Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-03-20
ECLI:NL:RBMNE:2026:1329
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
4,059 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1329 text/xml public 2026-04-29T10:03:46 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-20 C/16/608427 / JE RK 26-369 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1329 text/html public 2026-04-29T10:01:56 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1329 Rechtbank Midden-Nederland , 20-03-2026 / C/16/608427 / JE RK 26-369 Intrekking (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing ex artikel 800 Rv RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/608427 / JE RK 26-369 Datum uitspraak: 20 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, wonende in Eindhoven, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 2] , [minderjarige 3] geboren op [geboortedatum 3] 2024 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 3] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen de vader , wonende in [woonplaats] , advocaat voor beide ouders mr. N. Hos, de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering , gevestigd te Utrecht, hierna te noemen de GI. 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van 13 maart 2026; de berichten van de advocaat van de ouders van 19 en 20 maart 2026, met bijlagen. 1.2. Op 20 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - de ouders bijgestaan door mr. Hos en telefonisch bijgestaan door mevrouw Ghegre, tolk Tigrinya; - mevrouw [A] , vertegenwoordigster van de Raad; de heer [B] en de heer [C] , vertegenwoordigers van de GI; mevrouw [E] , hulpverleenster van de ouders van Amerpoort. 2 De feiten 2.1. De moeder heeft alleen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De moeder en vader hebben samen het gezag over [minderjarige 3] . 2.2. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de ouders. 2.3. Bij beschikking van 13 maart 2026 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voorlopig onder toezicht van de GI tot 13 juni 2026. Ook is in dezelfde beschikking een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een pleeggezin tot 27 maart 2026. De behandeling van het verzoek van de Raad is voor het overige aangehouden. 3 Het verzoek 3.1. De kinderrechter moet beoordelen of er op basis van wat er op de zitting is gezegd aanleiding is om de verleende voorlopige ondertoezichtstelling te herroepen en de verleende machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in te trekken. 3.2. De kinderrechter moet daarnaast nog beslissen op het resterende deel van het verzoek van de Raad om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een pleeggezin te verlenen voor de duur van drie maanden, tot 13 juni 2026. 4 De standpunten 4.1. De ouders willen geen ondertoezichtstelling, maar als de kinderrechter de voorlopige ondertoezichtstelling niet herroept, dan zullen zij aan de uitvoering van de maatregel meewerken. De ouders vragen om de machtiging tot uithuisplaatsing in te trekken en om het resterende deel van het verzoek over de uithuisplaatsing af te wijzen. De kinderen wonen thuis bij de ouders en dat moet zo blijven. Er zijn zorgen over de kinderen in de thuissituatie maar er is geen sprake van onveiligheid voor hen. De ouders zijn in contact met de GI en de hulpverlening en zullen hun adviezen opvolgen. Ook is er een netwerk betrokken van familie en buren. De ouders zijn geschrokken van het verzoek van de Raad en de gronden waarop de Raad dat verzoek baseert. Zij herkennen zich niet in wat de pleegkinderen hebben verteld over verwaarlozing en mishandeling door de ouders en over dat zij hun biologische kinderen ook op dezelfde zouden behandelen. De ouders hebben wel eens een corrigerende tik gegeven, waarvan zij nu weten dat zij niet hadden mogen doen. De ouders hadden een zware taak aan de opvoeding van de drie pleegkinderen en drie biologische kinderen. Zij hebben een dochter met autisme en de oudste pleegdochter was aan het puberen. In hun ogen hebben zij de kinderen met goede bedoelingen opgevoed. Het wijkteam was betrokken in verband met het autisme van [minderjarige 1] . De hulpverleenster kwam regelmatig over de vloer en die heeft geen zorgen over de kinderen gezien. Ook de school had geen zorgen over de kinderen. De kinderen zijn na de beslissing van 13 maart 2026 door een arts van top tot teen onderzocht en er is geen kindermishandeling vastgesteld. 