Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2026-03-11
ECLI:NL:RBMNE:2026:1129
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,056 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1129 text/xml public 2026-03-25T09:54:22 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-11 11881244 \ LC EXPL 25-1924 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Lelystad Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1129 text/html public 2026-03-25T09:54:04 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1129 Rechtbank Midden-Nederland , 11-03-2026 / 11881244 \ LC EXPL 25-1924 Partiele ontbinding van de overeenkomst wegens wanprestatie, terugbetaling van een deel van de verrichte betaling en aanvullende schadevergoeding. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer: 11881244 \ LC EXPL 25-1924 Vonnis van 11 maart 2026 in de zaak van [eiseres] B.V. , gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. L. Knol en mr. K. Bosman, tegen [gedaagde] , handelend als eenmanszaak onder de naam [handelsnaam] , wonende en zaakdoende te [woonplaats] gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 9 september 2025 met producties 1 tot en met 16; - de mondelinge conclusie van antwoord; - de brief van 31 oktober 2025 waarin is meegedeeld dat op 10 februari 2026 een mondelinge behandeling is bepaald. 1.2. De zaak is op 10 februari 2026 bij de kantonrechter besproken. Namens [eiseres] is de heer [A] – eigenaar en directeur van [eiseres] – verschenen. Hij werd bijgestaan door mr. Knol en mr. Bosman. [gedaagde] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken. 1.3. De kantonrechter heeft besloten dat vandaag schriftelijk uitspraak wordt gedaan 2 De kern van de zaak 2.1. Partijen hebben een overeenkomst voor levering van sanitair en toebehoren naar Frankrijk gesloten. [gedaagde] heeft niet alle goederen geleverd. [eiseres] heeft [gedaagde] nog de kans gegeven om de niet geleverde goederen alsnog te leveren. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Daarom heeft [eiseres] de overeenkomst tussen partijen ten aanzien van de niet geleverde goederen partieel ontbonden. [eiseres] wil dat [gedaagde] haar een bedrag van € 13.822,33 (= € 9.215,45 voor de niet geleverde goederen en een aanvullende schadevergoeding van € 4.606,88), met rente kosten, betaalt. [gedaagde] is het niet eens met de vorderingen van [eiseres] . De kantonrechter wijst grotendeels de vorderingen van [eiseres] toe. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] het bedrag van € 12.032,33, met rente en kosten, aan [eiseres] moet betalen. 3 De beoordeling [gedaagde] moet het bedrag van € 12.032,33 aan [eiseres] betalen 3.1. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichting uit de overeenkomst door niet alle bestelde en betaalde goederen aan [eiseres] te leveren. [eiseres] mocht daarom de overeenkomst partieel buitengerechtelijk ontbinden. [gedaagde] is naast de terugbetaling van het bedrag voor de niet geleverde goederen, ook gehouden om de schade als gevolg van de partiele ontbinding aan [eiseres] te vergoeden. Dit betekent dat [gedaagde] het bedrag van € 12.032,33 aan [eiseres] moet betalen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen. Toetsingskader voor ontbinding 3.2. Op grond van artikel 6:265 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) geeft iedere tekortkoming van een partij de wederpartij in beginsel de bevoegdheid om de overeenkomst helemaal of gedeeltelijk te ontbinden. Dit is alleen anders wanneer de tekortkoming, vanwege de bijzondere aard of geringe betekenis daarvan, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas wanneer de tekortschietende partij in verzuim is (artikel 6:265 lid 2 BW). [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting tot levering van een deel van de bestelde goederen 3.3. Partijen zijn een overeenkomst overeengekomen, waarbij afgesproken is dat [gedaagde] de