Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-12-03
ECLI:NL:RBMNE:2025:7838
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
10,964 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7838 text/xml public 2026-04-16T10:08:20 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-03 11458096 UC EXPL 24-8550 KX/61312 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7838 text/html public 2026-04-16T10:07:50 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7838 Rechtbank Midden-Nederland , 03-12-2025 / 11458096 UC EXPL 24-8550 KX/61312 Vordering zorgverzekeraar; gedaagde moet onterecht uitgekeerde declaraties terugbetalen; gedaagde niet-ontvankelijk in zijn reconventionele vordering tot verwijdering van zijn persoonsgegevens uit de registers. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 11458096 UC EXPL 24-8550 KX/61312 Vonnis van 3 december 2025 inzake de naamloze vennootschap Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. , gevestigd in Utrecht, verder ook te noemen Zilveren Kruis, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V., tegen: [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , verder ook te noemen [gedaagde] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, gemachtigde: mr. J. van Andel. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 6 december 2024, - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, - de brief van [gedaagde] van 23 juni 2025, met (aanvullende) producties, - de akte overlegging producties in conventie en van conclusie van antwoord in reconventie, - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald. 1.2 De mondelinge behandeling vond plaats op 22 oktober 2025. Daarbij was de gemachtigde mr. T.M. Boesveld aanwezig namens Zilveren Kruis. Namens [gedaagde] was zijn dochter ( [dochter] ) aanwezig met gemachtigde mr. J. van Andel. Dochter [dochter] was door [gedaagde] gevolmachtigd om hem te vertegenwoordigen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Partijen kregen tot 2 weken na de mondelinge behandeling om onderling afspraken te maken. De kantonrechter heeft op 10 november 2025 berichten gekregen van de gemachtigden van partijen dat zij geen regeling hebben getroffen. 1.3 Ten slotte is aan partijen medegedeeld dat het vonnis uiterlijk op 3 december 2025 wordt gewezen. 2 De kern van de zaak 2.1 Zilveren Kruis vordert € 2.030,00 van [gedaagde] aan onterecht uitgekeerde declaraties. Volgens Zilveren Kruis heeft [gedaagde] gefraudeerd bij het indienen van de declaraties. Daarbovenop vordert zij ook onderzoekskosten (€ 517,50), rente (tot de datum van de dagvaarding begroot op € 362,05) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 459,50). Volgens [gedaagde] heeft hij geen fraude gepleegd en wilde hij de € 2.030,00 eerder al (terug)betalen aan Zilveren Kruis, maar kreeg hij van Zilveren Kruis te horen dat hij hiermee moest wachten. Daarom vindt hij dat hij niet in verzuim is. In reconventie vordert [gedaagde] onder andere dat Zilveren Kruis hem uit de registers verwijdert. De vorderingen van Zilveren Kruis worden grotendeels toegewezen en de vorderingen van [gedaagde] worden afgewezen. 3 De achtergrond van de zaak 3.1 Zilveren Kruis heeft bij haar dagvaarding (productie 8) een overzicht gevoegd van de declaraties die zij ten onrechte aan [gedaagde] heeft uitgekeerd. Samengevat gaat het om: Zorgaanbieder Vergoed [A] € 1.250,00 [B] € 780,00 Totaal € 2.030,00 3.2 Tijdens de mondelinge behandeling heeft de dochter van [gedaagde] toegelicht dat zij voor medische zaken de administratie van haar vader regelt, omdat hij analfabeet en digibeet is en de Nederlandse taal niet goed spreekt. De declaraties voor zorgkosten werden door de dochter haar via een app op de telefoon van [gedaagde] ingediend bij Zilveren Kruis. Toen de dochter enige tijd in het buitenland verbleef heeft een neef van haar de administratie van haar vader overgenomen. Daarnaast zouden andere familieleden toegang hebben tot de DigiD van [gedaagde] om bijvoorbeeld belastingzaken te regelen. De neef had ook toegang tot de DigiD van [gedaagde] . Hoe deze neef de zorgkostendeclaraties indiende bij Zilveren Kruis weet de dochter van [gedaagde] niet. De dochter van [gedaagde] vermoedt dat gedurende haar verblijf in het buitenland de neef zorgkostendeclaraties heeft ingediend bij Zilveren Kruis voor behandelingen die nooit hebben plaatsgevonden. Er zou destijds sprake zijn geweest van ‘een medische toestand’ en gedwongen opname van de neef, waar de dochter van [gedaagde] ook bij betrokken was. Toen [gedaagde] zijn dochter wees op ‘rare dingen op zijn bankafschriften en rare berichten op zijn telefoon’ heeft zij geconstateerd dat er betalingen gedaan waren vanaf de bankrekening van [gedaagde] die niet door hem zijn gedaan. Zij heeft daarover een melding gedaan bij de politie en het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude. Op 7 januari 2021 heeft de dochter namens [gedaagde] ook een brief gestuurd naar Zilveren Kruis waarin staat dat hij de declaraties wil intrekken. Zilveren Kruis heeft deze brief naar eigen zeggen toen niet ontvangen, maar wel als bijlage bij de verklaring die [gedaagde] naar Zilveren Kruis heeft gestuurd als reactie op haar brief van 15 maart 2022. Zilveren Kruis heeft daarop op 7 juli 2022 haar eindconclusie aan [gedaagde] gestuurd, waarin zij aankondigt de bedragen van de onterechte declaraties en de onderzoekskosten van [gedaagde] (terug) te gaan vorderen. 