Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2025-10-20
ECLI:NL:RBMNE:2025:7761
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 24/2031 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de minister (gemachtigden: R.J. Oskam en C. van den Engel). Procesverloop 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de gedeeltelijke afwijzing van zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). 1.1. Eiser heeft op 20 maart 2023 het Nationaal Archief verzocht om openbaarmaking van informatie met betrekking tot de archieven van de voormalige Centrale Veiligheidsdienst (CVD) en de voormalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Specifiek heeft eiser verzocht om openbaarmaking van alle informatie (met uitzondering van de inventarisatielijst) die betrekking heeft op de overdracht van de archieven van de persoonsdossiers van de CVD en de BVD over de jaren 1945-1999 (toegang 2.04.125). 1.2. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 27 juli 2023 (het primaire besluit) gedeeltelijk toegewezen. Er zijn 196 documenten aangetroffen waarvan een deel openbaar gemaakt is of reeds openbaar is. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt. 1.3. Bij het besluit van 7 februari 2024 (de beslissing op bezwaar) heeft de minister het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard en alsnog een aantal referentie-, dossier- en kenmerknummers verstrekt voor zover er geen expliciete weigeringsgrond in de zin van de Woo aan ten grondslag ligt. 1.4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.5. De rechtbank heeft het beroep op 6 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van de minister. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of de minister op de juiste wijze op het Woo-verzoek van eiser heeft besloten. Op de zitting heeft eiser de beroepsgrond over de verletkosten van de hoorzitting in de bezwaarfase ingetrokken. Daarom zal de rechtbank alleen de overgebleven gronden bespreken. 2.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de zoekslag onvoldoende inzichtelijk is en dat de minister een aantal weigeringsgronden niet (zonder nadere motivering) mag tegenwerpen. Andere weigeringsgronden zijn wel terecht aan het besluit ten grondslag gelegd en ook met de zienswijzen van derden is de minister correct omgegaan. Dat betekent dat eiser deels gelijk krijgt. Het beroep is om die reden gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesbelang 3. De minister voert aan dat het beroep (gedeeltelijk) niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat eiser geen procesbelang heeft bij openbaarmaking van bepaalde informatie, zoals nummers. 3.1. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is. Eiser heeft een Woo-verzoek ingediend en is het oneens met het besluit dat daarop is genomen. Dat kan eiser bij de rechtbank aan de orde stellen. Bij de Woo hoeft er bovendien geen belang te worden gesteld. Er is dan ook geen aanleiding om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het ontbreken van procesbelang. Zoekslag onduidelijk, meer documenten aanwezig 4. Eiser voert aan dat de minister de zoekslag niet inzichtelijk heeft gemaakt. Ook moeten er meer stukken berusten bij de minister onder meer omdat het oudste document (document 1) van januari 2011 is en document 2 ziet op een aanmelding uit januari 2011 om de feitelijke overbrenging van het archief in gang te zetten. Die daadwerkelijke aanmelding ontbreekt waardoor niet aannemelijk is dat daarmee de overdracht van een archief wordt opgestart. Bovendien moet de overdracht van het archief voor 2011 al besproken zijn. Van dat hele voortraject ontbreekt alle informatie. Eiser noemt verder als voorbeelden van ontbrekende informatie: een convenant uit eind 2006 tussen het Nationaal Archief en de CAS over het De rechtbank oordeelt dat artikel 2.57 van de Aanbestedingswet van toepassing is op de documenten in kwestie. Document 92 is een nadere overeenkomst die gesloten is met de leverancier van software. Documenten 88, 89 en 93 zijn geen emailberichten maar conceptversies van document 92. De inhoud van de documenten is vertrouwelijk verstrekt en is verstrekt in het kader van een aanbestedingsprocedure. De (concept)documenten zien op het sluiten van een overeenkomst tussen de overheid en een leverancier van bepaalde software en openbaarmaking daarvan kan de mededinging vervalsen. Daarnaast verschillen de conceptversies in document 88, 89 en 93 nauwelijks van de definitieve versie in document 92. Gelet op het voorgaande is de openbaarmaking van deze documenten terecht geweigerd op grond van artikel 2.57 van de Aanbestedingswet. De beroepsgrond slaagt niet. Weigering i.v.m. bedrijfs- en fabricagegegevens (artikel 5.1, eerste lid, sub c, van de Woo) 9. Eiser voert aan dat de minister document 84 openbaar moet maken. Volgens eiser zijn gegevens waaruit informatie kan worden afgeleid die specifiek is voor de werking van een systeem, geen gegevens die betrekking hebben op de technische bedrijfsvoering of het productieproces van een betrokken bedrijf. Informatie over de werking van een computersysteem staat in de handleiding van een dergelijk systeem. Handleidingen zijn geen bedrijfs- en fabricagegegevens en worden bij levering van een dergelijk systeem aan eenieder verstrekt. 10. Op grond van artikel 5.1, tweede lid, van de Woo blijft het openbaar maken van informatie achterwege voor zover dit bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. Die bepaling moet beperkt worden uitgelegd. Het gaat slechts om bedrijfs- en fabricagegegevens in de zin van deze bepaling indien en voor zover uit die gegevens wetenschap kan worden afgeleid met betrekking tot de technische bedrijfsvoering of het productieproces, dan wel de afzet van de producten of de kring van afnemers en leveranciers. 