Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2025-12-22
ECLI:NL:RBMNE:2025:6920
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht locatie Lelystad zaaknummer: C/16/594523 / FL RK 25-651 Gezag en omgang Beschikking van 22 december 2025 in de zaak van: [de moeder] , wonende in [woonplaats] , hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. L.D.H. Lesmeister, tegen [de vader] , verblijvende in de [verblijfplaats] , hierna te noemen: de vader, advocaat mr. J. Sietsma. 1 De procedure 1.1. De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen: - het verzoekschrift (met bijlagen) van de moeder, binnengekomen op 20 mei 2025; - het bericht (met bijlage) van de moeder van 17 juli 2025. 1.2. Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 24 november 2025. Daarbij waren aanwezig: de moeder met haar advocaat, de vader met zijn advocaat en [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). De Raad wordt door de rechtbank uitgenodigd als het in een zaak over een kind gaat. 1.3. De rechtbank heeft [minderjarige (voornaam)] , de dochter van de ouders, niet gevraagd wat zij van de verzoeken vindt omdat zij twee jaar is. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor. 2 Waar de procedure over gaat 2.1. De ouders hebben een relatie met elkaar gehad. 2.2. Zij hebben samen een kind: [minderjarige] , geboren op [2023] in [geboorteplaats] . [minderjarige (voornaam)] woont bij haar moeder. 2.3. De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige (voornaam)] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige (voornaam)] nemen. 2.4. De vader is op 11 juli 2025 door de Rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor opzetverkrachting, mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving van de moeder. Hij heeft een gevangenisstraf opgelegd gekregen van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke strafdeel heeft de rechtbank voorwaarden verbonden, waaronder een contactverbod met de moeder. De vader heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. 2.5. De moeder verzoekt dat het gezag van de vader over [minderjarige (voornaam)] wordt beëindigd, zodat zij alleen het gezag heeft en alle belangrijke beslissingen mag nemen. De vader is het niet met dit verzoek eens. 3 De beoordeling Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht 3.1. De vader heeft niet de Nederlandse nationaliteit. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast. 3.2. De Nederlandse rechter is bevoegd om het verzoek te beoordelen, omdat [minderjarige (voornaam)] haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing, omdat deze zaak gaat over de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid. Als de Nederlandse rechter bevoegd is om in zo’n zaak te beslissen, dan is Nederlands recht van toepassing. Er komt geen raadsonderzoek 3.3. Tijdens de zitting heeft de vader gevraagd om de beslissing uit te stellen en eerst een raadsonderzoek te laten uitvoeren. De rechtbank gaat niet mee in dit verzoek. Op basis van de stukken, de toelichting van de ouders op de zitting en het advies van de Raad op de zitting, heeft de rechtbank voldoende informatie om een beslissing te nemen. Verder onderzoek en uitstel van de beslissing is dus niet nodig. De moeder heeft voortaan alleen het gezag over [minderjarige (voornaam)] 3.4. De rechtbank zal het gezag van de vader beëindigen. Dat betekent dat de moeder voortaan alleen het gezag over [minderjarige (voornaam)] heeft en alle belangrijke beslissingen over haar mag nemen. Hieronder wordt deze beslissing uitgelegd. I. Het juridisch kader 3.5. In de wet is bepaald wanneer de rechtbank het gezag van een ouder kan beëindigen. Daarvoor is allereerst van belang hoe het gezag is ontstaan. In dit geval heeft de moeder van [minderjarige (voornaam)] van rechtswege – dus: automatisch – het gezag over [minderjarige (voornaam)] gekregen. De vader heeft het gezag gekregen toen hij haar op [2024] heeft erkend. Sinds 1 januari 2023 bepaalt de wet dat degene die het kind erkent, ook het gezag krijgt. 