Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-12-24
ECLI:NL:RBMNE:2025:7870
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
9,462 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7870 text/xml public 2026-05-05T10:23:29 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-24 11836034 AE VERZ 25-53 en 11934393 AE VERZ 25-67 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-0648 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7870 text/html public 2026-04-28T08:55:13 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7870 Rechtbank Midden-Nederland , 24-12-2025 / 11836034 AE VERZ 25-53 en 11934393 AE VERZ 25-67 studie overeenkomst, arbeidsovereenkomst en ontslag op staande voet. Boetebedingen, RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 11836034 AE VERZ 25-53 en 11934393 AE VERZ 25-67 Beschikking van 24 december 2025 inzake [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verder ook te noemen [verzoeker] , verzoekende partij, gemachtigde: mr. J.A. Spigt, tegen: de besloten vennootschap KVA beveiliging B.V. , gevestigd te Bunschoten-Spakenburg, verder ook te noemen KVA, verwerende partij, gemachtigde: mr. D.M.F. Snelder. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: In de procedure met nummer 11836034 AE VERZ 25-53 Het verzoekschrift met producties 1 tot en met 8 van [verzoeker] , door de kantonrechter ontvangen op 8 augustus 2025; Het verweerschrift van KVA met 22 producties (inclusief usb stick); De akte overlegging producties van [verzoeker] van 1 oktober 2025 met productie 9 tot en met 13 De brief van KVA van 2 oktober 2025 met productie 23 tot en met 26. In de procedure met nummer 11934393 AE VERZ 25-67 Het verzoekschrift van [verzoeker] van 21 oktober 2025 met productie 1 tot en met 8; Het verweerschrift met productie 27. 1.2 Op 6 oktober 2025 is de mondelinge behandeling gehouden. [verzoeker] is verschenen met zijn gemachtigde. Namens KVA is de heer [A] verschenen ( [functie 1] ), ook met zijn gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht aan de hand van pleitnotities, op elkaar gereageerd en vragen van de kantonrechter beantwoord. 1.3 Op 21 oktober 2025 is een verzoekschrift ingediend door [verzoeker] . Dit verzoekschrift strekt tot vernietiging van het op 27 augustus 2025 aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet. Het feitencomplex in die zaak is hetzelfde als dat in de zaak met nummer 11836034 AE VERZ 25-53. De kantonrechter heeft daarom bepaald dat KVA een verweerschrift mag indienen, maar dat, met instemming van partijen, een nieuwe mondelinge behandeling achterwege kan blijven en de zaken gezamenlijk zullen worden afgedaan. Partijen hebben daarmee ingestemd. 1.4 Daarna is bepaald dat vandaag beschikking wordt gewezen. 2 De kern van de zaak 2.1 Partijen hebben een praktijkovereenkomst en een arbeidsovereenkomst gesloten. De stage is vroegtijdig (en succesvol) afgerond, waardoor de praktijkovereenkomst is geëindigd. De vraag is of ook de arbeidsovereenkomst daarmee is geëindigd. Voor het geval dat niet zo is stelt KVA dat [verzoeker] enige tijd daarna op staande voet is ontslagen. [verzoeker] betwist de rechtsgeldigheid van dat ontslag. Beide partijen willen over en weer een aantal vergoedingen. KVA wil daarnaast ook dat [verzoeker] een aantal boetes betaalt. 2.2 De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege is geëindigd met het eindigen van de stage overeenkomst, maar dat het ontslag op staande voet wel rechtsgeldig is. Partijen moeten over en weer nog aan een aantal (betalings)verplichtingen voldoen. 3 De achtergrond van de zaak 3.1 [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 2005, is sinds 23 september 2024 werkzaam voor KVA als Beveiligingsbeambte in opleiding. Hij heeft daartoe per 23 september 2024 een praktijkovereenkomst en een arbeidsovereenkomst gesloten met KVA. In de arbeidsovereenkomst staat dat deze op 22 september 2025 eindigt. In artikel 12 lid 2 onder a van de algemene voorwaarden bij de praktijkovereenkomst staat dat deze van rechtswege eindigt door het met een positieve beoordeling voltooien van de opleiding of het opleidingsonderdeel. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Particuliere Beveiliging 2018-2024 (hierna: de CAO) van toepassing. 3.2 Het bruto salaris van [verzoeker] bedraagt € 2.307,84 bruto per vier weken, te vermeerderen met een gemiddelde meer-urenvergoeding van € 139,17 bruto en een gemiddelde onregelmatigheidstoeslag van € 309,25. De vakantietoeslag bedraagt 8% over het salaris. 3.3 In de praktijkovereenkomst zelf staat dat deze eindigt op het moment dat de student de BPV met positieve beoordeling heeft voltooid of in het geval van een keuzedeel indien de student de BPV heeft voltooid. 