10.1. De rechtbank stelt vast dat document 84 geheel bestaat uit coderingen. De rechtbank volgt de minister in zijn stelling dat het gaat om importgegevens van technische aard waaruit informatie kan worden afgelezen die specifiek is voor de werking van het gebruikte systeem. De coderingen zijn vertrouwelijk aan de minister meegedeeld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de openbaarmaking van document 84 om die reden terecht geweigerd. De beroepsgrond slaagt niet. Weigering i.v.m. goed functioneren van de Staat (artikel 5.1, tweede lid, sub i, van de Woo) 11. Eiser voert aan dat de minister een aantal documenten niet op grond van artikel 5.1, tweede lid, sub i, van de Woo had mogen weigeren openbaar te maken. Op grond van die bepaling mag openbaarmaking alleen achterwege blijven als het belang van openbaarheid niet opweegt tegen het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen. Dat doet zich hier volgens eiser niet voor en dat licht hij toe aan de hand van de documenten. Document 19 12. Eiser betwist dat het in document 19 gaat om informatie die ziet op geheim te houden werkwijzen van de veiligheidsdienst. Volgens eiser is het enkele inzicht in het functioneren van een dienst, welke dienst dan ook, geen grond voor weigering. 13. De rechtbank stelt na kennisneming van document 19 vast dat het in de twee gelakte passages gaat om informatie van de veiligheidsdienst en dat de minister openbaarmaking van dit document terecht heeft geweigerd wegens het goed functioneren van de Staat. Deze beroepsgrond slaagt niet. Documenten 71, 74, 78, 126 en 178 14. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte de laatste nummers uit de koppelingen naar het documentenmanagement-systeem Proza heeft gelakt. Volgens eiser miskent de minister het belang dat de Woo veronderstelt en de reikwijdte van de Woo. Bij de toepassing van de Woo wordt uitgegaan van Voor zover eiser het voorgaande ook heeft bedoeld aan te voeren voor document 92, wijst de rechtbank erop dat dit document in zijn geheel terecht is geweigerd openbaar te maken op grond van de Aanbestedingswet. Ten aanzien van document 104 stelt de rechtbank vast dat hierin geen functienaam is gelakt. Verder heeft eiser geen andere concrete documenten genoemd waarin functienamen gelakt zijn. Weigering i.v.m. persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 5.2, eerste lid, van de Woo) 20. Eiser voert aan dat de minister conceptversies (bijvoorbeeld document 18 en 26) ten onrechte niet openbaar heeft gemaakt vanwege persoonlijke beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad. De bedoeling van artikel 5.2, eerste lid, van de Woo is volgens eiser gewijzigd met de komst van de Woo en heeft niet tot doel bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen. Het gaat om het beschermen van degene die deze opvatting heeft geuit. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze weigeringsgrond van toepassing is. Ook heeft de minister niet overwogen om de informatie te verstrekken in een niet tot personen herleidbare vorm. Daarnaast heeft de minister nagelaten te motiveren waarom de informatie die ouder dan vijf jaar is, alsnog is geweigerd op deze grond. 21. Artikel 5.2, eerste lid, van de Woo bepaalt dat in het geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie wordt verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan: ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Het tweede lid bepaalt dat het bestuursorgaan over persoonlijke beleidsopvattingen met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie kan verstrekken in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt. Artikel 5.3 van de Woo bepaalt dat het bestuursorgaan bij een verzoek om informatie die ouder is dan vijf jaar motiveert bij een weigering van die informatie waarom de in (onder meer) artikel 5.2 bedoelde belangen ondanks het tijdsverloop zwaarder wegen dan het algemeen belang van openbaarheid. 21.1. De rechtbank stelt voorop dat openbaarmaking van persoonlijke beleidsopvattingen kan worden geweigerd op grond van artikel 5.2 van de Woo. Bescherming van de opsteller daarvan wordt juist beschermd door de opvatting niet openbaar te maken. Dat neemt niet weg dat de minister daarbij moet overwegen of de beleidsopvatting integraal moet worden geweigerd of dat delen daarvan in een niet herleidbare vorm kunnen worden verstrekt. Bovendien moet de minister bij documenten van ouder dan vijf jaar motiveren waarom ondanks tijdsverloop het nog steeds van belang is dat openbaarmaking wordt geweigerd. De minister heeft dit onvoldoende gedaan in het bestreden besluit. Ook op de zitting heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom de beleidsopvattingen niet (gedeeltelijk) in niet herleidbare vorm zouden kunnen worden geopenbaard en hoe is gekeken naar de beleidsopvattingen die ouder dan vijf jaar zijn. Een verwijzing naar de rijksbrede instructie volstaat niet, omdat dit niets zegt over de beleidsopvattingen in kwestie. De enkele omstandigheid dat het om beleidsopvattingen gaat, is eveneens onvoldoende. Juist ook bij weigering tot openbaarmaking van beleidsopvattingen moet worden gemotiveerd waarom het belang van bescherming nog altijd zwaarder weegt dan het belang van de openbaarheid. Deze beroepsgrond slaagt. Zienswijzen 22. Eiser voert tot slot aan dat hij de zienswijzen van derden niet ontvangen heeft en daardoor in zijn rechtspositie is geschaad. Ook voert eiser aan dat hij de zienswijzen in z