3.3 Gelet op het bovenstaande zijn er aanwijzingen dat sprake is geweest van een bepaalde vorm van fraude. Wellicht niet door [gedaagde] zelf of in zijn opdracht, maar wel door iemand uit zijn directe omgeving/familie die de mogelijkheden hebben gehad namens [gedaagde] oneigenlijke declaraties in te dienen. 4 De beoordeling in conventie [gedaagde] moet € 2.030,00 aan Zilveren Kruis terugbetalen 4.1 Omdat Zilveren Kruis € 2.030,00 aan declaraties onverschuldigd aan [gedaagde] heeft betaald, moet [gedaagde] dit bedrag aan Zilveren Kruis terugbetalen. 4.2 [gedaagde] had van 2017 tot en met 2022 een zorgverzekeringsovereenkomst met Zilveren Kruis. In artikel 20 van de algemene voorwaarden die bij deze overeenkomsten horen (‘de algemene voorwaarden) staat wat Zilveren Kruis verstaat onder fraude en wat de gevolgen zijn voor de verzekerde ( [gedaagde] ) bij geconstateerde fraude: “ A.20 Wat zijn de gevolgen van fraude? 20.1 Wat is fraude? Fraude is als iemand een vergoeding verkrijgt of probeert te verkrijgen van een verzekeraar, of een verzekeringsovereenkomst krijgt met ons: a. onder valse voorwendselen; b. op oneigenlijke grond en/of wijze. In deze overeenkomst verstaan wij hieronder specifiek één of meer van de volgende activiteiten. U fraudeert als u en/of iemand anders die belang heeft bij de vergoeding: a. een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven; b. vervalste of misleidende stukken heeft ingeleverd; c. een onware opgave heeft gedaan over een ingediende vordering; d. feiten heeft verzwegen die voor ons van belang kunnen zijn om een ingediende vordering te beoordelen. 20.2 Bij fraude geen vergoeding Als er sprake is van aangetoonde fraude, vervalt alle recht op de vergoeding van kosten van zorg uit de basisverzekering. Dus ook voor datgene waarbij wel een ware opgave is gedaan en/of wel een juiste voorstelling van zaken is gegeven. 20.3 Andere gevolgen van fraude Daarnaast kan fraude ertoe leiden dat wij: a. aangifte doen bij de politie; b. uw verzekeringsovereenkomst(en) beëindigen. U kunt dan pas 5 jaar daarna een nieuwe verzekeringsovereenkomst bij ons afsluiten; c. u registreren in de erkende signaleringssystemen tussen verzekeraars (zoals het CIS); d. uitgekeerde vergoeding(en) en gemaakte (onderzoeks)kosten terugvorderen.” [gedaagde] heeft het mogelijk gemaakt dat valse declaraties werden ingediend 4.3 Zilveren Kruis heeft in 2022 een melding ontvangen die inhield dat declaraties voor zorgkosten die door [gedaagde] waren ingediend en door Zilveren Kruis (voor een deel) waren vergoed, onjuist waren en vervalst zouden zijn. Daarop heeft Zilveren Kruis een onderzoek en navraag gedaan bij de betreffende zorgaanbieders.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7838 text/xml public 2026-04-16T10:08:20 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-03 11458096 UC EXPL 24-8550 KX/61312 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7838 text/html public 2026-04-16T10:07:50 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7838 Rechtbank Midden-Nederland , 03-12-2025 / 11458096 UC EXPL 24-8550 KX/61312 Vordering zorgverzekeraar; gedaagde moet onterecht uitgekeerde declaraties terugbetalen; gedaagde niet-ontvankelijk in zijn reconventionele vordering tot verwijdering van zijn persoonsgegevens uit de registers. RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 11458096 UC EXPL 24-8550 KX/61312 Vonnis van 3 december 2025 inzake de naamloze vennootschap Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. , gevestigd in Utrecht, verder ook te noemen Zilveren Kruis, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V., tegen: [gedaagde] , wonende in [woonplaats] , verder ook te noemen [gedaagde] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, gemachtigde: mr. J. van Andel. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 6 december 2024, - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, - de brief van [gedaagde] van 23 juni 2025, met (aanvullende) producties, - de akte overlegging producties in conventie en van conclusie van antwoord in reconventie, - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald. 1.2 De mondelinge behandeling vond plaats op 22 oktober 2025. Daarbij was de gemachtigde mr. T.M. Boesveld aanwezig namens Zilveren Kruis. Namens [gedaagde] was zijn dochter ( [dochter] ) aanwezig met gemachtigde mr. J. van Andel. Dochter [dochter] was door [gedaagde] gevolmachtigd om hem te vertegenwoordigen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Partijen kregen tot 2 weken na de mondelinge behandeling om onderling afspraken te maken. De kantonrechter heeft op 10 november 2025 berichten gekregen van de gemachtigden van partijen dat zij geen regeling hebben getroffen. 1.3 Ten slotte is aan partijen medegedeeld dat het vonnis uiterlijk op 3 december 2025 wordt gewezen. 2 De kern van de zaak 2.1 Zilveren Kruis vordert € 2.030,00 van [gedaagde] aan onterecht uitgekeerde declaraties. Volgens Zilveren Kruis heeft [gedaagde] gefraudeerd bij het indienen van de declaraties. Daarbovenop vordert zij ook onderzoekskosten (€ 517,50), rente (tot de datum van de dagvaarding begroot op € 362,05) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 459,50). Volgens [gedaagde] heeft hij geen fraude gepleegd en wilde hij de € 2.030,00 eerder al (terug)betalen aan Zilveren Kruis, maar kreeg hij van Zilveren Kruis te horen dat hij hiermee moest wachten. Daarom vindt hij dat hij niet in verzuim is. In reconventie vordert [gedaagde] onder andere dat Zilveren Kruis hem uit de registers verwijdert. De vorderingen van Zilveren Kruis worden grotendeels toegewezen en de vorderingen van [gedaagde] worden afgewezen. 