Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-02-10
ECLI:NL:RBMNE:2026:1150
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,675 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1150 text/xml public 2026-04-02T13:22:27 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-10 UTR 25/6493 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1150 text/html public 2026-04-02T13:21:48 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1150 Rechtbank Midden-Nederland , 10-02-2026 / UTR 25/6493 Eiser heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend op grond van artikel 8:88 Awb. Hij stelt schade te hebben geleden omdat de Nationale Ombudsman zonder zorgvuldig onderzoek heeft geoordeeld over een klacht van hem. Omdat de Nationale Ombudsman niet als bestuursorgaan wordt aangemerkt én tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht geen beroep openstaat, is de bestuursrechter niet bevoegd om van het verzoek om schadevergoeding kennis te nemen. De rechtbank verklaart zich onbevoegd. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6493 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats] , verzoekers en de Nationale Ombudsman (gemachtigde: mr. L. Scheppink). Inleiding In deze uitspraak beslist de rechtbank over het verzoek om schadevergoeding van verzoekers van 8 november 2025. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank sluit het onderzoek in deze zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Verzoekers hebben een verzoek om schadevergoeding ingediend bij de rechtbank op grond van artikel 8:88 van de Awb. Zij stellen schade te hebben geleden, omdat de Nationale Ombudsman zonder zorgvuldig onderzoek heeft geoordeeld over een klacht over de Regionale Sociale Dienst. Op grond van artikel 1:1, tweede lid, aanhef en onder f, van de Awb wordt de Nationale Ombudsman niet als bestuursorgaan aangemerkt. Op grond van artikel 9:3 van de Awb kan tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht over een gedraging van een bestuursorgaan geen beroep worden ingesteld. Dit betekent dat de bestuursrechter niet bevoegd is kennis te nemen van het verzoek om de Nationale Ombudsman te veroordelen tot vergoeding van schade op grond van artikel 8:88 van de Awb. Omdat de rechtbank onbevoegd is, zal het door verzoekers betaalde griffierecht worden terugbetaald. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen; - draagt de griffier op het betaalde griffierecht terug te betalen aan verzoekers. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1150 text/xml public 2026-04-02T13:22:27 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-10 UTR 25/6493 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1150 text/html public 2026-04-02T13:21:48 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1150 Rechtbank Midden-Nederland , 10-02-2026 / UTR 25/6493 Eiser heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend op grond van artikel 8:88 Awb. Hij stelt schade te hebben geleden omdat de Nationale Ombudsman zonder zorgvuldig onderzoek heeft geoordeeld over een klacht van hem. Omdat de Nationale Ombudsman niet als bestuursorgaan wordt aangemerkt én tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht geen beroep openstaat, is de bestuursrechter niet bevoegd om van het verzoek om schadevergoeding kennis te nemen. De rechtbank verklaart zich onbevoegd. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6493 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats] , verzoekers en de Nationale Ombudsman (gemachtigde: mr. L. Scheppink). Inleiding In deze uitspraak beslist de rechtbank over het verzoek om schadevergoeding van verzoekers van 8 november 2025. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank sluit het onderzoek in deze zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Verzoekers hebben een verzoek om schadevergoeding ingediend bij de rechtbank op grond van artikel 8:88 van de Awb. Zij stellen schade te hebben geleden, omdat de Nationale Ombudsman zonder zorgvuldig onderzoek heeft geoordeeld over een klacht over de Regionale Sociale Dienst. Op grond van artikel 1:1, tweede lid, aanhef en onder f, van de Awb wordt de Nationale Ombudsman niet als bestuursorgaan aangemerkt. Op grond van artikel 9:3 van de Awb kan tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht over een gedraging van een bestuursorgaan geen beroep worden ingesteld. Dit betekent dat de bestuursrechter niet bevoegd is kennis te nemen van het verzoek om de Nationale Ombudsman te veroordelen tot vergoeding van schade op grond van artikel 8:88 van de Awb. Omdat de rechtbank onbevoegd is, zal het door verzoekers betaalde griffierecht worden terugbetaald. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen; - draagt de griffier op het betaalde griffierecht terug te betalen aan verzoekers. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.