3.4 Op 16 april 2025 heeft [verzoeker] van KVA een schriftelijke waarschuwing ontvangen. Daarin zijn [verzoeker] een aantal verwijten gemaakt die zowel betrekking hadden op de werkzaamheden van [verzoeker] als op de manier waarop hij met personeel, zijn leidinggevende en de [functie 2] van KVA omging. KVA heeft [verzoeker] gewaarschuwd dat dit gedrag niet respectvol was en dat maatregelen zouden worden genomen wanneer daarin geen verbetering zou komen. 3.5 Per e-mail van 11 juli 2025 heeft [A] aan [verzoeker] laten weten dat met het succesvol behalen van de stage de praktijkovereenkomst per direct is geëindigd. Daarnaast heeft KVA in de brief aangegeven: “Dit betekent ook dat uw groene pas niet meer geldig is en wordt beëindigd door Korpscheftaken volgens de wet WPBR Artikel 7 lid 2. Zonder toestemming mag u niet meer werken in de beveiliging, dit staat ook vermeld in de overeenkomst.” KVA heeft [verzoeker] verzocht een afspraak te maken om de bedrijfseigendommen in te leveren. 3.6 Per e-mail van 14 juli 2025 heeft [A] nogmaals bevestigd dat de stageperiode tot een einde is gekomen, dat [verzoeker] zijn sleutels, stagekleding, stage pas en bedrijfseigendommen moet inleveren en aangekondigd dat er nadat [verzoeker] zijn diploma zou hebben gehaald een vervolggesprek zou plaatsvinden, waarin aan [verzoeker] een arbeidsovereenkomst zou worden aangeboden. 3.7 Per e-mail van 15 juli 2025 laat [verzoeker] weten dat hij zich de vrijdag ervoor heeft ziek gemeld. [A] reageert diezelfde dag eveneens per e-mail, herhaalt dat de stage-overeenkomst eindigt en verzoekt [verzoeker] nogmaals zijn spullen in te leveren. 3.8 Op 20 augustus 2025 heeft KVA [verzoeker] laten weten dat de arbeidsovereenkomst in ieder geval zou eindigen op 22 september 2025, om zo aan haar eventuele aanzegverplichting te voldoen. 3.9 Bij brief van 27 augustus 2025 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. In de brief worden een aantal redenen genoemd die los van elkaar en tezamen als dringende reden hebben te gelden op grond waarvan [verzoeker] op staande voet wordt ontslagen. Het gaat daarbij om: Het valselijk opmaken en indienen van rapporten (het gaat hierbij om de onjuiste invoer van tijden en plaatsen tijdens de surveillance) Het maken en verspreiden van een filmpje op social media met betrekking tot een valse melding inbraakalarm (KVA stelt dat [verzoeker] een video heeft gemaakt van een valse melding brandalarm, waarbij ook klantgegevens zijn genoemd, en dat deze video openbaar is gemaakt) Het maken en verspreiden van een filmpje op social media rijden op heftruck (Het gaat hierbij om het maken en openbaar maken van een video waarin te zien is dat [verzoeker] slingerend op een heftruck van een klant rijdt, in bedrijfskleding van KVA) Onterechte vermelding [.] op LinkedIn Verschillende (in de brief gespecificeerde) aanzienlijke snelheidsovertredingen (162 km per uur, 164 km per uur, 161 km per uur, 154 km per uur, 153 km per uur en 133 km per uur op een weg waar 80 km per uur was toegestaan). KVA heeft in dezelfde brief aanspraak gemaakt op de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 lid 2 BW. 4 De verzoeken over en weer In de procedure met nummer 11836034 AE VERZ 25-53 4.1 [verzoeker] verzoekt – samengevat - primair vernietiging van het op 14 juli 2025 verleende ontslag, betaling van achterstallig loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging ad 20% en de wettelijke rente en verstrekking van deugdelijke bruto/netto specificaties op straffe van een dwangsom.
Volledig
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] zijn verzoek vermeerderd, in die zin dat doorbetaling van loon wordt gevorderd onder aftrek van een bedrag van € 1.109,63 netto. Dit omdat bij de eindafrekening ten onrechte kosten zouden zijn afgetrokken, waardoor hij over die periode slechts € 1.109,63 netto betaald heeft gekregen. Subsidiair -voor het geval de arbeidsovereenkomst wel is geëindigd - verzoekt [verzoeker] betaling van de transitievergoeding, verhoogd met de wettelijke rente. 4.2 KVA voert verweer en stelt zich op het standpunt dat, voor zover de arbeidsovereenkomst doorloopt na 11 juli 2025, KVA slechts 70% loon is verschuldigd, omdat [verzoeker] vanaf dat moment arbeidsongeschikt was. Daarnaast heeft KVA een aantal zelfstandige verzoeken. Zo verzoekt KVA de kantonrechter te bepalen dat [verzoeker] een aantal boetes (te vermeerderen met wettelijke rente) moet betalen aan KVA. Het gaat dan om boetes vanwege: Video valse melding inbraakalarm op social media Video rijden op heftruck op social media Het enige tijd vermelden van de functie [.] op LinkedIn Verder verzoekt KVA de kantonrechter [verzoeker] te veroordelen om binnen 10 dagen na de beschikking de bedrijfseigendommen in te leveren, op straffe van een dwangsom. Tot slot verzoekt KVA (voorwaardelijk) betaling van de gefixeerde schadevergoeding (met wettelijke rente daarover). In de procedure met nummer 11934393 AE VERZ 25-67 4.3 [verzoeker] heeft de kantonrechter primair verzocht het op 27 augustus 2025 verleende ontslag op staande voet te vernietigen, KVA te veroordelen tot betaling van het achterstallig loon vanaf 27 augustus 2025, te verhogen met de wettelijke verhoging (gesteld op 20%) en de wettelijke rente. Ook wil [verzoeker] dat KVA wordt veroordeeld tot verstrekking van deugdelijke bruto-netto specificaties, op straffe van een dwangsom. Subsidiair, voor het geval de arbeidsovereenkomst wel is geëindigd door het ontslag op staande voet, verzoekt [verzoeker] betaling van de transitievergoeding. [verzoeker] verzoekt het zelfstandig verzoek van KVA tot betaling van de gefixeerde vergoeding bij een rechtsgeldig ontslag op staande voet af te wijzen of te matigen tot nihil. 