Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-11-26
ECLI:NL:RBMNE:2025:7851
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,086 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7851 text/xml public 2026-04-15T14:42:50 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-11-26 11839439 \ MC EXPL 25-4540 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almere Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7851 text/html public 2026-04-15T14:41:44 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7851 Rechtbank Midden-Nederland , 26-11-2025 / 11839439 \ MC EXPL 25-4540 de hoofdsom en bijkomende kosten zijn een dag voor de rolzitting betaald. De rolzitting had geen doorgang hoeven. De kosten die an de rolzitting zijn gemaakt blijven voor rekening van Informedics. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 11839439 \ MC EXPL 25-4540 Vonnis van 26 november 2025 in de zaak van INFOMEDICS B.V., als rechtsopvolger van INFOMEDICS FACTORING B.V., mede handelend onder de namen INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA , statutair gevestigd en kantoorhoudende te Almere, eisende partij, hierna te noemen: Infomedics, gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten BV, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 5 augustus 2025 met producties 1 en 2; - de mondelinge conclusie van antwoord; - de akte van Infomedics tevens akte vermindering van eis met productie 4; - de antwoordakte van [gedaagde] . 1.2 De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is. 2 Kern van de zaak 2.1 Deze zaak gaat over een onbetaalde zorgkostennota. Het gaat om de nota die Infomedics op 10 februari 2025 aan [gedaagde] heeft gestuurd. Volgens de nota heeft [gedaagde] op 22 januari 2025 een tandheelkundige behandeling gehad bij [de tandarts] (hierna: ‘ de tandarts ’ ) . De kosten daarvan waren, na vergoeding door de zorgverzekeraar van [gedaagde] , € 48,37. Infomedics heeft de vordering op [gedaagde] van de tandarts – door cessie daarvan – overgenomen. Infomedics wil dat [gedaagde] de nota alsnog betaalt, met rente en kosten. [gedaagde] erkent de hoofdsom met rente, de buitengerechtelijke incassokosten, de dagvaardingskosten en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de dagvaarding. Zij heeft die bedragen één dag voor de rolzitting van 3 september 2025 ook aan de gemachtigde van Infomedics betaald. Zij is het daarom niet eens met het griffierecht en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de akte. De vraag is of [gedaagde] het griffierecht en het salarisgemachtigde voor de akte moet betalen. 2.2 De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk. [gedaagde] hoeft het griffierecht en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de akte niet aan Infomedics te betalen. 3 De beoordeling De hoofdsom en de rente 3.1 Vaststaat dat [gedaagde] op 22 januari 2025 een tandheelkundige behandeling heeft ondergaan. De kosten daarvoor waren, na vergoeding door de zorgverzekeraar van [gedaagde] , € 48,45. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de gevorderde hoofdsom niet betwist. De hoofdsom van € 48,45 is dan ook toewijsbaar. Ook de gevorderde rente van € 1,06 is niet betwist en op grond van de wet toewijsbaar. De buitengerechtelijke incassokosten 3.2 De gevorderde incassokosten komen voor vergoeding in aanmerking als is voldaan aan de eisen van artikel 6:96 lid 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Daarin is het bedrag dat voor vergoeding in aanmerking komt beperkt. En ook is daarin vastgelegd dat die vergoeding pas verschuldigd is als de gedaagde partij – [gedaagde] – éérst in de gelegenheid is gesteld om het achterstallige bedrag nog gedurende veertien dagen zonder aanvullende kosten te voldoen en hij die gelegenheid niet heeft benut. In dit geval is aan de wettelijke eisen voldaan. De gevorderde vergoeding van € 40,00 is eveneens toewijsbaar. De dagvaardingskosten en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de dagvaarding 3.3 [gedaagde] heeft niet betwist dat zij te laat is met het betalen van de nota van de tandarts, waardoor Infomedics [gedaagde] uiteindelijk heeft moeten dagvaarden, met bijkomende kosten tot gevolg. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de dagvaardingskosten van € 120,78 en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de dagvaarding van € 40,00 niet betwist. Die kosten zijn toewijsbaar. Betaling vóór de rolzitting 3.4 [gedaagde] heeft gesteld dat zij op 2 september 2025 – de dag voor de rolzitting op 3 september 2025 – alles heeft betaald. Uit de akte vermindering van eis is op te maken dat de gemachtigde van Infomedics in totaal het bedrag van € 250,21 van [gedaagde] heeft ontvangen. Met dat bedrag heeft [gedaagde] de hoofdsom, de buitengerechtelijke incassokosten, de rente, de dagvaardingskosten en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de dagvaarding (hierna: ‘ hoofdsom met bijkomende kosten ’) volledig betaald. 3.5 De vorderingen van Infomedics tot betaling van de hoofdsom en bijkomende kosten worden om die reden dan ook afgewezen. Het griffierecht en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de akte blijven voor rekening van Infomedics 3.6 De vraag die resteert is of de rolzitting op 3 september 2025 doorgang had moeten vinden. 