Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-10-02
ECLI:NL:RBMNE:2025:7955
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,185 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBMNE:2025:7955 text/xml public 2026-05-08T07:49:16 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-10-02 UTR 25/4163 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7955 text/html public 2026-05-08T07:48:57 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7955 Rechtbank Midden-Nederland , 02-10-2025 / UTR 25/4163 BNT WOO Tweede beroep niet tijdig RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/4163 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2025 in de zaak tussen RTL Nieuws B.V., gevestigd te Hilversum, eiseres, (gemachtigde: R.B.W. Lukassen). en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: M.S. van Muiswinkel). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend na de uitspraak van de rechtbank van 24 juli 2024 (ECLI:NL:RBMNE:2024:4617). In die uitspraak is verweerder opgedragen binnen vier weken na verzending van de uitspraak een beslissing te nemen op het verzoek van eiseres om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiseres stelt nu beroep in omdat verweerder dat nog niet heeft gedaan. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit. 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 3. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de door de rechtbank genoemde termijn opnieuw een besluit heeft genomen op het Woo-verzoek van eiseres. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op 21 februari 2024 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken voorbij zijn gegaan. 4. Omdat verweerder nog geen (nieuw) besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. De standaardtermijn waarbinnen verweerder alsnog op het verzoek moet beslissen bedraagt in beginsel twee weken na deze uitspraak (artikel 8:55d, eerste lid, Awb). Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, derde lid, Awb). 5. De rechtbank ziet geen reden om een langere termijn te bepalen. Verweerder geeft in zijn verweerschrift namelijk aan dat hij naar verwachting in september 2025 een besluit kan nemen op het Woo-verzoek van eiseres. Die periode is inmiddels verstreken. Verweerder moet dus binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak op het verzoek beslissen. 6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-. 7. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van de Awb). 8. Er zijn door eiseres geen proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. 9. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 385,- aan eiseres betalen. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit; - draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken; - bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; - bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 385,-, dat eiseres heeft betaald, moet betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier . De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2025. De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.