3 De achtergrond van de zaak 3.1 Zilveren Kruis heeft bij haar dagvaarding (productie 8) een overzicht gevoegd van de declaraties die zij ten onrechte aan [gedaagde] heeft uitgekeerd. Samengevat gaat het om: Zorgaanbieder Vergoed [A] € 1.250,00 [B] € 780,00 Totaal € 2.030,00 3.2 Tijdens de mondelinge behandeling heeft de dochter van [gedaagde] toegelicht dat zij voor medische zaken de administratie van haar vader regelt, omdat hij analfabeet en digibeet is en de Nederlandse taal niet goed spreekt. De declaraties voor zorgkosten werden door de dochter haar via een app op de telefoon van [gedaagde] ingediend bij Zilveren Kruis. Toen de dochter enige tijd in het buitenland verbleef heeft een neef van haar de administratie van haar vader overgenomen. Daarnaast zouden andere familieleden toegang hebben tot de DigiD van [gedaagde] om bijvoorbeeld belastingzaken te regelen. De neef had ook toegang tot de DigiD van [gedaagde] . Hoe deze neef de zorgkostendeclaraties indiende bij Zilveren Kruis weet de dochter van [gedaagde] niet. De dochter van [gedaagde] vermoedt dat gedurende haar verblijf in het buitenland de neef zorgkostendeclaraties heeft ingediend bij Zilveren Kruis voor behandelingen die nooit hebben plaatsgevonden. Er zou destijds sprake zijn geweest van ‘een medische toestand’ en gedwongen opname van de neef, waar de dochter van [gedaagde] ook bij betrokken was. Toen [gedaagde] zijn dochter wees op ‘rare dingen op zijn bankafschriften en rare berichten op zijn telefoon’ heeft zij geconstateerd dat er betalingen gedaan waren vanaf de bankrekening van [gedaagde] die niet door hem zijn gedaan. Zij heeft daarover een melding gedaan bij de politie en het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude. Op 7 januari 2021 heeft de dochter namens [gedaagde] ook een brief gestuurd naar Zilveren Kruis waarin staat dat hij de declaraties wil intrekken. Zilveren Kruis heeft deze brief naar eigen zeggen toen niet ontvangen, maar wel als bijlage bij de verklaring die [gedaagde] naar Zilveren Kruis heeft gestuurd als reactie op haar brief van 15 maart 2022. Zilveren Kruis heeft daarop op 7 juli 2022 haar eindconclusie aan [gedaagde] gestuurd, waarin zij aankondigt de bedragen van de onterechte declaraties en de onderzoekskosten van [gedaagde] (terug) te gaan vorderen. 3.3 Gelet op het bovenstaande zijn er aanwijzingen dat sprake is geweest van een bepaalde vorm van fraude. Wellicht niet door [gedaagde] zelf of in zijn opdracht, maar wel door iemand uit zijn directe omgeving/familie die de mogelijkheden hebben gehad namens [gedaagde] oneigenlijke declaraties in te dienen. 4 De beoordeling in conventie [gedaagde] moet € 2.030,00 aan Zilveren Kruis terugbetalen 4.1 Omdat Zilveren Kruis € 2.030,00 aan declaraties onverschuldigd aan [gedaagde] heeft betaald, moet [gedaagde] dit bedrag aan Zilveren Kruis terugbetalen. 4.2 [gedaagde] had van 2017 tot en met 2022 een zorgverzekeringsovereenkomst met Zilveren Kruis. In artikel 20 van de algemene voorwaarden die bij deze overeenkomsten horen (‘de algemene voorwaarden) staat wat Zilveren Kruis verstaat onder fraude en wat de gevolgen zijn voor de verzekerde ( [gedaagde] ) bij geconstateerde fraude: “ A.20 Wat zijn de gevolgen van fraude? 20.1 Wat is fraude? Fraude is als iemand een vergoeding verkrijgt of probeert te verkrijgen van een verzekeraar, of een verzekeringsovereenkomst krijgt met ons: a. onder valse voorwendselen; b. op oneigenlijke grond en/of wijze. In deze overeenkomst verstaan wij hieronder specifiek één of meer van de volgende activiteiten. U fraudeert als u en/of iemand anders die belang heeft bij de vergoeding: a. een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven; b. vervalste of misleidende stukken heeft ingeleverd; c. een onware opgave heeft gedaan over een ingediende vordering; d. feiten heeft verzwegen die voor ons van belang kunnen zijn om een ingediende vordering te beoordelen. 20.2 Bij fraude geen vergoeding Als er sprake is van aangetoonde fraude, vervalt alle recht op de vergoeding van kosten van zorg uit de basisverzekering. Dus ook voor datgene waarbij wel een ware opgave is gedaan en/of wel een juiste voorstelling van zaken is gegeven. 20.3 Andere gevolgen van fraude Daarnaast kan fraude ertoe leiden dat wij: a. aangifte doen bij de politie; b. uw verzekeringsovereenkomst(en) beëindigen. U kunt dan pas 5 jaar daarna een nieuwe verzekeringsovereenkomst bij ons afsluiten; c. u registreren in de erkende signaleringssystemen tussen verzekeraars (zoals het CIS); d. uitgekeerde vergoeding(en) en gemaakte (onderzoeks)kosten terugvorderen.” [gedaagde] heeft het mogelijk gemaakt dat valse declaraties werden ingediend 4.3 Zilveren Kruis heeft in 2022 een melding ontvangen die inhield dat declaraties voor zorgkosten die door [gedaagde] waren ingediend en door Zilveren Kruis (voor een deel) waren vergoed, onjuist waren en vervalst zouden zijn. Daarop heeft Zilveren Kruis een onderzoek en navraag gedaan bij de betreffende zorgaanbieders.