bestelde goederen als vermeld op de factuur van 25 februari 2025 in productie 2 bij dagvaarding aan [eiseres] zou leveren en [eiseres] zou de koopprijs voor die goederen aan [gedaagde] betalen. [eiseres] heeft de koopprijs van € 16.940,00 aan [gedaagde] betaald. [eiseres] stelt dat zij een deel van de bestelde goederen niet heeft ontvangen en/of geleverd heeft gekregen, namelijk de vermelde goederen in productie 16 bij dagvaarding onder het kopje ‘ Factuur betaald, niet geleverd ’. [gedaagde] heeft dit betwist. Volgens [gedaagde] zijn de bestelde goederen wel geleverd. De goederen zijn aan de aannemer of medewerker van [eiseres] afgegeven. Dit verweer van [gedaagde] slaagt niet en wel om het volgende. 3.4. Volgens de hoofdregel van bewijsrecht draagt de partij die zich op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten of rechten daarvan de bewijslast (artikel 150 van Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv)). Omdat [eiseres] de ontvangst van een deel van de bestelde goederen heeft betwist, ligt het op de weg van [gedaagde] om aan te tonen dat het door [eiseres] gestelde ontbrekende deel van de bestelling [eiseres] wél heeft bereikt en dus door [eiseres] is ontvangen. 3.5. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] niet heeft aangetoond dat het door [eiseres] gestelde ontbrekende deel van de bestelling door [eiseres] is ontvangen. [gedaagde] heeft zijn standpunt – dat de goederen zijn afgeleverd – op geen enkele wijze onderbouwd. [gedaagde] was nog in de gelegenheid gesteld om zijn standpunt nader te onderbouwen door een aanvullende conclusie van antwoord te nemen, maar [gedaagde] heeft daar geen gebruik van gemaakt. 3.6. De kantonrechter stelt op basis van het voorgaande vast dat de door [eiseres] gestelde niet geleverde goederen in productie 16 bij dagvaarding – behoudens de TYNE fontein en de thermostatische multiblok set, hierna meer onder 3.10 en 3.11.) – niet bij [eiseres] is afgeleverd. Dit betekent dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichting tot levering van een deel van de bestelde goederen. [gedaagde] is in verzuim 3.7. [eiseres] heeft in de e-mail van 26 mei 2025 [gedaagde] de kans gegeven om de niet geleverde goederen alsnog aan haar te leveren (zie productie 12 bij dagvaarding). Dat heeft [gedaagde] niet gedaan, zodat [gedaagde] in verzuim is. [eiseres] mocht de koopovereenkomst ontbinden 3.8. [eiseres] mocht op 1 juli 2025 dan ook overgaan tot partiele ontbinding van de overeenkomst ten aanzien van de niet geleverde goederen (zie productie 13 bij dagvaarding). [gedaagde] moet het bedrag van € 8.375,45 voor de niet geleverde goederen aan [eiseres] terugbetalen 3.9. De partiele ontbinding van de overeenkomst bevrijdt partijen van hun verplichtingen over en weer uit die overeenkomst en voor zover verplichtingen al zijn nagekomen, moeten deze ongedaan gemaakt worden (artikel 6:271 BW). Dit betekent dat [gedaagde] de niet geleverde goederen niet meer aan [eiseres] hoeft te leveren en [gedaagde] aan [eiseres] een deel van de betaalde koopprijs, dat ziet op de niet geleverde goederen aan [eiseres] , moet terug betalen. 3.10. [eiseres] heeft gesteld dat zij de goederen zoals is vermeld in productie 16 bij dagvaarding onder het kopje ‘ Factuur betaald, niet geleverd ’ niet heeft ontvangen. Die niet geleverde goederen vertegenwoordigen een waarde van € 9.215,45. [gedaagde] heeft de hoogte van dit bedrag niet betwist. De kantonrechter wijst de vordering tot terugbetaling van de niet geleverde goederen toe tot het bedrag van € 8.375,45 en wel om het volgende. 3.11. In de opsomming in productie 16 bij dagvaarding staan de TYNE fontein van € 642,00 en de thermostatische multiblok set van € 198,00 vermeld, maar die twee goederen komen niet voor op de factuur van 25 februari 2025 in productie 2 bij dagvaarding, waarop [eiseres] haar vordering heeft gebaseerd. Het deel van de vordering, dat ziet op de twee voornoemde goederen, wordt dan ook afgewezen.