4.4 KVA voert hiertegen verweer. Dit overlapt grotendeels hetgeen zij heeft gesteld in de procedure met nummer 11836034 AE VERZ 25-53. 4.5 Beide partijen verzoeken (in beide zaken) veroordeling van de andere partij in de proceskosten. 5 De beoordeling 5.1 De kantonrechter moet eerst vaststellen op welk moment de arbeidsovereenkomst geëindigd is. Daarna moet worden bepaald welke verplichtingen daar (over en weer) nog uit voortvloeien. De arbeidsovereenkomst is niet geëindigd op 11 juli 2025 5.2 [verzoeker] stelt dat KVA zonder zijn instemming en zonder voorafgaande toestemming de arbeidsovereenkomst op 11 juli 2025 heeft beëindigd. 5.3 KVA stelt dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 11 juli 2025, omdat op dat moment de praktijkovereenkomst is geëindigd. Dat verweer gaat naar het oordeel van de kantonrechter niet op. In de arbeidsovereenkomst is als duidelijke einddatum opgenomen 22 september 2025. Er wordt bij de bepaalde einddatum in de arbeidsovereenkomst geen koppeling gemaakt met die praktijkovereenkomst. Dit is van belang, omdat een arbeidsovereenkomst ook door kan lopen nadat een opleiding is afgerond. Het enkele feit dat de praktijkovereenkomst eindigt, betekent niet zonder meer dat werknemer geen arbeid meer kan verrichten voor werkgever. Daar is een duidelijke afspraak voor nodig. 5.4 KVA stelt wel dat in de arbeidsovereenkomst staat dat deze eindigt ‘op de dag dat werknemer niet langer in het bezit is van de toestemming van de overheid/Korpscheftaken om de functie van beveiliger uit te oefenen’. KVA stelt dat die toestemming van rechtswege wordt ingetrokken op het moment dat de praktijkovereenkomst eindigt. Daaruit moet volgens KVA worden opgemaakt dat op dat moment is voldaan aan de voorwaarde en de arbeidsovereenkomst daarom eindigt met het eindigen van de praktijkovereenkomst. 5.5 Het is niet duidelijk of de mogelijkheid bestaat de benodigde toestemming te behouden voor de duur van het dienstverband ( [verzoeker] was immers nog niet klaar met zijn opleiding, en dus nog steeds leerling), of de toestemming op een andere manier zou zijn te verkrijgen, maar zelfs als dat niet zou kunnen, is de kantonrechter van oordeel dat deze voorwaarde in de zeer uitgebreide en moeilijk te lezen arbeidsovereenkomst onvoldoende duidelijk is opgenomen. Het is ook te onduidelijk wanneer precies aan die voorwaarde voldaan wordt. Het ligt op de weg van de werkgever om duidelijk in de arbeidsovereenkomst op te nemen wanneer deze eindigt. Nu de vervulling van de voorwaarde teveel onduidelijkheid laat moet worden uitgegaan van de in de arbeidsovereenkomst genoemde einddatum van 22 september 2025. 5.6 Gelet op het voorgaande is de arbeidsovereenkomst in dit geval niet van rechtswege geëindigd op het moment dat de stage (vroegtijdig) is afgerond. De arbeidsovereenkomst is geëindigd door het ontslag op staande voet op 27 augustus 2025 5.7 De werkgever kan de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig opzeggen zonder dat de werknemer daarmee schriftelijk instemt. Dat is anders als er sprake is van een dringende reden op grond waarvan de werkgever de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang mag beëindigen, ook wel een ontslag op staande voet genoemd. De wet stelt drie eisen aan het ontslag op staande voet. Alleen als aan alle drie de eisen wordt voldaan is het ontslag op staande voet rechtsgeldig. Allereerst moet er een dringende reden zijn. Een dringende reden kan bestaan als de werknemer zich zó gedraagt, dat het niet redelijk is om van de werkgever te verlangen dat hij hem nog in dienst houdt. Daarnaast moet het ontslag op staande voet onverwijld worden gegeven en moet de dringende reden onverwijld aan de werknemer worden meegedeeld. Onverwijld betekent dat dit direct of zo snel mogelijk moet gebeuren. Naar het oordeel van de kantonrechter voldoet het ontslag op staande voet aan de wettelijke vereisten voor een ontslag op staande voet. Dat wordt hierna toegelicht. 5.8 [verzoeker] stelt dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven omdat de gedragingen die hem worden verweten eerder bij KVA bekend waren of hadden kunnen zijn. Hij verwijt KVA dat zij, toen hij zich op het standpunt stelde dat de arbeidsovereenkomst doorliep, is gaan zoeken naar onregelmatigheden en die toen heeft gevonden. 