Volledig
Uit het onderzoek blijkt dat [gedaagde] bij de zorgaanbieders niet bekend was als patiënt. De ingediende declaraties wijken daarnaast op verschillende punten af van de declaraties die deze zorgaanbieders zelf naar hun patiënten sturen. Zo ontbreken bijvoorbeeld de adres- en contactgegevens, kloppen de omschrijvingen van de behandelingen niet en zijn logo’s omgedraaid. Zilveren Kruis heeft met berichten en voorbeelddeclaraties van de betreffende zorgaanbieders voldoende onderbouwd dat de declaraties onjuist en/of vervalst zijn. 4.4 Of [gedaagde] zelf de onterechte/vervalste declaraties heeft ingediend in de digitale omgeving of de app van Zilveren Kruis is niet van belang. Het staat voldoende vast dat hij het mogelijk heeft gemaakt dat iemand anders via zijn account valse declaraties heeft ingediend en daarmee heeft [gedaagde] ervoor gezorgd dat Zilveren Kruis werd benadeeld. [gedaagde] is verantwoordelijk voor zijn account en wat daarmee gebeurt. Uit de stukken die Zilveren Kruis heeft laten zien volgt dat een verzekerde ( [gedaagde] ) ingelogd moet zijn om declaraties te kunnen indienen via de app of de eigen online omgeving. Op de mondelinge behandeling heeft de dochter van [gedaagde] verteld dat [gedaagde] zelf geen kennis heeft van digitale middelen en analfabeet is (zie 3.2). Daarom heeft hij meerdere familieleden toegang gegeven tot zijn DigiD en inloggegevens bij Zilveren Kruis. [gedaagde] heeft bovendien nooit aan Zilveren Kruis laten weten wie er wel of niet gemachtigd is om namens hem zijn zorgzaken te regelen. [gedaagde] heeft erkend dat hij de declaraties moet terugbetalen 4.5 Daarbij komt dat [gedaagde] zowel voorafgaand aan deze procedure, als in zijn antwoord op de dagvaarding én op de mondelinge behandeling (vertegenwoordigd door zijn dochter en gemachtigde) heeft erkend dat hij de onterechte/vervalste declaraties uitbetaald heeft gekregen en deze terugbetaald moeten worden aan Zilveren Kruis. Dat een medewerker van Zilveren Kruis telefonisch tegen de dochter van [gedaagde] heeft gezegd dat [gedaagde] moet wachten met het terugbetalen van de onterechte declaraties blijkt nergens uit. Zilveren Kruis heeft dit voldoende betwist en dat een medewerker zoiets zou zeggen ligt ook niet voor de hand, omdat Zilveren Kruis (en later haar gemachtigde) sinds 22 juli 2022 brieven stuurt aan [gedaagde] waarin zij aangeeft de onverschuldigd betaalde bedragen van hem terug te willen. Het argument dat [gedaagde] niet in verzuim zou zijn gaat dus niet op. De wettelijke rente 4.6 [gedaagde] betwist in zijn reactie op de dagvaarding dat de wettelijke rente vanaf 18 december 2022 tot 7 december 2024 € 362,05 is. Op grond van artikel 6:119 BW is [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd over de tijd dat hij met het betalen van een geldsom in verzuim is. In de 14-dagenbrief van 1 december 2022 heeft Zilveren Kruis de wettelijke rente aangezegd. Omdat vast staat dat [gedaagde] de vordering van Zilveren Kruis niet op tijd en volledig heeft betaald (zie ook 4.5), is hij in verzuim en is hij een bedrag aan wettelijke rente verschuldigd. De wettelijke rente wordt toegewezen zoals dat in de beslissing staat. De gevorderde onderzoekskosten worden afgewezen 4.7 Zilveren Kruis vordert ook onderzoekskosten van € 517,50. Deze vordering wordt afgewezen. In haar dagvaarding zegt Zilveren Kruis dat zij naar aanleiding van een melding in 2022 een onderzoek heeft gedaan naar de declaraties van [gedaagde] . Zilveren Kruis heeft niet (voldoende) onderbouwd wat voor onderzoek zij heeft gedaan in het dossier van [gedaagde] , hoe hoog de kosten daarvoor waren en of dat onderzoek nodig was om de vordering te kunnen incasseren. Zilveren Kruis heeft een standaardoverzicht laten zien waaruit de opbouw van de onderzoekskosten moet blijken. In dit overzicht staan alleen de huidige (2025) bedragen per onderdeel en een totaalbedrag van € 558,00 aan onderzoekskosten. Wat de kosten per onderdeel en het totaalbedrag aan onderzoekskosten waren ten tijde van het onderzoek naar [gedaagde] (2022) blijkt hier niet uit. Ook wordt met dit overzicht niet duidelijk welke onderzoekshandelingen Zilveren Kruis heeft verricht in het dossier van [gedaagde] en of die wel nodig waren omdat vrij snel duidelijk was dat [gedaagde] erkende dat het gevorderde bedrag moest worden terugbetaald. De dochter van [gedaagde] heeft namelijk al op 7 januari 2021 een brief gestuurd namens [gedaagde] waarin staat dat hij de declaraties wil intrekken. Zilveren Kruis zegt deze brief nooit te hebben ontvangen, maar dit klopt niet (helemaal). In haar brief van 7 juli 2022 aan [gedaagde] verwijst zij namelijk naar de brief van 7 januari 2021, die als bijlage bij de reactie van [gedaagde] (op de brief van Zilveren Kruis van 15 maart 2022) zat. De noodzaak tot een onderzoek was er in ieder geval na maart 2022 niet meer. [gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen 4.8 Zilveren Kruis vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Zilveren Kruis heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding is hoger dan het tarief dat volgens het Besluit past bij de toe te wijzen hoofdsom. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding daarom toewijzen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij de toe te wijzen hoofdsom. Zilveren Kruis heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat Zilveren Kruis een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 368,45 worden toegewezen. in reconventie De vorderingen van [gedaagde] worden afgewezen 4.9 In de brief van Zilveren Kruis van 7 juli 2022 staat welke maatregelen zij aan [gedaagde] heeft opgelegd vanwege het indienen van de valse nota’s. Deze maatregelen zijn onder andere: inschrijving in het Gebeurtenissen- en Incidentenregister, vermelding in het Intern Verwijzingsregister (IVR) en vermelding in het Externe Verwijzingsregister (EVR). In reconventie vordert [gedaagde] dat Zilveren Kruis alle meldingen die zij over hem heeft gedaan in de registers en administratie ongedaan moet maken en aldaar te melden dat zij deze meldingen ten onrechte heeft gedaan. [gedaagde] wil aan deze vordering een dwangsom van € 1.000,00 per dag verbinden. 4.10 Op de verwerking van persoonsgegevens is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (EU) 2016/679 (hierna: AVG) van toepassing. Uitgangspunt daarvoor is een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank. Daarvoor is geen advocaat nodig. Wel moet zo’n verzoek binnen een termijn van zes weken worden ingediend nadat Zilveren Kruis heeft geweigerd de betreffende registraties uit de registers te (doen) verwijderen. 4.11 Het Gebeurtenissen- en Incidentenregister vormt samen met het IVR en EVR een waarschuwingssysteem dat Zilveren Kruis (net als andere zorgverzekeraars) gebruikt om de integriteit van haar dienstverlening te beveiligen en Zilveren Kruis helpt bij het voeren van een verantwoord beleid in het acceptatie- en declaratieproces. Persoonsgegevens kunnen worden opgenomen in deze systemen zodat Zilveren Kruis en de aan haar verbonden rechtspersonen een waarschuwing krijgen als een geregistreerd persoon gebruik wil maken van haar diensten. Zilveren Kruis mocht [gedaagde] in de registers opnemen 4.12 Toen Zilveren Kruis de gegevens van [gedaagde] registreerde in de systemen, was het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen 2021 (PIFI) van kracht. Op grond van artikel 5.2.1 PIFI gelden voor het rechtmatig registreren van (persoons)gegevens in het EVR drie cumulatieve criteria, die kortgezegd inhouden dat: 1.