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2026:1129 text/xml public 2026-03-25T09:54:22 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-03-11 11881244 \ LC EXPL 25-1924 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Lelystad Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1129 text/html public 2026-03-25T09:54:04 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:1129 Rechtbank Midden-Nederland , 11-03-2026 / 11881244 \ LC EXPL 25-1924 Partiele ontbinding van de overeenkomst wegens wanprestatie, terugbetaling van een deel van de verrichte betaling en aanvullende schadevergoeding. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Lelystad Zaaknummer: 11881244 \ LC EXPL 25-1924 Vonnis van 11 maart 2026 in de zaak van [eiseres] B.V. , gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. L. Knol en mr. K. Bosman, tegen [gedaagde] , handelend als eenmanszaak onder de naam [handelsnaam] , wonende en zaakdoende te [woonplaats] gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 9 september 2025 met producties 1 tot en met 16; - de mondelinge conclusie van antwoord; - de brief van 31 oktober 2025 waarin is meegedeeld dat op 10 februari 2026 een mondelinge behandeling is bepaald. 1.2. De zaak is op 10 februari 2026 bij de kantonrechter besproken. Namens [eiseres] is de heer [A] – eigenaar en directeur van [eiseres] – verschenen. Hij werd bijgestaan door mr. Knol en mr. Bosman. [gedaagde] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken. 1.3. De kantonrechter heeft besloten dat vandaag schriftelijk uitspraak wordt gedaan 2 De kern van de zaak 2.1. Partijen hebben een overeenkomst voor levering van sanitair en toebehoren naar Frankrijk gesloten. [gedaagde] heeft niet alle goederen geleverd. [eiseres] heeft [gedaagde] nog de kans gegeven om de niet geleverde goederen alsnog te leveren. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Daarom heeft [eiseres] de overeenkomst tussen partijen ten aanzien van de niet geleverde goederen partieel ontbonden. [eiseres] wil dat [gedaagde] haar een bedrag van € 13.822,33 (= € 9.215,45 voor de niet geleverde goederen en een aanvullende schadevergoeding van € 4.606,88), met rente kosten, betaalt. [gedaagde] is het niet eens met de vorderingen van [eiseres] . De kantonrechter wijst grotendeels de vorderingen van [eiseres] toe. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] het bedrag van € 12.032,33, met rente en kosten, aan [eiseres] moet betalen. 3 De beoordeling [gedaagde] moet het bedrag van € 12.032,33 aan [eiseres] betalen 3.1. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichting uit de overeenkomst door niet alle bestelde en betaalde goederen aan [eiseres] te leveren. [eiseres] mocht daarom de overeenkomst partieel buitengerechtelijk ontbinden. [gedaagde] is naast de terugbetaling van het bedrag voor de niet geleverde goederen, ook gehouden om de schade als gevolg van de partiele ontbinding aan [eiseres] te vergoeden. Dit betekent dat [gedaagde] het bedrag van € 12.032,33 aan [eiseres] moet betalen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen. Toetsingskader voor ontbinding 3.2. Op grond van artikel 6:265 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) geeft iedere tekortkoming van een partij de wederpartij in beginsel de bevoegdheid om de overeenkomst helemaal of gedeeltelijk te ontbinden. Dit is alleen anders wanneer de tekortkoming, vanwege de bijzondere aard of geringe betekenis daarvan, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas wanneer de tekortschietende partij in verzuim is (artikel 6:265 lid 2 BW). [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting tot levering van een deel van de bestelde goederen 3.3. Partijen zijn een overeenkomst overeengekomen, waarbij afgesproken is dat [gedaagde] de bestelde goederen als vermeld op de factuur van 25 februari 