Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-10-01
ECLI:NL:RBMNE:2025:7802
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
1,747 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7802 text/xml public 2026-04-09T11:10:21 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-10-01 25/811 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7802 text/html public 2026-04-09T11:10:02 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7802 Rechtbank Midden-Nederland , 01-10-2025 / 25/811 BNT pkv RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/811 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. S. Arakelyan), en Dienst Toeslagen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verzoekster heeft beroep ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 21 september 2022. Op 26 maart 2025 zijn partijen een vaststellingsovereenkomst overeengekomen. Verzoekster heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten en het griffierecht. Verweerder heeft op 21 juli 2025 gereageerd op dit verzoek. Verweerder gaat akkoord met het vergoeden van de proceskosten. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen . Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). 3. Met de vaststellingsovereenkomst is geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen aan het beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,-), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 453,50. 4. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 453,50. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2025. De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7802 text/xml public 2026-04-09T11:10:21 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-10-01 25/811 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7802 text/html public 2026-04-09T11:10:02 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7802 Rechtbank Midden-Nederland , 01-10-2025 / 25/811 BNT pkv RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/811 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. S. Arakelyan), en Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verzoekster heeft beroep ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 21 september 2022. Op 26 maart 2025 zijn partijen een vaststellingsovereenkomst overeengekomen. Verzoekster heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten en het griffierecht. Verweerder heeft op 21 juli 2025 gereageerd op dit verzoek. Verweerder gaat akkoord met het vergoeden van de proceskosten. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen . Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). 3. Met de vaststellingsovereenkomst is geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen aan het beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,-), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 453,50. 4. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 453,50. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2025. De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).