3.7 [gedaagde] vindt van niet, omdat zij de hoofdsom met bijkomende kosten de dag vóór de rolzitting van 3 september 2025 heeft betaald. Zij wist niet dat zij vijf dagen vóór de rolzitting had moeten betalen. Anders had zij dat wel gedaan. Zij heeft nog contact met Infomedics opgenomen over haar betaling. Echter de gemachtigde van Infomedics gaf aan dat zij de betaling niet meer voor de rolzitting kon nagaan. 3.8 Infomedics vindt van wel. Partijen zijn een betalingsregeling van (minimaal) € 30,00 per maand onder verband van vonnis overeengekomen. Dat betekent dat de rolzitting gewoon doorgang zou vinden. De verwijzing naar de vijf dagen stond in de dagvaarding en had betrekking op de hoofdsom en de bijkomende kosten. Echter, partijen waren een betalingsregeling overeengekomen waardoor het in één keer betalen van de hoofdsom en bijkomende kosten op dat moment niet meer nodig was. Na de rolzitting heeft [gedaagde] contact opgenomen met de gemachtigde van Infomedics, maar zij kon op dat moment de zaak niet meer voor de rolzitting doorhalen. [gedaagde] is daarom het griffierecht (en het salaris gemachtigde voor de akte) verschuldigd. 3.9 De kantonrechter is van oordeel dat Infomedics deze procedure vóór de rolzitting op 3 september 2025 wél had kunnen intrekken. Het griffierecht en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de akte moeten daarom voor rekening van Infomedics blijven. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt. 3.10 Weliswaar heeft [gedaagde] niet vijf dagen vóór de rolzitting aan (de gemachtigde van) Infomedics betaald, maar Infomedics heeft niet betwist dat [gedaagde] op 2 september 2025, dus vóór de rolzitting op 3 september 2025, de hoofdsom en de bijkomende kosten heeft betaald. De rolzitting had dus geen doorgang hoeven hebben en deze procedure had dus ingetrokken kunnen worden, waardoor Infomedics het griffierecht niet had hoeven te betalen en ook geen akte had hoeven te nemen. Dat kennelijk het financiële systeem van de gemachtigde van Infomedics niet zo ingericht is dat een betaling snel getraceerd kan worden, is een omstandigheid die voor rekening en risico van Infomedics blijft. Het griffierecht en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de akte worden om die reden afgewezen. Dit betekent dat [gedaagde] het griffierecht en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de akte niet aan Infomedics hoeft te betalen. De (resterende) proceskosten worden gecompenseerd 3.11 Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 4 De beslissing De kantonrechter 4.1 wijst de vorderingen van Infomedics af, omdat die voor de rolzitting op 3 september 2025 zijn voldaan, 4.2 compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7851 text/xml public 2026-04-15T14:42:50 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-11-26 11839439 \ MC EXPL 25-4540 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almere Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7851 text/html public 2026-04-15T14:41:44 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7851 Rechtbank Midden-Nederland , 26-11-2025 / 11839439 \ MC EXPL 25-4540 de hoofdsom en bijkomende kosten zijn een dag voor de rolzitting betaald. De rolzitting had geen doorgang hoeven. De kosten die an de rolzitting zijn gemaakt blijven voor rekening van Informedics. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almere Zaaknummer: 11839439 \ MC EXPL 25-4540 Vonnis van 26 november 2025 in de zaak van INFOMEDICS B.V., als rechtsopvolger van INFOMEDICS FACTORING B.V., mede handelend onder de namen INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA , statutair gevestigd en kantoorhoudende te Almere, eisende partij, hierna te noemen: Infomedics, gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten BV, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 5 augustus 2025 met producties 1 en 2;- de mondelinge conclusie van antwoord;- de akte van Infomedics tevens akte vermindering van eis met productie 4;- de antwoordakte van [gedaagde] . 1.2 De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is. 2 Kern van de zaak 2.1 Deze zaak gaat over een onbetaalde zorgkostennota. Het gaat om de nota die Infomedics op 10 februari 2025 aan [gedaagde] heeft gestuurd. Volgens de nota heeft [gedaagde] op 22 januari 2025 een tandheelkundige behandeling gehad bij [de tandarts] (hierna: ‘ de tandarts ’ ) . De kosten daarvan waren, na vergoeding door de zorgverzekeraar van [gedaagde] , € 48,37. Infomedics heeft de vordering op [gedaagde] van de tandarts – door cessie daarvan – overgenomen. Infomedics wil dat [gedaagde] de nota alsnog betaalt, met rente en kosten. [gedaagde] erkent de hoofdsom met rente, de buitengerechtelijke incassokosten, de dagvaardingskosten en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de dagvaarding. Zij heeft die bedragen één dag voor de rolzitting van 3 september 2025 ook aan de gemachtigde van Infomedics betaald. Zij is het daarom niet eens met het griffierecht en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de akte. De vraag is of [gedaagde] het griffierecht en het salarisgemachtigde voor de akte moet betalen. 2.2 De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk. [gedaagde] hoeft het griffierecht en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de akte niet aan Infomedics te betalen. 