5.9 Er is geen rechtsregel die bepaalt dat een werkgever niet op zoek mag gaan naar onregelmatigheden in het functioneren van haar werknemers. In dit geval had [verzoeker] al eerder een waarschuwing gehad in april 2025. Dit kan aanleiding hebben gegeven om nader onderzoek te verrichten op het moment dat de werkgever er rekening mee moest houden dat de arbeidsovereenkomst niet geëindigd was op 11 juli 2025. De heer [A] , die bevoegd was werknemers te ontslaan, heeft aangegeven dat de bevindingen die aan het ontslag op staande voet ten grondslag zijn gelegd, aan hem zijn medegedeeld in een MT overleg en dat hij vervolgens is overgegaan tot ontslag op staande voet. Daarmee wordt voldaan aan het vereiste van onverwijldheid. [verzoeker] stelt dat [A] eerder op de hoogte was, maar heeft dat naar het oordeel van de kantonrechter ten aanzien van de specifieke overtredingen onvoldoende onderbouwd. 5.10 De kantonrechter is ook van oordeel dat sprake is van een dringende reden. De redenen die in de brief van 27 augustus 2027 zijn genoemd (zie overweging 3.9 van deze beschikking) worden zowel zelfstandig als in onderlinge samenhang bezien ten grondslag gelegd aan het ontslag op staande voet. 5.11 De kantonrechter overweegt dat vast staat dat [verzoeker] ook na de waarschuwing aanzienlijke snelheidsovertredingen heeft begaan. Het gaat daarbij om veel meer dan een paar kilometer te hard. [verzoeker] heeft deze overtredingen gemaakt tijdens de uitoefening van zijn functie als KVA beveiliger en daarmee ook namens KVA. [verzoeker] stelt dat hij daartoe (schriftelijke) instructies heeft gekregen van KVA.
Volledig
In de instructies staat bijvoorbeeld dat de medewerker bij een melding direct onderweg moet naar de locatie waar de melding voor geldt. In de instructies staat dan ‘gas erop’. De kantonrechter overweegt dat [verzoeker] zich op de openbare weg dient te houden aan de wettelijke regels met betrekking tot de maximum snelheid. [verzoeker] brengt immers met dit rijgedrag andere weggebruikers in gevaar. Op geen enkele manier, ook niet uit de zin ‘gas erop’, blijkt dat zijn werkgever hem ertoe heeft aangezet die regels te overtreden, noch is gebleken dat er überhaupt aanleiding was om daartoe over te gaan. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat het ook gaat om meerdere (ernstige) overtredingen. 5.12 Ook het plaatsen van de video op [..] waarin [verzoeker] te zien is in bedrijfskleding van KVA, al slingerend rijdend op een heftruck van een klant van KVA, levert naar het oordeel van de kantonrechter een dringende reden op. Op de video is te zien dat [verzoeker] niet aan het werk is, maar voor de lol een rit maakt op een voertuig van een klant. Dat is op zichzelf al verwijtbaar gedrag. Dat [verzoeker] dit in bedrijfskleding doet en dit vervolgens ook nog op een openbaar social media deelt, is onaanvaardbaar. Zelfs wanneer in de arbeidsovereenkomst geen verbod van het delen van KVA gerelateerde content op social media had gestaan. Het is niet alleen gevaarlijk gedrag maar kan ook de werkgever ernstig in diskrediet brengen bij derden. [verzoeker] was ook al eerder gewaarschuwd voor zijn respectloze gedrag. 5.13 De kantonrechter is van oordeel dat deze twee redenen al voldoende zijn om de aanwezigheid van een dringende reden aan te nemen. Het ontslag op staande voet is daarom terecht. De overige redenen - en de stellingen en verweren van partijen daarover - zullen daarom hier onbesproken blijven. Die zullen hierna, voor zover relevant, nog wel worden besproken in het kader van de verzochte boetes. 5.14 Nu vast staat dat aan alle vereisten voor een ontslag op staande voet is voldaan stelt de kantonrechter vast dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd op 27 augustus 2025. KVA moet daarom nog salaris betalen aan [verzoeker] over de periode 11 juli tot 27 augustus 2025 5.15 Omdat de arbeidsovereenkomst in de periode van 11 juli 2025 tot en met 27 augustus 2025 heeft voortgeduurd is KVA over die periode salaris verschuldigd. Dat betekent dat de loonvordering voor die periode in beginsel toewijsbaar is. De kantonrechter is van oordeel dat het hier gaat om het volledige loon en niet, zoals KVA stelt, 70% van dat loon, omdat [verzoeker] zich had ziek gemeld. De kantonrechter overweegt daarbij dat [verzoeker] zich weliswaar heeft ziekgemeld, maar dat KVA niets met die ziekmelding heeft gedaan, zodat niet is komen vast te staan dat zijn aanspraak op loon over de gehele periode moet worden gebaseerd op artikel 7:629 BW. 5.16 [verzoeker] heeft de kantonrechter verzocht het loon vanaf 1 juli 2025 toe te wijzen, onder aftrek van het aan [verzoeker] (bij eindafrekening) betaalde bedrag van € 1.109,63 netto. [verzoeker] stelt dat hij door verrekening van KVA met verschillende posten over die periode te weinig loon heeft ontvangen. [verzoeker] heeft dit naar het oordeel van de kantonrechter echter onvoldoende toegelicht en/of inzichtelijk gemaakt, waardoor dit door de kantonrechter niet kan worden gecontroleerd en beoordeeld. Daarom zal de vordering worden toegewezen over de periode van 11 juli tot 27 augustus 2025. 