Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-01
ECLI:NL:RBMNE:2025:7353
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht zittingsplaats Lelystad zaaknummer: 11031880 LM VERZ 24-220 CJIB-nummer: 253196526 beslissing van de kantonrechter en proces-verbaal van de zitting van 17 november 2025 inzake [betrokkene] B.V., te [postcode] [plaats] , [adres] , hierna te noemen: betrokkene , gemachtigde: M. Lagas. Procesverloop Bij inleidende beschikking is aan betrokkene een administratieve sanctie opgelegd van € 350,00. De sanctie is opgelegd voor een gedraging op 18 oktober 2022 om 15:31 uur te Lelystad met de bedrijfsauto, kenteken [kenteken] . Het gaat om als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden. Bij beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie de sanctie gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard. Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 17 november 2025 hun zienswijze nader toe te lichten. Gemachtigde, mevrouw [persoon2] , en de bestuurder van het voertuig, de heer [persoon1] , zijn verschenen. Namens de officier van justitie is geen zittingsvertegenwoordiger verschenen. De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten. Standpunten Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. In aanvulling op het beroepschrift heeft gemachtigde ter zitting aangegeven dat de redelijke termijn is overschreden. De heer [persoon1] heeft ter zitting toegelicht dat de nieuwe vrachtwagens software problemen hadden waardoor de navigatie niet werkte. De heer [persoon1] gebruikte zijn telefoon alleen voor navigatie. Volgens meneer [persoon1] lag de telefoon op het stuur, de duim van zijn linkerhand op de hoes van de telefoon, zijn rechterhand op schoot en werd de telefoon niet bediend. De zittingsvertegenwoordiger is niet verschenen en heeft schriftelijk het standpunt ingediend dat op de foto in het dossier duidelijk te zien is dat de bestuurder tijdens het rijden een telefoon met een klaphoesje in zijn hand heeft en de gedraging dan ook kan worden vastgesteld. Verder stelt de zittingsvertegenwoordiger zich op het standpunt dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en de sanctie daarom moet worden gematigd met 25%. Beoordeling De kantonrechter stelt vast dat de gedraging is verricht en overweegt daartoe als volgt. In het dossier bevindt zich een zaakoverzicht. In de toelichting verklaart de verbalisant dat: “de bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken.” In zaken op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Daar is in deze zaak geen sprake van. De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiele telefoon heeft vastgehouden. De betrokkene heeft aangegeven dat hij het toestel enkel heeft gebruikt voor de navigatie. In eerdere jurisprudentie van het Hof met betrekking tot het begrip vasthouden zijn daar verschillende vormen van het gebruik van een mobiele telefoon onder gebracht, waaronder het tussen de handen op het stuur laten staan van een telefoon (ECLI:NL:GHARL:2021:11673). Het Hof wijst in voornoemd arrest naar de wetsgeschiedenis: “De Nota van Toelichting bij het Besluit van 4 februari 2002 tot wijziging van het RVV 1990 (verbod handmatig telefoneren), Stb. 2002, 67, houdt onder meer in: ‘H