitgevoerd. Dit is onder andere vast te stellen doordat tijdens observatieonderzoek geen dagelijkse werkzaamheden zijn gezien, alsmede uit taplocatiegegevens. Een proces-verbaal van bevindingen analyse ING bank, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Bij de analyse van bankrekening [nummer 1] kwam naar voren dat verschillende bedrijven loon hebben gestort. [bedrijf 1] BV : deze periode is geweest van de eerste betaling op 4 maart 2022 t/m de laatste betaling op 16 maart 2023. [bedrijf 2] BV : deze periode is geweest van de eerste betaling op 19 april 2023 t/m de laatste betaling op 31 juli 2023. [bedrijf 3] : Deze periode is geweest vanaf de eerste betaling op 12 september 2023. Een proces-verbaal van bevindingen betreffende Whatsappgesprek tussen [medeverdachte] en [B] , voor zover inhoudende, zakelijk weergeg uit elkaar en ontvangt [C] nu een uitkering van het UWV en ontvangt hij zorgtoeslag, dit terwijl hij een bedrijf runt waar miljoenen in omgaan. Naast dat [C] een uitkering van het UWV ontvangt pint hij bijna dagelijks € 1.000, -- van de rekening van zijn bedrijf. Via zijn bedrijf zijn er verschillende auto’s en bestelbusjes aangeschaft, echter zijn die niet voor het bedrijf zelf en zijn ook niet terug te vinden waar die zijn en waarvoor die gebruikt worden. Alle bedragen die over en weer gaan met zakelijke partners zijn meestal ronde bedragen en eindigt altijd met 0 cent. Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: V: Klopt het dat [bedrijf 1] B.V. jouw bedrijf was? A: Nee, niet dat ik weet. V: Hoe ben je directeur geworden van [bedrijf 1] B.V.? A: Geen idee V: Van wanneer tot wanneer was dit jouw bedrijf? A: Geen idee O: Wij hoorden de getuige zeggen dat hij aangifte zal gaan doen voor identiteitsfraude en valsheid in geschrifte. Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: V: Klopt het dat jij werkzaam of werkzaam bent geweest bij [bedrijf 2] BV of bij [bedrijf 3] ? A: Ik was begin dit jaar opzoek naar werk en ben via een vriend van mij bij [bedrijf 5] gekomen, maar na drie maanden heb ik dat stopgezet omdat ik mij er niet prettig bij voelde en vertrouwde. V: Waar zat het bedrijf? A: Ik ben nooit bij een bedrijf geweest. Mede daarom ben ik ook gestopt. Ik heb drie maanden loon gehad voor niets doen. Ik vertrouwde er helemaal niets meer van en wil er ook niets meer mee te maken hebben V: Hoeveel loon ontving u dan? A: Ik heb drie keer bijna 4.000 euro ontvangen. V: Heeft u een contract ontvangen? A: Nee ik heb nooit geen contract gekregen. V: Bent u ooit benaderd om uw salaris terug te betalen? A: Nee nooit. Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Op 23 mei 2024 werd een doorzoeking uitgevoerd in de woning van verdachte, [adres 1] , [postcode 2] [plaats 2] . Bij deze doorzoeking werden geen bijzonderheden aangetroffen. Wat wel opviel was dat in de lade van het nachtkastje veel elastiekjes lagen. Op 12 juni 2024 werd een doorzoeking uitgevoerd in de woning van verdachte. In de bovenste lade van het nachtkastje in de slaapkamer werd een geldbedrag van € 9.724,25 aangetroffen. Het aangetroffen geld bestond voornamelijk uit coupures van 50 eurobiljetten die bijeen werden gehouden door elastiekjes. Tussen de eerste en de tweede doorzoeking zaten in totaal 20 dagen. In deze voornoemde korte tijdspanne is er dus een behoorlijk bedrag in het bezit van [verdachte] gekomen. Op de bankafschriften die zijn opgevraagd zijn er geen pintransacties aangetroffen die dit geld kunnen verklaren. Een proces-verbaal van bevindingen betreffende analyse hypotheek [adres 1] [plaats 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Naar aanleiding van de aankoop van een appartement, adres [adres 1] te [plaats 2] , door [verdachte] , is er een aanvraag voor een hypotheekverstrekking gedaan bij de ING-bank. Naar aanleiding van deze aanvraag zijn er documenten/formulieren aangeleverd zoals onder anderen: - salarisstrook, betaling week 37 - 40 2023; - uitdraai van het UWV met gewerkte uren, loon gegevens en arbeidsverleden; - werkgeversverklaring. De hypotheek is verstrekt voor een bedrag van € 300.000,00. Een proces-verbaal van bevindingen betreffende getekende aanvraag hypotheek, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Verdachte heeft de hypotheekaanvraag op 28 november 2023 met zijn handtekening ondertekend en verstrekt aan de bank. De aanvraag is onder andere gebaseerd op zijn jaarinkomen, conform de door verdachte aangeleverde werkgeversverklaring. Een proces-verbaal van bevindingen betreffende analyse bankrekening/documentatie UWV/ aangeleverde documentatie aankoop woning, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Er is een vergelijking geweest tussen de opgevraagde documentatie bij het UWV, de a