5.17 [verzoeker] wil over de loonbetalingen ook de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, gemaximeerd tot 20% en de wettelijke rente. De kantonrechter zal dit toewijzen. De wettelijke verhoging is bedoeld als prikkel voor de werkgever tot tijdige betaling van loon. KVA verkeerde aanvankelijk in de veronderstelling dat de arbeidsovereenkomst geëindigd was en heeft aanvankelijk niet bewust te laat betaald. Daar staat tegenover dat de onduidelijkheid in de arbeidsovereenkomst wel door KVA is veroorzaakt en [verzoeker] wel aanspraak heeft gemaakt op doorbetaling. De kantonrechter vindt daarom een maximering van de wettelijke verhoging tot 20% redelijk. 5.18 [verzoeker] heeft de kantonrechter verzocht KVA te veroordelen deugdelijke bruto-netto specificaties te verstrekken, op straffe van een dwangsom. Dit verzoek wordt toegewezen voor zover het gaat om het verstrekken van de specificaties. Een dwangsom lijkt niet nodig omdat gesteld noch gebleken is dat KVA niet gewoon aan haar wettelijke verplichting terzake zal voldoen. [verzoeker] moet de gefixeerde schadevergoeding betalen aan KVA 5.19 KVA maakt aanspraak op de gefixeerde schadevergoeding van artikel 7:677 lid 2 BW. Die vergoeding bedraagt volgens lid 3 van dat artikel een bedrag gelijk aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd. 5.20 KVA berekent deze vergoeding als volgt: € 2.307,84 bruto + € 139,17 bruto (gemiddelde meer-urenvergoeding) + € 309,25 bruto (gemiddelde ORT) + € 220,50 bruto (8% vakantietoeslag), oftewel in totaal € 2.976,76 bruto per maand: 28 t/m 31 augustus 2025 4/31 x € 2.976,76 = € 384,10 1. t/m 22 september 2025 22/30 x € 2.976,76 = €2.182,96 Totaal € 2.567,06 5.21 De kantonrechter stelt de gefixeerde schadevergoeding vast op het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij toepassing van de opzegtermijn had behoren voort te duren. Gefixeerd moet zo worden uitgelegd dat de wet de omvang van dat bedrag vaststelt. Er bestaat geen aanleiding om die vergoeding vast te stellen op het loon bij ziekte, waarbij ook verwezen wordt naar de overwegingen hiervoor onder 5.15. De kantonrechter zal daarom een bedrag toewijzen van € 2.567,06 bruto. KVA hoeft geen transitievergoeding te betalen aan [verzoeker] 5.22 De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] de dringende redenen die aan het ontslag op staande voet ten grondslag liggen ook ernstig verwijtbaar handelen van [verzoeker] opleveren. Artikel 7:673 lid 7 sub c BW bepaalt dat geen transitievergoeding verschuldigd is als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. Dat verzoek wordt daarom afgewezen. [verzoeker] moet zijn bedrijfseigendommen inleveren 5.23 Het staat vast dat [verzoeker] nog bedrijfseigendommen in zijn bezit heeft. Dat heeft hij erkend en hij heeft deze zaken ook meegenomen naar de zitting. KVA heeft echter geweigerd ze op dat moment in ontvangst te nemen, omdat zij dit naar eigen zeggen op een bepaalde manier moet registreren en daarvoor een afspraak moet worden gemaakt. De kantonrechter zal [verzoeker] veroordelen tot teruggave van alle nog in zijn bezit zijnde bedrijfseigendommen uiterlijk twee weken na deze beschikking, maar zal daaraan geen dwangsom verbinden. De reden daarvoor is dat een afspraak moet worden gemaakt met KVA en dat er daarbij geen voor de kantonrechter objectief vast te stellen moment is (de kantonrechter heeft immers geen invloed op de agenda van KVA). Bovendien is [verzoeker] duidelijk bereid de spullen in te leveren. [verzoeker] hoeft geen boetes te betalen 5.24 KVA verzoekt de kantonrechter een aantal boetes op te leggen aan [verzoeker] , die hij volgens KVA op grond van de arbeidsovereenkomst verschuldigd is. Het gaat om drie overtredingen, waarop volgens KVA telkens op grond van verschillende artikelen uit de arbeidsovereenkomst en het personeelsreglement een boete staat. 5.25 In zijn algemeenheid vereist goed werkgeverschap dat het (dis)functioneren van een werknemer (in beginsel) wordt gestuurd en gesanctioneerd door middel van de instrumenten die het arbeidsrecht daarvoor biedt, te weten functioneringsgesprekken, verbetertrajecten en in bepaalde concreet beschreven gevallen (bijvoorbeeld) een loonstop, schorsing, of ontslag op staande voet, dan wel een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. KVA lijkt haar personeelsbeleid daarnaast echter met name vorm te geven door in de arbeidsovereenkomst (en het personeelsreglement) opgenomen boetebedingen, waardoor een werknemer bij iedere overtreding dreigt (zeer) aanzienlijke boetes te verbeuren.