Volledig
Uit het onderzoek blijkt dat [gedaagde] bij de zorgaanbieders niet bekend was als patiënt. De ingediende declaraties wijken daarnaast op verschillende punten af van de declaraties die deze zorgaanbieders zelf naar hun patiënten sturen. Zo ontbreken bijvoorbeeld de adres- en contactgegevens, kloppen de omschrijvingen van de behandelingen niet en zijn logo’s omgedraaid. Zilveren Kruis heeft met berichten en voorbeelddeclaraties van de betreffende zorgaanbieders voldoende onderbouwd dat de declaraties onjuist en/of vervalst zijn. 4.4 Of [gedaagde] zelf de onterechte/vervalste declaraties heeft ingediend in de digitale omgeving of de app van Zilveren Kruis is niet van belang. Het staat voldoende vast dat hij het mogelijk heeft gemaakt dat iemand anders via zijn account valse declaraties heeft ingediend en daarmee heeft [gedaagde] ervoor gezorgd dat Zilveren Kruis werd benadeeld. [gedaagde] is verantwoordelijk voor zijn account en wat daarmee gebeurt. Uit de stukken die Zilveren Kruis heeft laten zien volgt dat een verzekerde ( [gedaagde] ) ingelogd moet zijn om declaraties te kunnen indienen via de app of de eigen online omgeving. Op de mondelinge behandeling heeft de dochter van [gedaagde] verteld dat [gedaagde] zelf geen kennis heeft van digitale middelen en analfabeet is (zie 3.2). Daarom heeft hij meerdere familieleden toegang gegeven tot zijn DigiD en inloggegevens bij Zilveren Kruis. [gedaagde] heeft bovendien nooit aan Zilveren Kruis laten weten wie er wel of niet gemachtigd is om namens hem zijn zorgzaken te regelen. [gedaagde] heeft erkend dat hij de declaraties moet terugbetalen 4.5 Daarbij komt dat [gedaagde] zowel voorafgaand aan deze procedure, als in zijn antwoord op de dagvaarding én op de mondelinge behandeling (vertegenwoordigd door zijn dochter en gemachtigde) heeft erkend dat hij de onterechte/vervalste declaraties uitbetaald heeft gekregen en deze terugbetaald moeten worden aan Zilveren Kruis. Dat een medewerker van Zilveren Kruis telefonisch tegen de dochter van [gedaagde] heeft gezegd dat [gedaagde] moet wachten met het terugbetalen van de onterechte declaraties blijkt nergens uit. Zilveren Kruis heeft dit voldoende betwist en dat een medewerker zoiets zou zeggen ligt ook niet voor de hand, omdat Zilveren Kruis (en later haar gemachtigde) sinds 22 juli 2022 brieven stuurt aan [gedaagde] waarin zij aangeeft de onverschuldigd betaalde bedragen van hem terug te willen. Het argument dat [gedaagde] niet in verzuim zou zijn gaat dus niet op. De wettelijke rente 4.6 [gedaagde] betwist in zijn reactie op de dagvaarding dat de wettelijke rente vanaf 18 december 2022 tot 7 december 2024 € 362,05 is. Op grond van artikel 6:119 BW is [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd over de tijd dat hij met het betalen van een geldsom in verzuim is. In de 14-dagenbrief van 1 december 2022 heeft Zilveren Kruis de wettelijke rente aangezegd. Omdat vast staat dat [gedaagde] de vordering van Zilveren Kruis niet op tijd en volledig heeft betaald (zie ook 4.5), is hij in verzuim en is hij een bedrag aan wettelijke rente verschuldigd. De wettelijke rente wordt toegewezen zoals dat in de beslissing staat. De gevorderde onderzoekskosten worden afgewezen 4.7 Zilveren Kruis vordert ook onderzoekskosten van € 517,50. Deze vordering wordt afgewezen. In haar dagvaarding zegt Zilveren Kruis dat zij naar aanleiding van een melding in 2022 een onderzoek heeft gedaan naar de declaraties van [gedaagde] . Zilveren Kruis heeft niet (voldoende) onderbouwd wat voor onderzoek zij heeft gedaan in het dossier van [gedaagde] , hoe hoog de kosten daarvoor waren en of dat onderzoek nodig was om de vordering te kunnen incasseren. Zilveren Kruis heeft een standaardoverzicht laten zien waaruit de opbouw van de onderzoekskosten