4.2. De GI is sinds 13 maart 2026 betrokken. De jeugdbeschermer is op de dag van de uitspraak, vrijdag, en de maandag erna op bezoek geweest bij de kinderen en ouders thuis. In het weekend is de hulpverlening van Amerpoort langs geweest. De GI heeft zorgen over hoe het gaat met de kinderen in de thuissituatie gelet op de informatie van de Raad en wat tijdens de huisbezoeken is gezien. Als voorbeeld noemt de GI dat [minderjarige 1] veel achter een scherm zat. Echter de school en de hulpverlening herkennen deze zorgen niet. De GI heeft in overleg met de Raad besloten om de kinderen niet daadwerkelijk uit huis te plaatsen. Er loopt nog een politieonderzoek naar kindermishandeling. Dat wil de GI afwachten. De GI vindt het belangrijk dat er dagelijks hulpverlening is in de thuissituatie waarbij er wordt gekeken naar hoe het met de kinderen, met name [minderjarige 1] , gaat en wordt gekeken naar de hechting tussen de ouders en de kinderen. De GI wil een hulpverleningsinstantie inzetten die kennis heeft van de Eritrese cultuur, zodat er cultuur-sensitief aangesloten kan worden bij de ouders. Eerder kwamen de ouders afspraken niet na en hebben zij de hulpverlening niet binnengelaten. Zij moeten dit nu wel doen. Ook zal de GI contact houden met de school van de kinderen. Binnen drie maanden moet er duidelijkheid zijn over de situatie. De GI wil dat de machtiging tot uithuisplaatsing wordt toegewezen voor het geval dat zij het nodig vindt om daarvan gebruik te maken. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter laat de beslissing over de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in stand. Dit omdat de kinderrechter vindt dat die beslissing op de juiste gronden is gegeven. 5.2. De kinderrechter trekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een pleeggezin over de periode van 13 maart 2026 tot 27 maart 2026, zoals beslist in de beschikking van 13 maart 2026, in. Verder wijst de kinderrechter het verzoek van de Raad tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor drie maanden af. De kinderrechter legt deze beslissing uit. 5.3. Er zijn zorgen over de veiligheid van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in de thuissituatie. De pleegkinderen die eerder in het gezin verbleven, hebben verteld dat zij zijn verwaarloosd en fysiek zijn mishandeld door de ouders. Ook hebben de pleegkinderen verteld dat de ouders dit gedrag ook vertonen tegenover [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Het politieonderzoek hiernaar is nog niet afgerond en de Raad en de GI beschikken nog niet over informatie uit dit onderzoek. Het belangrijk om in afwachting van die informatie toezicht te houden op de kinderen. De ouders hebben namelijk eerder hulpverlening onvoldoende geaccepteerd. Er was hulpverlening ingezet nadat de pleegkinderen eerst uit huis waren geplaatst en twee pleegkinderen daarna weer terug waren geplaatst in het gezin.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1329 text/xml public 2026-04-29T10:03:46 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-20 C/16/608427 / JE RK 26-369 Uitspraak Beschikking NL Utrecht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1329 text/html public 2026-04-29T10:01:56 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1329 Rechtbank Midden-Nederland , 20-03-2026 / C/16/608427 / JE RK 26-369 Intrekking (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing ex artikel 800 Rv RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/608427 / JE RK 26-369 Datum uitspraak: 20 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, wonende in Eindhoven, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen [minderjarige 2] , [minderjarige 3] geboren op [geboortedatum 3] 2024 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [minderjarige 3] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen de vader , wonende in [woonplaats] , advocaat voor beide ouders mr. N. Hos, de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering , gevestigd te Utrecht, hierna te noemen de GI. 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van 13 maart 2026; de berichten van de advocaat van de ouders van 19 en 20 maart 2026, met bijlagen. 1.2. Op 20 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig: - de ouders bijgestaan door mr. Hos en telefonisch bijgestaan door mevrouw Ghegre, tolk Tigrinya; - mevrouw [A] , vertegenwoordigster van de Raad; de heer [B] en de heer [C] , vertegenwoordigers van de GI; mevrouw [E] , hulpverleenster van de ouders van Amerpoort. 2 De feiten 2.1. De moeder heeft alleen het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De moeder en vader hebben samen het gezag over [minderjarige 3] . 2.2. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de ouders. 2.3. Bij beschikking van 13 maart 2026 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voorlopig onder toezicht van de GI tot 13 juni 2026. Ook is in dezelfde beschikking een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een pleeggezin tot 27 maart 2026. De behandeling van het verzoek van de Raad is voor het overige aangehouden. 3 Het verzoek 3.1. De kinderrechter moet beoordelen of er op basis van wat er op de zitting is gezegd aanleiding is om de verleende voorlopige ondertoezichtstelling te herroepen en de verleende machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in te trekken. 