3 De beoordeling De hoofdsom en de rente 3.1 Vaststaat dat [gedaagde] op 22 januari 2025 een tandheelkundige behandeling heeft ondergaan. De kosten daarvoor waren, na vergoeding door de zorgverzekeraar van [gedaagde] , € 48,45. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de gevorderde hoofdsom niet betwist. De hoofdsom van € 48,45 is dan ook toewijsbaar. Ook de gevorderde rente van € 1,06 is niet betwist en op grond van de wet toewijsbaar. De buitengerechtelijke incassokosten 3.2 De gevorderde incassokosten komen voor vergoeding in aanmerking als is voldaan aan de eisen van artikel 6:96 lid 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Daarin is het bedrag dat voor vergoeding in aanmerking komt beperkt. En ook is daarin vastgelegd dat die vergoeding pas verschuldigd is als de gedaagde partij – [gedaagde] – éérst in de gelegenheid is gesteld om het achterstallige bedrag nog gedurende veertien dagen zonder aanvullende kosten te voldoen en hij die gelegenheid niet heeft benut. In dit geval is aan de wettelijke eisen voldaan. De gevorderde vergoeding van € 40,00 is eveneens toewijsbaar. De dagvaardingskosten en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de dagvaarding 3.3 [gedaagde] heeft niet betwist dat zij te laat is met het betalen van de nota van de tandarts, waardoor Infomedics [gedaagde] uiteindelijk heeft moeten dagvaarden, met bijkomende kosten tot gevolg. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de dagvaardingskosten van € 120,78 en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de dagvaarding van € 40,00 niet betwist. Die kosten zijn toewijsbaar. Betaling vóór de rolzitting 3.4 [gedaagde] heeft gesteld dat zij op 2 september 2025 – de dag voor de rolzitting op 3 september 2025 – alles heeft betaald. Uit de akte vermindering van eis is op te maken dat de gemachtigde van Infomedics in totaal het bedrag van € 250,21 van [gedaagde] heeft ontvangen. Met dat bedrag heeft [gedaagde] de hoofdsom, de buitengerechtelijke incassokosten, de rente, de dagvaardingskosten en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de dagvaarding (hierna: ‘ hoofdsom met bijkomende kosten ’) volledig betaald. 3.5 De vorderingen van Infomedics tot betaling van de hoofdsom en bijkomende kosten worden om die reden dan ook afgewezen. Het griffierecht en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de akte blijven voor rekening van Infomedics 3.6 De vraag die resteert is of de rolzitting op 3 september 2025 doorgang had moeten vinden. 3.7 [gedaagde] vindt van niet, omdat zij de hoofdsom met bijkomende kosten de dag vóór de rolzitting van 3 september 2025 heeft betaald. Zij wist niet dat zij vijf dagen vóór de rolzitting had moeten betalen. Anders had zij dat wel gedaan. Zij heeft nog contact met Infomedics opgenomen over haar betaling. Echter de gemachtigde van Infomedics gaf aan dat zij de betaling niet meer voor de rolzitting kon nagaan. 3.8 Infomedics vindt van wel. Partijen zijn een betalingsregeling van (minimaal) € 30,00 per maand onder verband van vonnis overeengekomen. Dat betekent dat de rolzitting gewoon doorgang zou vinden. De verwijzing naar de vijf dagen stond in de dagvaarding en had betrekking op de hoofdsom en de bijkomende kosten. Echter, partijen waren een betalingsregeling overeengekomen waardoor het in één keer betalen van de hoofdsom en bijkomende kosten op dat moment niet meer nodig was. Na de rolzitting heeft [gedaagde] contact opgenomen met de gemachtigde van Infomedics, maar zij kon op dat moment de zaak niet meer voor de rolzitting doorhalen. [gedaagde] is daarom het griffierecht (en het salaris gemachtigde voor de akte) verschuldigd. 3.9 De kantonrechter is van oordeel dat Infomedics deze procedure vóór de rolzitting op 3 september 2025 wél had kunnen intrekken. Het griffierecht en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de akte moeten daarom voor rekening van Infomedics blijven. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt. 3.10 Weliswaar heeft [gedaagde] niet vijf dagen vóór de rolzitting aan (de gemachtigde van) Infomedics betaald, maar Infomedics heeft niet betwist dat [gedaagde] op 2 september 2025, dus vóór de rolzitting op 3 september 2025, de hoofdsom en de bijkomende kosten heeft betaald. De rolzitting had dus geen doorgang hoeven hebben en deze procedure had dus ingetrokken kunnen worden, waardoor Infomedics het griffierecht niet had hoeven te betalen en ook geen akte had hoeven te nemen. Dat kennelijk het financiële systeem van de gemachtigde van Infomedics niet zo ingericht is dat een betaling snel getraceerd kan worden, is een omstandigheid die voor rekening en risico van Infomedics blijft. Het griffierecht en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de akte worden om die reden afgewezen. Dit betekent dat [gedaagde] het griffierecht en het salaris gemachtigde voor het opstellen van de akte niet aan Infomedics hoeft te betalen. De (resterende) proceskosten worden gecompenseerd 3.11 Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 4 De beslissing De kantonrechter 4.1 wijst de vorderingen van Infomedics af, omdat die voor de rolzitting op 3 september 2025 zijn voldaan, 4.2 compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.