3.6. De wet bepaalt voor zo’n geval dat een ouder aan de rechtbank kan vragen het gezag van de andere ouder te beëindigen. Dit kan niet altijd, maar alleen (i) als sinds de ouders samen het gezag hebben de omstandigheden zijn gewijzigd, of (ii) als de eerdere beslissing waarbij het gezag aan de ouders samen is gegeven, is genomen op grond van onjuiste of onvolledige gegevens. 3.7. Als aan de voorwaarden genoemd onder (i) of (ii) is voldaan, beoordeelt de rechtbank of er voldoende reden is om het gezamenlijk gezag van een ouder te beëindigen. Dat is een ingrijpende maatregel, dus dit gebeurt slechts in bepaalde situaties. De wet beschrijft twee situaties waarin het gezag van een ouder kan worden beëindigd: (a) er is een onaanvaardbaar risico dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders, en het is niet te verwachten dat dit snel genoeg verbetert, of (b) de wijziging van het gezag is om andere redenen in het belang van het kind noodzakelijk. II. Er is een wijziging van omstandigheden 3.8. De rechtbank stelt vast dat de omstandigheden zijn gewijzigd sinds dat de ouders samen het gezag hebben. Zoals genoemd in 2.4., is de vader op 11 juli 2025 veroordeeld voor ernstige strafbare feiten gepleegd tegen de moeder. Hij zit momenteel zijn gevangenisstraf uit. Gezien deze ontwikkelingen kan de rechtbank de moeder ontvangen in haar verzoek tot beëindiging van het gezag van de vader. III. Gezamenlijk gezag geeft een onaanvaardbaar risico dat [minderjarige (voornaam)] klem en verloren raakt tussen de ouders 3.9. De rechtbank is van oordeel dat gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico oplevert dat [minderjarige (voornaam)] klem of verloren raakt tussen de ouders. Daarmee is voldaan aan de in 3.6 genoemde a-grond en het verzoek van de moeder op basis hiervan toewijsbaar. Hieronder wordt dit toegelicht. 3.10. Op dit moment hebben de ouders geen contact. Vanwege het opgelegde contactverbod mag de vader ook geen contact met de moeder hebben. De moeder heeft op de zitting gezegd dat zij nooit meer contact met de vader wil. De rechtbank vindt dat van de moeder niet kan worden verlangd dat zij, ondanks haar wens, toch contact met de vader moet hebben. Daarom is het noodzakelijk om het gezag van de vader te beëindigen. Als het gezamenlijk gezag blijft bestaan terwijl de ouders geen contact met elkaar hebben, brengt dit het risico mee dat [minderjarige (voornaam)] klem en verloren raakt. Overleg is namelijk nodig om samen beslissingen over [minderjarige (voornaam)] te nemen. 3.11. Bij haar oordeel betrekt de rechtbank het Verdrag van Istanbul. Dit is een mensenrechtenverdrag waarin aan de overheid verplichtingen worden opgelegd om geweld tegen vrouwen te voorkomen en te bestrijden, én waarin aandacht wordt besteed aan de maatregelen die nodig zijn voor de opvang en bescherming van slachtoffers van geweld tegen vrouwen en van huiselijk geweld. Kinderen die getuige zijn van geweld, worden in het Verdrag van Istanbul ook als slachtoffer aangemerkt. 3.12. De vader heeft aangevoerd dat het Verdrag van Istanbul alleen van toepassing is bij structureel en gedocumenteerd huiselijk geweld. Omdat hij zich daaraan niet schuldig heeft gemaakt, kan de moeder volgens hem geen geslaagd beroep doen op het Verdrag van Istanbul. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Het Verdrag van Istanbul is van toepassing op alle vormen van geweld tegen vrouwen, met inbegrip van huiselijk geweld, dat vrouwen buitenproportioneel treft. Uit het strafvonnis blijkt dat de vader ernstig geweld tegen de moeder heeft gepleegd waarvan een deel in het bijzijn van [minderjarige (voornaam)] . Dat de vader hoger beroep heeft ingesteld tegen het strafvonnis, maakt dit niet anders. Het strafvonnis van de rechtbank geldt op dit moment. De rechtbank gaat daarom in deze zaak uit van de inhoud van dit vonnis. De moeder heeft dan ook terecht een beroep gedaan op het Verdrag van Istanbul. 3.13.