Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2025-11-07
ECLI:NL:RBMNE:2025:7503
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/555 uitspraak van de meervoudige kamer van 7 november 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: mr. N. Velthorst), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het Uwv (gemachtigde: M. van Mourik). Inleiding 1. Eiseres ontvangt sinds 7 november 2006 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Op 15 september 2016 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een toeslag op haar WIA-uitkering op grond van de Toeslagenwet (TW). Met het besluit van 21 september 2016 heeft het Uwv aan eiseres per 9 december 2015 een toeslag op haar WIA-uitkering toegekend van € 20,- per dag, gebaseerd op de norm voor gehuwden. Eiseres is in de aanvraag en het besluit tot toekenning van de toeslag gewezen op de verplichting om wijzigingen in haar situatie aan het Uwv door te geven. 2. Op 25 januari 2023 ontvangt het Uwv een interne melding dat de partner van eiseres zelfstandig ondernemer is. In de periode van juni 2023 tot en met mei 2024 heeft het Uwv via de Belastingdienst en via eiseres diverse pogingen gedaan om informatie te achterhalen over de inkomensgegevens van de partner van eiseres. In juni 2024 is eiseres door het Uwv uitgenodigd voor een gesprek om de invloed van inkomsten op het recht op de toeslag te bespreken. Eiseres heeft niet gereageerd op de informatieverzoeken van het Uwv en is niet ingegaan op de uitnodiging van het Uwv om haar financiële situatie te bespreken. 3. Met het besluit van 10 juli 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv besloten dat het recht, de duur en de hoogte van de toeslag op de WIA-uitkering van eiseres niet kan worden vastgesteld vanwege een gebrek aan informatie over de inkomensgegevens van haar partner. Met het primaire besluit heeft het Uwv vastgesteld dat eiseres daarom geen recht heeft op toeslag over de periode van 9 december 2015 tot en met 29 februari 2024. De uitbetaalde toeslag over deze periode ter hoogte van € 50.370,45 wordt door het Uwv teruggevorderd. Eiseres is het niet eens met het primaire besluit en heeft hiertegen bezwaar gemaakt. 4. Met de beslissing op bezwaar van 5 december 2024 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Dit betekent dat de terugvordering van de toeslag in stand blijft. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en heeft hiertegen beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. 5. Het beroep van eiseres is behandeld op de zitting van 9 oktober 2025. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich op 8 oktober 2025 afgemeld voor de zitting. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Totstandkoming van het besluit 6. Het Uwv heeft aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd dat recht op toeslag bestaat als de inkomsten van eiseres en haar partner lager zijn dan het sociaal minimum. Dit volgt uit artikel 2 van de TW. Om het recht op toeslag te kunnen beoordelen heeft het Uwv daarom informatie nodig over de inkomsten van eiseres en haar partner. Omdat eiseres aan het Uwv geen informatie heeft verstrekt over de inkomsten van haar partner handelt zij in strijd met de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 12 van de TW. Het niet nakomen van de inlichtingenplicht leidt ertoe dat het Uwv niet kan vaststellen of de inkomsten van eiseres en haar partner nog onder het sociaal minimum liggen en of dus nog recht op toeslag bestaat. Het Uwv heeft daarom op grond van artikel 11a, eerste lid, onder c, van de TW het recht op toeslag over de periode van 9 december 2015 tot en met 29 februari 2024 herzien. Beoordeling door de rechtbank 7. Eiseres voert aan dat het recht op toeslag in de betreffende periode door het Uwv kan worden vastgesteld op basis van de beschikbare informatie. Als die informatie niet volstaat zou het recht op toeslag door het Uwv schattenderwijs vastgesteld moeten worden. 8. De rechtbank gaat er voor de beo