Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-11-10
ECLI:NL:RBMNE:2025:7943
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,803 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7943 text/xml public 2026-05-11T08:32:44 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-11-10 UTR 25/3172 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7943 text/html public 2026-05-11T08:32:21 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7943 Rechtbank Midden-Nederland , 10-11-2025 / UTR 25/3172 Intrekking met pkv RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/3172 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , te [plaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. F. Boukich), en Dienst Toeslagen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingesteld op 22 mei 2025, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft op 11 juni 2025 alsnog een besluit genomen op de aanvraag van verzoekster. Verzoekster heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen . Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). 3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster, maar in het verweerschrift heeft verweerder wel te kennen gegeven dat het bereid is aan eiseres het griffierecht te vergoeden en, als zij is bijgestaan door een professionele gemachtigde, ook proceskosten te vergoeden De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden. 4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5). 5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster kan zich hiervoor tot verweerder wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier . De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 november 2025. de griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 8:75a in combinatie met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Conform de uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7943 text/xml public 2026-05-11T08:32:44 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-11-10 UTR 25/3172 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7943 text/html public 2026-05-11T08:32:21 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7943 Rechtbank Midden-Nederland , 10-11-2025 / UTR 25/3172 Intrekking met pkv RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/3172 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , te [plaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. F. Boukich), en Dienst Toeslagen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingesteld op 22 mei 2025, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft op 11 juni 2025 alsnog een besluit genomen op de aanvraag van verzoekster. Verzoekster heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen . Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). 3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster, maar in het verweerschrift heeft verweerder wel te kennen gegeven dat het bereid is aan eiseres het griffierecht te vergoeden en, als zij is bijgestaan door een professionele gemachtigde, ook proceskosten te vergoeden De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden. 4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5). 5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster kan zich hiervoor tot verweerder wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier . De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 november 2025. de griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 8:75a in combinatie met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Conform de uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.