Volledig
5.26 De wet maakt boetebedingen in de arbeidsovereenkomst wel mogelijk maar stelt in artikel 7:650 BW een aantal eisen aan deze boetebedingen in de arbeidsovereenkomst. Samengevat moet er in het boetebeding precies staan wat de overtreding is en welke boete daarop staat. 5.27 De kantonrechter zal hieronder de drie door KVA gestelde gedragingen bespreken en beoordelen of met die gedragingen één van de door KVA gestelde boetebepalingen is overtreden. De kantonrechter merkt daarbij op voorhand op, dat KVA zich bij de diverse gedragingen beroept op verschillende vrij algemene en ruime bepalingen, die voor dezelfde gedraging zeer uiteenlopende boetes (liggend tussen € 10.000,-, 5000,- , € 2.500,- en € 500,-) opleveren. Indien dezelfde gedraging onder zoveel bepalingen valt met zulke uiteenlopende boetes, roept dit twijfel op of het boetebeleid in zijn algemeenheid voldoende duidelijk en concreet is. Toegespitst op de concrete gedragingen merkt de kantonrechter het volgende op. Filmpje valse melding inbraakalarm 5.28 KVA verwijt [verzoeker] blijkens het verweerschrift concreet dat hij een filmpje op social media, namelijk [..] , heeft geplaatst waarin de naam van een klant van KVA wordt genoemd (1) en de meld/schakelcode van die klant (2). KVA legt overtreding van verschillende artikelen aan de boetebedingen ten grondslag. 5.29 [verzoeker] heeft betwist dat deze video op [..] is gedeeld. KVA stelt wel dat zij heeft geconstateerd dat de video op [..] is gedeeld, maar heeft dat niet aangetoond. Uit de met de kantonrechter gedeelde video’s blijkt in ieder geval niet dat deze via [..] openbaar zijn gemaakt. Wel kan worden vastgesteld dat deze video onder collega’s is gedeeld. Ook wanneer dit onderling is gedeeld via bijvoorbeeld Snapchat, is in beginsel sprake van verspreiding via social media. Het bereik van de video is daardoor echter wel wezenlijk anders en dat kan consequenties hebben voor de vraag of het boetebeding is overtreden. 5.30 Met betrekking tot het filmpje van de valse melding brandalarm stelt KVA dat sprake is van overtreding van artikel 11 lid 1, 11 lid 7, artikel 11 lid 8 van de arbeidsovereenkomst en artikel 5 lid 3 van het personeelsreglement. Artikel 11 lid 1 van de arbeidsovereenkomst 5.31 In artikel 11 lid 1 van de arbeidsovereenkomst staat: ‘Werknemer verplicht zich om zowel tijdens als ook na beëindiging van de arbeidsovereenkomst absolute geheimhouding (geheimhoudingsverklaring) jegens eenieder te zullen betrachten over alle bijzonderheden omtrent bedrijfsaangelegenheden – in de ruimste zin des woords – van werkgever of van in welke rechtsvorm dan ook tot het bedrijf van werkgever behorende ondernemingen. Bovendien dient werknemer alle redelijk te achten maatregelen te treffen om te voorkomen dat personen, die geen kennis behoren te dragen van bedrijfsgeheimen of informatie, de gelegenheid zou worden geboden van deze bedrijfsgeheimen kennis te nemen. Ook dient werknemer zich niet negatief uit te laten over het bedrijf, klanten, opdrachten of personeel.’ In artikel 11 lid 10 waarin staat : ‘Overtreding door Werknemer van het in de leden 1 tot en met 9 gestelde kan een dringende reden vormen voor ontslag op staande voet en een sanctie van € 500,00 per gebeurtenis.’ 5.32 De verzochte boete is gebaseerd op een tweetal gedragingen. Niet alleen is dit op grond van de wet niet voldoende concreet, maar de verschillende gedragingen komen ook niet overeen met de tekst van het boetebeding in artikel 11 lid 1 van de arbeidsovereenkomst, omdat dit een te breed geredigeerd artikel is. Bovendien staat niet vast dat deze video met meer mensen is gedeeld dan de makers van de video en omdat dit collega’s waren beschikten zij uit die hoedanigheid al over deze kennis. Een overtreding van dit beding kan dus niet worden vastgesteld. Artikel 11 lid 7 van de arbeidsovereenkomst 5.33 KVA meent dat de genoemde gedragingen ook een overtreding opleveren van artikel 11 lid 7 van de arbeidsovereenkomst. In dat artikellid staat: ‘Het is opdrachtnemer/werknemer verboden aan derden mededelingen te doen omtrent feiten en (persoons)gegevens van of afkomstig uit het bedrijf van KVA Beveiliging B.V., waarvan opdrachtnemer/werknemer weet of behoort te weten dat deze vertrouwelijk van aard zijn en/of beschermd op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Op overtreding van deze bepaling staat een direct door KVA Beveiliging B.V. opeisbare boete ten bedragen van € 2.500,- bij elke overtreding, onverminderd het recht op volledige schadevergoeding te vorderen.’ 