Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-20
ECLI:NL:RBMNE:2026:1217
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,893 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1217 text/xml public 2026-05-11T09:08:14 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-20 UTR 25/6731 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1217 text/html public 2026-05-11T09:07:38 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1217 Rechtbank Midden-Nederland , 20-04-2026 / UTR 25/6731 Afwijzing aanvraag pgb individuele begeleiding. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6731 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede , het college (gemachtigde: L. Broos). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een persoonsgebonden budget (pgb). Eiser is het niet eens met de afwijzing daarvan. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank oordeelt dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het beroep is ongegrond en eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een pgb voor individuele begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Daarbij heeft eiser zijn vader aangewezen als budgetvertegenwoordiger. Het college heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 24 februari 2025 afgewezen, omdat de vader van eiser niet geschikt werd geacht als budgetvertegenwoordiger en het budgetplan niet voldeed. Met het bestreden besluit van 14 oktober 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de gronden aangevuld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 6 maart 2026 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt of het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het beroep van eiser richt zich niet tegen het oordeel van college dat de vader van eiser niet geschikt is als budgetvertegenwoordiger. 4. Eiser voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd, omdat niet is toegelicht hoe het college is omgegaan met de voorgestelde nieuwe budgetvertegenwoordiger. 5. Deze beroepsgrond slaagt niet. Tijdens de hoorzitting in bezwaar is door eiser een nieuwe mogelijke budgetvertegenwoordiger voorgedragen. De behandeling van het bezwaar is toen aangehouden om te onderzoeken of deze persoon geschikt was. Het college heeft hem benaderd en uitgenodigd voor een gesprek, waarna de nieuwe budgetvertegenwoordiger zich heeft teruggetrokken. Daardoor is het niet tot een inhoudelijke beoordeling van (de geschiktheid van) deze persoon gekomen. Het bestreden besluit is daarom niet onzorgvuldig voorbereid en ook niet onvoldoende gemotiveerd. 6. Eiser voert aan dat het primaire besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat het bezwaar daarom gegrond had moeten worden verklaard. 7. Deze beroepsgrond slaagt niet. In het primaire besluit staat dat het pgb wordt geweigerd omdat geen geschikte budgetvertegenwoordiger beschikbaar is die het pgb kan beheren. In dat besluit is echter niet uitgelegd waarom de vader van eiser niet geschikt werd geacht als budgetvertegenwoordiger. Het primaire besluit bevat daarom een motiveringsgebrek. In bezwaar moet een volledige heroverweging van het primaire besluit plaatsvinden. Het college heeft in het bestreden besluit nader toegelicht waarom de vader van eiser volgens het college niet geschikt is als budgetvertegenwoordiger. Daarbij is geen andere weigeringsgrond gehanteerd en is de uitkomst van het besluit – de weigering van het pgb – hetzelfde gebleven. Een primair besluit wordt herroepen wanneer het inhoudelijk onjuist is en daarom wordt ingetrokken of gewijzigd. Dat is hier niet het geval. Het primaire besluit is in bezwaar in stand gebleven en nader gemotiveerd. Het college hoefde het bezwaar daarom niet gegrond te verklaren. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag voor een pgb in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. van Niejenhuis, rechter, in aanwezigheid van mr.P. Molenaar, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026. de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1217 text/xml public 2026-05-11T09:08:14 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-04-20 UTR 25/6731 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1217 text/html public 2026-05-11T09:07:38 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1217 Rechtbank Midden-Nederland , 20-04-2026 / UTR 25/6731 Afwijzing aanvraag pgb individuele begeleiding. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6731 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede , het college (gemachtigde: L. Broos). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een persoonsgebonden budget (pgb). Eiser is het niet eens met de afwijzing daarvan. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank oordeelt dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het beroep is ongegrond en eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een pgb voor individuele begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Daarbij heeft eiser zijn vader aangewezen als budgetvertegenwoordiger. Het college heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 24 februari 2025 afgewezen, omdat de vader van eiser niet geschikt werd geacht als budgetvertegenwoordiger en het budgetplan niet voldeed. Met het bestreden besluit van 14 oktober 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de gronden aangevuld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 6 maart 2026 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt of het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. Het beroep van eiser richt zich niet tegen het oordeel van college dat de vader van eiser niet geschikt is als budgetvertegenwoordiger. 4. Eiser voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd, omdat niet is toegelicht hoe het college is omgegaan met de voorgestelde nieuwe budgetvertegenwoordiger. 5. Deze beroepsgrond slaagt niet. Tijdens de hoorzitting in bezwaar is door eiser een nieuwe mogelijke budgetvertegenwoordiger voorgedragen. De behandeling van het bezwaar is toen aangehouden om te onderzoeken of deze persoon geschikt was. Het college heeft hem benaderd en uitgenodigd voor een gesprek, waarna de nieuwe budgetvertegenwoordiger zich heeft teruggetrokken. Daardoor is het niet tot een inhoudelijke beoordeling van (de geschiktheid van) deze persoon gekomen. Het bestreden besluit is daarom niet onzorgvuldig voorbereid en ook niet onvoldoende gemotiveerd. 6. Eiser voert aan dat het primaire besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat het bezwaar daarom gegrond had moeten worden verklaard. 7. Deze beroepsgrond slaagt niet. In het primaire besluit staat dat het pgb wordt geweigerd omdat geen geschikte budgetvertegenwoordiger beschikbaar is die het pgb kan beheren. In dat besluit is echter niet uitgelegd waarom de vader van eiser niet geschikt werd geacht als budgetvertegenwoordiger. Het primaire besluit bevat daarom een motiveringsgebrek. In bezwaar moet een volledige heroverweging van het primaire besluit plaatsvinden. Het college heeft in het bestreden besluit nader toegelicht waarom de vader van eiser volgens het college niet geschikt is als budgetvertegenwoordiger. Daarbij is geen andere weigeringsgrond gehanteerd en is de uitkomst van het besluit – de weigering van het pgb – hetzelfde gebleven. Een primair besluit wordt herroepen wanneer het inhoudelijk onjuist is en daarom wordt ingetrokken of gewijzigd. Dat is hier niet het geval. Het primaire besluit is in bezwaar in stand gebleven en nader gemotiveerd. Het college hoefde het bezwaar daarom niet gegrond te verklaren. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag voor een pgb in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. van Niejenhuis, rechter, in aanwezigheid van mr.P. Molenaar, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026. de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.