Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-20
ECLI:NL:RBMNE:2026:1154
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 23/4152 uitspraak van de meervoudige kamer van 20 maart 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht , het college (gemachtigde: mr. M.W.J. Gorissen). Samenvatting Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiser om openbaarmaking van documenten over het toezicht van de gemeente en/of de brandweer op een aantal studentenhuizen in Utrecht. Het college heeft dit verzoek gedeeltelijk ingewilligd. Eiser is het er niet mee eens dat zijn verzoek niet volledig is ingewilligd. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de besluiten van het college. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de zoekslag in eerste instantie niet goed heeft gedaan. Eiser krijgt op dit punt dus gelijk. Omdat de zoekslag bij het aanvullende besluit op bezwaar wel goed is gedaan, hoeft het college geen nieuwe zoekslag meer te doen. Het besluit wordt daarom vernietigd waarbij de rechtsgevolgen in stand worden gelaten. Bij het aanvullende besluit op bezwaar heeft het college één naam ten onrechte weggelakt. Daarom is ook het beroep tegen dit besluit gegrond. De rechtbank bepaalt dat het college deze naam alsnog openbaar moet maken. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot haar oordeel is gekomen. Procesverloop Eiser heeft een verzoek ingediend om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo). Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 10 oktober 2022 gedeeltelijk ingewilligd. Met het bestreden besluit van 25 juli 2023 op het bezwaar van eiser heeft het college nog een aantal documenten (gedeeltelijk) openbaar gemaakt. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Op 10 februari 2025 heeft het college een aanvullend besluit op bezwaar genomen. Het college heeft op het beroep gereageerd met twee verweerschriften. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis genomen van de niet openbaar gemaakte informatie. De rechtbank heeft het beroep op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het college. Eiser is niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Niet verschijnen op de zitting door eiser Eiser heeft de rechtbank op 1 december 2025 verzocht om digitaal aan de zitting te mogen deelnemen. Eiser gaf hiervoor als reden op dat hij de afgelopen week een uitnodiging had ontvangen voor een digitale zitting om 11.00 uur van een andere rechtbank. De rechtbank stelt voorop dat een fysieke zitting uitgangspunt is en de voorkeur verdient. In de door eiser opgegeven reden heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om eisers verzoek toe te wijzen. Gelet op het aanvangstijdstip van de zitting, namelijk 9.30 uur, was het voor eiser, die in Utrecht woont, mogelijk om de zitting fysiek bij te wonen. Er was dus geen reden om van het uitgangspunt af te wijken. Vervolgens heeft eiser ervoor gekozen om niet op de zitting te verschijnen. Totstandkoming van het besluit Op 17 augustus 2022 heeft eiser verzocht om openbaarmaking van alle documenten die zien op het toezicht van de gemeente en/of de brandweer op de studentenhuizen aan de [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en de [adres 4] in [plaats] . Hij heeft (niet limitatief) verzocht om openbaarmaking van inspectierapporten, correspondentie, verslagen van overleggen waarin deze panden zijn besproken, maar ook besluiten en aanschrijvingen. Bij besluit van 10 oktober 2022 heeft het college 12 documenten openbaar gemaakt met weglakking van de persoonsgegevens in deze documenten. Het document ‘kadastraal bericht object’ heeft het college geweigerd openbaar te maken. Nadat eiser bezwaar had gemaakt tegen dit besluit, heeft het college bij het besluit op bezwaar nog eens 12 documenten openbaar gemaakt met weglakking van de persoonsgegevens daarin. Voor het overige is het colleg Het college heeft ook expliciet navraag gedaan bij de destijds betrokken inspecteur, maar deze documenten zijn ook bij de laatste zoekslag niet aangetroffen. Over de handgeschreven aantekening over spoedeisende bestuursdwang op één van de documenten zijn geen documenten aangetroffen en de destijds betrokken collega heeft bevestigd dat daar geen documenten van zijn. Ook de brief van 19 augustus 2009 (aanvraag gedoogverklaring) waarnaar wordt verwezen in document 5 bij het aanvullende besluit op bezwaar, heeft het college niet aangetroffen. Gelet op de door het college gemaakte zoekslag en het tijdsverloop, komt deze uitleg van het college de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. Deze beroepsgrond slaagt dus niet. De zoekslag is naar het oordeel van de rechtbank nu volledig geweest en voldoende inzichtelijk gemaakt. Geweigerde stukken 14. Eiser stelt dat documenten 7 en 8 bij het primaire besluit ten onrechte niet openbaar zijn gemaakt. De rechtbank heeft op de zitting vastgesteld dat document 7 een kadastraal uittreksel betreft. Eiser voert aan dat het college het aangetroffen kadastrale overzicht en een pagina uit een koopakte ten onrechte niet openbaar heeft gemaakt. De rechtbank heeft allereerst vastgesteld dat het niet om een pagina uit een koopakte gaat, maar om een pagina uit een leveringsakte. Het college heeft dat niet juist vermeld in het besluit op bezwaar van 10 februari 2025. Het college heeft wel terecht geweigerd deze pagina openbaar te maken en dat geldt ook voor het kadastrale overzicht. Hoofdstuk 7 van de Kadasterwet is opgenomen in de bijlage bij artikel 8.8 van de Woo, zodat de Woo niet van toepassing is op documenten die zijn opgenomen in het Kadaster. Document 8 is, zoals het college ook al herhaaldelijk heeft opgemerkt, een besluit op bezwaar met betrekking tot een ander adres. Dit document valt buiten de reikwijdte van eisers verzoek. Weggelakte namen van woningeigenaren, wijkagent en gemandateerde ambtenaar 14. Eiser voert verder aan dat het college ten onrechte heeft geweigerd de namen van de woningeigenaren, de wijkagent en van het Hoofd afdeling FrontOffice & Vergunningen, een gemandateerde ambtenaar, openbaar te maken. De rechtbank overweegt hierover dat het college een zwaarder gewicht heeft mogen toekennen aan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de woningeigenaren en de wijkagent dan aan het belang van eiser bij openbaarmaking van deze namen. Dat de naam van de wijkagent te vinden is op de internetsite van de politie maakt dit niet anders. Op het moment dat de wijkagent emailcontact heeft met collega’s en/of ketenpartners vervult hij een andere, niet in het openbaar uitgeoefende taak en treedt hij niet in de openbaarheid. Dan weegt de persoonlijke levenssfeer van deze persoon zwaarder. 14. Over de naam van het Hoofd afdeling FrontOffice & Vergunningen heeft het college tijdens de zitting niet kunnen uitleggen waarom deze naam is weggelakt, terwijl de naam van het Hoofd Toezicht en Handhaving (Bebouwde Omgeving) wel openbaar is gemaakt. Het college heeft dan ook onvoldoende gemotiveerd waarom het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van deze persoon zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid. In zoverre slaagt de beroepsgrond. Dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar 14. Eiser voert aan dat het college in het besluit op bezwaar ten onrechte de verbeurde bestuurlijke dwangsom niet heeft vastgesteld. Eiser heeft het college op 20 februari 2023 in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 21 oktober 2022. De rechtbank geeft eiser gelijk dat het college ten onrechte heeft nagelaten de op grond van artikel 4:17 van de Awb verbeurde dwangsom vast te stellen. Daarbij merkt de rechtbank op dat de dwangsomregeling van de Awb op grond van artikel 8.2 van de Woo niet van toepassing is. Gelet echter op het bepaalde in artikel 4:18 van de Awb is het niet aan de rechtbank, maar aan het college om de verschuldigdheid en de