Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-12-17
ECLI:NL:RBMNE:2025:7941
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,748 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7941 text/xml public 2026-05-11T08:30:44 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-17 UTR 25/843 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7941 text/html public 2026-05-11T08:30:04 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7941 Rechtbank Midden-Nederland , 17-12-2025 / UTR 25/843 Intrekking met pkv RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/843 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , te [plaats] (België), verzoekster (gemachtigde: mr. S. Arakelyan), en Dienst Toeslagen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingesteld op 30 januari 2025, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar in het kader van de kinderopvangtoeslag. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten, na intrekking van haar bezwaar bij verweerder. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen . Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). 3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster, maar in het tweede aanvullend verweerschrift heeft verweerder wel te kennen gegeven dat hij bereid is aan eiseres het griffierecht en de proceskosten te vergoeden. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden. 4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5). 5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster kan zich hiervoor tot verweerder wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten. Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier . De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025. De griffier is buiten staat te ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 8:75a in combinatie met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Conform de uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7941 text/xml public 2026-05-11T08:30:44 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-17 UTR 25/843 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7941 text/html public 2026-05-11T08:30:04 2026-05-11 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7941 Rechtbank Midden-Nederland , 17-12-2025 / UTR 25/843 Intrekking met pkv RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/843 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , te [plaats] (België), verzoekster (gemachtigde: mr. S. Arakelyan), en Dienst Toeslagen, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingesteld op 30 januari 2025, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar in het kader van de kinderopvangtoeslag. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten, na intrekking van haar bezwaar bij verweerder. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen . Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). 3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster, maar in het tweede aanvullend verweerschrift heeft verweerder wel te kennen gegeven dat hij bereid is aan eiseres het griffierecht en de proceskosten te vergoeden. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden. 4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5). 5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster kan zich hiervoor tot verweerder wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten. Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier . De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025. De griffier is buiten staatte ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 8:75a in combinatie met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Conform de uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.