Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-03-13
ECLI:NL:RBMNE:2026:1288
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,865 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1288 text/xml public 2026-04-09T09:48:20 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-13 24/6215 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1288 text/html public 2026-04-09T09:47:57 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1288 Rechtbank Midden-Nederland , 13-03-2026 / 24/6215 8:54, bezwaar zonder goede reden te laat ingediend. Eisers bezwaar is ook als een herzieningsverzoek is opgevat. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/6215 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de Svb (gemachtigde: mr. P.C. van der Voorn). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de Svb van 2 september 2024. 2. Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank Is het bezwaarschrift te laat ingediend? 3. Vaststaat dat de Svb het besluit waartegen eiser bezwaar heeft gemaakt bekend heeft gemaakt op 23 maart 2016, zodat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde op 5 mei 2016. Eiser heeft op 23 juli 2024 bezwaar gemaakt. Tussen partijen staat niet ter discussie dat dit te laat is. Is het te laat indienen verontschuldigbaar? 4. Eiser geeft aan dat hij destijds geen bezwaar heeft ingediend, omdat hij er vanuit ging dat de gegevens in het besluit correct waren. Van de gemeente, de Belastingdienst en zijn pensioenadviseur heeft eiser aanvullende informatie ontvangen. Op basis daarvan is eiser van mening dat de verzekerde periodes niet juist zijn vastgesteld. Eiser heeft daarom pas op 23 juli 2024 bezwaar gemaakt. 5. De rechtbank oordeelt dat de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het feit dat eiser na afloop van de bezwaartermijn aanvullende informatie heeft ontvangen, geen geldige reden is waarom eiser zijn bezwaar te laat heeft ingediend. De Svb heeft hierin terecht geen aanleiding gezien om eisers bezwaarschrift alsnog in behandeling te nemen. Eiser heeft dus geen verschoonbare omstandigheden aangevoerd die maken dat de Svb het bezwaar alsnog inhoudelijk had moeten beoordelen. 6. Bovendien heeft de Svb in de reactie van 9 oktober 2024 aangegeven dat eisers bezwaarschrift ook als een herzieningsverzoek is opgevat. Op het moment van de reactie van 9 oktober 2024 had de Svb nog niet op dit herzieningsverzoek beslist. Gezien het tijdsverloop sindsdien gaat de rechtbank er vanuit dat dit inmiddels wel is gebeurd. Conclusie en gevolgen 7. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Hoogenberk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1288 text/xml public 2026-04-09T09:48:20 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-13 24/6215 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1288 text/html public 2026-04-09T09:47:57 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1288 Rechtbank Midden-Nederland , 13-03-2026 / 24/6215 8:54, bezwaar zonder goede reden te laat ingediend. Eisers bezwaar is ook als een herzieningsverzoek is opgevat. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/6215 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de Svb (gemachtigde: mr. P.C. van der Voorn). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de Svb van 2 september 2024. 2. Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank Is het bezwaarschrift te laat ingediend? 3. Vaststaat dat de Svb het besluit waartegen eiser bezwaar heeft gemaakt bekend heeft gemaakt op 23 maart 2016, zodat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde op 5 mei 2016. Eiser heeft op 23 juli 2024 bezwaar gemaakt. Tussen partijen staat niet ter discussie dat dit te laat is. Is het te laat indienen verontschuldigbaar? 4. Eiser geeft aan dat hij destijds geen bezwaar heeft ingediend, omdat hij er vanuit ging dat de gegevens in het besluit correct waren. Van de gemeente, de Belastingdienst en zijn pensioenadviseur heeft eiser aanvullende informatie ontvangen. Op basis daarvan is eiser van mening dat de verzekerde periodes niet juist zijn vastgesteld. Eiser heeft daarom pas op 23 juli 2024 bezwaar gemaakt. 5. De rechtbank oordeelt dat de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het feit dat eiser na afloop van de bezwaartermijn aanvullende informatie heeft ontvangen, geen geldige reden is waarom eiser zijn bezwaar te laat heeft ingediend. De Svb heeft hierin terecht geen aanleiding gezien om eisers bezwaarschrift alsnog in behandeling te nemen. Eiser heeft dus geen verschoonbare omstandigheden aangevoerd die maken dat de Svb het bezwaar alsnog inhoudelijk had moeten beoordelen. 6. Bovendien heeft de Svb in de reactie van 9 oktober 2024 aangegeven dat eisers bezwaarschrift ook als een herzieningsverzoek is opgevat. Op het moment van de reactie van 9 oktober 2024 had de Svb nog niet op dit herzieningsverzoek beslist. Gezien het tijdsverloop sindsdien gaat de rechtbank er vanuit dat dit inmiddels wel is gebeurd. Conclusie en gevolgen 7. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Hoogenberk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.