5.34 De kantonrechter is van oordeel dat deze bepaling in de eerste plaats vertrouwelijke gegevens van KVA beoogt te beschermen en niet direct van de klant. Daarnaast moet voor overtreding van dit artikel sprake zijn van een ‘mededeling aan derden’. [verzoeker] heeft geen mededeling gedaan aan derden (buiten het bedrijf). Dat is niet precies hetzelfde en daarom is het geen overtreding van dit artikellid. Artikel 11 lid 8 van de arbeidsovereenkomst 5.35 KVA meent dat ook artikel 11 lid 8 van de arbeidsovereenkomst is overtreden. Dat artikellid bepaalt: “Werknemer is verplicht vooraf schriftelijke toestemming van Werkgever te vragen en te verkrijgen voor publicaties in woord of geschrift, die de belangen van Werkgever op enigerlei wijze kunnen raken” . 5.36 De kantonrechter is van oordeel dat dit artikellid ook onvoldoende concreet, want te onduidelijk en te breed geredigeerd, is. Om de werknemer verplicht te achten om vooraf toestemming te vragen voor een dergelijk filmpje, komt de kantonrechter onzinnig voor. De overtreding en het beding sluiten daarom niet voldoende aan. Artikel 5 lid 3 personeelsreglement 5.37 Tot slot stelt KVA dat sprake is van overtreding van artikel 5 lid 3 van het personeelsreglement. Daarin staat: ‘Zware Wegende Sancties voor het verlaten van een object, inbraak, dienst zonder toestemming van KVA Beveiliging verlaten of weigeren, of het stelen van eigendommen van KVA Beveiliging en haar klanten en het delen van geheime en gevoelige informatie zoals klantgegevens en schakelcodes bevat een direct opeisbare boeten van € 5000,- per gebeurtenis, en KVA Beveiliging BV zal alle schade en gevolgen verhalen op u als persoon/werknemer. Daarnaast vindt ontslag op staande voet direct plaats. Conform artikel 6:91 BW en Artikel 6:92 BW, zoals overeengekomen in de arbeidsovereenkomst.’ 5.38 Ook hier is aan de orde dat niet is komen vast te staan dat [verzoeker] de video’s en de informatie daarin met meer mensen gedeeld heeft dan de betrokken groep collega’s. Daarnaast is de tekst onduidelijk, zeer ruim en is het ook onduidelijk hoe deze bepaling zich verhoudt tot de bepalingen in de arbeidsovereenkomst. 5.39 Met betrekking tot de video in de sportschool kan daarom niet worden vastgesteld dat enig boetebeding is overtreden. Filmpje social media rijden op heftruck 5.40 KVA verwijt [verzoeker] concreet met betrekking tot dit filmpje dat hij op een heftruck van een klant slingerend rondrijdt in bedrijfskleding van KVA. KVA verwijt [verzoeker] hier overtreding van artikel 11 lid 1 en lid 8 en artikel 17 van de arbeidsovereenkomst Artikel 11 lid 1 van de arbeidsovereenkomst 5.41 Ook hier stelt KVA dat sprake is van overtreding van artikel 11 lid 1 van de arbeidsovereenkomst, omdat [verzoeker] zijn geheimhoudingsverplichting zou hebben geschonden. Volgens KVA zou de geheimhouding liggen in het gegeven dat het KVA is dat de beveiliging van het betreffende bedrijf verzorgt. Hoewel de kantonrechter van oordeel is dat het gedrag van [verzoeker] ongepast is en aanleiding kan geven tot het treffen van disciplinaire maatregelen, geldt ook hier naar het oordeel van de kantonrechter dat het boetebeding en de gestelde overtreding onvoldoende op elkaar aansluiten. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat het boetebeding van dit artikel is overtreden. Artikel 11 lid 8 van de arbeidsovereenkomst 5.42 Vervolgens is de vraag of het hiervoor beschreven artikel 11 lid 8 van de arbeidsovereenkomst is geschonden. De kantonrechter herhaalt hier het oordeel dat dit artikellid onvoldoende concreet, want te onduidelijk en te breed geredigeerd, is. De overtreding en het beding sluiten daarom niet voldoende aan.