moet blijken. In dit overzicht staan alleen de huidige (2025) bedragen per onderdeel en een totaalbedrag van € 558,00 aan onderzoekskosten. Wat de kosten per onderdeel en het totaalbedrag aan onderzoekskosten waren ten tijde van het onderzoek naar [gedaagde] (2022) blijkt hier niet uit. Ook wordt met dit overzicht niet duidelijk welke onderzoekshandelingen Zilveren Kruis heeft verricht in het dossier van [gedaagde] en of die wel nodig waren omdat vrij snel duidelijk was dat [gedaagde] erkende dat het gevorderde bedrag moest worden terugbetaald. De dochter van [gedaagde] heeft namelijk al op 7 januari 2021 een brief gestuurd namens [gedaagde] waarin staat dat hij de declaraties wil intrekken. Zilveren Kruis zegt deze brief nooit te hebben ontvangen, maar dit klopt niet (helemaal). In haar brief van 7 juli 2022 aan [gedaagde] verwijst zij namelijk naar de brief van 7 januari 2021, die als bijlage bij de reactie van [gedaagde] (op de brief van Zilveren Kruis van 15 maart 2022) zat. De noodzaak tot een onderzoek was er in ieder geval na maart 2022 niet meer. [gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen 4.8 Zilveren Kruis vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Zilveren Kruis heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding is hoger dan het tarief dat volgens het Besluit past bij de toe te wijzen hoofdsom. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding daarom toewijzen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij de toe te wijzen hoofdsom. Zilveren Kruis heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat Zilveren Kruis een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 368,45 worden toegewezen. in reconventie De vorderingen van [gedaagde] worden afgewezen 4.9 In de brief van Zilveren Kruis van 7 juli 2022 staat welke maatregelen zij aan [gedaagde] heeft opgelegd vanwege het indienen van de valse nota’s. Deze maatregelen zijn onder andere: inschrijving in het Gebeurtenissen- en Incidentenregister, vermelding in het Intern Verwijzingsregister (IVR) en vermelding in het Externe Verwijzingsregister (EVR). In reconventie vordert [gedaagde] dat Zilveren Kruis alle meldingen die zij over hem heeft gedaan in de registers en administratie ongedaan moet maken en aldaar te melden dat zij deze meldingen ten onrechte heeft gedaan. [gedaagde] wil aan deze vordering een dwangsom van € 1.000,00 per dag verbinden. 4.10 Op de verwerking van persoonsgegevens is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (EU) 2016/679 (hierna: AVG) van toepassing. Uitgangspunt daarvoor is een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank. Daarvoor is geen advocaat nodig. Wel moet zo’n verzoek binnen een termijn van zes weken worden ingediend nadat Zilveren Kruis heeft geweigerd de betreffende registraties uit de registers te (doen) verwijderen. 4.11 Het Gebeurtenissen- en Incidentenregister vormt samen met het IVR en EVR een waarschuwingssysteem dat Zilveren Kruis (net als andere zorgverzekeraars) gebruikt om de integriteit van haar dienstverlening te beveiligen en Zilveren Kruis helpt bij het voeren van een verantwoord beleid in het acceptatie- en declaratieproces. Persoonsgegevens kunnen worden opgenomen in deze systemen zodat Zilveren Kruis en de aan haar verbonden rechtspersonen een waarschuwing krijgen als een geregistreerd persoon gebruik wil maken van haar diensten. Zilveren Kruis mocht [gedaagde] in de registers opnemen 4.12 Toen Zilveren Kruis de gegevens van [gedaagde] registreerde in de systemen, was het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen 2021 (PIFI) van kracht. Op grond van artikel 5.2.1 PIFI gelden voor het rechtmatig registreren van (persoons)gegevens in het EVR drie cumulatieve criteria, die kortgezegd inhouden dat: 1.
