Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-12-10
ECLI:NL:RBMNE:2025:7813
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,056 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7813 text/xml public 2026-04-16T10:38:20 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-10 C/16/585483 / HA ZA 24-620 en C/16/592239 / HA ZA 25-224 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7813 text/html public 2026-04-16T10:37:44 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7813 Rechtbank Midden-Nederland , 10-12-2025 / C/16/585483 / HA ZA 24-620 en C/16/592239 / HA ZA 25-224 Tussenvonnis. De rechtbank is van plan om een deskundige te benoemen voor de beantwoording van vragen over de oorzaak van verzakkingen in de tuin van eiser. Partijen mogen zich hierover uitlaten bij akte. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/585483 / HA ZA 24-620 Vonnis van 10 december 2025 in de zaak van [eiser] , wonend in [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. A.G.E. Verbart, tegen [gedaagde 1] , wonend in [woonplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde 1] , advocaat: mr. A. van Glabbeek, en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer C/16/592239 / HA ZA 25-224 [gedaagde 1] , wonend in [woonplaats 2] , eisende partij in vrijwaring, hierna te noemen: [gedaagde 1] , advocaat: mr. A. van Glabbeek, tegen [gedaagde 2] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] , gedaagde partij in vrijwaring, hierna te noemen: [gedaagde 2] , advocaat: mr. A.Th. de Haan. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit: - de dagvaarding van 2 december 2024 met producties 1 tot en met 29, - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, en daarbij de conclusie van antwoord in de hoofdzaak met producties 1 tot en met 5, - de antwoordconclusie in het vrijwaringsincident, - het vonnis in het vrijwaringsincident van 26 maart 2025, - de mondelinge behandeling van 19 september 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.2 Het verloop van de procedure in de vrijwaring blijkt uit: - de dagvaarding van 15 april 2025 met producties 1 tot en met 4, - de conclusie van antwoord, - de mondelinge behandeling van 19 september 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.3 Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank aan partijen laten weten dat op 5 november 2025 een vonnis zou worden uitgesproken in beide procedures. Door omstandigheden is deze datum verschoven naar vandaag. 2 De kern van de zaak 2.1 [eiser] heeft [gedaagde 1] ingeschakeld om zijn tuin te verhogen en verstevigen. In de tuin heeft [gedaagde 2] gelijktijdig een zwembad geplaatst. De tuin is vervolgens op verschillende plekken verzakt en [eiser] wil dat [gedaagde 1] de herstelkosten vergoedt. Volgens [eiser] komt dit doordat [gedaagde 1] de ophoging in zijn tuin onvoldoende heeft verstevigd. [gedaagde 1] is het hier niet mee eens en voert aan dat de verzakkingen komen doordat het [gedaagde 2] het zwembad onvoldoende heeft verstevigd door geen heipalen aan te brengen. [gedaagde 1] heeft [gedaagde 2] daarom in vrijwaring opgeroepen. Het is voor de rechtbank nog onduidelijk wat de oorzaak is geweest van de verzakkingen. Daarom is de rechtbank van plan om een deskundige te benoemen. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat als [gedaagde 1] wordt veroordeeld de schade aan [eiser] te vergoeden, [gedaagde 1] deze schade niet kan doorschuiven naar [gedaagde 2] . 