Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-11-19
ECLI:NL:RBMNE:2025:7827
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,517 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7827 text/xml public 2026-04-17T10:06:19 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-11-19 11623163 \ UC EXPL 25-2801 VL/58599 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Tussenuitspraak NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7827 text/html public 2026-04-17T10:06:03 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7827 Rechtbank Midden-Nederland , 19-11-2025 / 11623163 \ UC EXPL 25-2801 VL/58599 Benoeming deskundige + vaststelling definitieve vragen. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2025:5745) RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11623163 \ UC EXPL 25-2801 VL/58599 Vonnis van 19 november 2025 in de zaak van [eiser] , Wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. M.S. van Dijk, tegen [gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. J. Klein. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 17 september 2025; de akte van [eiser] van 13 oktober 2025; de akte van [gedaagde] van 15 oktober 2025. 1.2 Daarna is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling Het tussenvonnis 2.1 In het tussenvonnis van 17 september 2025 heeft de kantonrechter het voornemen geuit een deskundige te benoemen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Partijen hebben ook de gelegenheid gekregen om zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige(n). Indien zij zich hierover wilden uitlaten, moesten zij kenbaar maken over welke deskundige(n) zij het eens zijn of tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben. De benoeming van de deskundige 2.2 De kantonrechter zal overgaan tot het bevelen van een deskundigenonderzoek. 2.3 [gedaagde] heeft aangegeven dat hij de benoeming van een deskundige overlaat aan de kantonrechter. [eiser] heeft aangegeven dat hij de benoeming van één deskundige afdoende acht en het de voorkeur geniet als deze deskundige is aangesloten bij het NIVRE, de Stichting Bouwkwaliteit of een vergelijkbare instantie. 2.4 De kantonrechter zal één deskundige benoemen: de heer Sjack van den Bergh, werkzaam bij Bureau voor Bouwpathologie. Bureau voor Bouwpathologie is via haar moederbedrijf aangesloten bij het NIVRE en de heer Van den Bergh heeft verklaard dat hij geen banden heeft met één van partijen. De vragen die aan de deskundige worden gesteld 2.5 De kantonrechter heeft in het tussenvonnis drie vragen geformuleerd die aan de deskundige gesteld kunnen worden. Beide partijen hebben laten weten dat zij zich in deze vragen kunnen vinden. 2.6 [eiser] heeft drie foto’s overgelegd en heeft de kantonrechter verzocht om een aantal aanvullende vragen aan de deskundige voor te leggen, namelijk: 4. Is het in dit geval technisch mogelijk om zonder enige aanpassingen aan de oude (bestaande) afvoer van de douche-drain het (nieuwe) bad te plaatsen op deze locatie? Met andere woorden: zijn de oude leidingen op geen enkele wijze gewijzigd om het nieuwe bad aan te sluiten? 5. Mag of kan een aansluiting worden gemaakt door zadelstukken of pvc-bochten aan elkaar te kitten in plaats van te verlijmen of te lassen? 6. Is het toegestaan om een PE-combikap los (niet verlijmd) te plaatsen ter afsluiting van een afvoer die zich in de vloer bevindt en na afwerking niet meer bereikbaar is? 7. Voldoet het gebruik van tegelpasta bij tegels met een formaat van 600x1200 mm aan de geldende technische voorschriften, of dient hiervoor poedertegellijm te worden gebruikt? 8. Wat is de meest voor de hand liggende oorzaak van de lekkage of aan toekomstige gebreken? 9. Kan het niet voldoen aan het gestelde in de punten 5 t/m 7 ook een oorzaak zijn van de lekkage? 10. Zijn er overige gebreken of ondeugdelijke werkwijzen waaruit blijkt dat de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden niet voldeden aan de professionele normen van een goed vakman? 11. Aan welke technische normen, voorschriften of richtlijnen (zoals NEN 3215, ISSO 55, BRL 2021, NPR 3218 of gangbare praktijkrichtlijnen voor binnenriolering en tegelwerk) toetst u de uitvoering van de werkzaamheden? 12. Was de wijze waarop de afvoer, koppelingen en afsluitingen zijn aangebracht zodanig dat zij inspecteerbaar, bereikbaar en onderhoudbaar bleven? 13. Kan naar uw oordeel worden uitgesloten dat de lekkage het gevolg is van reeds bestaande gebreken van vóór de werkzaamheden van [gedaagde] , gelet op de uitgevoerde aanpassingen en de locatie van de koppeling? 