Volledig
de gedraging(en) van [gedaagde] een bedreiging (kan/kunnen) vormen voor de financiële belangen van Zilveren Kruis, 2. in voldoende mate vast staat dat [gedaagde] betrokken is bij deze gedragingen, en 3. dat het belang van opname van de (persoons)gegevens in het register prevaleert boven de mogelijke nadelige gevolgen voor [gedaagde] als gevolg van deze opname (proportionaliteitsvereiste). 4.13 Zilveren Kruis heeft voldoende onderbouwd dat zij in redelijkheid [gedaagde] in de (interne en externe) registers mocht registreren. Zoals in de reconventie al is overwogen staat het vast dat er valse nota’s zijn ingediend bij Zilveren Kruis via het account van [gedaagde] en dat deze nota’s zijn uitbetaald op de bankrekening van [gedaagde] . [gedaagde] heeft erkend dat de nota’s niet kloppen, hij de betalingen heeft ontvangen en deze moet terugbetalen. Waar de vordering op neerkomt is dus dat [gedaagde] wil dat Zilveren Kruis de terechte registratie herziet. Daarvoor moet [gedaagde] éérst bij Zilveren Kruis bezwaar maken tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens, Zilveren Kruis heeft dan een maand om op dat bezwaar te reageren (eventueel met verlenging van 2 maanden). Als Zilveren Kruis het bezwaar van [gedaagde] afwijst, dán kan [gedaagde] binnen 6 weken na die afwijzing een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank starten. Uit de producties van [gedaagde] volgt weliswaar dat hij of zijn dochter eerder bij Zilveren Kruis hebben gevraagd om inzage in de persoonsgegevens die werden verwerkt, maar niet dat zij een bezwaar tegen de verwerking daarvan hebben ingediend zoals bedoeld in artikel 21 van de AVG. In die procedure kan [gedaagde] ook beter onderbouwd dan in deze procedure zijn verzoek motiveren met meer aanknopingspunten dan het algemene verhaal van de dochter van [gedaagde] bij de mondelinge behandeling. 4.14 Het zou bovendien in strijd met de goede procesorde als op basis van deze niet juist in gestoken en nauwelijks onderbouwde reconventionele vordering zou moeten worden beslist over iets wat van zo’n groot belang voor [gedaagde] is. Er is vooralsnog ook geen noodzaak voor een overhaaste beslissing op dit punt omdat bij de mondelinge behandeling is gebleken dat [gedaagde] nog steeds een zorgverzekering heeft en niet gesteld of gebleken is dat hij een extra hoge zorgpremie betaalt vanwege de vermelding in de registers. 4.15 De kantonrechter zal [gedaagde] daarom ten aanzien van de vordering tot verwijdering van de persoonsgegevens en daaraan gekoppelde dwangsom niet-ontvankelijk verklaren. 4.16 Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat zij ervan uitgaat dat Zilveren Kruis de registratie van [gedaagde] in de registers zal heroverwegen naar aanleiding van de informatie die in deze procedure naar voren is gekomen, als daarvoor concrete aanknopingspunten worden aangedragen. in conventie en in reconventie [gedaagde] moet de proceskosten in conventie en in reconventie betalen 4.17 [gedaagde] is conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in conventie betalen. De proceskosten van Zilveren Kruis worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 137,38 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten × € 204,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.194,38 4.18 [gedaagde] is in reconventie ook in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in reconventie betalen. Zilveren Kruis krijgt voor de reconventie 1 punt aan salaris gemachtigde van € 82,00 (tarief onbepaalde waarde) voor haar conclusie van antwoord in reconventie. Voor de mondelinge behandeling krijgt Zilveren Kruis in reconventie geen salarispunt. Tijdens de mondelinge behandeling is namelijk vooral aandacht besteed aan onderwerpen die van belang waren voor de zaak in conventie, zoals de achtergrond van de zaak en de onderzoekskosten. Uitvoerbaar bij voorraad 4.19 De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. 5 De beslissing De kantonrechter in conventie 5.1 veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 2.030,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 18 december 2022, tot de dag van volledige betaling, 5.2 veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 368,45 aan buitengerechtelijke kosten, 5.3 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.194,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 5.4 wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 5.5 verklaart [gedaagde] in zijn vorderingen niet ontvankelijk, 5.6 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 82,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, in conventie en in reconventie 5.7 veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.8 verklaart dit vonnis met uitzondering van de bij 5.4 en 5.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025. 61312 Zie artikel 35 Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG), artikel 6 lid 1 onder e of f en artikel 21 lid 1 van de AVG. Artikel 21 lid 1 in combinatie met artikel 12 lid 3 van de AVG. Artikel 35 lid 1 en lid 2 van de UAVG.