3 De beoordeling in de hoofdzaak De rechtbank is van plan om een deskundige te benoemen 3.1 In deze procedure gaat het om de vraag wat de oorzaak is geweest van de verzakkingen in de tuin van [eiser] . [eiser] heeft drie verschillende partijen onderzoek laten doen, waarbij de conclusie vooral was dat de door [gedaagde 1] aangebrachte versteviging van de grond ontoereikend was, en dat dit de verzakkingen in de tuin heeft veroorzaakt. Maar [gedaagde 1] voert aan dat de verzakkingen zijn ontstaan omdat [gedaagde 2] het zwembad niet onderheid heeft terwijl dat wel moest, met als gevolg dat het de grond in de tuin heeft weggedrukt. [gedaagde 1] voert aan dat niet onderheien riskant is in Hellevoetsluis , omdat de ondergrond bestaat uit (geroerde) zeeklei. Ter onderbouwing wijst [gedaagde 1] op een rapport van [deskundige 1] dat in opdracht van zijn verzekeraar is opgesteld. Bij deze stand van zaken kan de rechtbank niet vaststellen wat (en in welke mate) de oorzaak is geweest van de verzakkingen in de tuin. Hoewel [eiser] de conclusies uit het rapport van [deskundige 1] heeft weerlegd, speelt hier naar het oordeel van de rechtbank ook het volgende mee: naast de door [gedaagde 1] opgehoogde grond, is ook het door [gedaagde 2] geplaatste zwembad enkele millimeters verzakt; een van de door de [eiser] ingeschakelde deskundigen concludeert: ‘’ De verzakking van het zwembad kan ook een gevolg zijn van de ondergrond waarop het zwembad geplaatst is. Het zwembad rust nu op een betonplaat. De ligging van het zwembad zal onderzocht moeten worden door de aannemer die het zwembad geplaatst heeft en er zal een onderzoek plaats moeten vinden of de betonplaat voldoende draagkracht genereert voor de draagcapaciteit die vereist is. ’’; inmiddels zijn de verzakkingen in de tuin van [eiser] hersteld, waarbij een geheel nieuwe staalconstructie is aangebracht die rondom het zwembad loopt. Onderzoek ter plaatse heeft dan waarschijnlijk weinig zin meer, maar onderzoek op basis van het dossier is nog steeds mogelijk. De rechtbank ziet daarom aanleiding om een deskundigenonderzoek te gelasten. 3.2 De rechtbank is van plan om ing. [deskundige 2] uit Beetsterzwaag als deskundige te benoemen. Hij is lid-deskundige bij de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen. Ing. [deskundige 2] begroot zijn kosten voorlopig op € 2.495,- excl. btw, dus € 3.018,95 incl. btw. De rechtbank is voornemens dit bedrag als voorschot te bepalen. 3.3 De rechtbank is van plan om de volgende vragen voor te leggen aan de te benoemen deskundige: Voldoet het door [gedaagde 1] uitgevoerde werk aan de eisen van goed en deugdelijk vakmanschap? Zo nee, welke gebreken kleven er aan het werk van [gedaagde 1] ? Kunnen als gevolg van deze gebreken verzakkingen van de tuin van eiser in Hellevoetsluis zijn ontstaan? Kan de door [gedaagde 2] geplaatste zwembadfundering worden gebruikt voor deze ondergrond? Indien het antwoord op de vorige vraag (deels) ontkennend kan worden beantwoord, kunt u aangeven of en in welke mate de fundering (zonder heipalen) van het zwembad kan hebben bijgedragen aan de verzakkingen? Kunt u een schatting maken van de kosten die redelijkerwijs gemoeid gaan met het benodigde herstelwerk? Zo ja, kunt u deze kosten relateren aan de gebreken als bedoeld onder vraag 3 respectievelijk de gebreken als bedoeld onder vraag 5? Zijn er nog opmerkingen c.q. aanvullende bevindingen die van belang zijn en moeten worden vermeld? 3.4 De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om zich bij akte uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige, de aan de deskundige te stellen vragen en het aan de deskundige te betalen voorschot. Partijen kunnen ook zelf, gezamenlijk, een deskundige voordragen waaraan de rechtbank zich zal conformeren. 3.5 De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de eisende partij moet worden betaald. 3.6 In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen. 3.7 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. in de vrijwaring De vordering van [gedaagde 1] zal worden afgewezen 3.8 In de vrijwaringszaak vordert [gedaagde 1] dat [gedaagde 2] hem het bedrag moet betalen, dat [gedaagde 1] aan [eiser] bij een veroordeling in hoofdzaak moet betalen. De rechtbank wijst deze vordering af. Voor een geslaagd beroep op vrijwaring is vereist dat [gedaagde 2] vanwege een rechtsverhouding met [gedaagde 1] (aannemer en onderaannemer bijvoorbeeld), verplicht is de kosten van een veroordeling van [gedaagde 1] in de hoofdzaak te vergoeden. In dit geval is er geen sprake van zo’n rechtsverhouding.