2025 in productie 2 bij dagvaarding aan [eiseres] zou leveren en [eiseres] zou de koopprijs voor die goederen aan [gedaagde] betalen. [eiseres] heeft de koopprijs van € 16.940,00 aan [gedaagde] betaald. [eiseres] stelt dat zij een deel van de bestelde goederen niet heeft ontvangen en/of geleverd heeft gekregen, namelijk de vermelde goederen in productie 16 bij dagvaarding onder het kopje ‘ Factuur betaald, niet geleverd ’. [gedaagde] heeft dit betwist. Volgens [gedaagde] zijn de bestelde goederen wel geleverd. De goederen zijn aan de aannemer of medewerker van [eiseres] afgegeven. Dit verweer van [gedaagde] slaagt niet en wel om het volgende. 3.4. Volgens de hoofdregel van bewijsrecht draagt de partij die zich op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten of rechten daarvan de bewijslast (artikel 150 van Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv)). Omdat [eiseres] de ontvangst van een deel van de bestelde goederen heeft betwist, ligt het op de weg van [gedaagde] om aan te tonen dat het door [eiseres] gestelde ontbrekende deel van de bestelling [eiseres] wél heeft bereikt en dus door [eiseres] is ontvangen. 3.5. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] niet heeft aangetoond dat het door [eiseres] gestelde ontbrekende deel van de bestelling door [eiseres] is ontvangen. [gedaagde] heeft zijn standpunt – dat de goederen zijn afgeleverd – op geen enkele wijze onderbouwd. [gedaagde] was nog in de gelegenheid gesteld om zijn standpunt nader te onderbouwen door een aanvullende conclusie van antwoord te nemen, maar [gedaagde] heeft daar geen gebruik van gemaakt. 3.6. De kantonrechter stelt op basis van het voorgaande vast dat de door [eiseres] gestelde niet geleverde goederen in productie 16 bij dagvaarding – behoudens de TYNE fontein en de thermostatische multiblok set, hierna meer onder 3.10 en 3.11.) – niet bij [eiseres] is afgeleverd. Dit betekent dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichting tot levering van een deel van de bestelde goederen. [gedaagde] is in verzuim 3.7. [eiseres] heeft in de e-mail van 26 mei 2025 [gedaagde] de kans gegeven om de niet geleverde goederen alsnog aan haar te leveren (zie productie 12 bij dagvaarding). Dat heeft [gedaagde] niet gedaan, zodat [gedaagde] in verzuim is. [eiseres] mocht de koopovereenkomst ontbinden 3.8. [eiseres] mocht op 1 juli 2025 dan ook overgaan tot partiele ontbinding van de overeenkomst ten aanzien van de niet geleverde goederen (zie productie 13 bij dagvaarding). [gedaagde] moet het bedrag van € 8.375,45 voor de niet geleverde goederen aan [eiseres] terugbetalen 3.9. De partiele ontbinding van de overeenkomst bevrijdt partijen van hun verplichtingen over en weer uit die overeenkomst en voor zover verplichtingen al zijn nagekomen, moeten deze ongedaan gemaakt worden (artikel 6:271 BW). Dit betekent dat [gedaagde] de niet geleverde goederen niet meer aan [eiseres] hoeft te leveren en [gedaagde] aan [eiseres] een deel van de betaalde koopprijs, dat ziet op de niet geleverde goederen aan [eiseres] , moet terug betalen. 3.10. [eiseres] heeft gesteld dat zij de goederen zoals is vermeld in productie 16 bij dagvaarding onder het kopje ‘ Factuur betaald, niet geleverd ’ niet heeft ontvangen. Die niet geleverde goederen vertegenwoordigen een waarde van € 9.215,45. [gedaagde] heeft de hoogte van dit bedrag niet betwist. De kantonrechter wijst de vordering tot terugbetaling van de niet geleverde goederen toe tot het bedrag van € 8.375,45 en wel om het volgende. 3.11. In de opsomming in productie 16 bij dagvaarding staan de TYNE fontein van € 642,00 en de thermostatische multiblok set van € 198,00 vermeld, maar die twee goederen komen niet voor op de factuur van 25 februari 2025 in productie 2 bij dagvaarding, waarop [eiseres] haar vordering heeft gebaseerd. Het deel van de vordering, dat ziet op de twee voornoemde goederen, wordt dan ook afgewezen.