Volledig
de gedraging(en) van [gedaagde] een bedreiging (kan/kunnen) vormen voor de financiële belangen van Zilveren Kruis, 2. in voldoende mate vast staat dat [gedaagde] betrokken is bij deze gedragingen, en 3. dat het belang van opname van de (persoons)gegevens in het register prevaleert boven de mogelijke nadelige gevolgen voor [gedaagde] als gevolg van deze opname (proportionaliteitsvereiste). 4.13 Zilveren Kruis heeft voldoende onderbouwd dat zij in redelijkheid [gedaagde] in de (interne en externe) registers mocht registreren. Zoals in de reconventie al is overwogen staat het vast dat er valse nota’s zijn ingediend bij Zilveren Kruis via het account van [gedaagde] en dat deze nota’s zijn uitbetaald op de bankrekening van [gedaagde] . [gedaagde] heeft erkend dat de nota’s niet kloppen, hij de betalingen heeft ontvangen en deze moet terugbetalen. Waar de vordering op neerkomt is dus dat [gedaagde] wil dat Zilveren Kruis de terechte registratie herziet. Daarvoor moet [gedaagde] éérst bij Zilveren Kruis bezwaar maken tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens, Zilveren Kruis heeft dan een maand om op dat bezwaar te reageren (eventueel met verlenging van 2 maanden). Als Zilveren Kruis het bezwaar van [gedaagde] afwijst, dán kan [gedaagde] binnen 6 weken na die afwijzing een verzoekschriftprocedure bij de rechtbank starten. Uit de producties van [gedaagde] volgt weliswaar dat hij of zijn dochter eerder bij Zilveren Kruis hebben gevraagd om inzage in de persoonsgegevens die werden verwerkt, maar niet dat zij een bezwaar tegen de verwerking daarvan hebben ingediend zoals bedoeld in artikel 21 van de AVG. In die procedure kan [gedaagde] ook beter onderbouwd dan in deze procedure zijn verzoek motiveren met meer aanknopingspunten dan het algemene verhaal van de dochter van [gedaagde] bij de mondelinge behandeling. 4.14 Het zou bovendien in strijd met de goede procesorde als op basis van deze niet juist in gestoken en nauwelijks onderbouwde reconventionele vordering zou moeten worden beslist over iets wat van zo’n groot belang voor [gedaagde] is. Er is vooralsnog ook geen noodzaak voor een overhaaste beslissing op dit punt omdat bij de mondelinge behandeling is gebleken dat [gedaagde] nog steeds een zorgverzekering heeft en niet gesteld of gebleken is dat hij een extra hoge zorgpremie betaalt vanwege de vermelding in de registers. 4.15 De kantonrechter zal [gedaagde] daarom ten aanzien van de vordering tot verwijdering van de persoonsgegevens en daaraan gekoppelde dwangsom niet-ontvankelijk verklaren. 4.16 Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat zij ervan uitgaat dat Zilveren Kruis de registratie van [gedaagde] in de registers zal heroverwegen naar aanleiding van de informatie die in deze procedure naar voren is gekomen, als daarvoor concrete aanknopingspunten worden aangedragen. in conventie en in reconventie [gedaagde] moet de proceskosten in conventie en in reconventie betalen 4.17 [gedaagde] is conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in conventie betalen. De proceskosten van Zilveren Kruis worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 137,38 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten × € 204,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.194,38 4.18 [gedaagde] is in reconventie ook in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in reconventie betalen. Zilveren Kruis krijgt voor de reconventie 1 punt aan salaris gemachtigde van € 82,00 (tarief onbepaalde waarde) voor haar conclusie van antwoord in reconventie. Voor de mondelinge behandeling krijgt Zilveren Kruis in reconventie geen salarispunt. Tijdens de mondelinge behandeling is namelijk vooral aandacht besteed aan onderwerpen die van belang waren voor de zaak in conventie, zoals de achtergrond van de zaak en de onderzoekskosten. Uitvoerbaar bij voorraad 4.19 De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. 5 De beslissing De kantonrechter in conventie 5.1 veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 2.030,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 18 december 2022, tot de dag van volledige betaling, 5.2 veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 368,45 aan buitengerechtelijke kosten, 5.3 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.194,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 5.4 wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 5.5 verklaart [gedaagde] in zijn vorderingen niet ontvankelijk, 5.6 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 82,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, in conventie en in reconventie 5.7 veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.8 verklaart dit vonnis met uitzondering van de bij 5.4 en 5.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025. 61312 Zie artikel 35 Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG), artikel 6 lid 1 onder e of f en artikel 21 lid 1 van de AVG. Artikel 21 lid 1 in combinatie met artikel 12 lid 3 van de AVG. Artikel 35 lid 1 en lid 2 van de UAVG.