2.7 De vragen 4, 5, 6, 7 en 9 zullen niet afzonderlijk aan de deskundige worden gesteld. Naar het oordeel van de kantonrechter vallen deze vragen namelijk allemaal binnen de reikwijdte van de vragen die al aan de deskundige worden voorgelegd (met name de onder 2 geformuleerde vraag van de kantonrechter). Het antwoord op die vraag zal het antwoord op de vragen 4, 5, 6, 7 en 9 dan ook omvatten. Met de formulering van de vragen 5, 6 en 7 wordt overigens vooruitgelopen op de antwoorden die de deskundige zou kunnen geven op de reeds door de kantonrechter geformuleerde vragen. Wel zal de kantonrechter zijn eerste vraag aanvullen met: “Kunt u dit toelichten?” en zal de laatste vraag wat breder worden geformuleerd. 2.8 Vraag 8 zal niet aan de deskundige worden gesteld. De deskundige zal wel of niet kunnen vaststellen wat de oorzaak van de lekkage is. Het is onvoldoende duidelijk wat de voorgestelde vraag hieraan toevoegt. 2.9 Vraag 10 zal niet aan de deskundige worden voorgelegd. Als zou worden geconcludeerd dat [gedaagde] bepaalde (andere) werkzaamheden niet goed heeft gedaan, dan wil dat niet automatisch zeggen dat de lekkage het gevolg moet zijn van de werkzaamheden van [gedaagde] , ook als de oorzaak van de lekkages niet zou kunnen worden vastgesteld. Deze vraag is daarom niet relevant. 2.10 Vraag 11 zal wel aan de deskundige worden voorgelegd, maar zonder de door [eiser] genoemde voorbeelden. 2.11 Vraag 12 en 13 zullen niet aan de deskundige worden voorgelegd, omdat het antwoord op deze vragen niets zouden toevoegen aan de vraag wat de oorzaak van de lekkage is. De begroting van de deskundige en betaling van het voorschot 2.12 In het tussenvonnis is al aangekondigd en toegelicht door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden betaald, namelijk door [eiser] . De hoogte van het voorschot voor de deskundige zal in een afzonderlijk vonnis worden vastgesteld. Partijen zullen eerst in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op een begroting van het voorschot door de deskundige. Tot slot 2.13 De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij. 2.14 Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken. 2.15 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7827 text/xml public 2026-04-17T10:06:19 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-11-19 11623163 \ UC EXPL 25-2801 VL/58599 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Tussenuitspraak NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7827 text/html public 2026-04-17T10:06:03 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7827 Rechtbank Midden-Nederland , 19-11-2025 / 11623163 \ UC EXPL 25-2801 VL/58599 Benoeming deskundige + vaststelling definitieve vragen. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2025:5745) RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: 11623163 \ UC EXPL 25-2801 VL/58599 Vonnis van 19 november 2025 in de zaak van [eiser] , Wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. M.S. van Dijk, tegen [gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. J. Klein. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 17 september 2025; de akte van [eiser] van 13 oktober 2025; de akte van [gedaagde] van 15 oktober 2025. 1.2 Daarna is vonnis bepaald. 2 De verdere beoordeling Het tussenvonnis 2.1 In het tussenvonnis van 17 september 2025 heeft de kantonrechter het voornemen geuit een deskundige te benoemen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Partijen hebben ook de gelegenheid gekregen om zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige(n). Indien zij zich hierover wilden uitlaten, moesten zij kenbaar maken over welke deskundige(n) zij het eens zijn of tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben. De benoeming van de deskundige 2.2 De kantonrechter zal overgaan tot het bevelen van een deskundigenonderzoek. 2.3 [gedaagde] heeft aangegeven dat hij de benoeming van een deskundige overlaat aan de kantonrechter. [eiser] heeft aangegeven dat hij de benoeming van één deskundige afdoende acht en het de voorkeur geniet als deze deskundige is aangesloten bij het NIVRE, de Stichting Bouwkwaliteit of een vergelijkbare instantie. 2.4 De kantonrechter zal één deskundige benoemen: de heer Sjack van den Bergh, werkzaam bij Bureau voor Bouwpathologie. Bureau voor Bouwpathologie is via haar moederbedrijf aangesloten bij het NIVRE en de heer Van den Bergh heeft verklaard dat hij geen banden heeft met één van partijen. De vragen die aan de deskundige worden gesteld 2.5 De kantonrechter heeft in het tussenvonnis drie vragen geformuleerd die aan de deskundige gesteld kunnen worden. Beide partijen hebben laten weten dat zij zich in deze vragen kunnen vinden. 2.6 [eiser] heeft drie foto’s overgelegd en heeft de kantonrechter verzocht om een aantal aanvullende vragen aan de deskundige voor te leggen, namelijk: 4. Is het in dit geval technisch mogelijk om zonder enige aanpassingen aan de oude (bestaande) afvoer van de douche-drain het (nieuwe) bad te plaatsen op deze locatie? Met andere woorden: zijn de oude leidingen op geen enkele wijze gewijzigd om het nieuwe bad aan te sluiten? 