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7813 text/xml public 2026-04-16T10:38:20 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-10 C/16/585483 / HA ZA 24-620 en C/16/592239 / HA ZA 25-224 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7813 text/html public 2026-04-16T10:37:44 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7813 Rechtbank Midden-Nederland , 10-12-2025 / C/16/585483 / HA ZA 24-620 en C/16/592239 / HA ZA 25-224 Tussenvonnis. De rechtbank is van plan om een deskundige te benoemen voor de beantwoording van vragen over de oorzaak van verzakkingen in de tuin van eiser. Partijen mogen zich hierover uitlaten bij akte. RECHTBANK Midden-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Utrecht Zaaknummer: C/16/585483 / HA ZA 24-620 Vonnis van 10 december 2025 in de zaak van [eiser] , wonend in [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. A.G.E. Verbart, tegen [gedaagde 1] , wonend in [woonplaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde 1] , advocaat: mr. A. van Glabbeek, en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer C/16/592239 / HA ZA 25-224 [gedaagde 1] , wonend in [woonplaats 2] ,eisende partij in vrijwaring,hierna te noemen: [gedaagde 1] ,advocaat: mr. A. van Glabbeek,tegen [gedaagde 2] B.V. , gevestigd in [vestigingsplaats] ,gedaagde partij in vrijwaring,hierna te noemen: [gedaagde 2] ,advocaat: mr. A.Th. de Haan. 1 De procedure 1.1 Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit: - de dagvaarding van 2 december 2024 met producties 1 tot en met 29, - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, en daarbij de conclusie van antwoord in de hoofdzaak met producties 1 tot en met 5, - de antwoordconclusie in het vrijwaringsincident, - het vonnis in het vrijwaringsincident van 26 maart 2025, - de mondelinge behandeling van 19 september 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.2 Het verloop van de procedure in de vrijwaring blijkt uit: - de dagvaarding van 15 april 2025 met producties 1 tot en met 4, - de conclusie van antwoord, - de mondelinge behandeling van 19 september 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.3 Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank aan partijen laten weten dat op 5 november 2025 een vonnis zou worden uitgesproken in beide procedures. Door omstandigheden is deze datum verschoven naar vandaag. 2 De kern van de zaak 2.1 [eiser] heeft [gedaagde 1] ingeschakeld om zijn tuin te verhogen en verstevigen. In de tuin heeft [gedaagde 2] gelijktijdig een zwembad geplaatst. De tuin is vervolgens op verschillende plekken verzakt en [eiser] wil dat [gedaagde 1] de herstelkosten vergoedt. Volgens [eiser] komt dit doordat [gedaagde 1] de ophoging in zijn tuin onvoldoende heeft verstevigd. [gedaagde 1] is het hier niet mee eens en voert aan dat de verzakkingen komen doordat het [gedaagde 2] het zwembad onvoldoende heeft verstevigd door geen heipalen aan te brengen. [gedaagde 1] heeft [gedaagde 2] daarom in vrijwaring opgeroepen. Het is voor de rechtbank nog onduidelijk wat de oorzaak is geweest van de verzakkingen. Daarom is de rechtbank van plan om een deskundige te benoemen. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat als [gedaagde 1] wordt veroordeeld de schade aan [eiser] te vergoeden, [gedaagde 1] deze schade niet kan doorschuiven naar [gedaagde 2] . 