Volledig
Artikel 17 en 18 van de arbeidsovereenkomst 5.43 Tot slot stelt KVA zich op het standpunt dat artikel 17 van de arbeidsovereenkomst is geschonden en dat [verzoeker] daarom op grond van artikel 18 van de arbeidsovereenkomst een boete is verschuldigd. Artikel 17 bepaalt: “Indien Werknemer privé gebruikmaakt van sociale media, waaronder doch niet uitsluitend begrepen Facebook, Twitter en Linkedin, dient ieder gebruik van of verwijzing naar de naam van Werkgever of het werk te worden vermeden. Werknemer dient zicht te allen tijde te onthouden van uitingen in de ruimste zin van het woord die Werkgever en/of medewerkers van Werkgever in diskrediet kunnen brengen dan wel de goede naam van Werkgever kunnen schaden.” Artikel 18 bepaalt onder meer: “Werkgever behoudt zich het recht voor om bij overtreding of niet-nakoming door Werknemer van een of meer van de in de bovenstaande artikelen, genoemde verplichtingen, zonder dat ingebrekestelling is vereist, aan Werknemer voor iedere overtreding een onmiddellijk opeisbare boete van maximaal € 10.000,00 op te leggen, alsmede een aanvullende boete van € 500,00 per gebeurtenis voor elke dag dat de overtreding na mededeling van de ontdekking daarvan door Werkgever voortduurt, een gedeelte van een dag daaronder begrepen.” 5.44 Hoewel de kantonrechter van oordeel is dat [verzoeker] artikel 17 van de arbeidsovereenkomst wel heeft overtreden door in bedrijfskleding een video op [..] te plaatsen, strandt dit beroep op het bepaalde in artikel 18 van de arbeidsovereenkomst. Daar staat namelijk dat dat de werkgever aan werknemer een boete van maximaal € 10.000,00 kan opleggen en een aanvullende boete per dag. Niet alleen is deze bepaling innerlijk tegenstrijdig (immers, een maximale boete impliceert dat er daarna niet nog iets bij komt per dag), maar is ook veel te ruim geformuleerd. In beginsel is iedere boete tussen een eurocent en 10.000 euro (of nog meer) mogelijk. Waar dan vanaf hangt welke boete verbeurd is wordt niet gespecificeerd. 5.45 De kantonrechter zal daarom ook dit verzoek afwijzen. Onjuiste vermelding van de functie [.] op Linkedin 5.46 Tot slot stelt KVA dat [verzoeker] een boete verbeurt omdat hij in strijd met de waarheid op zijn LinkedIn profiel de functietitel ‘ [.] bij KVA Beveiliging B.V.’ heeft vermeld. 5.47 Deze vermelding is volgens KVA in strijd met artikel 11 lid 8 van de arbeidsovereenkomst en artikel 17 jo 18 lid 1 van de arbeidsovereenkomst. Met betrekking tot artikel 11 lid 8 is de kantonrechter van oordeel dat onvoldoende duidelijk is welke belangen van KVA zijn geschaad door de onjuiste vermelding van de functie van [verzoeker] op LinkedIn. Dat is wel nodig om te kunnen vaststellen of sprake is van overtreding van het beding. Dat sprake is van een overtreding van dat beding is daarmee onvoldoende gebleken. 5.48 Voor wat betreft het boetebeding van artikel 18 lid 1 van de arbeidsovereenkomst verwijst de kantonrechter naar hetgeen daarover hiervoor is overwogen over de onduidelijkheid met betrekking tot de omvang van de boete. Die overweging raakt ook deze vordering, die daarom zal worden afgewezen. De proceskosten in beide zaken 5.49 Omdat feitelijk sprake is van twee zaken, moet in beide zaken een proceskostenvergoeding worden uitgesproken. Daarbij overweegt de kantonrechter dat de zaken elkaar voor een deel overlappen. Omdat beide partijen in beide zaken gedeeltelijk in het gelijk en gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is om de proceskosten in beide zaken te compenseren, in die zin dat partijen de eigen proceskosten zullen dragen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard 5.50 De kantonrechter verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat partijen meteen uitvoering moeten geven aan wat in de beschikking staat, ook als één van partijen in hoger beroep gaat. 6 De beslissing In de zaak met nr 11836034 AE VERZ 25-53 6.1 veroordeelt KVA om aan [verzoeker] te betalen het salaris vanaf 11 juli 2025 tot 27 augustus 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW met een maximum van 20% en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag waarop elk van die bedragen opeisbaar verschuldigd is geworden totdat alles is betaald; 6.2 veroordeelt KVA om over de hiervoor genoemde betalingen deugdelijke bruto-netto-specificaties te verstrekken; 6.3 veroordeelt [verzoeker] om aan KVA tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de gefixeerde schadevergoeding van € € 2.567,06 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 augustus 2025 tot het moment dat het volledige bedrag is betaald; 6.4 veroordeelt [verzoeker] om uiterlijk twee weken na de datum van deze beschikking alle in zijn bezit zijnde bedrijfseigendommen bij KVA in te leveren; 6.5 compenseert de kosten zodanig dat partijen ieder de eigen kosten dragen. In de procedure met nummer 11934393 AE VERZ 25-67 6.6 wijst de verzoeken van [verzoeker] af; 6.7 compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen; In beide procedures 6.8 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 6.9 wijst het meer of anders gevorderde af. Deze beschikking is gegeven door mr. E.F.A. van Buitenen, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken door mr. I.L. Rijnbout, kantonrechter, op 24 december 2025.