5. Mag of kan een aansluiting worden gemaakt door zadelstukken of pvc-bochten aan elkaar te kitten in plaats van te verlijmen of te lassen? 6. Is het toegestaan om een PE-combikap los (niet verlijmd) te plaatsen ter afsluiting van een afvoer die zich in de vloer bevindt en na afwerking niet meer bereikbaar is? 7. Voldoet het gebruik van tegelpasta bij tegels met een formaat van 600x1200 mm aan de geldende technische voorschriften, of dient hiervoor poedertegellijm te worden gebruikt? 8. Wat is de meest voor de hand liggende oorzaak van de lekkage of aan toekomstige gebreken? 9. Kan het niet voldoen aan het gestelde in de punten 5 t/m 7 ook een oorzaak zijn van de lekkage? 10. Zijn er overige gebreken of ondeugdelijke werkwijzen waaruit blijkt dat de door [gedaagde] uitgevoerde werkzaamheden niet voldeden aan de professionele normen van een goed vakman? 11. Aan welke technische normen, voorschriften of richtlijnen (zoals NEN 3215, ISSO 55, BRL 2021, NPR 3218 of gangbare praktijkrichtlijnen voor binnenriolering en tegelwerk) toetst u de uitvoering van de werkzaamheden? 12. Was de wijze waarop de afvoer, koppelingen en afsluitingen zijn aangebracht zodanig dat zij inspecteerbaar, bereikbaar en onderhoudbaar bleven? 13. Kan naar uw oordeel worden uitgesloten dat de lekkage het gevolg is van reeds bestaande gebreken van vóór de werkzaamheden van [gedaagde] , gelet op de uitgevoerde aanpassingen en de locatie van de koppeling? 2.7 De vragen 4, 5, 6, 7 en 9 zullen niet afzonderlijk aan de deskundige worden gesteld. Naar het oordeel van de kantonrechter vallen deze vragen namelijk allemaal binnen de reikwijdte van de vragen die al aan de deskundige worden voorgelegd (met name de onder 2 geformuleerde vraag van de kantonrechter). Het antwoord op die vraag zal het antwoord op de vragen 4, 5, 6, 7 en 9 dan ook omvatten. Met de formulering van de vragen 5, 6 en 7 wordt overigens vooruitgelopen op de antwoorden die de deskundige zou kunnen geven op de reeds door de kantonrechter geformuleerde vragen. Wel zal de kantonrechter zijn eerste vraag aanvullen met: “Kunt u dit toelichten?” en zal de laatste vraag wat breder worden geformuleerd. 2.8 Vraag 8 zal niet aan de deskundige worden gesteld. De deskundige zal wel of niet kunnen vaststellen wat de oorzaak van de lekkage is. Het is onvoldoende duidelijk wat de voorgestelde vraag hieraan toevoegt. 2.9 Vraag 10 zal niet aan de deskundige worden voorgelegd. Als zou worden geconcludeerd dat [gedaagde] bepaalde (andere) werkzaamheden niet goed heeft gedaan, dan wil dat niet automatisch zeggen dat de lekkage het gevolg moet zijn van de werkzaamheden van [gedaagde] , ook als de oorzaak van de lekkages niet zou kunnen worden vastgesteld. Deze vraag is daarom niet relevant. 2.10 Vraag 11 zal wel aan de deskundige worden voorgelegd, maar zonder de door [eiser] genoemde voorbeelden. 2.11 Vraag 12 en 13 zullen niet aan de deskundige worden voorgelegd, omdat het antwoord op deze vragen niets zouden toevoegen aan de vraag wat de oorzaak van de lekkage is. De begroting van de deskundige en betaling van het voorschot 2.12 In het tussenvonnis is al aangekondigd en toegelicht door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden betaald, namelijk door [eiser] . De hoogte van het voorschot voor de deskundige zal in een afzonderlijk vonnis worden vastgesteld. Partijen zullen eerst in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op een begroting van het voorschot door de deskundige. Tot slot 2.13 De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij. 2.14 Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken. 2.15 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Volledig
3 De beslissing De kantonrechter 3.1 beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen: Kunt u aan de hand van de foto’s en video’s van de badkamer van [eiser] (en desgewenst een onderzoek ter plaatse) en de toelichting van beide partijen vaststellen wat de oorzaak van de lekkage in de badkamer/keuken in het huis van [eiser] is geweest? Kunt u dit toelichten? Is er een verband tussen de werkzaamheden die [gedaagde] heeft verricht aan de badkamer en de lekkage, en zo ja welk verband is dat? Aan welke technische normen, voorschriften en richtlijnen toetst u de uitvoering van de werkzaamheden? Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de kantonrechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? 