Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-12-23
ECLI:NL:RBMNE:2025:7270
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,753 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6208
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] (België), eiseres
(gemachtigde: mr. K. Bozia),
en
Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 23 april 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. In geschil is of verweerder in gebreke is gesteld door eiseres. Verweerder geeft in zijn verweerschrift van 10 november 2025 aan dat hij geen ingebrekestelling van eiseres heeft ontvangen en stelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is.
4. Eiseres stelt dat zij wel een ingebrekestelling heeft gestuurd aan verweerder. Zij heeft een ingebrekestelling van 9 oktober 2025 overgelegd. Verder heeft de gemachtigde van eiseres ter aanvulling een kopie van het interne postboek van het kantoor gestuurd. Daarin staat dat “10-9-2025 [eiseres] Ingebrekestelling Kinderopvangtoeslag UHT Per post”.
5. De rechtbank is van oordeel dat eiseres hiermee onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat desbetreffende ingebrekestelling naar verweerder is verzonden. Uit het interne postboek van het kantoor van de gemachtigd van eiseres kan immers niet worden afgeleid dat de ingebrekestelling daadwerkelijk ter verzending is aangeboden.
6. Aangezien eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij verweerder in gebreke heeft gesteld, komt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6208
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] (België), eiseres
(gemachtigde: mr. K. Bozia),
en
Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 23 april 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. In geschil is of verweerder in gebreke is gesteld door eiseres. Verweerder geeft in zijn verweerschrift van 10 november 2025 aan dat hij geen ingebrekestelling van eiseres heeft ontvangen en stelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is.
4. Eiseres stelt dat zij wel een ingebrekestelling heeft gestuurd aan verweerder. Zij heeft een ingebrekestelling van 9 oktober 2025 overgelegd. Verder heeft de gemachtigde van eiseres ter aanvulling een kopie van het interne postboek van het kantoor gestuurd. Daarin staat dat “10-9-2025 [eiseres] Ingebrekestelling Kinderopvangtoeslag UHT Per post”.
5. De rechtbank is van oordeel dat eiseres hiermee onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat desbetreffende ingebrekestelling naar verweerder is verzonden. Uit het interne postboek van het kantoor van de gemachtigd van eiseres kan immers niet worden afgeleid dat de ingebrekestelling daadwerkelijk ter verzending is aangeboden.
6. Aangezien eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij verweerder in gebreke heeft gesteld, komt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
Volledig
ECLI:NL:RBMNE:2025:7270 text/xml public 2026-01-16T12:54:01 2026-01-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-23 25/6208 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7270 text/html public 2026-01-16T12:53:49 2026-01-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2025:7270 Rechtbank Midden-Nederland , 23-12-2025 / 25/6208 BNT bezwaar niet-ontvankelijk RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 25/6208 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] (België), eiseres (gemachtigde: mr. K. Bozia), en Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ). Inleiding Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 23 april 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. 3. In geschil is of verweerder in gebreke is gesteld door eiseres. Verweerder geeft in zijn verweerschrift van 10 november 2025 aan dat hij geen ingebrekestelling van eiseres heeft ontvangen en stelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. 4. Eiseres stelt dat zij wel een ingebrekestelling heeft gestuurd aan verweerder. Zij heeft een ingebrekestelling van 9 oktober 2025 overgelegd. Verder heeft de gemachtigde van eiseres ter aanvulling een kopie van het interne postboek van het kantoor gestuurd. Daarin staat dat “10-9-2025 [eiseres] Ingebrekestelling Kinderopvangtoeslag UHT Per post”. 5. De rechtbank is van oordeel dat eiseres hiermee onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat desbetreffende ingebrekestelling naar verweerder is verzonden. Uit het interne postboek van het kantoor van de gemachtigd van eiseres kan immers niet worden afgeleid dat de ingebrekestelling daadwerkelijk ter verzending is aangeboden. 6. Aangezien eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij verweerder in gebreke heeft gesteld, komt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025. de griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.