3 De beoordeling in de hoofdzaak De rechtbank is van plan om een deskundige te benoemen 3.1 In deze procedure gaat het om de vraag wat de oorzaak is geweest van de verzakkingen in de tuin van [eiser] . [eiser] heeft drie verschillende partijen onderzoek laten doen, waarbij de conclusie vooral was dat de door [gedaagde 1] aangebrachte versteviging van de grond ontoereikend was, en dat dit de verzakkingen in de tuin heeft veroorzaakt. Maar [gedaagde 1] voert aan dat de verzakkingen zijn ontstaan omdat [gedaagde 2] het zwembad niet onderheid heeft terwijl dat wel moest, met als gevolg dat het de grond in de tuin heeft weggedrukt. [gedaagde 1] voert aan dat niet onderheien riskant is in Hellevoetsluis , omdat de ondergrond bestaat uit (geroerde) zeeklei. Ter onderbouwing wijst [gedaagde 1] op een rapport van [deskundige 1] dat in opdracht van zijn verzekeraar is opgesteld. Bij deze stand van zaken kan de rechtbank niet vaststellen wat (en in welke mate) de oorzaak is geweest van de verzakkingen in de tuin. Hoewel [eiser] de conclusies uit het rapport van [deskundige 1] heeft weerlegd, speelt hier naar het oordeel van de rechtbank ook het volgende mee: naast de door [gedaagde 1] opgehoogde grond, is ook het door [gedaagde 2] geplaatste zwembad enkele millimeters verzakt; een van de door de [eiser] ingeschakelde deskundigen concludeert: ‘’ De verzakking van het zwembad kan ook een gevolg zijn van de ondergrond waarop het zwembad geplaatst is. Het zwembad rust nu op een betonplaat. De ligging van het zwembad zal onderzocht moeten worden door de aannemer die het zwembad geplaatst heeft en er zal een onderzoek plaats moeten vinden of de betonplaat voldoende draagkracht genereert voor de draagcapaciteit die vereist is. ’’; inmiddels zijn de verzakkingen in de tuin van [eiser] hersteld, waarbij een geheel nieuwe staalconstructie is aangebracht die rondom het zwembad loopt. Onderzoek ter plaatse heeft dan waarschijnlijk weinig zin meer, maar onderzoek op basis van het dossier is nog steeds mogelijk. De rechtbank ziet daarom aanleiding om een deskundigenonderzoek te gelasten. 3.2 De rechtbank is van plan om ing. [deskundige 2] uit Beetsterzwaag als deskundige te benoemen. Hij is lid-deskundige bij de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen. Ing. [deskundige 2] begroot zijn kosten voorlopig op € 2.495,- excl. btw, dus € 3.018,95 incl. btw. De rechtbank is voornemens dit bedrag als voorschot te bepalen. 3.3 De rechtbank is van plan om de volgende vragen voor te leggen aan de te benoemen deskundige: Voldoet het door [gedaagde 1] uitgevoerde werk aan de eisen van goed en deugdelijk vakmanschap? Zo nee, welke gebreken kleven er aan het werk van [gedaagde 1] ? Kunnen als gevolg van deze gebreken verzakkingen van de tuin van eiser in Hellevoetsluis zijn ontstaan? Kan de door [gedaagde 2] geplaatste zwembadfundering worden gebruikt voor deze ondergrond? Indien het antwoord op de vorige vraag (deels) ontkennend kan worden beantwoord, kunt u aangeven of en in welke mate de fundering (zonder heipalen) van het zwembad kan hebben bijgedragen aan de verzakkingen? Kunt u een schatting maken van de kosten die redelijkerwijs gemoeid gaan met het benodigde herstelwerk? Zo ja, kunt u deze kosten relateren aan de gebreken als bedoeld onder vraag 3 respectievelijk de gebreken als bedoeld onder vraag 5? Zijn er nog opmerkingen c.q. aanvullende bevindingen die van belang zijn en moeten worden vermeld? 3.4 De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om zich bij akte uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige, de aan de deskundige te stellen vragen en het aan de deskundige te betalen voorschot. Partijen kunnen ook zelf, gezamenlijk, een deskundige voordragen waaraan de rechtbank zich zal conformeren. 3.5 De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de eisende partij moet worden betaald. 3.6 In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen. 3.7 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. in de vrijwaring De vordering van [gedaagde 1] zal worden afgewezen 3.8 In de vrijwaringszaak vordert [gedaagde 1] dat [gedaagde 2] hem het bedrag moet betalen, dat [gedaagde 1] aan [eiser] bij een veroordeling in hoofdzaak moet betalen. De rechtbank wijst deze vordering af. Voor een geslaagd beroep op vrijwaring is vereist dat [gedaagde 2] vanwege een rechtsverhouding met [gedaagde 1] (aannemer en onderaannemer bijvoorbeeld), verplicht is de kosten van een veroordeling van [gedaagde 1] in de hoofdzaak te vergoeden. In dit geval is er geen sprake van zo’n rechtsverhouding.