3.2. De kinderrechter moet daarnaast nog beslissen op het resterende deel van het verzoek van de Raad om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een pleeggezin te verlenen voor de duur van drie maanden, tot 13 juni 2026. 4 De standpunten 4.1. De ouders willen geen ondertoezichtstelling, maar als de kinderrechter de voorlopige ondertoezichtstelling niet herroept, dan zullen zij aan de uitvoering van de maatregel meewerken. De ouders vragen om de machtiging tot uithuisplaatsing in te trekken en om het resterende deel van het verzoek over de uithuisplaatsing af te wijzen. De kinderen wonen thuis bij de ouders en dat moet zo blijven. Er zijn zorgen over de kinderen in de thuissituatie maar er is geen sprake van onveiligheid voor hen. De ouders zijn in contact met de GI en de hulpverlening en zullen hun adviezen opvolgen. Ook is er een netwerk betrokken van familie en buren. De ouders zijn geschrokken van het verzoek van de Raad en de gronden waarop de Raad dat verzoek baseert. Zij herkennen zich niet in wat de pleegkinderen hebben verteld over verwaarlozing en mishandeling door de ouders en over dat zij hun biologische kinderen ook op dezelfde zouden behandelen. De ouders hebben wel eens een corrigerende tik gegeven, waarvan zij nu weten dat zij niet hadden mogen doen. De ouders hadden een zware taak aan de opvoeding van de drie pleegkinderen en drie biologische kinderen. Zij hebben een dochter met autisme en de oudste pleegdochter was aan het puberen. In hun ogen hebben zij de kinderen met goede bedoelingen opgevoed. Het wijkteam was betrokken in verband met het autisme van [minderjarige 1] . De hulpverleenster kwam regelmatig over de vloer en die heeft geen zorgen over de kinderen gezien. Ook de school had geen zorgen over de kinderen. De kinderen zijn na de beslissing van 13 maart 2026 door een arts van top tot teen onderzocht en er is geen kindermishandeling vastgesteld. 4.2. De GI is sinds 13 maart 2026 betrokken. De jeugdbeschermer is op de dag van de uitspraak, vrijdag, en de maandag erna op bezoek geweest bij de kinderen en ouders thuis. In het weekend is de hulpverlening van Amerpoort langs geweest. De GI heeft zorgen over hoe het gaat met de kinderen in de thuissituatie gelet op de informatie van de Raad en wat tijdens de huisbezoeken is gezien. Als voorbeeld noemt de GI dat [minderjarige 1] veel achter een scherm zat. Echter de school en de hulpverlening herkennen deze zorgen niet. De GI heeft in overleg met de Raad besloten om de kinderen niet daadwerkelijk uit huis te plaatsen. Er loopt nog een politieonderzoek naar kindermishandeling. Dat wil de GI afwachten. De GI vindt het belangrijk dat er dagelijks hulpverlening is in de thuissituatie waarbij er wordt gekeken naar hoe het met de kinderen, met name [minderjarige 1] , gaat en wordt gekeken naar de hechting tussen de ouders en de kinderen. De GI wil een hulpverleningsinstantie inzetten die kennis heeft van de Eritrese cultuur, zodat er cultuur-sensitief aangesloten kan worden bij de ouders. Eerder kwamen de ouders afspraken niet na en hebben zij de hulpverlening niet binnengelaten. Zij moeten dit nu wel doen. Ook zal de GI contact houden met de school van de kinderen. Binnen drie maanden moet er duidelijkheid zijn over de situatie. De GI wil dat de machtiging tot uithuisplaatsing wordt toegewezen voor het geval dat zij het nodig vindt om daarvan gebruik te maken. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter laat de beslissing over de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in stand. Dit omdat de kinderrechter vindt dat die beslissing op de juiste gronden is gegeven. 5.2. De kinderrechter trekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in een pleeggezin over de periode van 13 maart 2026 tot 27 maart 2026, zoals beslist in de beschikking van 13 maart 2026, in. Verder wijst de kinderrechter het verzoek van de Raad tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor drie maanden af. De kinderrechter legt deze beslissing uit. 5.3. Er zijn zorgen over de veiligheid van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in de thuissituatie. De pleegkinderen die eerder in het gezin verbleven, hebben verteld dat zij zijn verwaarloosd en fysiek zijn mishandeld door de ouders. Ook hebben de pleegkinderen verteld dat de ouders dit gedrag ook vertonen tegenover [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Het politieonderzoek hiernaar is nog niet afgerond en de Raad en de GI beschikken nog niet over informatie uit dit onderzoek. Het belangrijk om in afwachting van die informatie toezicht te houden op de kinderen. De ouders hebben namelijk eerder hulpverlening onvoldoende geaccepteerd. Er was hulpverlening ingezet nadat de pleegkinderen eerst uit huis waren geplaatst en twee pleegkinderen daarna weer terug waren geplaatst in het gezin.