3.2 benoemt tot deskundige: S. Van den Bergh werkzaam bij Bureau voor Bouwpathologie B.V. correspondentieadres: [adres] , [postcode] te [plaats] telefoon: [telefoonnummer] email: [e-mailadres] 3.3 bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden, het voorschot 3.4 bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende: de deskundige moet binnen twee weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten opgeven aan de griffie van de kantonrechter, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten, de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen, partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief/het bericht van de griffie schriftelijk bij de kantonrechter bezwaar maken tegen de begroting, als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige worden vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag, als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot door de kantonrechter worden vastgesteld, het onderzoek 3.5 bepaalt dat [eiser] - na vaststelling van het voorschot - het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen, 3.6 bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats, 3.7 wijst de deskundige erop dat: de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl ), de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot, de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn, de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken, de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan, als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd, 3.8 bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten, het schriftelijk rapport 3.9 draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie, 3.10 wijst de deskundige erop dat: uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd, de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden, 3.11 bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren, overige bepalingen 3.12 bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 14 januari 2026 voor vonnis vaststelling voorschot, 3.13 draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen: als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [eiser] op een termijn van vier weken, 3.14 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.
Volledig
3 De beslissing De kantonrechter 3.1 beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen: Kunt u aan de hand van de foto’s en video’s van de badkamer van [eiser] (en desgewenst een onderzoek ter plaatse) en de toelichting van beide partijen vaststellen wat de oorzaak van de lekkage in de badkamer/keuken in het huis van [eiser] is geweest? Kunt u dit toelichten? Is er een verband tussen de werkzaamheden die [gedaagde] heeft verricht aan de badkamer en de lekkage, en zo ja welk verband is dat? Aan welke technische normen, voorschriften en richtlijnen toetst u de uitvoering van de werkzaamheden? Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de kantonrechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? 3.2 benoemt tot deskundige: S. Van den Bergh werkzaam bij Bureau voor Bouwpathologie B.V. correspondentieadres: [adres] , [postcode] te [plaats] telefoon: [telefoonnummer] email: [e-mailadres] 3.3 bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden, het voorschot 3.4 bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende: de deskundige moet binnen twee weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten opgeven aan de griffie van de kantonrechter, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten, de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen, partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief/het bericht van de griffie schriftelijk bij de kantonrechter bezwaar maken tegen de begroting, als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige worden vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag, als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot door de kantonrechter worden vastgesteld, het onderzoek 3.5 bepaalt dat [eiser] - na vaststelling van het voorschot - het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen, 3.6 bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats, 3.7 wijst de deskundige erop dat: de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl ), de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot, de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn, de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken, de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan, als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd, 3.8 bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten, het schriftelijk rapport 3.9 draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie, 3.10 wijst de deskundige erop dat: uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd, de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden, 3.11 bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren, overige bepalingen 3.12 bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 14 januari 2026 voor vonnis vaststelling voorschot, 3.13 draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen: als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [eiser] op een termijn van vier weken, 3.14 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.